A. heup
a. osteologie van os coxae, os sacrum, os coccygis, os femur, os
patella (juncturae cinguli membri inferioris)
- beenderen van het onderste lidmaat (ossa membri inferioris), zijn qua
sterkte en stabiliteit aangepast aan hun functie
Dragen van het lichaamsgewicht
Instaan voor de voortbeweging
Verzekeren van de voor de mens unieke rechtopstaande houding
CINGULUM MEMBRI INFERIORIS
- bekkengordel (in tegenstelling tot de schoudergordel) bestaat uit één
paar beenderen: het heupbeen of os coxae
- beide heupbeenderen vervoegen elkaar ventraal thv de schaamvoeg
(symphysis pubica), dorsaal klemmen ze het heiligbeen (os sacrum)
- er wordt een gesloten kring gevormd, het benig bekken (pelvis), osteo-
articulaire ring heeft verschillende functies:
Steunen vh axiale skelet bij staan en zitten
Steunen en beschermen van ingewanden
Kantelen en draaien van het bekken (noodzakelijk voor normaal
gangpatroon)
Voorzien in aanhechtingsplaatsen voor spieren
Bij de vrouw: vormen van de benige steun van het geboortekanaal
- de vorm en de afmetingen van pelvis verschillen voor de 2 geslachten
Bij vrouwen is het bekken breder en minder hoog dan bij mannen
Bij vrouwen is het sacrum breder en de vleugels van os ilium staan
schuiner en korter
- groot bekken: benige structuur
- klein bekken: de holte waarin de organen zitten (hier bevinden zich ook
de bekkenbodemspieren -> vullen gat van bekken op)
- het bekken speelt een belangrijke rol in de overdracht van het
lichaamsgewicht op de onderste ledematen
- langs het sacrum (dat is opgehangen tussen twee heupbeenderen) wordt
het lichaamsgewicht op de darmbeenderen overgebracht, waarlangs het
verder wordt geleidt naar de femur en naar de symphysis pubica
- wanneer bekkenring onderbroken wordt door bv loslating van het
sympyhsis pubica komt de rechtopstaande houding in het gedrang
1
,- in staande houding drukt het lichaamsgewicht op het voorste gedeelte
van het sacrum dat hierdoor naar voor tracht te kantelen
OS COXAE
- opgebouwd uit 3 beenstukken:
1. Os ilium (darmbeen)
2. Os ischii (zitbeen)
3. Os pubis (schaambeen)
- tot aan de puberteit zijn deze beenderen duidelijk van elkaar te
onderscheiden door kraakbeenschijven, later versmelten deze volledig
- beenderen raken elkaar in de kom van het heupgewricht (acetabulum)
- het acetbulum
bezit een verheven rand die een maanvormig gewrichtsoppervlak
(facies lunata) omgeeft
op de bodem bevindt zich de ruwere fossa acetabuli
caudaal is de rand onderbroken door de incisura acetabuli
- foramen obturatum (gesloten opening) is spiraalvormig en wordt
begrensd door de os pubis en de os ischii en wordt afgesloten door een
vlies (membrana obturatoria)
1) os ilium
1.1 algemeen
- aan het os ilium onderscheidt men een dikkere corpus (helpt mee aan
de vorming van het acetabulum) en een dunner ala ossis ilii
- vertoont twee vlakken: facies glutea en facies sacropelvina
- vertoont 4 randen: een craniale, ventrale, dorsale en caudale rand
1.2 facies glutea
- craniale rand of crista iliaca (heupkam)
verloopt S-vormig met een ventrale convexiteit en een dorsale
concaviteit naar buiten
grootste deel vertoont 3 ruwe lijsten
o labium externum
o labium internum
o tussenin: ruwe linea intermedia (steekt 0,5 cm uit boven de
labia)
gaat over in de ventrale rand aan de spina iliaca anterior
superior
2
, - ventrale rand
zet zich caudaal voort in een insnijding die begrensd wordt door de
minder sterke ontwikkeling spina iliaca anterior superior
na een nieuwe insnijding verheft de ventrale rand zich thv het
acetabulum tot eminentia iliopubica
- caudale rand vormt het dak van het acetabulum
- dorsale rand
vertrekt thv het acetabulum met een diepe insneding (de incisura
ischiadica major), deze wordt craniaal begrensd door de spina
iliaca anterior inferior
na een kleine insnijding eindigt de dorsale rand thv de crista iliaca in
een tweede uitsteeksel spina iliaca posterior inferior
- buitenzijde of facies glutea
gekenmerkt door drie gebogen lijnen die de aanhechtingsvelden van
de drie bilspieren aftekenen
1. linea glutea posterior: dorsale derde v/d crista iliaca ->
incisura ischiadica major
2. linea glutea anterior: incisura ischiadica major -> naar
boven en naar voor tot iets achter de spina iliaca anterior
superior
3. linea glutea inferior: (in het onderste derde v/d facies
glutea) incisura ischiadica major -> tot aan de insnijding
tussen spina iliaca superior en inferior
1.3 facies sacropelvina
- binnenzijde
- er vertrekt een gebogen lijn (linea arcuata) die het pecten ossis pubis
naar craniaal verlengt en eindigt aan een oorvormig gewrichtsvlak (facies
auricularis), met een craniaal gerichte concaviteit
- hier vormt zich het gewricht met het heiligbeen
- linea arcuata: vormt de grens tussen ala ossis ilii en corpus ossis ilii
- craniaal van de linea arcuata uitgehold (de fossa iliaca)
- thv de facies auricularis bevinden zich verschillende verhevenheden
met craniaal een duidelijke tuberositas iliaca, waarop krachtige
gewrichtsbanden aanhechten
- linea arcuata: lijn tussen os ilium en os ischii
3