H1: Wat is stotteren?
1: Inleiding
- Iedereen heeft wel eens verstoringen in spraak
- Iemand die zelf stottert zal veel definities onvolledig vinden nadruk op gevolgen:
‘stotteren is dat je je schaamt als je spreekt’
- Dus: definitie stotteren iedereen uit eigen beleving & ervaring & wat opvallend is
Metafoor olifanten met blinden
- Visie: complexe fenomenen en problemen spelen meerdere factoren een rol
- Specifiek onderzoek naar een van die factoren beperkingen geen conclusies
getrokken die gehele probleem betreffen
- Iedereen beschrijft en verklaart dingen vanuit eigen perceptie daarom niet onjuist
2: Wat is vloeiendheid?
Vloeiend, normaal niet vloeiend, stotteren
Soorten
Vloeiend spreken= multidimensioneel construct (bevat 7 dimensies) dat is gebaseerd
op fysieke spraakproductie & abstracte boodschapformulering
- 7 dimensies:
• Continuïteit: zonder onderbrekingen
• Spreeksnelheid: vlotte spreeksnelheid
• Ritme: zonder ritmeverstoring
• Inspanning: ontspannen
• Natuurlijkheid, komt natuurlijk over
• Spraakzaamheid: komt spraakzaam over
• Stabiliteit: stabiel
- Stotteraar: soms wel vloeiend, andere keren afwijking in dimensies
Niet-vloeiend spreken= spraakproductie is onderbroken (middenin woord) door
probleem door planning of executie
- Dus: onderscheid tss gewenste spraakuiting – ongewenste spraakuiting
- 2 soorten:
1. Normaal/ OD= onvloeiendheden tussen verschillende woorden, kan iedereen
overkomen
o Synoniem: other disfluencies, between word disfluencies
o Soorten:
1) Multisyllabische woordherhaling= heel woord herhalen vb:
gsm gsm
2) Zinsrevisie= zin verbeteren omdat je merkt dat je iets verkeerd
hebt gezegd
a. Lexicale revisie= woordenschat
b. Grammaticale revisie= zinsbouw vb ik ga ik ben
daar geweest
c. Fonologische revisie= gekozen klanken vb: mamaliefje
maddeliefje
3) Fraseherhaling= stuk van zin herhalen vb: ik zie ik zie een poes
4) Interjectie= stopwoord
5) Incompleet woord= afhaken middenin wooord vb als iemand
anders al iets aan het anders aan het zeggen is vb: ik zie
sin…
o Sprekers die niet stotteren produceren geregeld niet-vloeiendheden
2. Niet normaal/ SLD= kernstottergedragingen; verstoringen van de spraak (niet-
normale onvloeiendheden) die zichtbaar en/of hoorbaar zijn voor de luisteraar
(boven water)
o Synoniem: stutterling-like disfluencies, withing words disfluencies
o Soorten:
1
, 1) Herhalingen
a. monosyllabische
woordherhaling
b. klankherhaling
c. syllabeherhaling
2) Verlenging
3) Blokkering
o Kan de vorm, duur, frequentie en/of spanning van de
spraak verstoren
o Kan ook bij PDNS (personen die niet stotteren) voorkomen kleine
mate dat bijna niet opvalt
o Wordt ook naar verwezen met volgende termen:
Niet-normale onvloeiendheden
SLD of stuttering-like disfluencies
Within-word disfluencies
Verschillen:
1. SLD: totale controleverlies
OD: je behoudt volledige controle voorbeeld: euhm zeggen niet omdat hij
controle verlies
2. SLD: behoort tot ongewone spraak-taalontwikkeling
OD: behoort tot normale spraak-taalontwikkeling
3. SLD: in woord (in-word disfluencies) herhalen stukjes van woorden woord in
geheel aangetast
OD: tussen woorden (between words) woorden blijven wel in geheel
4. SLD: geen belangrijke functie; zorgen voor controleverlies, … geen voordelen
OD: belangrijke functie; jezelf tijd geven om boodschap te formuleren & aandacht niet
verliezen
Soorten onvloeiendheden
Spraakvloeiendheid: vloeiende motorische spraakproductie
Taalvloeiendheid: m.b.t. woordvinding en zinsformulering
- Semantische vloeiendheid: vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een pool
van lexicale items
- Syntactische vloeiendheid: vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen opbouwen die
linguïstisch complexe structuren bevatten
- Pragmatische vloeiendheid: vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat men wil
zeggen in reactie op een gamma van situatieve elementen
- Fonologische vloeiendheid: gemak waarmee men binnen betekenisvolle en complexe
taalunits lange en complexe klankketens kan produceren
Termen zelden gebruikt tegenwoordig
PDS kunnen stotteren maar tegelijk talig wél vloeiend zijn
• Kern van stotteren zit niet in talige onvloeiendheid iemand die stottert kan
bv talig heel sterk zijn ( kan ook)
• Stotteren heeft hier dus niks mee te maken, want zijn allemaal talige aspecten
Definitie zoeken voor onvloeiendheid
Vroeger: ‘stotteren is dat je onvloeiend spreekt’
Nu: geen juiste definitie wat is stotteren dan wel?
