Oefencolleges statistiek – KWH2
DATABANK EN BESCHRIJVENDE STATISTIEK
Doelstelling oefencollege 1:
In het practicum dat aansluit bij de hoorcolleges Wetenschappelijk Handelen 1 werd de basis gelegd voor het werken
met Jamovi. De klemtoon lag toen vooral op het leren gebruiken van het programma, het aanmaken van een
databank, het bewerken (recode, compute) en beschrijven van groepsgegevens (centrum- en spreidingsmaten) en
het maken van grafieken en het berekenen van centrummaten en spreidingsmaten en opstellen van
frequentietabellen. Dit eerste oefencollege heeft tot doel de vaardigheden uit fase 1 op te frissen als aanzet voor de
analyse van gegevens (fase 2).
Voorbereiding:
Neem als voorbereiding op dit college de cursus van statistiek dat je in fase 1 gebruikte opnieuw door:
• Meetniveaus
o Nominaal
▪ kwaliteit zonder rangorde, ene waarde is niet beter/slechter
▪ geen volgorde tussen antwoordcategorieën
▪ geen absoluut nulpunt
▪ geen eenheid dus ook geen bewerkingen
▪ uitkomstenruimte = getal (zonder waarde), letter, woord of symbool
▪ bijv. geslacht, moedertaal, studierichting, ...
o Ordinaal
▪ Kwaliteit met rangorde, ene waarde is groter dan andere
▪ Afstand tussen antwoorden niet altijd gelijk
▪ Geen absoluut nulpunt
▪ Geen eenheid dus ook geen bewerkingen
▪ Uitkomstenruimte = getal (zonder waarde), letter, woord of symbool
▪ Bijv. IQ, hoogste diploma, ...
o Interval
▪ Kwantitatieve meting waarbij afstand tussen meetwaarden altijd hetzelfde is, bijv.
geboortejaar, °C, ...
▪ Volgorde tussen verschillende antwoorden
▪ Geen absoluut nulpunt (bijv. toetsen -> 0/10 wil niet zeggen dat er géén kennis is)
▪ Eenheid dus bewerkingen + - x : zijn mogelijk
▪ Meting is uniek en steeds mogelijk
▪ Uitkomstenruimte = getal (met waarde)
▪ Bijv. temperatuur, jaartelling, IQ, ...
o Ratio
▪ Kwantitatieve meting waarbij afstanden tussen meetwaarden altijd hetzelfde
▪ Volgorde tussen verschillende antwoorden + verhouding tussen antwoorden
▪ Absoluut nulpunt !
▪ Eenheid dus bewerkingen x : mogelijk
▪ Uitkomstenruimte = getal (met waarde)
▪ Bijv. lichaamslengte, gewicht, luidheid, ...
• Soorten variabelen
o Kwalitatief
o Kwantitatief
Pagina 1 van 35
,Oefencolleges statistiek – KWH2
• Frequenties
o Hoeveel bepaalt resultaat voorkomt in steekproef
o Absolute frequentie = hoeveel proefpersonen uit uitkomstenruimte hebben deze uitkomst?
o Relatieve frequentie = hoeveel % van volledige proefgroep heeft deze uitkomst?
• Grafieken
o Q-Q Plots
o Histogram en boxplot
• Centrummaten
o Modus (MO) = meest voorkomende meetwaarde in steekproef, hoogste frequentie
o Mediaan (Me) = middelste meetwaarde in steekproef (moet ordinaal niveau zijn)
▪ = Pc 50
▪ Lijn in boxplot
o Gemiddelde
▪ Rekenkundig gemiddelde
▪ Gewogen gemiddelde bij samengestelde steekproef
▪ Getrimde gemiddelde
• Spreidingsmaten
o Bereik of variatiebreedte = maximum – minimum
o Interkwartielafstand = Q = Q3 – Q1 = Pc75 – Pc25 = middelste 50% van waarnemingen
o Gemiddelde afwijkingsscores
o Gemiddelde absolute afwijking
o Variantie (Sx²)
o Standaarddeviatie (SD) = Sx = wortel van variantie
• Correlaties
o Correlatiecoëfficiënt van Spearman
o Pearson correlatiecoëfficiënt
o Chikwadraattoets voor verbanden
Herbekijk ook de oefencolleges uit fase 1.
