1. Inleiding
Kern
- sociaal verpleegkundige
- maatschappelijke context tegenover gezondheid/welzijn
Dubbele insteek
- individuen en groepen die door:
- kwetsbare maatschappelijke positie verhoogde gezondheids- en welzijnsrisico’s hebben
- gezondheids- en welzijnsproblemen zich in een precaire maatschappelijke situatie bevinden
1.1 De sociaal verpleegkundige
- voornamelijk gericht op de cliënt
1. functie van preventie, gezondheidsvoorlichting en -promotie
2. verpleegkundige zorg en deeltaken in medische behandelingen
3. functie van maatschappelijk werk en psychosociale begeleiding
4. verwijsfunctie o.a. mensen aan hun recht laten komen
- gericht op de cliënt en de organisatie
5. overleg-, samenwerkings- en coördinatiefunctie
6. administratieve functie
- voornamelijk gericht op organisatie-niveau
7. managements- en leidinggevende functie
- voornamelijk maatschappij-georiënteerd
8. signaalfunctie (eerstelijnszorg)
Functie van preventie, gezondheidsvoorlichting en promotie (video rond urineverlies)
- onderscheid tussen normale en pathologische veranderingen
- beperken van schadelijke effecten van taboe en mythes rond urinaire functie
Functie van preventie, gezondheidsvoorlichting en -promotie: urologie
- normale en pathologische veranderingen
- blaas en uitscheidingswegen
- je hebt meer nodig dan enkel je blaas, ook hersenen
- blaas
1. mictiedrang: 350-450 ml, ouderen: 200-300 ml
2. spontane contracties van blaas worden minder geblokkeerd
1
, 3. toegenomen residueel volume
- normale veranderingen = enkel tijd heeft invloed
- bij urineleiders geen veranderingen
- bij urinebuis of bekkenbodem neemt sluitdruk af
- hogere kans urineweginfectie door ouder worden
- verhoogde stijging van het aantal spontane blaascontracties: residuele urine neemt toe
- man nooit unicosaal verklaart door een prostaatproblematiek
Urinaire taboe: incontinentie
- te vaak ingepakt
- te weinig aangepakt
1.2 Mogelijkheid tot screenen
- screenende vraag
● hebt u in het laatste jaar urine verloren of bent u nat geworden? zo ja:
● hebt u urine verloren op ten minste zes verschillende dagen?
● voor mannen: heeft u problemen met het starten van het urineren?
- the three incontinence questions - 3iq
- international consultation on incontinence questionnaire-short form - iciq-sf (ernst en impact)
- prafab-score protection amount frequency adjustment body image scorelijst
- andere methoden: klinisch oog, mictiedagboek, luiertest
Mictiedagboek
- registratie van 3 opeenvolgende voor de patiënt representatieve dagen
- bv. 2 werkdagen en 1 weekenddag: tijdstip, hoeveelheid, wat
- de mate van (onhoudbare) aandrang om te plassen
- hoeveelheid urine die wordt uitgeplast en het tijdstip van de mictie,
- tijdstip waarop urine wordt verloren en de hoeveelheid urine
- en de activiteit(en) net voorafgaand aan of tijdens het verlies van de urine
Luiertest
- persoon gebruikt een droog incontinentieverband
- drinkt een vastgestelde hoeveelheid water (500 ml water binnen een tijd van 15 minuten)
- wacht een zekere tijd (45 minuten)
- doet dan een reeds mogelijk uitlokkenede oefeningen (lopen/stappen, traplopen, bukken,...)
2