H1: Introductie
1.1 Anatomie en fysiologie bloedvaten -en lymfestelsel
- Gesloten vs open
- Aanvoer: veneus stelsel
- Afvoer: lymfestelsel (groen)
o Thv capilair bed heb je continu verlies van H2O en
afvalproducten -> dus continu vorming oedeem
o Lymfestelsel neemt H2O en afval op en brengt het terug nr
circulatie
- Systeem met hoge vs lage druk
o Hoog: bloed in arteries nr weefsels (pompfunctie)
o Laag: veneus stelsel (geen pulserend systeem id wand) + lymfe
Bloedvatenstelsel
Arteries vs venen
Beide andere structuur
Arteries: hoge druk en dikke spierwand die
samentrekt om bloed nr weefsels te brengen
Veneus stelsel:
- Lage druk
- Groter lumen en dunnere spierwand die vr kleine drukwijzigingen zorgt dr lumen te sluiten/openen
- Bevatten kleppen zodat bloed nt kan terugstromen
- Wel pomp nodig om bloed omhoog te krijgen = kuitspierpomp
- Anatomie:
o 3 soorten
Diepe Tussen de spieren, onder fascia OL: v. femoralis, poplitea, diepe kuitvenen
BL: v. ulnaris, radialis en brachialis
Oppervlakkig In interstitium OL: VSM en VSP (saphena magna en parva)
e BL: v. cephalica en basilica
Perforanten Verbinding tss opp en diepe venen
- Fysiologie:
o Belang kuitspierpomp
1
, Diepe venen leeggeduwd dr opgespannen spier -> bij ontspannen w bloed aangezogen nr
opp venen
Door wandelen of inspanning krijg je veneuze flow nr proximaal
Spataders als klepjes niet mee werken
o Belang ademhaling
Druk in romp veranderen -> invloed op veneuze stroom in armen en benen
Dieper ademen (sporten) belangrijk
In vs uitademen
Druk in thorax daalt => druk in buikholte stijgt Druk in thorax stijgt => druk in buikholte daalt
Uitstroom veneus bloed uit armen ↑ Uitstroom veneus bloed uit armen ↓
Uitstroom veneus bloed uit benen ↓ Uitstroom veneus bloed uit benen ↑
Lymfestelsel
Anatomie:
(zie dia 30-31 figuren!)
Lymfecapillairen -en precollectoren
= netwerk van kleploze initiële lymfevaten dat lymfe collecteerd vanuit interstitium
Filamenten op wand van endotheelcellen -> opent dr eraan te trekken (huid bewegen) en dan k
H2O en afvalproducten opgenomen w
↓
Lymfecollectoren -en angion (= ruimte tss klepjes)
Klepjes + spierweefsel in wand
Bijna autonome contractiliteit vr transport van lymfe
Bij rek of prikkeling samentrekken waardoor lymfe kan verplaatsen van angion nr angion
↓
Lymfeknopen
Zuiveren, filtreren en concentreren lymfe
Door T-lymfocyten -> detecteren bacteriën => immunologische reactie
Liggen op vaste plaatsen: knie, lies en iliacale regio, hals, oksel en elleboog
↓
Opening ductus thoracicus id veneuze junctie
Via efferente vaten gaan lymfe terug nr v. subclavia
= open systeem
- Linker v. subclavia: lymfe van linker lichaam en beide benen
2
, - Rechter v. subclavia: lymfe van rechter enkel, rechter arm en nekregio
- Lymfeknopen
o OL: popliteale, inguinale en iliacale
o BL: cubitale, humerale, centrale, subclaviculaire of retroclaviculaire, thoracale en scapulaire
- Knie en elleboog knopen:
o Verbonden met diepe lymfestelsel
o Meestal 90% superficiaal transport
o Dus als deze gebruikt worden is het compensatie omdat andere knopen niet werken
- Zwelling in voeten? Lange route om gedropt te worden in v. subclavia (helemaal nr hals)
o Ergens probleem op route kan dat op heel die baan een probleem geven
(zie oef dia 38 en 40)
Functie:
- Afvoer weefselvocht uit het interstitium (= intercellulaire ruimte)
o Water, koolstofdioxide en afvalstoffen -> opgenomen en afgevoerd dr lymfestelsel
o Mag niet teveel water blijven zitten want meer infecties
- Afweer tegen infecties
o Via lymfeknopen: bevat macrofagen en lymfocyten -> zorgen dat alle lichaamsvreemde stoffen
vernietigd worden
o Slechte werking zorgt vaker vr bacteriële infecties
1.2 Definitie en ontstaansmechanismen oedeem
Oedeem = abnormale ophoping vloeistof in interstitium
Symptoom, geen diagnose -> kijken waarom die oedeem heeft (aandoening = diagnose)
Geen oedeem
Filtratie bloedcapillair = resorptie lymfecapillair
Capillaire filtratie
- Hydrostatische vs oncotische druk
= druk uitgeoefend dr statische vloeistof o/e = colloiddruk
lichaam o/e bepaalde diepte in die vloeistof = druk te wijten aan proteïnen
Stand: Concentratie proteïnen tss interstitium en bloed
- Hoge hydrostat druk thv voeten gelijk houden
- Romp = 0 =/? Water aantrekken om het te herstellen
- BL = -
Rechtop meer vatbaar vr oedeem -> deze druk
uitschakelen om het te vermijden (hoogstand
benen, oefenen in water, compressie kousen,…)
- Bepaald door:
o Lokale capillaire bloeddruk Pc
o Hydrostatische druk in interstitium Pi
o Colloïd-osmotische druk vh plasma πp
o Colloïd-osmotische druk vh interstitium πi
