LES 1: INLEIDING
Sociale psychologie = Alledaagse, al dan niet bewuste, beïnvloeding met groot effect op gedrag van mensen
GEZOND VERSTAND ≠ VERSTAND VAN SOCIALE PSYCHOLOGIE
ALLEDAAGSE VERSCHIJNSELEN
1) TEGENPOLEN TREKKEN ELKAAR AAN? NEEN. => DIT KLOPT DUS NIET
- Spannender, minder voorspelbaar
- Minder gauw sleur
- Elkaar aanvullen
In realiteit : net het omgekeerde : mensen vallen eerder op iemand die op hen lijkt
VB: Kan wetenschap iets zeggen over liefde, kunnen we voorspellen dat 2 mensen elkaar aantrekken?
Kunnen domme en slimme mensen elkaar aantrekken? → Neen
2) DE EERSTE INDRUK IS DE BESTE?! NEEN. => DIT KLOPT DUS NIET
- Beste = meest accurate
- Eerste indruk minst beïnvloed door allerlei extra informatie
- Onbeïnvloed waarnemen bestaat niet VB 40-jarige man die netjes gekleed is, zal je op een andere manier
benaderen dan een man vol piercings.
Meest “juiste” indruk heb je van mensen die je al langer en dus beter kent…
3) BRAINSTORMEN LEVERT HET MEESTE IDEEËN
- Twee weten meer dan één
- Elkaar inspireren
- Brainstormen = is het samen bedenken van zoveel mogelijke ideeën over een onderwerp zonder meteen
te oordelen.
- Bij groepsdynamiek is brainstormen WEL belangrijk
Uit onderzoek blijkt dat
- in groep : minder ideeën, minder nieuwe ideeën dan bij individuele inspiratie samengeteld…
4) SLIJMEN WERKT?
- Door te vleien kan je het ver schoppen
- Slijmen bij je mogelijke toekomstige schoonouders, slijmen bij klasgenoot om haar notities te krijgen,…
- ‘Machtige mannen en mooie vrouwen krijgen nooit de waarheid te horen.’
Doorprikken? Soms wel, meestal niet.
Maar het werkt dus wel meestal…
5) HARD-TO-GET-SPELEN
- “Niet laten blijken dat je haar leuk vindt…’ of ‘Laat hem nog maar een beetje zweten…’
- Uit onderzoek blijkt dat vrouwen (met gelukkige relatie) zeggen dit soort tactiek nooit te hebben
gebruikt…
- Er moet een vorm van aantrekkelijkheid zijn, zodat het 'hard-to-get'-effect werkt.
- Ander onderzoek bij mannen:
• Geen interesse
• Interesse in mannen
• Interesse in die specifieke deelnemer (deze werd meest gekozen)
Eigenlijk te weinig wetenschappelijke info om uitsluitsel te geven…
, SOCIALE PSYCHOLOGIE
SOCIALE INVLOED
Mensen worden in het dagelijkse leven voortdurend door anderen beïnvloed, of ze dat nu willen of niet, zich er
van bewust zijn of niet.
Sociale psychologie gaat over de wederzijdse beïnvloeding.
DEFINITIE SOCIALE PSYCHOLOGIE
= Wetenschappelijke studie over gedachten, gevoelens en gedragingen beïnvloeding door werkelijke of
voorgestelde aanwezigheid van andere mensen
Zelf heb je de intentie niet om iemand te beïnvloeden -> toch beïnvloed je een ander (je bent er gewoon niet
bewust van). Mensen worden vooral beïnvloed door wat ze denken dat anderen van hen denken.
Wetenschappelijke kennis is
gebaseerd op systematisch
onderzoek en bewijs, terwijl
alledaagse kennis vaak
voortkomt uit persoonlijke
ervaringen.
Wetenschappelijk =
Controleerbaar en herhaalbaar
Iedereen kent en gebruikt de vier wegen om informatie op te doen, maar noemt dit zelden wetenschap.
Zonder een goede methode is dit vaak niet wetenschappelijk verantwoord.
De vier wegen zijn:
• Verzamelen van documenten en voorwerpen
• Mensen vragen om informatie
• Observeren van mensen
• Experimenteren
De eerste drie wegen zijn herkenbaar uit eigen ervaring. De vierde lijkt verder weg, maar in een huiselijke
situatie, zoals het beïnvloeden van de stemming van vader of moeder om iets gedaan te krijgen, past men
eigenlijk experimenteren toe. Hierbij wijzigt men variabelen, houdt andere onder controle en hoopt op een
bepaalde reactie vd afhankelijke variabele. Als deze vormen controleerbaar en herhaalbaar worden toegepast,
handelt men wetenschappelijk.
Als jezelf in de spiegel kijkt → bv je begint te wenen voor de spiegel => je zal meer wenen
Lichaamshouding speelt ook een rol
INTERPRETATIE VAN LICHAAMSREACTIES EN SITUATIE
, SOCIALE PSYCHOLOGIE
Wanneer innerlijke signalen zwak of ambigu zijn, nemen mensen onbewust hun gedrag en situatie waar om te
bepalen hoe ze zich voelen.
