Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting van het vak: aanvullingen in de ziekten van vogels en bijzondere dieren

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
139
Geüpload op
01-07-2026
Geschreven in
2025/2026

Alle onderdelen (reptielen, amfibien, knaagdieren, konijnen, zoo dierenarts,....) van het vak staan in de samenvatting. Alle afbeeldingen staan beschreven in de samenvatting, alle lessen zijn online geluisterd en alle details staan opgeschreven. Alles wat belangrijk is voor het EXAMEN staat aangeduid. Tijdens het studeren heb ik ook alles nog corrigeerd van spellingfouten of andere foutjes.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

1




AANVULLINGEN IN DE ZIEKTEN VAN
VOGELS EN BIJZONDERE DIEREN
REPTIEL / AMFIBIE

Vogels apart van de andere reptielen: ze zijn endotherm =
warmbloedig. Regelen in het algemeen hun eigen
lichaamstemperatuur. Meeste reptielen zijn ectotherm,
regelen hun lichaamstemperatuur via de gradiënt van de
omgevingstemperatuur. Gaan het zelf regelen door
periodes op te warmen in de zon, nemen niet de
temperatuur aan van de omgeving.

Eigenlijk bijna geen verschil tussen hagedissen en slangen.
Slangen zijn een groep van hagedissen. Verschillen tussen
een slang en hagedis:

• Opgelet geen poten is niet perse een slang
o Pootloze hagedissen
• Meeste hagedissen hebben oogleden  slang
o Aanraken cornea ➔ sluiten
• Hagedissen hebben een uitwendige gehoor opening (gaatje thv de nek)  slang

Slang: geen oogleden maar over het oog ligt een doorschijnend stuk
huid = de bril. Vaak problemen mee. Zal mee vervellen, niet het geval
➔ functioneel blind.




REPTIELEN


EIGENSCHAPPEN


HUID

• Schubben
o uitdroging
o epidermis
o vervellen (ecdysis) ➔ klinisch heel belangrijk, zegt iets over de gezondheidstoestand
• Osteoderm
• Schildpadden: carapax (dorsaal) / plastron (ventraal) = beenderige structuur, vergroeit met de
wervelkolom en ribben
• Structuren: poriën, stekels, ratels
• Pigment ~ thermoregulatie

, 2


Linksboven: bril is niet transparant, troebel
verkleurd = normaal bij een vervellende
slang.

Epidermis moet loskomen, tussen oude en
nieuwe epidermis vormt zich een dun laagje
van vocht met oa enzymes. Vocht zorgt
voor vertroebeling. Begint ongeveer 10
dagen voor het vervellen, na vervelling
volledig terug helder.

Gevolg: kort voor vervelling ➔ niet goed
zien, gaan niet eten. Zijn dat iets
assertiever, zullen sneller bijten.



Gaan schuren tegen iets ruw ➔ eerst loskomen thv de snuit, komt daarna volledig los. Kruipen er dan gewoon
uit. Bij een gezonde slang gebeurt de vervelling altijd in 1 stuk. In flarden of stukken blijven hangen = dysecdisis
➔ teken dat er iets grondig mis is met de slang.

Hagedis, Kameleon: huidresten kunnen normaal
zijn. Gaan in het algemeen in stukken vervellen.
Gezonde hagedissen gaan in de meeste gevallen
de oude huidstukken opeten = waardevol eiwit.
Kan normaal zijn voor een paar dagen tot een
week, blijft het langer (2-3 weken) = abnormaal.




ADEMHALING

• 1 of 2 longen
• zakvormige structuur
• geen diafragma
o geen thoracale / peritoneale holte
o coeloomholte
• onvolledig gehemelte (ex krokodillen)
• ligging glottis

Veel lumen in een long  zoogdieren. Ontsteking exsudaat ophoping, heel
lumen kan opgevuld geraken. Ciliaire clearance is slecht ontwikkelt bij reptielen.
Reptielen kunnen ook niet hoesten ➔ geen diafragma.

Groot lumen, slechte clearance en kunnen niet hoesten ➔ problemen thv
longen = slechte prognose. Kunnen slecht de infectie verwijderen.

Geen diafragma ➔ injectie in de buikholte, kan direct ook druk zetten op de
longen.

, 3


Glottis ligt heel craniaal in de bek ➔ bronchiale spoeling gemakkelijker. Glottis enkel open bij
in- en uitademen.

Aantal reptielen die niezen ➔ gele en witte korst.
Gele korst is abnormaal. Tip kijken naar symmetrie.
Ontsteking van de lippen = gele korst. Witte korst
is afzetting van kristallen afkomstig uit planten.
Klieren die overtollige zouten gaan afvoeren.



Hagedissen in gevangenschappen ➔ ook witte korsten rond de neus.
Zouten afvoeren via de neus. Gaan dan af en toe is niezen = normaal.

Longen van schildpadden liggen
dorsaal tegen het carapax. Linker
en rechterlong gescheiden door
septum.

Trachea gaat redelijk craniaal
splitsen in twee bronchen ➔
intubatie NOOIT te diep.