WHO:
‘Stotteren= verstoring in ritme van spraak waarbij spreker precies weet wat hij wil
zeggen, maar niet kan door onwillekeurige herhalingen en verlengingen van
spraakklanken.’
- Doel: voor elke stoornis definitie opstellen diagnostiek toegankelijkl en eenduidig
2
,ASHA guidelines (1999): Fluency is the aspect of speech production that refers to the
continuity, smoothness, rate and effort with which phonologic, lexical, morphologic,
and/or syntactic language units are spoken.
‘Om vloeiend te kunnen spreken moet er een zekere snelheid zijn, klanken volgen
elkaar op (geen onderbrekingen. Als dat niet zo gebeurt, is er onvloeiendheid
(discontinuiteit)’
Starkweather:
- Heeft veel onderzoek gedaan naar vloeiendheid zo te weten wat stotteren is
- Dus: vloeiende spraak =
1. Het praten verloopt met een zekere snelheid (rate)
2. De klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity)
3. Er is een normaal ritme in de spraak (rhythm)
o Eigen aan een bepaalde cultuur
4. De spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Dus: “Vloeiende sprekers zijn diegenen die zonder merkbare inspanning lange reeksen
van syllaben kunnen produceren, door een adequate combinatie van snelheid en
continuiteit”(Starkweather & Givens-Ackerman, 1997)
Ham (1990):
“De vloeiendheid is afwijkend wanneer de inspanning voor planning en uitvoering
overmatig is, wanneer onvloeiendheden optreden aan een frequentie en/of in een mate
die niet past bij de leeftijd van de spreker, of wanneer het spreekritme atypisch is of van
die aard dat het de spraakproductie belemmert of verstoort.”
- Dit is nog geen stotteren mensen kunnen bv veel te traag spreken (palilalie), maar
dit is een soort onvloeiendheid maar geen stotteren
Uitdaging: verschillende vragen
- Wanneer wordt afwijkende vloeiendheid abnormaal?
- Wanneer is afwijkende vloeiendheid stotteren?
- Kunnen we een kind diagnosticeren als “stotterend”, gegeven het feit dat
onvloeiendheid verwacht en relatief normaal onderdeel vormt van de spraak- en
taalverwerving?
• Onvloeiendheden worden verwacht op jonge leeftijd, maar wanneer is het
abnormaal?
Johnson (1959)
- Deed onderzoek om kinderen te onderzoeken
- 2 groepen: stotterende en niet-stotterende kinderen
- Resultaten:
• Klank-en syllabeherhaling groot verschil
• Fraseherhaling licht verschil
• Klankverlening heel groot verschil:
• Johnson maakte geen onderscheid tussen mono-
en multisyllabisch
!! Kinderen die niet stotteren gaan de
normale onvloeiendheden ook ervaren
- Kinderen en volwassenen kunnen nog
meemaken dat sommige klanken langer
duren, maar dat gebeurt zelden
- Vanaf 3% (dus 3 (+)/ 100) stotteren
= indeling hoe we ze nu gebruiken voor
benoemen van onvloeiendheden
- Stotteren is enkel als de controle weg is
3
, - Verschillende groepen:
Monosyllabische woordherhaling
Woorddeelherhaling
Dysrythmic phonation= blokkades van klank
…
- Totaal ongewild, niet gepland
- Other disfluencies: al de rest (fraseherhaling, …)
Enkele cijfers verwerken
- Niet stotteren op peuter-kleuterleeftijd: gemiddeld 6-8 onvloeiendheden (alle
types)/100 syllaben
Volwassenen: gemiddeld 5%
• Ze praten anders onvloeiend, maar niet minder
Wel stotteren op peuter-kleuterleeftijd: gem. 17 onvloeiendheden/100 syllaben
- Hogere percentages (19-20%) werden gevonden dichter bij aanvang (“onset”) van
stotteren
- Met stijgende leeftijd treedt er afname op van aantal woordherhalingen, stille pauzes
en zinsrevisies en toename van aantal opgevulde pauzes (tussenvoegsels)
• Kleuters leren snel dat het slechtse is dat je kan doen in communicatie stil zijn
beurt verloren, geen aandacht,… dus: kinderen gaan pauzes opvullen (vb
foneren)