3
1.1 Anatomie en fysiologie bloedvaten -en lymfestelsel
- Gesloten vs open
- Aanvoer: veneus stelsel
- Afvoer: lymfestelsel (groen)
o Thv capilair bed heb je continu verlies van H2O en
afvalproducten -> dus continu vorming oedeem
o Lymfestelsel neemt H2O en afval op en brengt het terug nr
circulatie
- Systeem met hoge vs lage druk
o Hoog: bloed in arteries nr weefsels (pompfunctie)
o Laag: veneus stelsel (geen pulserend systeem id wand) + lymfe
Bloedvatenstelsel
Arteries vs venen
Beide andere structuur
Arteries: hoge druk en dikke spierwand die
samentrekt om bloed nr weefsels te brengen
Veneus stelsel:
- Lage druk
- Groter lumen en dunnere spierwand die vr kleine drukwijzigingen zorgt dr lumen te sluiten/openen
- Bevatten kleppen zodat bloed nt kan terugstromen
- Wel pomp nodig om bloed omhoog te krijgen = kuitspierpomp
- Anatomie:
o 3 soorten
Diepe Tussen de spieren, onder fascia OL: v. femoralis, poplitea, diepe kuitvenen
BL: v. ulnaris, radialis en brachialis
Oppervlakkig In interstitium OL: VSM en VSP (saphena magna en parva)
e BL: v. cephalica en basilica
Perforanten Verbinding tss opp en diepe venen
- Fysiologie:
o Belang kuitspierpomp
1
, Diepe venen leeggeduwd dr opgespannen spier -> bij ontspannen w bloed aangezogen nr
opp venen
Door wandelen of inspanning krijg je veneuze flow nr proximaal
Spataders als klepjes niet mee werken
o Belang ademhaling
Druk in romp veranderen -> invloed op veneuze stroom in armen en benen
Dieper ademen (sporten) belangrijk
In vs uitademen
Druk in thorax daalt => druk in buikholte stijgt Druk in thorax stijgt => druk in buikholte daalt
Uitstroom veneus bloed uit armen ↑ Uitstroom veneus bloed uit armen ↓
Uitstroom veneus bloed uit benen ↓ Uitstroom veneus bloed uit benen ↑
Lymfestelsel
Anatomie:
(zie dia 30-31 figuren!)
Lymfecapillairen -en precollectoren
= netwerk van kleploze initiële lymfevaten dat lymfe collecteerd vanuit interstitium
Filamenten op wand van endotheelcellen -> opent dr eraan te trekken (huid bewegen) en dan k
H2O en afvalproducten opgenomen w
↓
Lymfecollectoren -en angion (= ruimte tss klepjes)
Klepjes + spierweefsel in wand
Bijna autonome contractiliteit vr transport van lymfe
Bij rek of prikkeling samentrekken waardoor lymfe kan verplaatsen van angion nr angion
↓
Lymfeknopen
Zuiveren, filtreren en concentreren lymfe
Door T-lymfocyten -> detecteren bacteriën => immunologische reactie
Liggen op vaste plaatsen: knie, lies en iliacale regio, hals, oksel en elleboog
↓
Opening ductus thoracicus id veneuze junctie
Via efferente vaten gaan lymfe terug nr v. subclavia
= open systeem
- Linker v. subclavia: lymfe van linker lichaam en beide benen
2
, - Rechter v. subclavia: lymfe van rechter enkel, rechter arm en nekregio
- Lymfeknopen
o OL: popliteale, inguinale en iliacale
o BL: cubitale, humerale, centrale, subclaviculaire of retroclaviculaire, thoracale en scapulaire
- Knie en elleboog knopen:
o Verbonden met diepe lymfestelsel
o Meestal 90% superficiaal transport
o Dus als deze gebruikt worden is het compensatie omdat andere knopen niet werken
- Zwelling in voeten? Lange route om gedropt te worden in v. subclavia (helemaal nr hals)
o Ergens probleem op route kan dat op heel die baan een probleem geven
(zie oef dia 38 en 40)
Functie:
- Afvoer weefselvocht uit het interstitium (= intercellulaire ruimte)
o Water, koolstofdioxide en afvalstoffen -> opgenomen en afgevoerd dr lymfestelsel
o Mag niet teveel water blijven zitten want meer infecties
- Afweer tegen infecties
o Via lymfeknopen: bevat macrofagen en lymfocyten -> zorgen dat alle lichaamsvreemde stoffen
vernietigd worden
o Slechte werking zorgt vaker vr bacteriële infecties
1.2 Definitie en ontstaansmechanismen oedeem
Oedeem = abnormale ophoping vloeistof in interstitium
Symptoom, geen diagnose -> kijken waarom die oedeem heeft (aandoening = diagnose)
Geen oedeem
Filtratie bloedcapillair = resorptie lymfecapillair
Capillaire filtratie
- Hydrostatische vs oncotische druk
= druk uitgeoefend dr statische vloeistof o/e = colloiddruk
lichaam o/e bepaalde diepte in die vloeistof = druk te wijten aan proteïnen
Stand: Concentratie proteïnen tss interstitium en bloed
- Hoge hydrostat druk thv voeten gelijk houden
- Romp = 0 =/? Water aantrekken om het te herstellen
- BL = -
Rechtop meer vatbaar vr oedeem -> deze druk
uitschakelen om het te vermijden (hoogstand
benen, oefenen in water, compressie kousen,…)
- Bepaald door:
o Lokale capillaire bloeddruk Pc
o Hydrostatische druk in interstitium Pi
o Colloïd-osmotische druk vh plasma πp
o Colloïd-osmotische druk vh interstitium πi
3