HOOFDSTUK 2: STRUCTUURMODEL VAN DE MATERIE
MATERIE ALS MENGSEL VAN ZUIVERE STOFFEN
= alles wat massa heeft
Indeling van stoffen
Stoffen
Zuivere stoffen
Mengsel
Homogene mengsels
Heterogene mengsels: grof mengsel, suspensie, emulsie, nevel, rook, schuim
ColloÏdale mengsels
Scheidingstechnieken: manueel scheiden, zeven, filteren, decanteren, centrifugeren,
extraheren, absorberen en destilleren
ZUIVERE STOFFEN – MOLECULEN – ATOMEN
Zuivere stof:
- Samengestelde stof: H2O
- Enkelvoudige stof: C, O2, O3
Brutoformule: geeft het aantal elementen van elke soort alleen voor zuiver stoffen, geen
mengsels
- Moleculen: brutoformule – index
- Roosterstructuren: verhoudingsformule
HOOFDSTUK 3: ATOOMBOUW
SAMENSTELLING EN SYMBOLISCHE VOORSTELLING
A
Hlading
Z
A = massagetal = aantal p+ en n°
Z = atoomnummer = aantal p+
Lading = aantal p+ - aantal e-
Anion: negatief; kation: positief
GEMIDDELDE RELATIEVE ATOOMMASSA
Gemiddelde absolute atoommassa isotopen
Internationale massa eenheid 1u = 1,66 * 10-27 kg
1u = 1 dalton = 1 Da
1/12 van de absolute massa van een 12C isotoop
Gemiddelde relatieve atoommassa Ar = matoom(gemiddelde)/ u => staan in PSE
Gemiddelde relatieve molecuulmassa Mr = Ar
ELEKTRONEN
, Discontinue energiewaarden => streven naar zo laagst mogelijke energie
Orbitaal = een ruimtelijke voorstelling waarbinnen 90% kans bestaat om een elektron
aan te treffen
3 kwantumgetallen:
- Hoofdkwantumgetal n
1 – 7 of K – Q
= maat voor de gemiddelde afstand tot de kern
Max. 2 n2 elektronen (max.32)
Schil Schil Aantal
elektronen
K 1 2
L 2 8
M 3 18
N 4 32
O 5 32
P 6 32
Q 7 32
- Nevenkwantumgetal l
0 – 3 of s,p,d en f
= vorm van een orbitaal
Max. 4l + 2 elektronen
Subschil Subschil Aantal
elektronen
s 0 2
p 1 6
d 2 10
f 3 14
- Magnetisch kwantumgetal ml
-I - +I
= oriëntatie van een orbitaal
Max. 2 elektronen
E is gelijk, maar verschillend in magnetisch veld
S-orbitaal: mogelijke oriëntaties= 1, ml = 0
P-orbitaal: mogelijke oriëntaties= 3, ml = + 1, 0, -1
D en f orbitalen: complexe vorm, verschillende oriëntaties
- Spinkwantumgetal ms
-1/2, +1/2
Pauli-verbod: elk elektron verschilt van een ander elektron door minstens één van
de vier kwantumgetallen
Als atoomnummer toeneemt, daalt energiewaarde en neemt energieverschil tussen
subschillen toe
Elektronenconfiguratie = weergave van hoe elektronen over de verschillende orbitalen
verdeeld zijn
Grondtoestand = laagste energie-inhoud
- Schillen
- Subschillen
- Oriëntaties
- Energieniveaus
Regel van hund
= regel van maximale multipliciteit
Valentie-elektronen = elektronen van de buitenste schil