DEEL 2: PSYCHOSOCIAAL WELZIJN
1. INLEIDING
2. OMGAAN MET AGRESSIE
2.1 INLEIDING
Grensoverschrijdend gedrag in de praktijk
In de samenleving – en dus ook in de zorg – krijgen we te maken met grensoverschrijdend
gedrag, geweld en agressie. Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt.
-> geconfronteerd worden met schelden, roepen, slaan, spugen, weigeren of ander heftig
gedrag. Dat kan je soms onberoerd laten, maar ook boos, bang of machteloos maken.
Impact van agressie
Grensoverschrijdend gedrag kan diep raken. Incidenten worden vaak als schokkend of zelfs
traumatisch ervaren.
Agressie:
• schaadt relaties
• ondermijnt zelfvertrouwen
• verstoort groepsdynamiek
• bemoeilijkt samenwerking en samenleven
Dit heeft niet alleen impact op individuen, maar ook op het leef- en werkklimaat binnen een
organisatie.
Een zorgorganisatie (preventieadviseur / werkgever) is verplicht haar werknemers te
beschermen. Ze moet maatregelen nemen om negatieve invloeden op het werkklimaat te
beperken. Daarom is een duidelijk en stevig agressiebeleid wettelijk verplicht.
Reflectie en versterking
Agressie roept vaak vragen op: Waarom stelt iemand dit gedrag? Had ik dit kunnen
voorkomen? -> Niet alle agressie is te vermijden of te stoppen.
Wel is het belangrijk om:
• inzicht te krijgen in je eigen reacties
• jezelf te versterken in moeilijke situaties
• aandacht te hebben voor herstel, bij jezelf en bij anderen
In de cursus wordt de term ‘agressie’ gebruikt als overkoepelende term voor alle vormen van
grensoverschrijdend gedrag.
1
,2.2 WAT IS AGRESSIE?
Wat is agressie?
Agressie lijkt eenvoudig te definiëren, bijvoorbeeld als:
“gedrag waarbij iemand de bedoeling heeft om een ander schade te berokkenen.”
Maar in de praktijk is die definitie te beperkt. In het werkveld ervaren mensen soms gedrag als kwetsend of
grensoverschrijdend, ook wanneer er geen slechte bedoeling was. Die situaties zouden dan buiten de definitie
vallen, terwijl ze wél belangrijk zijn.
Agressie bekeken vanuit het slachtoffer
Agressie is gedrag waarbij een persoon grenzen, regels of waarden overschrijdt of daarmee
dreigt, en zo materiële, lichamelijke en/of psychische schade veroorzaakt aan anderen of
zichzelf. De persoon is zich niet noodzakelijk bewust van de gevolgen en de effecten van zijn
gedrag.
Wanneer die agressie bewust en doelgericht wordt ingezet om iets te bereiken, spreken we
van geweld.
Subjectieve beleving
Wat als schadelijk of grensoverschrijdend wordt ervaren, is subjectief. Dat hangt af van:
• de context
• je normen en waarden
• je persoonlijkheid
• je eerdere ervaringen
• je sekse
• je gevoelens op dat moment
Je referentiekader bepaalt dus hoe je gedrag interpreteert.
Voorbeelden
• Wie gewend is conflicten rustig uit te praten, kan roepen of gooien sneller als gewelddadig ervaren.
• In een boksring is vechten normaal; op straat roept hetzelfde gedrag een heel andere indruk op.
2
,Gevaar voor gewenning
In de zorg kan men lichte vormen van agressie soms als “normaal” of “deel van de job”
beschouwen. Toch kunnen ze een grote impact hebben op het welbevinden. Het is belangrijk
om:
• bewust stil te staan bij je eigen gevoelens
• ook rekening te houden met de beleving van nieuwe collega’s of stagiaires
Praktijkvoorbeeld
Adeline, een jongedame met een ernstige verstandelijke beperking, bijt op haar hand wanneer ze boos is. Door
eeltvorming doet ze zichzelf nauwelijks pijn, en het helpt haar om snel te kalmeren. Het team heeft beslist dit toe
te laten.
Voor een nieuwe opvoeder, Simon, is dit echter schokkend. Hij ervaart het als onverantwoord dat niemand
ingrijpt.
➔ Dit voorbeeld toont hoe verschillend agressie of grensoverschrijdend gedrag kan worden
geïnterpreteerd, afhankelijk van ervaring en referentiekader.
Kernidee
Agressie gaat niet alleen over intentie, maar vooral over de impact en de beleving. Daarom is
het belangrijk om gedrag steeds in context te bekijken én ruimte te laten voor verschillende
ervaringen binnen een team.
2.3 VORMEN VAN AGRESSIE
Agressie kan zich op verschillende manieren uiten: verbaal, fysiek, psychisch/emotioneel en
seksueel. Vaak komen deze vormen samen voor.
Daarnaast onderscheiden we:
✓ Expliciete agressie: zichtbaar en duidelijk (bv. slaan, schoppen, vernielen, zichzelf krassen).
✓ Impliciete agressie: subtieler en minder opvallend (bv. kleineren, roddelen, informatie
achterhouden, iemand bewust uitsluiten).
Ook subtiele vormen verdienen aandacht, omdat ze een grote impact kunnen hebben.
Agressie kan gericht zijn op:
• anderen
• de omgeving of voorwerpen
• zichzelf (automutilatie, eetstoornissen, middelenmisbruik, suïcide)
3
, 2.3.1 PSYCHISCHE OF EMOTIONELE AGRESSIE
Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende vorm. Het gaat om gedrag dat iemand emotioneel
schaadt, zoals pesten of vernederen, iemand schuldgevoelens geven, chanteren of bedreigen,
mensen tegen elkaar uitspelen, roddels verspreiden, iemand uitsluiten
Deze vorm is vaak minder zichtbaar, maar kan langdurige psychische schade veroorzaken.
2.3.2 VERBALE AGRESSIE
Verbale agressie gebeurt mondeling of schriftelijk en ligt dicht bij psychische agressie.
Voorbeelden:
• beledigende sms’jes
• cynische opmerkingen
• schelden
• iemand “beleefd” onderuit halen
• roddelen of kwaadspreken
Ook subtiele woorden kunnen grenzen overschrijden.
2.3.3 FYSIEKE AGRESSIE
Hier gaat het om lichamelijk geweld, zoals:
slaan, schoppen, duwen // wurgen of verdrinken // met een wapen aanvallen
Fysieke agressie kan door bekende personen worden gepleegd (familie, vrienden,
begeleiders…). Ook automutilatie valt hieronder.
2.3.4 AUTOMUTILATIE
Automutilatie betekent letterlijk: “zichzelf schade berokkenen.”
Bij controleverlies hun woede of spanning naar zichzelf richten om innerlijke pijn te
kanaliseren. Dit kan voorkomen bij alle leeftijden en doelgroepen, vaak bij mensen met
psychische problemen of een verstandelijke beperking.
Voorbeelden van fysieke automutilatie: zichzelf uithongeren of overeten, hoofd tegen de muur
bonken , zichzelf bijten of branden, overdreven sporten, zichzelf vergiftigen, zichzelf
verstikken
Wanneer men één vorm verhindert, kan iemand een andere manier zoeken om zichzelf pijn te
doen. Daarom is preventief werken en de oorzaak achterhalen cruciaal.
Automutilatie kan ook psychisch zijn (zelf-sabotage):
• bewust ruzie zoeken
• fouten maken om negatieve reacties uit te lokken
• zichzelf in een neerwaartse spiraal bevestigen
IMPACT op omgeving, begeleiders (psychisch)
4