Les 1 en 2: leren
Inleiding: algemeen kader cursus
o Leren en onderwijzen: 3 te onderscheiden maar niet te scheiden niveaus ->
micro w beïvloedt door meso, …
1) Micro = interactie tussen onderwijsgevende en onderwijsnemende ->
belangrijkste in dit vak!!
2) Meso = concrete context van een school waarbinnen het onderwijs
plaats vindt
3) Macro = de algemene, maatschappelijke context waarin het onderwijs
plaats vindt bv onderwijsbeleid
o Inleiding: maatschappelijke inbedding van leren en onderwijzen
Kennisexplosie
Informatisering en technologisering
Globalisering, internationalisering, mondialisering
Levenslang en levensbreed leren
Competentiegericht leren
Multimediale maatschappij en beeldcultuur
Inleiding: aandacht voor leren
o Instructie?
Onderwijsgevende hebben de taak om onderwijsleeromgeving te
ontwerpen, realiseren en evalueren = situaties die leerprocessen uitlokken
Grote doel: bepaalde leerresultaten bereiken/ leren verbeteren
Verwacht dat :leerprocessen en leerresultaten -> blijven (niet tijdelijk),
toegepast in situaties die beetje afwijken van de oorspronkelijke
leersituatie (= transfer), passend gebruikt worden + zelf nieuwe
competenties uit bouwen
Doel onderwijs= leren ondersteunen -> Inzicht in leren! -> hoe lerende
denken en leren => dan pas denk- en leerprocessen kunnen ondersteunen
Vier verschillende visies op cognitie (= vermogen om kennis te verwerven,
leren en onderwijzen
1. Associationisme/behavioristische visie
o Invloedrijke benadering binnen psychologie en onderwijs in 20 ste eeuw
Mens als een bundel reacties op prikkels (bv de hond van pavlav)
o In jaren 50 verschuiving van 1 -> 2
2. Informatieverwerkingsbenadering/cognitieve visie
o Mens als een verwerker van informatie
Mens vult/past cognitieve schema’s in hoofd aan
3. Constructivistische visie
o Het constructief karakter van denken en leren centraal
4. Situated cognition/ socioconstructivistische visie
o De sociale en culturele context waarin mensen leren en denken
centraal
o Leren is een sociaal gebeuren
1
, 1. Behavioristische visie
o Leren= blijvende verandering in het gedrag als gevolg van een reactie van de
lerende op gebeurtenissen in de omgeving
gedragsverandering -> je ziet het als iem iets heeft geleerd in gedrag
duurzaam/ blijvend, niet eenmaal
o S: iets wat gebeurd in de omgeving = stimulus/ prikkel
o R: gedrag/ reactie = respons
o S-R associatie: kern leerproces -> hiermee kan reflexmatig gedrag worden
voorgesteld
= verbinding tussen prikkel en reactie
o Ertussen in = blackbox
Dit is de lerende zelf en blijft buiten beschouwing
o Mens als een bundel reacties op prikkels
o ! Enkel uitwendig waarneembare of registreerbare gedrag als geldig
onderzoeksobject!! -> interne gedachten en emoties niet
o Assumpties (aannames die je doet zonder dat je weet of ze kloppen)
Gaat altijd over verband tussen S en R, maakt niet uit waarover, waar,…
Leerproces verloopt zonder bewuste denkactiviteit van de leerling
Unitaristisch of uniek-leerproces theorieën
o Twee verschillende theorieën over S-R koppeling:
Klassieke conditionering: pavlov ->nieuwe S-R associaties aanleren door
stimili aan elkaar koppelen => gedragsverandering
Operante conditionering: skinner -> nieuwe S-R associaties aanleren door
bekrachtigen van gedrag (gedrag wordt gevolgd door een bevrediging)
Klassieke conditionering:
o De hond van pavlov
Ongeconditioneerde/onvoorwaardelijke stimulus: voeding = UCS
Ongeconditioneerde reactie: kwijlen = UCR
Als je het eten linkt aan het belletje (geconditioneerde stimulus) =>
geconditioneerde reactie -> hond begint al te kwijlen van belletje zonder