Het is een vrouwtje ➔ eieren zichtbaar, wel een te dikke schaal (zie later). Rood = middenoor, vaak problemen
mee.


CARDIOVASCULAIR

• Hart: 2 atria, 1 ventrikel (ex krokodillen)
• Renaal portaal systeem

Allerlei richels en septa ➔ functioneel veneus en arterieel
bloed wel gescheiden (anatomisch niet).




Portaal systeem = via ene capillair netwerk in het andere.

Veneus bloed over de nieren en dan terug in een vene terecht. Capillair
netwerk rond de nieren en dan van daaruit terug in een ander veneus
capillair netwerk.

Belangrijk voor geven van injecties. Al bloed van achterpoot en staart kan eerst in de nieren passeren vooraleer
in de algemene circulatie terecht te komen. Kan zorgen voor nefrotoxciteit of product er direct al uitgefilterd.

, 4


Klinisch belang valt in de praktijk wel mee. Aangeraden: injecties geven in voorste helft van het lichaam. Heb je
geen andere keus dan is het risico relatief beperkt maar rekening houden met nefrotoxicteit door hoge
concentraties in de nieren.


SPIJSVERTERINGSSTELSEL

Zwakke cardia ➔ via tube makkelijk van de
slokdarm naar de maag, zelfs bij een wakker
dier.

Reptielen met fermentatie kamers = herbivoren
➔ zijn in theorie ook gevoelig aan het gebruik
van AB. Wel minder gevoelig dan knaagdieren
en paarden, niet goed geweten waarom.
Diarree ➔ stoppen met AB geven.




THERMOREGULATIE

• Poikilotherm (niet koudbloedig) / ectotherm
• Preferred Body Temperature
o Van vitaal belang
o Zien we vaak nog problemen mee bij gevangenschap
• 25 - 40°C
o thermoreguleren
o schommelingen: dag/nacht, seizoenen
• dagactief
o uitzondering: veel reptielen zijn ook nachtactief
• metabolisme

Grote misvatting: ze zijn niet koud  koudbloedig. Hebben een hoge lichaamstemperatuur maar doen aan
thermoregulatie via de omgeving.

In de nacht gaan de meeste reptielen afkoelen, kunnen dan niet opwarmen via de omgeving. Hebben dus grote
schommelingen. Even belangrijk als de PBT bereiken. Moeten in de nacht kunnen afkoelen, anders blijft het
metabolisme veel te hoog.

Meeste reptielen tussen 3-10x minder energie nodig dan homeotherme dieren ➔ gevangenschap, vaak
overvoeding. Minder energie nodig doordat ze thermoregulatie doen via de omgeving.

, 5


BIJZONDERE ZINTUIGEN

• Orgaan van Jacobson (vomero-nasaal orgaan)
o Tong uitsteken = tongelen ➔ terug intrekken, wrijven tegen orgaan van Jacobson
▪ Geur prikkels opnemen uit de omgeving ➔ vijanden, prooien, partners opsporen
▪ Toont interesse in de omgeving = klinisch gezond

Gespleten tong ➔ kan zich ook oriënteren in de ruimte. Kunnen een prooi gaan volgen.

• Labiale / faciale groeven
o Thermische groeve ➔ warmte detectie
• Pariëtale oog
o Bijna volledig functioneel derde oog
o Daglicht lengte, lichtintensiteit meten ➔ hormonale regeling
o Zelden klinisch belang



Thermische groeve.

Linksboven = labiale groeven.

Rechtsonder = faciale groeve.




UROGENITAALSTELSEL

• Metanephros ~ vogels / zoogdieren
• Eindproduct N metabolisme
o urinezuur (landbewoners)
▪ reptielen kunnen jicht ontwikkelen
o ureum, allantoïne, ammoniak (waterbewoners)

Jicht + nierproblemen komen regelmatig voor ➔ toename urinezuur in bloed, zie later.

Voordeel van urinezuur: slecht wateroplosbaar, reptielen kunnen in extreem droge omstandigheden overleven.
Kunnen uraat proppen afscheiden, al het water wordt geresorbeerd uit de urine. Hebben heel weinig water nodig
om te leven.

Reptielen die meer waterbewonend zijn ➔ meer andere producten gevormd. Minder ingewikkeld om te
produceren. Gevolg: aquarium met waterschildpadden makkelijker intoxicaties door stikstof metabolieten.

• “Blaas”
o aanwezig bij hagedissen en schildpadden
▪ kunnen heel groot zijn, groot deel van coeloom opvullen
▪ bij injectie coeloomholte, eerst aspireren om te vermijden dat je in de blaas zit
o afwezig bij slangen en krokodillen

Urine is altijd met allerlei bacteriën gecontamineerd  zoogdieren, geen zin om staal te nemen.

