1. het normaal functioneren van de nieren en de urinewegen
Vochtbalans
Elektrolytenbalans
Verwijderen van afvalstoffen (ureum, creatinine en creatine)
pH regeling
hormoonproductie (renine en erytropoëtine (EPO))
2. mictieproces (urineproces)
1. productie ter hoogte van de nieren
2. vesica urinae of de blaas (reservoirfunctie)
3. sfincters: (voor sluiten van de blaas dat we niet zomaar urine verliezen
intern: blaashals ⇒ belang voor bekkenbodemspieren
extern: bij man thv de distale 1/3 prostaat en bij de vrouw midden van urethra
4. sacraal blaascentrum S2/S4
5. centraal blaascentrum
⇒ plassen is een passief proces want je moet niet persen, het komt gewoon!
2.1 de bekkenbodemspieren
⇒ problemen hierrond zijn minder frequent bij
mannen (maar meer bv. vergrote prostaat)
2.2 diurese
⇒ hoeveelheid urine je aanmaakt per 24u →
ong 1L/1,5L over 24u
2.3 mictiepatroon
Mictie: plassen
Mictiepatroon: gedragspatroon m.b.t. plassen
over geheel van dag (hoeveel keer per dag en
hoeveel)
2.3.1 diurese & mictiepatroon beïnvloedende factoren
2.3.1.1 normale factoren
vochtinname
vochtverlies (bv. warme dag)
eetgewoonten
geneesmiddelen
anatomisch functioneren
leeftijd
opvoeding (bv. zindelijkheid)
beschikbare toiletten
prioriteiten
emotionele factoren (bv. stress)
2.3.1.2 abnormale factoren
stoornissen op spieren blaas/ureters en urethra
neurologische factoren
1
, infectie en pijn
2.4 urine
- samenstelling wisselt voortdurend
- hoeveelheid: 1000-1500 mL/24uur
- dichtheid/soortgelijk gewicht: 1005-1025-1030 g/cm³
- pH: normaal is het een licht zuur (±6) en varierend van 4,8-8
- heeft een gele kleur
- en een geur
2.4.1 normale bestanddelen in urine
water
afbraakproducten door eiwitmetabolisme bv. ureum/creatinine
creatine
zouten
urobiline (galkleurstof)
vitaminen bv. vit B/C
hormonen bv. dopingscontroles
vormelementen (=cellen)
2.4.2 abnormale bestanddelen
eiwit : proteïnurie
glucose: glucosurie (urie= in de urine)
ketonlichamen
veel galkleurstoffen
veel galkleurstoffen
erythrocyten en leukocyten
bacteriën
afbraakproducten van geneesmiddelen
je kan tests laten doen ⇒ urinesticks
2.5 veel voorkomende klachten
2.5.1 plaatselijke stoornissen
Polyurie: vermeerderde diurese (2L/8u)
Oligurie: <400ml/24u
Anurie: <50ml/24u
Nycturie: ’s nachts veel moeten plassen
Enuresus nocturna: bedplassen
Pollakisurie: veel naar toilet maar met kleine beetjes
Sterkere drang: de urgentie van pissen
Branderig gevoel: door geconcentreerde urine
Dysurie: pijn bij plassen door moeilijke mictie
Retentie: onvolledige blaaslediging (je plast niet alles uit)
Residue: er is wat achtergebleven urine na mictie
Zwakke straal en moeilijke start bv. bij prostaatproblemen
Nadruppelen
Incontinentie
Ongewenste bestanddelen: hematurie is bloed in urine
Pyurie: etter in urine
Albuminurie: eiwitten in urine
Glucosurie
2