- Ongeacht hun leeftijd: KDS meer SLD (stuttering like disfluencies; kernverschijnselen
van stotteren) dan KDNS
- Als groep produceren jonge KDS min. 3 à 4 SLD /100 syllaben, terwijl KDNS minder
dan 3%
• Dit geldt vooral voor eentalige kindjes
Meertalige kindjes: toch meer stotterachtige verschijnselen maken, terwijl
het nog geen stotteren is
• Dus: 3% regel is niet heilig, want geldt dus vooral voor eentalige
- Proportioneel tgo. totale aantal onvloeiendheden is % SLD bij KDNS steeds <50% en
meestal rond 35% (Yairi, 1997)
• We tellen alle onvloeiendheden op welk % bestaat uit stuttering like
disfluencies (SLD) en welke other disfluencies (OD)
- Bij KDS maken SLD gemiddeld voor 65% deel uit van totale aantal onvloeiendheden;
dus bijna 2x KDNS (Ambrose & Yairi, 1999)
3: Wat is stotteren?
- Ten minste 3 SLD/100 syllaben = KDS of ‘at risk’ voor stotteren
- Hoe hoger proportie SLD tov totale aantal spraakonvloeiendheden, hoe groter kans
dat luisteraars kind zullen beoordelen als stotterend
Stotteren is:
- Onderscheid maken tussen soorten onvloeiendheden
- Niet alle onvloeiendheden is stotteren
3 soorten die wel stotteren zijn/ kernverschijnselen:
1. Klankverleningen
2. Deelwoordherhalingen: maar een deeltje van woord wordt herhaald
3. Blokkeringen: vastzitten op klank, stilte als kinderen dit teveel doen, is het
stotteren
Overzicht stottergedrag:
4
1: Inleiding
- Iedereen heeft wel eens verstoringen in spraak
- Iemand die zelf stottert zal veel definities onvolledig vinden nadruk op gevolgen:
‘stotteren is dat je je schaamt als je spreekt’
- Dus: definitie stotteren iedereen uit eigen beleving & ervaring & wat opvallend is
Metafoor olifanten met blinden
- Visie: complexe fenomenen en problemen spelen meerdere factoren een rol
- Specifiek onderzoek naar een van die factoren beperkingen geen conclusies
getrokken die gehele probleem betreffen
- Iedereen beschrijft en verklaart dingen vanuit eigen perceptie daarom niet onjuist
2: Wat is vloeiendheid?
Vloeiend, normaal niet vloeiend, stotteren
Soorten
Vloeiend spreken= multidimensioneel construct (bevat 7 dimensies) dat is gebaseerd
op fysieke spraakproductie & abstracte boodschapformulering
- 7 dimensies:
• Continuïteit: zonder onderbrekingen
• Spreeksnelheid: vlotte spreeksnelheid
• Ritme: zonder ritmeverstoring
• Inspanning: ontspannen
• Natuurlijkheid, komt natuurlijk over
• Spraakzaamheid: komt spraakzaam over
• Stabiliteit: stabiel
- Stotteraar: soms wel vloeiend, andere keren afwijking in dimensies
Niet-vloeiend spreken= spraakproductie is onderbroken (middenin woord) door
probleem door planning of executie
- Dus: onderscheid tss gewenste spraakuiting – ongewenste spraakuiting
- 2 soorten:
1. Normaal/ OD= onvloeiendheden tussen verschillende woorden, kan iedereen
overkomen
o Synoniem: other disfluencies, between word disfluencies
o Soorten:
1) Multisyllabische woordherhaling= heel woord herhalen vb:
gsm gsm
2) Zinsrevisie= zin verbeteren omdat je merkt dat je iets verkeerd
hebt gezegd
a. Lexicale revisie= woordenschat
b. Grammaticale revisie= zinsbouw vb ik ga ik ben
daar geweest
c. Fonologische revisie= gekozen klanken vb: mamaliefje
maddeliefje
3) Fraseherhaling= stuk van zin herhalen vb: ik zie ik zie een poes
4) Interjectie= stopwoord
5) Incompleet woord= afhaken middenin wooord vb als iemand
anders al iets aan het anders aan het zeggen is vb: ik zie
sin…
o Sprekers die niet stotteren produceren geregeld niet-vloeiendheden
2. Niet normaal/ SLD= kernstottergedragingen; verstoringen van de spraak (niet-
normale onvloeiendheden) die zichtbaar en/of hoorbaar zijn voor de luisteraar
(boven water)
o Synoniem: stutterling-like disfluencies, withing words disfluencies
o Soorten:
1