, 6


• Nephron neogenesis
o Nieuwe nefronen aanmaken, vooral uitgesproken bij schildpadden
o Kunnen nierproblemen overleven
• Squamata = hagedissen en slangen: 2 penissen (hemipenes)
o Gebruiken er maar 1 voor te paren
o Niet actief: zitten geïnverteerd in de staartbasis

Bij de meeste hagedissen ligt de nier in de bekkenholte. Geen probleem tot
de nier te groot wordt. Bekkendoorgang geraakt geblokkeerd ➔ geen
eieren, urine en mest geraakt er nog door.


VOORTPLANTING

• Externe factoren
o temperatuur
o licht
o vochtigheid
• Territoriaal gedrag, agressie
o Sterk bij hagedissen: max 1 mannelijk dier in een terrarium
• Inwendige bevruchting
• Ovipaar, ovovivipaar, vivipaar
• Eischaal hard of zacht
• Geen hagelsnoeren (chalaza)
o 4 en 13 ➔ dooier en embryo centraal opgehangen
▪ Bij vogels wel aanwezig

Niet bij reptielen: dooier en embryo gaan naar dorsaal tegen de eischaal
migreren. Vogels: vrouwtjes gaan continu de eieren draaien. Reptielen leggen
eieren in een put of iets anders, gaan daarna niet meer naar kijken. Als het ei
toch gekeerd geraakt ➔ afsterven embryo. Reptiel eieren mogen nooit
gekeerd worden. Markeren met een zacht potlood, verkeerde stift ➔ sterfte
mogelijk.

Hebben ook een navel ➔ goede hygiëne van belangrijk. Dooierrest nog
uitstekend ➔ geen goed teken, vaak infectie van de dooierzak met sterfte tot
gevolg. Je kan het ontsmetten maar is niet perse nodig, gaat snel sluiten.




Paren ➔ vrouwtje vaak vastnemen in de nek. Als ze
niet wegkunnen en ze doen dit een maand aan een
stuk ➔ heel de nek en rug opgebeten ➔ secundaire
infectie. Kunnen er aan sterven, ook van de stress.

• Broedgedrag zeldzaam
• Temperature dependent sex determination
o Warm = vrouwtje
• Parthenogenese

, 7


COMMUNICATIE

• Gehoor onbelangrijk
• Visuele prikkels
o kleuren
o gedrag, houdingen
o huidaanhangsels
• (Geur en feromonen)

Vrouwtje kan veranderen van kleur bij dracht ➔ mannetjes op afstand houden.


AFWEER TEGEN VIJANDEN EN MANIPULATIE

SLANGEN

• Passief:
o Camouflage, zich dood houden, waarschuwingskleuren/gedrag
▪ Kleuren: rood, geel, zwart ➔ meestal toxisch (aposematische kleuren)
o Mimicry
▪ Zelfde patronen vertonen maar zijn niet giftig
• Actief:
o Dreigen
o Bijten, Stank
o Gif, waarschuwing

Dood houden = prognostisch goed teken. Op buik terug leggen
➔ zal zich terug draaien, niet echt dood.




Afweermechanisme: in een bol oprollen.




Tanden naar achter gericht ➔ haken zich vast. Defensieve beten ➔ niet
hard doorbijten de eerste keer. Gaan kort bijten. Doorbijten =
problematisch, te veel uitdagen of handen die ruiken naar een
prooidieren. Kunnen dan diep in de spieren doordringen ➔ kalm blijven,
even wachten. Gaan spontaan lossen.

Elke slang groter dan 2 meter is potentieel gevaarlijk.

, 8


GIFSLANGEN

• Afblijven!
o VRAAG het aan de eigenaar
• In geval van beet:
o slang terugzetten / doden
o slachtoffer geruststellen, ziekenhuis verwittigen
o lidmaat immobiliseren
o drukverband

Houden van gifslangen in Vlaanderen is verboden, kan wel nog in Nederland (enkel met vergunning VLAREM
kunnen deze gehouden worden). Gespecialiseerde dierenartsen.

Slang altijd achter de kop lateraal vastnemen, eigenaar
niet vertrouwen. Niet dorsaal-ventraal ➔ trachea dicht
drukken. Ander hand, altijd lichaam ondersteunen.

1 persoon per meter slang.




HAGEDISSEN

• Passief:
o Camouflage, stekels, autotomie, zich dood houden
• Actief:
o Dreigen
o Bijten, krabben, slaan met de staart
o Stank
o Gif, waarschuwing

Kunnen een staart actief gaan loslaten = fysiologisch.
Bepaalde breukplaatsen in de wervels waardoor ze de staart
zelf kunnen afstoten. NOOIT vastnemen aan de staart.

Ruw manipuleren ➔ kunnen ook de huid loslaten, voor dier
zelf niet erg. Groeit terug maar niet echt professioneel.
Waarschuw de eigenaar dat dit kan gebeuren.

Commodo varaan ➔ eten grote prooien. Bijten in de
poten, hebben een traag werkend gif.

Documentinformatie

Geüpload op
1 juli 2026
Aantal pagina's
139
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Alle vakken tweede semester master diergeneeskunde optie kleine huisdieren
-
4 2026
€ 27,09 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Diergeneeskundestudent123 Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
104
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
31
Laatst verkocht
1 week geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen