LES 1 – PSYCHOLOGIE IS EEN PALET VOL THEORIEËN
WAT IS PSYCHOLOGIE?
• Het studieonderwerp of studieobject van de psychologie
- Onenigheid over een concrete definitie van psychologie
- We zien rivaliserende beschrijvingen en verklaringen over eenzelfde onderwerp
- Er is geen eenduidigheid over het studieobject/studieontwerp
Extern: tussen de psychologie en andere (mens)wetenschappen
Kent veel raakvlakken met andere mens- en sociale wetenschappen
Intern: verschillende theoretische stromingen + samenhangende methodes
Er ontstaan veel meningsverschillen tussen psychologen
+ voorbeeld: verschillende wetenschappelijke vragen over ADHD
• Poging tot definiëring
- Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mens wordt bestudeerd als de
gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de
omstandigheden waarin dat plaatsvindt
• Typeren van een wetenschap aan de hand van 3 factoren
- Het object: de soorten vragen en problemen
- De methoden en theorieën: dynamisch spel tussen beiden met als gevolg dat de grenzen
tussen wetenschappen niet vastliggen
- Het maatschappelijk draagvlak: weerklank in de maatschappij die niet per definitie vast ligt –
de westerse wereld is een gepsychologiseerde wereld
THEORIEËN
• Wat zijn theorieën?
- Theorieën zijn referentiekaders die interpretaties bieden waarmee verschijnselen bekeken en
verhelderd worden
- We zien een grote verscheidenheid onderverdeeld in specifieke onderwerpen
- Verschillende theorieën: eenzelfde verschijnsel kan dus verschillend beschreven en
verklaard worden
• Functies van theorieën
- Systematiseren of ordenen: wetenschappelijke kennisverwerving moet duidelijk,
controleerbaar, herhaalbaar en repliceerbaar zijn (wetenschappelijke waarneming is
theoriegeladen)
- Verklaren en voorspellen van gedrag
- Heuristische functie: een theorie is nooit af, maar levert steeds meer nieuwe ideeën op
KENMERKEN VAN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
• 2 belangrijke kenmerken binnen de psychologische stromingen
- Een stroming heeft een geschiedenis
- Een stroming heeft een mensbeeld
1
,• Geschiedenis van theoretische stromingen
- Kent altijd een historische ontwikkeling
- Er is altijd een invloed van cultuur en tijdstip van ontstaan aanwezig (cultuurhistorisch
bepaald)
- Stromingen reageren op elkaar
- Slingerbeweging: er is sprake van wisselende modes
- Stromingen maken gebruik van elkaars inzichten
• Evidence based
- Nadruk op effectiviteit van een methode/behandeling
- Theorie en daarop gebaseerde behandeling moet bewijzen dat ze een juist inzicht bieden en
dus effectief werken
- Afkomstig uit de medische wetenschap
- Wetenschappelijk bewijs uit een systematisch kwantitatief en kwalitatief onderzoek
• Mensbeeld
- Hoe de mens wordt opgevat
- Wordt beïnvloedt door historische, religieuze en culturele invloeden
- Er volgen consequenties voor opvattingen over gezondheid en ziekte
- 2 aspecten van een mensbeeld
Beschrijving van kenmerkende eigenschappen of essentiële kenmerken
Verwijzing naar hoe mensen behoren te zijn/hoe ze zich moeten gedragen
- Mensbeelden in 3 niveaus: hoe hoger het niveau, hoe complexer in gedrag
Mechanistisch niveau
Organistisch niveau
Persoonlijk niveau
• Mechanistisch mensbeeld
- De mens als machine/mechanieken
- Mens is een ingewikkeld dier – iedere mens en ieder menselijk deeltje is afzonderlijk te
bestuderen
- Invloed van omgeving is niet essentieel
- Het geheel is gelijk aan de som der delen
- Een statisch, lineair causaal verklaringsmodel
• Organistisch mensbeeld
- De mens als levend organisme (vergelijking met dieren kan zinvol zijn)
- Mensen groeien en bloeien
- Een organisme kan niet los van zijn omgeving bestudeerd worden
- Het geheel is meer dan de som der delen
- Een dynamisch, circulair verklaringsmodel
• Personalistisch mensbeeld
- De mens als een organiserend en scheppend wezen
- Principieel onderscheid tussen mensen en overige organismen
- Mens is een cultuur-wezen, een talig-wezen en een spreek-wezen
- Menselijk handelen is doelgericht – mensen geven zin aan hun leven
2
, - Gedrag heeft een betekenis en verschuift naargelang de context (context genereert de
betekenis)
- Een mens is één geheel
- Kennis uit dierenexperimenten zegt ons niets over het menselijk gedrag
• Hoe gebruiken we mensbeelden en theorieën?