, 1) Herhalingen
a. monosyllabische
woordherhaling
b. klankherhaling
c. syllabeherhaling
2) Verlenging
3) Blokkering
o Kan de vorm, duur, frequentie en/of spanning van de
spraak verstoren
o Kan ook bij PDNS (personen die niet stotteren) voorkomen kleine
mate dat bijna niet opvalt
o Wordt ook naar verwezen met volgende termen:
Niet-normale onvloeiendheden
SLD of stuttering-like disfluencies
Within-word disfluencies
Verschillen:
1. SLD: totale controleverlies
OD: je behoudt volledige controle voorbeeld: euhm zeggen niet omdat hij
controle verlies
2. SLD: behoort tot ongewone spraak-taalontwikkeling
OD: behoort tot normale spraak-taalontwikkeling
3. SLD: in woord (in-word disfluencies) herhalen stukjes van woorden woord in
geheel aangetast
OD: tussen woorden (between words) woorden blijven wel in geheel
4. SLD: geen belangrijke functie; zorgen voor controleverlies, … geen voordelen
OD: belangrijke functie; jezelf tijd geven om boodschap te formuleren & aandacht niet
verliezen
Soorten onvloeiendheden
Spraakvloeiendheid: vloeiende motorische spraakproductie
Taalvloeiendheid: m.b.t. woordvinding en zinsformulering
- Semantische vloeiendheid: vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een pool
van lexicale items
- Syntactische vloeiendheid: vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen opbouwen die
linguïstisch complexe structuren bevatten
- Pragmatische vloeiendheid: vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat men wil
zeggen in reactie op een gamma van situatieve elementen
- Fonologische vloeiendheid: gemak waarmee men binnen betekenisvolle en complexe
taalunits lange en complexe klankketens kan produceren
Termen zelden gebruikt tegenwoordig
PDS kunnen stotteren maar tegelijk talig wél vloeiend zijn
• Kern van stotteren zit niet in talige onvloeiendheid iemand die stottert kan
bv talig heel sterk zijn ( kan ook)
• Stotteren heeft hier dus niks mee te maken, want zijn allemaal talige aspecten
Definitie zoeken voor onvloeiendheid
Vroeger: ‘stotteren is dat je onvloeiend spreekt’
Nu: geen juiste definitie wat is stotteren dan wel?
WHO:
‘Stotteren= verstoring in ritme van spraak waarbij spreker precies weet wat hij wil
zeggen, maar niet kan door onwillekeurige herhalingen en verlengingen van
spraakklanken.’
- Doel: voor elke stoornis definitie opstellen diagnostiek toegankelijkl en eenduidig
2
,ASHA guidelines (1999): Fluency is the aspect of speech production that refers to the
continuity, smoothness, rate and effort with which phonologic, lexical, morphologic,
and/or syntactic language units are spoken.
‘Om vloeiend te kunnen spreken moet er een zekere snelheid zijn, klanken volgen
elkaar op (geen onderbrekingen. Als dat niet zo gebeurt, is er onvloeiendheid
(discontinuiteit)’
Starkweather:
- Heeft veel onderzoek gedaan naar vloeiendheid zo te weten wat stotteren is
- Dus: vloeiende spraak =
1. Het praten verloopt met een zekere snelheid (rate)
2. De klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity)
3. Er is een normaal ritme in de spraak (rhythm)
o Eigen aan een bepaalde cultuur
4. De spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Dus: “Vloeiende sprekers zijn diegenen die zonder merkbare inspanning lange reeksen
van syllaben kunnen produceren, door een adequate combinatie van snelheid en
continuiteit”(Starkweather & Givens-Ackerman, 1997)
Ham (1990):
“De vloeiendheid is afwijkend wanneer de inspanning voor planning en uitvoering
overmatig is, wanneer onvloeiendheden optreden aan een frequentie en/of in een mate
die niet past bij de leeftijd van de spreker, of wanneer het spreekritme atypisch is of van
die aard dat het de spraakproductie belemmert of verstoort.”
