Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
Histologie/ weefselleer
- Morfologie/ vorm
- Celstructuren/ cytologie (10µm → EM beeld) < cellen die samenwerken =
weefsels < weefsels die samenwerken < orgaan < stelsel < organisme
Cellen met gelijke functies/ vorm = weefsels
- Cellen
- Extracellulaire matrix
- Dominante component cellen/ ECM hangt af per weefseltype
- Weefseltypes
o Eiptheel
o Bind en steunweefsel
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
Verschillende kleuringen:
- HE kleuring: hetmatoxyline-eosine kleuring
o Hematoxyline: basische kleurstof die bindt aan zure structuren/ negatief
geladen delen → kleuren blauwe/ paars
o Eosine: zure kleurstof die bindt aan base structuren/ positief geladen
delen → kleuren roze/ rood
- PAS kleuring: kleurt glycol groepen aan
- Orseïne kleuring: kleurt elastine-vezels aan
- Zilver kleuring: kleurt reticuline
- Nissl stof kleuring: kleurt cellen in het zenuwstelsel, kleurt de RER in het neuron
Hoofdstuk 1 epitheel
Kenmerken epitheel:
- Aaneengesloten cellen
- Weinig ECM
- Onderaan basale membraan
- Bedekkend epitheel tussen vb. voedsel, lucht en onderliggende structuren.
Bedekt uitwendige en inwendige lichaamsholten
- Klierepitheel → epitheel dat de functie van klieren krijgt
- Myo-epitheel → epitheel dat functie van spiercelen krijgt
- Neuro- epitheel → epitheel dat de functie van neuronen krijgt en kan prikkels
waarnemen
- Endotheel = epitheel van de bloedvatwand, zodat bloed het bloedvat niet verlaat.
- Gepolariseerd met apicale en basale zijde
,Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
Figuur1
Beschrijving van een epitheel:
- Aantal lagen
- Vorm
- Oppervlakte specialisatie
o Microvilli: oppervlakte vergroting vr uitwisseling
o Trilharen: transport
Types epitheel:
- 1-lagig vb. dun bloedvat → uitwisseling voedingstoffen
- Pseudo-meerlagig
- Meerlagig vb. stevig slokdarm
1. Éénlagig epitheel
1-lagig plaveiseleptiheel
- Platte cellen, enkel platte kern en weinig cytoplasma
- Voorkomen: bloedvaten, buikvlies, longblaasjes, nierbuisjes, cornea… vr
uitwisseling
- Endotheel: bloedvaten, moet dun zijn vr diffusie
- Mesotheel: buikvlies, longvlies, hartvlies. Vocht secreteren vr beweging tssn 2
vliezen
- Functie: diffusie, resorptie, secretie
Figuur 2, 3, 4
1-lagig kubisch eptiheel:
- Vierkantje met ronde kern
- Kliertjes, nierbuisjes (microvilli, oppervlakte vergroting vr uitwisseling), retina →
resorptie, secretie, licht regulatie in retina
Figuur 5
1-lagig cylindrisch epitheel
- Boven kern veel meer cytoplasma, nr apciale zijde toe + langwerpige kern
- Afvoergang klieren, eileider (trilharen, eicel transporteren )
- Functie: resorptie, voortbeweging, secretie
Figuur 6
Toepassingen in lichaam
,Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
- Nierbuisjes → figuur 7
- Klierbuisjes in ooglid → figuur 8
- Dundarm → figuur 9
2. Pseudo-meerlagig epitheel
- Lijken meerdere lagen, maar eigenlijk één laag. Wel meerdere rijen.
Sommige cylindrische cellen gaan van basale membraan tot aan
apicale zijde, andere niet
- Vorm van epitheel bepaald dr cel aan apicale zijde = cilindrisch + veel
cytoplasma aan apicale zijde
- Langwerpige kernen op verschillende niveaus
Toepassingen in lichaam:
- Figuur 10 en 11 → trachea
- Figuur 12 = bronchi
- Figuur 13 = buisje in bijbal
3. Meerlagig epitheel
- Onderste lag cellen aan basale membraan
- Meerlagig niet-verhoornd plaveisel vb. in mondslijmvlies, slokdarm, anus,…
Functie: bedekken en beschermen, dik epitheel dus niet voor transport
o Stratum basale = 1ste laag van delende cellen
o Stratum spinosum = meer lagig
o Stratum pavimentosum, cellen worden dunner en gaan over in plaveisel
Figuur 14
- Meerlagig verhoornd plaveisel vb. in huid, tandvlees. Beschermt tegen uitdroging
+ water resistent + bescherming tegen infecties/ pathogenen
Niet in mond, want daar moet uitwisseling plaats vinden + speeksel tegen
uitdroging en infecties.
Functie: bedekken en beschermen
o Stratum basale
, Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
o Stratum spinosum
o Stratumm granulosum, bevatten granulen die zorgen vr aanmaak
hoornstof
o Stratum corneum vb. keratinocyten cel
+ figuur 15
Huid/ epidermis (met daaronder, het dermis/ bindweefsel)
- Dunne huid
- Dikke huid: hoornlaag is dikker, handpalmen en voetzolen
Figuur 16 (dun) en figuur 17 (dik)
Figuur 18 (ooglid)
Korrel-laag
Stekel-laag
Histologie/ weefselleer
- Morfologie/ vorm
- Celstructuren/ cytologie (10µm → EM beeld) < cellen die samenwerken =
weefsels < weefsels die samenwerken < orgaan < stelsel < organisme
Cellen met gelijke functies/ vorm = weefsels
- Cellen
- Extracellulaire matrix
- Dominante component cellen/ ECM hangt af per weefseltype
- Weefseltypes
o Eiptheel
o Bind en steunweefsel
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
Verschillende kleuringen:
- HE kleuring: hetmatoxyline-eosine kleuring
o Hematoxyline: basische kleurstof die bindt aan zure structuren/ negatief
geladen delen → kleuren blauwe/ paars
o Eosine: zure kleurstof die bindt aan base structuren/ positief geladen
delen → kleuren roze/ rood
- PAS kleuring: kleurt glycol groepen aan
- Orseïne kleuring: kleurt elastine-vezels aan
- Zilver kleuring: kleurt reticuline
- Nissl stof kleuring: kleurt cellen in het zenuwstelsel, kleurt de RER in het neuron
Hoofdstuk 1 epitheel
Kenmerken epitheel:
- Aaneengesloten cellen
- Weinig ECM
- Onderaan basale membraan
- Bedekkend epitheel tussen vb. voedsel, lucht en onderliggende structuren.
Bedekt uitwendige en inwendige lichaamsholten
- Klierepitheel → epitheel dat de functie van klieren krijgt
- Myo-epitheel → epitheel dat functie van spiercelen krijgt
- Neuro- epitheel → epitheel dat de functie van neuronen krijgt en kan prikkels
waarnemen
- Endotheel = epitheel van de bloedvatwand, zodat bloed het bloedvat niet verlaat.
- Gepolariseerd met apicale en basale zijde
,Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
Figuur1
Beschrijving van een epitheel:
- Aantal lagen
- Vorm
- Oppervlakte specialisatie
o Microvilli: oppervlakte vergroting vr uitwisseling
o Trilharen: transport
Types epitheel:
- 1-lagig vb. dun bloedvat → uitwisseling voedingstoffen
- Pseudo-meerlagig
- Meerlagig vb. stevig slokdarm
1. Éénlagig epitheel
1-lagig plaveiseleptiheel
- Platte cellen, enkel platte kern en weinig cytoplasma
- Voorkomen: bloedvaten, buikvlies, longblaasjes, nierbuisjes, cornea… vr
uitwisseling
- Endotheel: bloedvaten, moet dun zijn vr diffusie
- Mesotheel: buikvlies, longvlies, hartvlies. Vocht secreteren vr beweging tssn 2
vliezen
- Functie: diffusie, resorptie, secretie
Figuur 2, 3, 4
1-lagig kubisch eptiheel:
- Vierkantje met ronde kern
- Kliertjes, nierbuisjes (microvilli, oppervlakte vergroting vr uitwisseling), retina →
resorptie, secretie, licht regulatie in retina
Figuur 5
1-lagig cylindrisch epitheel
- Boven kern veel meer cytoplasma, nr apciale zijde toe + langwerpige kern
- Afvoergang klieren, eileider (trilharen, eicel transporteren )
- Functie: resorptie, voortbeweging, secretie
Figuur 6
Toepassingen in lichaam
,Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
- Nierbuisjes → figuur 7
- Klierbuisjes in ooglid → figuur 8
- Dundarm → figuur 9
2. Pseudo-meerlagig epitheel
- Lijken meerdere lagen, maar eigenlijk één laag. Wel meerdere rijen.
Sommige cylindrische cellen gaan van basale membraan tot aan
apicale zijde, andere niet
- Vorm van epitheel bepaald dr cel aan apicale zijde = cilindrisch + veel
cytoplasma aan apicale zijde
- Langwerpige kernen op verschillende niveaus
Toepassingen in lichaam:
- Figuur 10 en 11 → trachea
- Figuur 12 = bronchi
- Figuur 13 = buisje in bijbal
3. Meerlagig epitheel
- Onderste lag cellen aan basale membraan
- Meerlagig niet-verhoornd plaveisel vb. in mondslijmvlies, slokdarm, anus,…
Functie: bedekken en beschermen, dik epitheel dus niet voor transport
o Stratum basale = 1ste laag van delende cellen
o Stratum spinosum = meer lagig
o Stratum pavimentosum, cellen worden dunner en gaan over in plaveisel
Figuur 14
- Meerlagig verhoornd plaveisel vb. in huid, tandvlees. Beschermt tegen uitdroging
+ water resistent + bescherming tegen infecties/ pathogenen
Niet in mond, want daar moet uitwisseling plaats vinden + speeksel tegen
uitdroging en infecties.
Functie: bedekken en beschermen
o Stratum basale
, Histologie – 1ste bachelor tandheelkunde – 1ste semester
o Stratum spinosum
o Stratumm granulosum, bevatten granulen die zorgen vr aanmaak
hoornstof
o Stratum corneum vb. keratinocyten cel
+ figuur 15
Huid/ epidermis (met daaronder, het dermis/ bindweefsel)
- Dunne huid
- Dikke huid: hoornlaag is dikker, handpalmen en voetzolen
Figuur 16 (dun) en figuur 17 (dik)
Figuur 18 (ooglid)
Korrel-laag
Stekel-laag