- Men vertrekt vanuit de juiste theoriebril (“met een bril zie je beter”)
- Een theorie is als een zoeklicht: sommige aspecten worden belicht en andere onderbelicht
LES 2 – PSYCHOLOGIE IS EEN PALET VOL THEORIEËN (DEEL 2)
ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE (AST)
• Wat is de algemene systeemtheorie?
- Biedt een overkoepelend kader voor alle verschillende wetenschappen en theorieën
- Een metatheorie: een theorie over theorieën
- Hiërarchie van systeemniveaus: hoe hoger het niveau, hoe complexer het systeem
• 5 uitgangspunten
- Werkelijkheid is op te delen in verschillende hiërarchische niveaus
- Elk niveau functioneert als een open systeem
- Toenemende complexiteit bij een stijgende hiërarchie
- Geen enkel niveau is te herleiden naar een ander niveau, maar wordt wel door dat niveau
beïnvloedt
- Een persoon is het hoogste niveau van de biologische hiërarchie en het laagste van de
sociale hiërarchie
• Gekenmerkt door dynamisch denken
- Kenmerken van een ding vergelijken met de kenmerken van een open systeem
• Werken met de algemene systeemtheorie
- Wordt vereenvoudigd weergegeven in het biopsychosociaal model
- Gaat opzoek naar sociale, psychische en biologische invloeden op het gedrag
- 3 niveaus hebben invloed op ons gedrag, meestal niet evenredig
- Voorbeeld van een verkeerde toepassing binnen bepaalde vormen van holistisch denken
BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL
• Schematische voorstelling
BPS - model
3
, • Wat is het BPS-model?
- Grondlegger: George Engel
- Gebaseerd op de systeemtheorie van Ludwig von Bertalanffy
- Model werd ontwikkeld als…
Middel voor een betere zorg aan patiënten binnen de context van psychiatrie
Reactie op het medisch biologisch model (reductionistisch denken)
- Geen wetenschappelijk model – wel een benaderingswijze
- Binnen de context van klinische behandeling
Biologische, psychologische en sociale factoren tonen een dynamisch verband
Interacties beïnvloeden het proces en de uitkomst van een behandeling
• Uitgangspunten
- Complexe eenheden zijn gesupponeerd op minder complexe
- Elk niveau representeert een georganiseerd dynamisch geheel of systeem
- Ieder systeem heeft eigen beschrijvende relaties en eigenschappen die typerend zijn voor het
niveau van organisatie
- Ieder niveau beïnvloedt door de andere verbonden systemen
- Door de unieke eigenschappen van elk systeem kan elk niveau tot op zekere hoogte
beschreven worden in termen van het eronder liggende niveau
Ieder hoger gelegen niveau is ten dele een emergente eigenschap van onderliggende
systemen
Emergente eigenschap: nieuwe eigenschap die optreedt of wordt waargenomen
wanneer men van niveau verandert/die op elk hoger niveau verschijnt
Kan niet verklaard worden uit samenstellende componenten
Mentale eigenschappen zijn geconceptualiseerd/gedefinieerd als emergente
eigenschappen
• Zenuwstelsel als afzonderlijk niveau?
- Behoort tot het orgaansysteem
- Er bestaan geen enkel orgaan in het lichaam waarvan zo duidelijk is dat zijn
microarchitectuur tot stand komt in dialoog met de omgeving
• Aanvulling
- Een nieuw niveau ontstaat tussen twee bestaande niveaus
- Psychologische niveau ontstaat tussen het biologische en sociale niveau
MEDISCHE VERSUS KLINISCHE PSYCHODIAGNOSTIEK
• Wat zijn de verschillen tussen de medische en klinische psychodiagnostiek?
MEDISCHE PSYCHODIAGNOSTIEK KLINISCHE PSYCHODIAGNOSTIEK
Objectief veralgemeenbaar syndroom Geen objectief veralgemeenbaar
– beweging gaat van particulier naar syndroom – beweging gaat van
algemeen algemeen naar particulier
Beperkt tot het individu Beperkt zich niet tot het individu –
gedrag begrepen worden vanuit een
context
Vastliggende betekenis Steeds verschuivende betekenissen
4