- Dit is nog geen stotteren mensen kunnen bv veel te traag spreken (palilalie), maar
dit is een soort onvloeiendheid maar geen stotteren
Uitdaging: verschillende vragen
- Wanneer wordt afwijkende vloeiendheid abnormaal?
- Wanneer is afwijkende vloeiendheid stotteren?
- Kunnen we een kind diagnosticeren als “stotterend”, gegeven het feit dat
onvloeiendheid verwacht en relatief normaal onderdeel vormt van de spraak- en
taalverwerving?
• Onvloeiendheden worden verwacht op jonge leeftijd, maar wanneer is het
abnormaal?
Johnson (1959)
- Deed onderzoek om kinderen te onderzoeken
- 2 groepen: stotterende en niet-stotterende kinderen
- Resultaten:
• Klank-en syllabeherhaling groot verschil
• Fraseherhaling licht verschil
• Klankverlening heel groot verschil:
• Johnson maakte geen onderscheid tussen mono-
en multisyllabisch
!! Kinderen die niet stotteren gaan de
normale onvloeiendheden ook ervaren
- Kinderen en volwassenen kunnen nog
meemaken dat sommige klanken langer
duren, maar dat gebeurt zelden
- Vanaf 3% (dus 3 (+)/ 100) stotteren
= indeling hoe we ze nu gebruiken voor
benoemen van onvloeiendheden
- Stotteren is enkel als de controle weg is
3
, - Verschillende groepen:
Monosyllabische woordherhaling
Woorddeelherhaling
Dysrythmic phonation= blokkades van klank
…
- Totaal ongewild, niet gepland
- Other disfluencies: al de rest (fraseherhaling, …)
Enkele cijfers verwerken
- Niet stotteren op peuter-kleuterleeftijd: gemiddeld 6-8 onvloeiendheden (alle
types)/100 syllaben
Volwassenen: gemiddeld 5%
• Ze praten anders onvloeiend, maar niet minder
Wel stotteren op peuter-kleuterleeftijd: gem. 17 onvloeiendheden/100 syllaben
- Hogere percentages (19-20%) werden gevonden dichter bij aanvang (“onset”) van
stotteren
- Met stijgende leeftijd treedt er afname op van aantal woordherhalingen, stille pauzes
en zinsrevisies en toename van aantal opgevulde pauzes (tussenvoegsels)
• Kleuters leren snel dat het slechtse is dat je kan doen in communicatie stil zijn
beurt verloren, geen aandacht,… dus: kinderen gaan pauzes opvullen (vb
foneren)
- Ongeacht hun leeftijd: KDS meer SLD (stuttering like disfluencies; kernverschijnselen
van stotteren) dan KDNS
- Als groep produceren jonge KDS min. 3 à 4 SLD /100 syllaben, terwijl KDNS minder
dan 3%
• Dit geldt vooral voor eentalige kindjes
Meertalige kindjes: toch meer stotterachtige verschijnselen maken, terwijl
het nog geen stotteren is
• Dus: 3% regel is niet heilig, want geldt dus vooral voor eentalige
- Proportioneel tgo. totale aantal onvloeiendheden is % SLD bij KDNS steeds <50% en
meestal rond 35% (Yairi, 1997)
• We tellen alle onvloeiendheden op welk % bestaat uit stuttering like
disfluencies (SLD) en welke other disfluencies (OD)
- Bij KDS maken SLD gemiddeld voor 65% deel uit van totale aantal onvloeiendheden;
dus bijna 2x KDNS (Ambrose & Yairi, 1999)
3: Wat is stotteren?
- Ten minste 3 SLD/100 syllaben = KDS of ‘at risk’ voor stotteren
- Hoe hoger proportie SLD tov totale aantal spraakonvloeiendheden, hoe groter kans
dat luisteraars kind zullen beoordelen als stotterend
Stotteren is:
- Onderscheid maken tussen soorten onvloeiendheden
- Niet alle onvloeiendheden is stotteren
3 soorten die wel stotteren zijn/ kernverschijnselen:
1. Klankverleningen
2. Deelwoordherhalingen: maar een deeltje van woord wordt herhaald
3. Blokkeringen: vastzitten op klank, stilte als kinderen dit teveel doen, is het
stotteren
Overzicht stottergedrag:
4