, Samenvatting OLOD Armoedebestrijding en sociale ongelijkheid
Hoorcollege 1 - inleiding
Leerdoelen
● Armoede en ongelijkheid begrijpen
● Structurele oorzaken analyseren & herkennen
● Beleid en hulp kritisch bekijken
● Leefwereld van de mensen in kwetsbare situaties leren analyseren
● Reflecteren over je rol als sociaal werker
1.Van buikgevoel naar analyse
● Buikgevoel ≠ analyse
● Beeldvorming ≠ werkelijkheid
● Dit OLOD = leren kijken voorbij dominante verhalen
● → “Sociaal werk vraagt dat je leert twijfelen aan je eerste indruk.”
Voorbeeldoefening:
Stop & denk!
Vraag: Welke spontane gedachte komt bij jou op als je de titel leest?
Wanneer studenten of burgers deze titel lezen, ontstaan vaak spontane reacties zoals:
● “Dat is toch niet zo veel?”
● “België is een rijk land, hoe kan dat?”
● “Dan moeten ouders beter werken.”
● “Dat zal vooral bij migranten zijn.”
● “De overheid doet al genoeg.”
● “13% is toch lager dan in andere landen?”
Dit zijn intuïtieve, emotionele of morele reacties. Ze zijn niet per definitie fout, maar ze zijn nog geen
analyse.
Vraag: Wat zegt het cijfer werkelijk?
● 13% van de kinderen
● Kinderen in België = 2025 = 1.851.237 jongeren (0 – 25 jaar) = 240.660,81 kinderen = 0,65 op
5
● Gaat dus over 1 op 8 jongeren
a) Armoede als multidimensionaal fenomeen
Dit cijfer wijst niet alleen op inkomensarmoede, maar op:
● Sociale uitsluiting
● Ongelijke ontwikkelingskansen
● Capability (vermogen)-beperkingen (Sen)
● Sociale reproductie (Bourdieu) – soc. positie van ouders is bepalend voor het kind
1
,Kinderen missen niet enkel materiële zaken, maar:
● Cultureel kapitaal (= kennis, vaardigheden, opleiding,..)
● Sociale participatiekansen (= arbeid, dagbesteding,onderwijs,..)
● Symbolisch kapitaal (= erbij horen)
b) Capability-analyse (vermogensanalyse)
Volgens Sen en Nussbaum gaat het hier om beperking van capabilities:
● Ontwikkelingsmogelijkheden
● Onderwijsdeelname
● Sociale integratie
● Toekomstperspectief
Het probleem is dus niet enkel “lage koopkracht”, maar beperkte reële vrijheid.
c) Sociale reproductie
Wanneer kinderen structureel minder toegang hebben tot:
● Boeken
● Schooluitstappen
● Culturele activiteiten
Dan wordt ongelijkheid over generaties heen gereproduceerd.
Armoede wordt dan intergenerationeel.
2.Wat is armoede?
Tijdlijn – armoede & hulpverlening, iets uit alle tijden?
2
, Armoede betekent tekorten op meerdere levensdomeinen:
● Inkomen
● Wonen
● Gezondheid
● Onderwijs
● Vrije tijd
● Sociale relaties enz…
Leven in armoede is leven met stress
● Constante zorgen: rekeningen, huur, eten, onverwachte kosten,…
● Onzekerheid: niet weten of je het einde van de maand haalt
● Keuzes onder druk & schaamte: het gevoel niet mee te kunnen doen
● Mentale belasting: stress vreet energie – het maakt plannen, leren en beslissen moeilijker
● Schaarste & tunnelvisie
● Gezondheidseffecten: burn-out, depressie en lichamelijke klachten
● “Chronische geldstress beperkt tijdelijk het denken, plannen en beslissen, niet door gebrek aan
motivatie,maar door overbelasting”
Cumulatie van problemen
“Armoede is zelden één probleem.”
● Problemen versterken elkaar
● Geen losse puzzelstukjes
● Vicieuze cirkel
Speelt je postcode VANDAAG een belangrijkere rol dan je DNA?
● Hoe woon je?
● Hoe werk je?
● Heb je onderwijs?
● Is je leefomgeving gezond?
● Heb je zorg?
● Wat is je aanleg, je genetica?
● Hoe zit je DNA in elkaar?
Voorbeeld cumulatie
● Slechte woning → Gezondheidsproblemen → School/werkproblemen →
Inkomensverlies
Soorten armoede
1.absolute armoede
● Onvoldoende om te overleven
● Basisbehoeften niet verzekerd
○ Onvoldoende voedsel
○ Schoon drinkwater
○ Onderdak
○ Basisgezondheidszorg
○ Kleding en bescherming tegen weersomstandigheden
➔ Vooral in lage- inkomenslanden
➔ Vaak gemeten met een inkomensgrens
2. Relatieve armoede
3