Inhoudsopgave
Persoonsgerichte methoden (Lore Mergaerts)........................................................................................................2
Webinar Les 26/03.............................................................................................................................................23
Organisatiegerichte methoden van de criminologische interventie (Maesschalck)..............................................67
Gastcollege Pascale Franck: Aanpak van intrafamiliaal geweld en gendergerelateerd geweld....................82
2.1 Organisatiestrategie.................................................................................................................................89
2.2 Beleid.......................................................................................................................................................95
6. Leiderschap..............................................................................................................................................123
Gastcollege Anke Stakenborg: Strategie en beleid binnen de geïntegreerde politie...........................................129
1. De Belgische Politie: een politiemodel gestructureerd op twee niveaus....................................................129
2. De Belgische context: overheden op verschillende niveaus........................................................................131
3 Strategie en Beleid: de theorie.....................................................................................................................131
5. Blik op de toekomst.....................................................................................................................................136
1
,Persoonsgerichte methoden (Lore
Mergaerts)
Examen
11 juni 2026
Open vragen + meerkeuzevragen met bestraffing voor fouten (-1/3)
Kennisvragen, evaluatie-aspect = methoden evalueren, casus en dan kiezen welke interventie wordt toegepast
en wat de kenmerken zijn of probeer zelf een voorbeeld te geven
Interventies die we gaan doen in de criminologische sfeer, we gaan ons richten op de persoon dus het is vrij
individueel gericht, methoden betekent hoe je het aanpakt
1) Diagnostische activiteiten 2) Veranderingsgerichte activiteiten
1. Werken op de grens tussen justitie en
hulpverlening
MICHAUX E., JASPAERT E. en VERVAEKE G., ‘De relatie tussen justitie en hulpverlening: een aparte
combinatie?’ in MICHAUX E., JASPAERT E. en VERVAEKE G. (eds.) Handboek politiediensten, Kluwer, 2011,
3-38.
1.1. De relatie tussen justitie en hulpverlening: forensisch welzijnswerk
- Relatie tussen welzijnswerk en strafrecht niet evident: andere manier van werken
- Regelgeving en samenwerkingsinitiatieven: vb. uitzonderingen op beroepsgeheim en afspraken maken
- Problemen met implementatie hulp- en dienstverlening: te lange tijd tussen feit en hulp
- Van controle naar recht op hulp: we verwachten steeds meer van hulpverlening
1.2. Het spanningsveld tussen justitie en hulpverlening
6 moeilijkheden
1.2.1. Doelstellingen van justitie en hulpverlening
Doelstellingen overlappen grotendeels (welzijn), maar de operationalisering is anders
Doelstellingen zijn anders vanuit
het perspectief van justitie en Justitie Hulpverlening
hulpverlening
Welzijn van mensen verhogen Welzijn van mensen verhogen
Justitie
Sociale vrede, rust en Veilige en geordende samenleving Ontwikkeling en persoonlijk welzijn cliënt
veiligheid handhaven =
doel Collectieve belang Individuele belang
Hulpmiddelen:
Controlerend, normerend & bestraffend Sociale integratie
politie,
straftoemeting
en strafuitvoering
2
, Hulpverlening
Welzijn mensen verhogen
Hulpverlening ten dienste van cliënt
Initiatieven op raakvlak tussen justitie en hulpverlening vb. rehabilitatieprogramma
1.2.2. Het sturend mensbeeld
Samenwerking vereist gedeelde mensvisie
Andere opvattingen vanuit justitie en hulpverlening wat de samenwerking wederom bemoeilijkt
Justitie
Vrije wil
Intentie
Hulpverlening
Evolutie vrije wil en intentie binnen de psychologie
Psychoanalyse (eind 19e eeuw): Geen vrije wil en intentioneel handelen, mens wordt gestuurd door
onderbewuste processen
Leerpsychologie (begin 20e eeuw): Alles wat je goed kan zien/in kaart kan brengen. Vrije wil/intentie
kan je niet meten: dus werd geen rekening mee gehouden
Humanistische psychologie (midden 20e eeuw): Vrije wil en intentie, waarbij het sleutelconcept
‘motivatie’ is Motivatie = zelfontwikkeling (zorgen dat je jezelf maximaal kunt ontplooien)
Justitie is daar een obstakel voor: want perkt zelfontwikkeling van de mens in
Cognitieve psychologie: Belangrijkste stroming wanneer het gaat over behandeling. Mensen zijn in
wezen rationeel handelende wezens, maar af en toe gebeuren er fouten
Op die manier kunnen justitie en hulpverlening elkaar vinden, want soortgelijk mensbeeld
1.2.3. Waardengebonden versus waardenvrij
Justitie Hulpverlening
Prescriptief Descriptief
Normerend Beschrijvend
Waardendebat neemt centrale Lange tijd geen onderzoek naar
plaats in invloed waarden
Justitie = waardengebonden hulpverlening = waardenvrij (niet oordelen), maar niet volledig
Justitie schrijft voor hoe we ons moeten gedragen = prescriptief
1.2.4. Wiens waarheid?
3
, Justitie Hulpverlening
Gericht op waarheidsvinding Gericht op inzicht in
ervaringen
Verzameling en bescherming van Cliënt op zijn woord
feitenmateriaal geloven
Zorg betrokkene is secundair Objectieve waarheid is
secundair
Justitie wilt de waarheid weten en gaat daar ook alles aan doen om dat te vinden, wat dat het feit met de
betrokkene doet is bijzaak
Hulpverlening: de beleving van de betrokkene staat centraal, niet per se de harde waarheid
- Spanningsveld
o Contaminatie van informatie: info kan vervormd zijn of het slachtoffer kan het vergeten zijn
o Toelaatbare fouten: vals-positief vs. vals-negatief. We willen zo weinig mogelijke fouten. De
vals-negatieve zijn de ergste fouten.
Vals positieve fouten moeten vermeden worden: bij justitie (iemand onschuldig die gestraft wordt)
1.2.5. Vrijwillig versus verplicht
In het kader van justitie kan je bijna nooit van vrijwilligheid spreken
Justitie Hulpverlening
Afdwingbare maatregelen + controle Vrijwilligheid
Externe dwang Interne motivatie + externe
druk
Aard, duur en intensiteit worden Controle over eigen
bepaald interventie
1.2.6. Beroepsgeheim en ambtsgeheim
Beroepsgeheim
Privaat & algemeen belang
Zwijgplicht geldt niet absoluut (recht + plicht)
Ambtsgeheim (discretieplicht): alles blijft binnen de organisatie waar je werkt (meestal)
In functie van dienst of ambt
Enkel tegenover derden die vreemd zijn aan het ambt
Geen zwijgrecht t.a.v. justitie
Verwarring: vaak niet duidelijk wat je wel of niet en met wie mag delen
Dubbele rol: hulpverlenende rol + controle/toezicht
Samenwerking justitie & hulpverlening in concrete casus
Vaak is het in praktijk niet duidelijk of je beroepsgeheim/discretieplicht hebt of niet
4