Installeer als voorbereiding op de oefencolleges Jamovi via academic software onder ‘software’ op het
studentenportaal.
OEFENING 1: AANMAKEN VAN EEN DATABANK.
Gegeven:
Een onderzoeker wil bij een groep tweetalige kinderen achterhalen waardoor het resultaat van een taaltest
beïnvloed wordt. Hij vermoedt daarbij dat volgende (onafhankelijke) variabelen relevante informatie opleveren om
zijn onderzoeksvraag te beantwoorden: het opleidingsniveau van de ouders (gerubriceerd in lager secundair (1),
hoger secundair (2), hogeschool (3), universiteit (4)), het geslacht van de proefpersoon, zijn leeftijd, het aantal jaren
Pagina 2 van 35
,Oefencolleges statistiek – KWH2
dat hij (1)/zij (2) geconfronteerd is met het Nederlands. Als afhankelijke variabele gebruikt de onderzoeker het
resultaat van de betreffende taaltest. Hij voorziet dat ruim 300 proefpersonen zullen deelnemen aan het onderzoek.
Gevraagd:
Maak voor deze gegevens een Jamovi datafile aan.
- Opleidingsniveau = ordinaal (je kan er volgorde van maken)
- Leeftijd is ratio want ‘hoeveel jaar ben jij?’ heeft nulpunt
Oplossing:
Vul de gegevens en variabelen in onder data:
• Dubbelklik op de kolomtitel
• Vul de naam van de variabele in
• Kies het meetniveau
• Klik op de + om de niveaus aan te maken bij een nominale of ordinale variabele
• Klik dan op de aangemaakte niveaus en vervang het cijfer door een label
Variabelen:
• Onafhankelijke variabelen:
o Opleidingsniveau van ouders: ordinaal (integer)
o Geslacht proefpersoon: nominaal (integer)
o Leeftijd proefpersoon: ratio (integer)
o Aantal jaren confrontatie met NL door proefpersoon: ratio (integer)
• Afhankelijke variabele:
o Resultaat van taaltest: interval (integer)
Let vooral op het meetniveau van de variabelen. Vul bij nominale of ordinale variabelen de mogelijke waarden
(values) in. Deze waarden worden niet aangegeven voor variabelen op interval- of rationiveau.
Pagina 3 van 35
, Oefencolleges statistiek – KWH2
OEFENING 2: BEWERKEN VAN GEGEVENS.
Gegeven:
De onderzoeker heeft inmiddels de gegevens op de taaltest (maximale score is 30) verzameld en de lege datafile
gevuld met de resultaten van de 300 voorziene proefpersonen (zie canvas). Van elke proefpersoon noteerde hij de
datum van testafname zodat hij de exacte leeftijd op het moment van afname kan berekenen. Hij wil nu enkele
voorbereidende bewerkingen doen om een algemeen beeld te krijgen van de gegevens.
Gevraagd:
• Alleen kinderen van 6 t.e.m.10 jaar komen in aanmerking: genereer daarom een frequentietabel voor de
leeftijd, zodat je een beeld hebt van het aantal kinderen in elke leeftijdscategorie. → op examen niet
geweten dat dit via frequentietabel moet
Het is enkel mogelijk een frequentietabel te maken
van een ordinale of nominale variabele. Transformeer
het meetniveau als volgt:
o Selecteer de variabele ‘leeftijd’
o Klik op ‘data’
o Klik op ‘transform’
o Klik op de pijl bij ‘using transform’
o Kies voor ‘create new transform’
o Klik onderaan op het pijltje naast ‘measure type’
o Kies voor ordinaal
o Klik op het pijltje omlaag in de cirkel, daarna op het pijltje
omhoog
Frequentietabel maken:
o Ga naar ‘analyses’
o Kies voor ‘exploration’ en ‘descriptives’
o Selecteer de getransformeerde variabele van leeftijd
o Vink ‘frequency tables’ aan
• Selecteer nu alleen deze die wel aan het leeftijdscriterium voldoen en maak een nieuwe frequentietabel.