dat hij eten krijgt
Generalisatie = CR na stimuli die niet identiek zijn aan UCS
Uitdoving = als de CS voor een tijdje niet wordt opgevolgd door UCS -> S-
R koppeling verdwijnt na een tijdje (Je kan dit ongedaan maken door
belletje constant te laten horen zonder eten -> uiteindelijk sterft deze
reactie
2
, UCS (voedsel) => UCR
(kwijlen)
Operante conditionering:
o Straffen CS
en (geluid)
belonen + bijUCS => UCR gedrag
(on)gewenst
o Associatie tussen bepaalde situatie en een bepaald gedrag
o Bv. Duif CS (geluid) =>
-> forceren ietsCR (kwijlen)
te doen + eten als beloning (zie video) = skinner-box
o Gedrag aanleren door te bekrachtigen en met iets positief te belonen
o Toegepast op het schoolse leren: Thorndike
Law of exercise: we learn by doing, we forget by not doing
= wet van het oefenen: bepaalde S-R
Law of use
Law of dis-use
We leren door het te doen en we vergeten door het niet meer te
doen
Law of effect: strength of connection in relation to reward
= bij beloning zal gedrag toenemen, als dit niet meer gebeurt zal
dit gedrag weer afnemen en zelfs verdwijnen -> hoe sterker de
beloning bv cadeautje ipv compliment, hoe beter het gedrag/ hoe
liever ze de beloning willen
o Invloed van behavioristische visie
Duidelijk en gedragsmatige omschrijving van doelen
Opsplitsing in deelvaardigheden: leerstof in categorieën, stapsgewijs
opbouwen
Bekrachtiging van correcte antwoorden: stickers op toets, complimenten
Herhaaldelijk aanbieden van leermateriaal: oefenen oefenen oefenen
Aanbrengen van variatie in taakmateriaal en omgeving: zodat ze het niet
saai vinden, zodat ze het in versch dingen kunnen toepassen (bv
maaltafels ook in vraagstukken kunnen toepassen niet enkel in simpele
oefeningen) -> gelijkaardige oefeningen kunnen herkennen en kunnen
toepassen = generalisatie/transfer
o Vroeger: leerlingen als lege vaten -> onderwijsgevende was verantwoordelijk
voor reactie
Elke leerling zal juist en hetzelfde reageren door aanbieden van stimulus
o Ontwikkelde nog verder (in nauwe samenhang met inzichten uit de nieuwe
stromingen)
o Invloed op piaget en Vygotsky
De som van elementaire S-R koppelingen
3
, 2. Cognitieve benadering
o Mens als informatieverwerkend systeem
o Aandacht voor interne, mentale processen -> anders bij ied
o Aanleiding: Gestaltpsychologie en ontwikkelingstheorie van piaget
Eerst enkel uiterlijk waarneembaar gedrag -> nu ook interne, mentale
processen
Zelfde stimulus wordt aangeboden maar reactie toch anders bij sommige
Informatieverwerkingsbenadering = cognitieve benadering:
o Mensen en computers = dezelfde familie -> cybernetica
Verschil: chip VS hersenen
Opslag, transmissie en bewerking van info
Vergelijking computer: imput -> verwerking -> output
o Kerngedachten -> gestaltpsychologie
Geheugen = georganiseerd systeem
• Opgebouwd uit betekenisvolle associaties
Denken en probleemoplossen zijn doelgerichte zoekprocessen
o Piaget
Cognitieve ontwikkeling
Informatieverwerkend model:
o Mensen zijn informatieverwerkers -> info in stimulus vergelijken met info in brein
o Geheugen speelt cruciale rol
Opnemen, vasthoude en terugzoeken van informatie
3 soorten geheugens als informatieverwerkers:
1. Zintuiglijk of sensorisch geheugen
o Korte bewaartijd
o Grote opslagcapaciteit
o => info niet op tijd doorgestuurd? -> info volledig verloren
2. Kortetermijn- of werkgeheugen
o Info wordt voor korte tijd bewaard = tijdelijke opslagplaats van recente info of
gebeurtenissen
Uitbreiden door herhalen
o Ong 7 losse items kan je onthouden
Uitbreiden door items te groeperen, structureren,… (chunking)
4