Websites en blogs
o https://www.belgischegrondwet.be/
o https://www.youtube.com/@degrondwetvooriedereen/videos
o https://www.leuvenpubliclaw.com/
o https://strasbourgobservers.com/
Praktische informatie
o Aanwezigheid niet verplicht, ALLES staat in het boek (Geen opnames)
o Te kennen leerstof: blz. 3-106 en blz. 295-454 (paarse kaders enkel indien toegelicht)
o Inhoud arresten kennen (niet van buiten leren)
o Examen: schriftelijk, combinatie van open vragen, casussen (over grondrechten bij
Sottiaux), stellingen, meerkeuzevragen, Verhouding 50-50
De Grondwet
§1 Betekenis en functies van de Grondwet
“ We houden deze waarheden voor vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat zij door hun
schepper zijn begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder leven, vrijheid en het nastreven van
geluk. Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun rechtmatige
bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden; (…) een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag
vestigend op beginselen en haar bevoegdheid organiserend in een vorm die hun het meest geschikt lijken om hun
veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen.” -Jefferson (Onafhankelijkheidsverklaring van de VS, 1776)
“Elke samenleving waarin de rechten niet gewaarborgd zijn en de scheiding der machten niet vastgelegd is, heeft
geen grondwet.”- Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789)
Eerste functie: democratische organisatie van de overheidsmacht
Feitelijke macht wordt rechtsmacht/ juridisch gelegitimeerde macht/ bevoegdheid
Politieke gemeenschap ‘constitueert’ zich tot rechtsgemeenschap
Fundamentele regels voor de organisatie, bevoegdheidsverdeling en werking van de
staatsmachten
Primaire rechtsbron rechtssysteem= hoogste rechtsregel, geldigheidsvoorwaarden voor al het
andere recht
Volkssoevereiniteit / consent (instemming organisatie van staat obv democratische principes)
Positieve functie: grondwet brengt (constitueert) de overheid tot stand
MAAR grondwet >< democratische staat (bv. Iran, Nazi-DL, Sovjet-Unie= façadegrondwet)
Tweede functie: beperking van de overheidsmacht
Negatieve functie: bescherming van de vrijheid van de burger door machtsmisbruik van de
overheid te beperken adhv 2 technieken
Horizontale machtenscheiding: toebedeling van bevoegdheden vd overheid binnen één
overheidsverband aan verschillende ambten en/of organen
o Trias Politica: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke functie
o “C’est une expérience éternelle que tout homme qui a du pouvoir est porté à en abuser (…). Pour
qu’on ne puisse pas abuser du pouvoir, if faut que, par la disposition des choses, le pouvoir
arrête le pouvoir.” - Montesquie = wie macht heeft is geneigt deze te misbruiken
Concentreren van de 3 taken bij 1 persoon= tirannie
o “And because it may be too great temptation to human frailty, apt to grasp at power, for the
same persons who have the power of making laws to have also in their hands the power to
, execute them, whereby they may exempt themselves from obedience to the laws they make, and
suit the law, in the making and executing, to their own private advantage (…).” - Locke
o Absolute machtenscheiding (onafhankelijkheid) >< Machtsevenwicht /Checks and
balances (samenwerking en controle tussen machten)
België: machtsevenwicht (bv. aan de WM participeert UM: initiatief kan uitgaan
van regering EN kamer, bekrachtiging + afkondiging door Koning)
VS (James Madison) : parlement onafhankelijk= wel absolute machtenscheiding
MAAR andere manieren van checks and balances (bv. impeachment procedure,
koning heeft veto over wetsvoorstel)
“[Montesquieu] did not mean that these departments ought to have no partial
agency in, or no control over, the acts of each other. His meaning, as his own words
import, and still more conclusively as illustrated by the example in his eye, can amount
to no more than this, that where the whole power of one department is exercised by
the same hands which possess the whole power of another department, the
fundamental principles of a free constitution are subverted.” - Madison, Federalist
Papers (verdediging Gw.)
Eerste Franse Grondwet: absolute machtenscheiding
Niet aanvaard dat rechter bestuur/wetgever mag controleren enige
controle: administratieve rechters controleren binnen bestuur
(administration-juge) >< art. 159 Gw.