Selecteer via:
o Data / filter
o Filter 1: klik op fx, selecteer “leeftijd” en typ > 5
o Klik op +
Pagina 4 van 35
DATABANK EN BESCHRIJVENDE STATISTIEK
Doelstelling oefencollege 1:
In het practicum dat aansluit bij de hoorcolleges Wetenschappelijk Handelen 1 werd de basis gelegd voor het werken
met Jamovi. De klemtoon lag toen vooral op het leren gebruiken van het programma, het aanmaken van een
databank, het bewerken (recode, compute) en beschrijven van groepsgegevens (centrum- en spreidingsmaten) en
het maken van grafieken en het berekenen van centrummaten en spreidingsmaten en opstellen van
frequentietabellen. Dit eerste oefencollege heeft tot doel de vaardigheden uit fase 1 op te frissen als aanzet voor de
analyse van gegevens (fase 2).
Voorbereiding:
Neem als voorbereiding op dit college de cursus van statistiek dat je in fase 1 gebruikte opnieuw door:
• Meetniveaus
o Nominaal
▪ kwaliteit zonder rangorde, ene waarde is niet beter/slechter
▪ geen volgorde tussen antwoordcategorieën
▪ geen absoluut nulpunt
▪ geen eenheid dus ook geen bewerkingen
▪ uitkomstenruimte = getal (zonder waarde), letter, woord of symbool
▪ bijv. geslacht, moedertaal, studierichting, ...
o Ordinaal
▪ Kwaliteit met rangorde, ene waarde is groter dan andere
▪ Afstand tussen antwoorden niet altijd gelijk
▪ Geen absoluut nulpunt
▪ Geen eenheid dus ook geen bewerkingen
▪ Uitkomstenruimte = getal (zonder waarde), letter, woord of symbool
▪ Bijv. IQ, hoogste diploma, ...
o Interval
▪ Kwantitatieve meting waarbij afstand tussen meetwaarden altijd hetzelfde is, bijv.
geboortejaar, °C, ...
▪ Volgorde tussen verschillende antwoorden
▪ Geen absoluut nulpunt (bijv. toetsen -> 0/10 wil niet zeggen dat er géén kennis is)
▪ Eenheid dus bewerkingen + - x : zijn mogelijk
▪ Meting is uniek en steeds mogelijk
▪ Uitkomstenruimte = getal (met waarde)
▪ Bijv. temperatuur, jaartelling, IQ, ...
o Ratio
▪ Kwantitatieve meting waarbij afstanden tussen meetwaarden altijd hetzelfde
▪ Volgorde tussen verschillende antwoorden + verhouding tussen antwoorden
▪ Absoluut nulpunt !
▪ Eenheid dus bewerkingen x : mogelijk
▪ Uitkomstenruimte = getal (met waarde)
▪ Bijv. lichaamslengte, gewicht, luidheid, ...
• Soorten variabelen
o Kwalitatief
o Kwantitatief
Pagina 1 van 35
,Oefencolleges statistiek – KWH2
• Frequenties
o Hoeveel bepaalt resultaat voorkomt in steekproef
o Absolute frequentie = hoeveel proefpersonen uit uitkomstenruimte hebben deze uitkomst?
o Relatieve frequentie = hoeveel % van volledige proefgroep heeft deze uitkomst?
• Grafieken
o Q-Q Plots
o Histogram en boxplot
• Centrummaten
o Modus (MO) = meest voorkomende meetwaarde in steekproef, hoogste frequentie
o Mediaan (Me) = middelste meetwaarde in steekproef (moet ordinaal niveau zijn)
▪ = Pc 50
▪ Lijn in boxplot
o Gemiddelde
▪ Rekenkundig gemiddelde
▪ Gewogen gemiddelde bij samengestelde steekproef
▪ Getrimde gemiddelde
• Spreidingsmaten
o Bereik of variatiebreedte = maximum – minimum
o Interkwartielafstand = Q = Q3 – Q1 = Pc75 – Pc25 = middelste 50% van waarnemingen
o Gemiddelde afwijkingsscores
o Gemiddelde absolute afwijking
o Variantie (Sx²)
o Standaarddeviatie (SD) = Sx = wortel van variantie
• Correlaties
o Correlatiecoëfficiënt van Spearman
o Pearson correlatiecoëfficiënt
o Chikwadraattoets voor verbanden
Herbekijk ook de oefencolleges uit fase 1.