Engeland: sterke onafhankelijke RM (common-law: bescherming private vrijheid
door beslechting sociale conflicten)
VS: RM als ‘minst gevaarlijke’, moet WM controleren (Hamilton, p.11)
o Arbeidsverdeling / functionele specialisatie : taken beschermen van politieke
interventie door ze toe te bedelen aan onafhankelijke experts (bv. rechters)
o Onafhankelijkheid (van rechters)
Verticale machtenscheiding : verdeling van bevoegdheden over verschillende territoriaal
omschreven overheidsverbanden binnen een gelaagde rechtsorde
o Gelaagde rechtsorde – constitutioneel pluralisme (internationale, nationale, federale,
gewestelijke, … niveau)
1+Gw.: bv. DL heeft Gw. vd staten, federale Gw. en Europese constitutionele verdragen
o 2 technieken om bevoegdheden te verdelen
Decentralisatie: taken delegeren aan ondergeschikte (lokale) besturen
onderworpen aan toezicht van de centrale overheid
Federalisme: taken toebedelen aan autonome ordes die niet onderworpen zijn
aan toezicht van de centrale overheid (bv. deelstaten)
Subsidiariteitsbeginsel : als iets op lager niveau kan worden besloten, gaat het
niet naar hoger niveau; hoe lager niveau, hoe meer inspraak van het volk
Het verankeren van fundamentele rechten en vrijheden
o “Natuurlijke, onvervreemdbare en heilige rechten van de mens” - Déclaration des droits de
l’homme et du citoyen en “Alle mensen als gelijk worden geschapen en zij door hun schepper
met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, nl. leven, vrijheid en nastreven van geluk.” –
Onafhankelijkheidsverklaring Het is taak vd OH om deze rechten te beschermen (Locke)
o Locke, Two Treatises of Government (1689)
o Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
o Verankering
Magna carta(1215)- habeas corpus príncipe (recht op vrijheid, art. 5 EVRM)
Blijde Inkomst Brabant (1356)- vrije meningsuiting van parlementsleden en geen
belastingen zonder instemming van steden en gewesten
, Bill of Rights (1689)- folterverbod (art. 3 EVRM)
Déclaration des droits de l’Homme et du citoyen (1789)
Belgische Grondwet (1831)
UVRM (1948) en EVRM (1950)
Overige functies
Natie- en staatsvorming ; pleiten voor nieuwe organen, grondwetten, etc. (bv. Europese Gw.)
macht werd tijdens godsdienstoorlogen in Europa steeds meer geconcentreerd bij vorst/
centraal bestuur=> grondwet nodig voor inperking macht
Nu: grondwet afkondigen bij opkomst van een onafhankelijke staat
Ook: teken van verstatelijking en nauwere integratie bij nieuwe pol. verband (bv. EU)
Programmatorische functie: bevat doelstellingen die de staat moet nastreven
Grondwet= maatschappelijk contract
burgers staan natuurlijke vrijheid af waardoor de overheid het geweldmonopolie krijgt MAAR moet adhv
het recht orde, vrede, veiligheid en de vrijheid van de burgers waarborgen
Einde natuurstaat (oorlog tegen allen) door vrijheid af te staan en grondwet te maken
Hobbes: staatsgezag is onbeperkt soeverein
Locke: overheidsmacht moet begrensd zijn; regering is er bij gratie vd instemming vd
vrije en gelijke individuen en moet natuurrechten handhaven
Vervult de overheid haar plichten niet? Burgers mogen het contract verbreken
§2 De Grondwet in materiële en formele zin
Grondwet in materiële zin= geheel van de fundamentele regels over de organisatie van de werking en de
beperking van de macht van de overheidsorganen
Grondwet in formele zin= geheel van regels in een tekst die met een bijzonder gezag is bekleed en
waarvan de geldigheid onderworpen is aan striktere regels dan van de gewone regels
§3 Enkele belangrijke classifi caties
De grondwet en de democratievorm
Directe democratie= burger maakt zelf de wetten of participeert rechtstreeks aan de politieke
besluitvorming (bv. volksvergaderingen-Oude Griekenland; town meetings-VS)
Representatieve/indirecte democratie= burgers kiezen volksvertegenwoordigers die hen
representeren en de politieke beslissingen nemen
o Als lasthebber die de voorkeuren van zijn kiezers verwoordt of als iemand die op
autonome wijze de belangen van zijn kiezers behartigt
o Voordelen
Onmogelijk om alle burgers samen te brengen
Zorgt voor professionalisering van de politiek
Burgers moeten zich niet dagelijks met bestuur bezig houden
o Nadelen
Bestuur is in de handen van een beperkte groep politici en verkiezingen worden
herleid tot een selectie van de leiders
Betrokkenheid van de burger bij besluitvorming is beperkt
, Participatieve democratie = representatieve democratie met elementen van directe democratie
o Om burgers direct bij het beleid te betrekken en nadelen van indirecte democratie te
beperken (bv. referendum, petitierecht)
Deliberatieve democratie= democratische legitimiteit vloeit niet voort uit stemmen maar uit
uitwisseling van argumenten tussen geïnformeerde burgers die vrij kunnen oordelen (bv. burgertop
laten beraadslagen over een bepaald thema politici gaan dan aan de slag met de conclusie van
de burgertop)
Meerderheidsdemocratie= aan de stem van elke burger komt een gelijk gewicht toe en elke kiezer
krijgt dezelfde kansen om pol. beslissingen te beïnvloeden (bescherming gelijkheid en vrijheid)
Pacifi catie- of consensusdemocratie= mechanismen (bv. vetorecht, 2/3e meerderheid,
alarmbelprocedure) om de minderheid te beschermen tegen de meerderheid
De grondwet en de regeringsvorm (horizontale machtenscheiding)
Binnen de Representatieve democratie maakt men een onderscheid tussen:
Parlementair systeem= functionele samenwerking en politieke samenhang tussen parlement en
regering; regering is politiek verantwoording verschuldigd aan de meerderheid in het parlement of
bestaat uit leden van het parlement
o Staatshoofd: onschendbaar en politiek onverantwoordelijk (art. 88, 101, 106 Gw.)
o Wederzijdse afhankelijke relatie tussen UM en WM (bv. regering kan parlement
ontbinden regering wordt gevormd door parlement)
o Parlement en regering worden gedomineerd door zelfde politieke meerderheid
zwaartepunt bij UM
Presidentieel systeem= president wordt afzonderlijk verkozen, maakt geen deel uit van het
parlement en is daaraan geen verantwoording verschuldigd; de ministers zijn niet verantwoordelijk
tegenover de volksvertegenwoordiging maar tegenover de president die hen benoemt en ontslaat
o Mogelijks voorkeur voor andere politieke partijen bij regering en parlement
o UM en WM: afzonderlijk verkozen en gescheiden bevoegdheden
o MAAR checks en balances: bv. President heeft veto bij wetsvoorstellen parlement
o Toebedeling UM en WM aan diverse instellingen UM wordt aan banden gelegd en
constitutionele evenwicht wordt behouden
o President beschikt niet over getrouw meerderheid in parlement, dus moet onderhandelen
met vertegenwoordigers om zijn beleid vorm te geven = bestuur dreigt vast te lopen
(presidentieel systeem + meerpartijenstelsel= probleem wordt nog erger) Om de
wetgever te beïnvloeden moet president samenwerken met diverse politieke fracties=
politieke instabiliteit= dictatoriaal regime (in ernstige gevallen)
De grondwet en de staatsvorm (verticale machtsverhouding)
Criterium van onderscheid
o Soevereiniteit = hoogste macht of gezag die aan geen andere macht is onderworpen
Extern= een staat is onafhankelijk van andere staten of bovenstatelijke verbanden
Intern= hoogste rechtsbevoegdheid binnen een overheidsverband
Kompetenz-Kompetenz= ‘de bevoegdheid van de bevoegdheid’= de
bevoegdheid om te beslissen wie bevoegd is voor wat)
Staatvorm= wijze waarop de verhoudingen worden geregeld en de bevoegdheden worden
verdeeld tussen de verschillende overheden in de gelaagde rechtsorde
1. Unitaire staat