Installeer als voorbereiding op de oefencolleges Jamovi via academic software onder ‘software’ op het
studentenportaal.
OEFENING 1: AANMAKEN VAN EEN DATABANK.
Gegeven:
Een onderzoeker wil bij een groep tweetalige kinderen achterhalen waardoor het resultaat van een taaltest
beïnvloed wordt. Hij vermoedt daarbij dat volgende (onafhankelijke) variabelen relevante informatie opleveren om
zijn onderzoeksvraag te beantwoorden: het opleidingsniveau van de ouders (gerubriceerd in lager secundair (1),
hoger secundair (2), hogeschool (3), universiteit (4)), het geslacht van de proefpersoon, zijn leeftijd, het aantal jaren
Pagina 2 van 35
,Oefencolleges statistiek – KWH2
dat hij (1)/zij (2) geconfronteerd is met het Nederlands. Als afhankelijke variabele gebruikt de onderzoeker het
resultaat van de betreffende taaltest. Hij voorziet dat ruim 300 proefpersonen zullen deelnemen aan het onderzoek.
Gevraagd:
Maak voor deze gegevens een Jamovi datafile aan.
- Opleidingsniveau = ordinaal (je kan er volgorde van maken)
- Leeftijd is ratio want ‘hoeveel jaar ben jij?’ heeft nulpunt
Oplossing:
Vul de gegevens en variabelen in onder data:
• Dubbelklik op de kolomtitel
• Vul de naam van de variabele in
• Kies het meetniveau
• Klik op de + om de niveaus aan te maken bij een nominale of ordinale variabele
• Klik dan op de aangemaakte niveaus en vervang het cijfer door een label
Variabelen:
• Onafhankelijke variabelen:
o Opleidingsniveau van ouders: ordinaal (integer)
o Geslacht proefpersoon: nominaal (integer)
o Leeftijd proefpersoon: ratio (integer)
o Aantal jaren confrontatie met NL door proefpersoon: ratio (integer)
• Afhankelijke variabele:
o Resultaat van taaltest: interval (integer)
Let vooral op het meetniveau van de variabelen. Vul bij nominale of ordinale variabelen de mogelijke waarden
(values) in. Deze waarden worden niet aangegeven voor variabelen op interval- of rationiveau.
Pagina 3 van 35
, Oefencolleges statistiek – KWH2
OEFENING 2: BEWERKEN VAN GEGEVENS.
Gegeven:
De onderzoeker heeft inmiddels de gegevens op de taaltest (maximale score is 30) verzameld en de lege datafile
gevuld met de resultaten van de 300 voorziene proefpersonen (zie canvas). Van elke proefpersoon noteerde hij de
datum van testafname zodat hij de exacte leeftijd op het moment van afname kan berekenen. Hij wil nu enkele
voorbereidende bewerkingen doen om een algemeen beeld te krijgen van de gegevens.
Gevraagd:
• Alleen kinderen van 6 t.e.m.10 jaar komen in aanmerking: genereer daarom een frequentietabel voor de
leeftijd, zodat je een beeld hebt van het aantal kinderen in elke leeftijdscategorie. → op examen niet
geweten dat dit via frequentietabel moet
Het is enkel mogelijk een frequentietabel te maken
van een ordinale of nominale variabele. Transformeer
het meetniveau als volgt:
o Selecteer de variabele ‘leeftijd’
o Klik op ‘data’
o Klik op ‘transform’
o Klik op de pijl bij ‘using transform’
o Kies voor ‘create new transform’
o Klik onderaan op het pijltje naast ‘measure type’
o Kies voor ordinaal
o Klik op het pijltje omlaag in de cirkel, daarna op het pijltje
omhoog
Frequentietabel maken:
o Ga naar ‘analyses’
o Kies voor ‘exploration’ en ‘descriptives’
o Selecteer de getransformeerde variabele van leeftijd
o Vink ‘frequency tables’ aan
• Selecteer nu alleen deze die wel aan het leeftijdscriterium voldoen en maak een nieuwe frequentietabel.
Selecteer via:
o Data / filter
o Filter 1: klik op fx, selecteer “leeftijd” en typ > 5
o Klik op +
Pagina 4 van 35