EXPERIMENT VAN STUART VALINS (1966): HARTSLAG-EXPERIMENT
Valins liet mannelijke studenten een reeks foto’s van meisjes beoordelen, terwijl ze zogezegd hun eigen
hartslag hoorden. Het ging om een namaakgeluid. Zo kon die ervoor zorgen dat ze, op een volstrekt
willekeurige basis, bij sommige foto’s een iets sneller en bij andere een iets trager hartritme te horen kregen.
Wat bleek? Foto’s waarbij de deelnemers een versnelde hartslag meenden te horen, werden gemiddeld
aantrekkelijker beoordeeld dan die waarbij hun hart schijnbaar trager ging kloppen. Uit hun vermeende
hartritmeveranderingen leidden ze dus af dat ze zich blijkbaar meer of minder aangesproken voelden door de
gepresenteerde foto’s.
Normaal klopt mijn hart sneller omdat ik iemand aardig vind, maar soms weet ik niet precies wat ik van iets of
iemand moet denken.
Hoewel er kritiek is ingebracht tegen de theorie en men het er thans over eens is dat ze zeker niet alles kan verklaren omtrent het ontstaan
van emoties, blijkt uit onderzoek dat het interpreteren van onze lichaamsreacties en vd situatie waarin die optreden soms wel rol kan spelen
in soort emoties die we ervaren.
EXPERIMENT VAN DUTTON & ARON (1974): INTERVIEW NA OVERSTEKEN WANKELE LOOPBRUG OVER RAVIJN
Mannen die net een wiebelende brug overstaken, werden geïnterviewd door een aantrekkelijke vrouw.
Sommige deelnemers werden meteen na oversteken vd brug gecontacteerd door interviewster, anderen
konden eerst enkele min tot rust komen. Na het interview gaf ze de deelnemers haar naam en nummer, met de
boodschap dat ze haar konden bellen voor opheldering over de proef.
Achteraf bleek er een duidelijk verschil te bestaan in aantal deelnemers dat haar contacteerde. In de conditie
waarin ze meteen ondervraagd werden, waren het er dubbel zoveel (zo’n 65%) als in de andere conditie (zo’n
30%). Volgens onderzoekers kwam dit door een verschil in fysiologische opwinding, die zonder rustperiode veel
hoger was en door hen werd toegeschreven aan de charmes van de interviewster.
, SOCIALE PSYCHOLOGIE
LES 2 STANFORD (KIJK APART WORD DOC) KENNEN
Sociaal-psychologisch perspectief: De kracht van de situatie
ILLUSTRATIE : HET STANFORD PRISON EXPERIMENT VAN PHIL ZIMBARDO
Probleem van het gevangenissysteem :
Oorzaak bewakers ?
Oorzaak gevangenen ?
Oorzaak structuur in gevangenis ?
Philip Zimbardo zette het beroemde / beruchte Stanford-Prison-experiment op
Hypothese :Wanneer gewone burgers de rol spelen van bewaker en gevangene in een namaakgevangenis en
1. Er ontstaat geen vijandigheid en vervreemding persoonskenmerken van bewakers of gevangenen
oorzaak van onprettige sfeer in gevangenis
of
2. Er ontstaat een gelijkaardige situatie zoals in echte gevangenissen structuur van gevangenis op zich is
belangrijkste oorzaak
Besluit: Geen afwijkende persoonlijkheden vóór experiment → situatie zelf is verantwoordelijk voor gedrag vd
deelnemers
KRITIEK :
1) Rolgedrag
- Deelnemers speelden de ‘rol’ van gevangene / bewaker volgens de stereotypen
- Reactie Zimbardo :
• Ook beginnende bewakers eerst gedrag volgens stereotypen
• Vooral tegen einde van experiment extreem gedrag
• Fysiek geweld en vernederingen vanwege bewakers overschreden de grenzen van normaal rollenspel
• Bewakers strenger tegen gevangenen toen ze dachten dat niemand toekeek
2) Deontologische bezwaren
- Ethisch verantwoord (~vernedering, vijandigheid)?
- Reactie Zimbardo :
• Psychologisch onderzoek is gerechtvaardigd indien baten (nieuwe kennis) opweegt tegen de kosten.
• Proefpersonen gaven vooraf toestemming.
• Geen vraag/klacht van collega’s
• Deelnemers geven zelf aan veel geleerd te hebben over zichzelf
• Veel invloed op publieke opinie
SOCIAAL-PSYCHOLOGISCH PERSPECTIEF
Hoewel het gevangenisexperiment van Zimbardo heel wat interessante inzichten opleverde, is het toch geen
toonbeeld van hoe men het best aan wetenschappelijk onderzoek doet in de sociale psychologie. Dat heeft niet
alleen te maken met de ethische kant van de zaak, maar ook methodologisch.
De vraag blijft immers welke elementen van de gevangenissituatie verantwoordelijk waren voor de evolutie.
Was het de vrijwel absolute en ongecontroleerde macht waarover de bewakers beschikten ? Of was het hun
anonimiteit, het feit dat ze als individu vrijwel onherkenbaar waren door hun uniform en door het dragen van
de zonnebril ? Of was het het anonieme en haveloze uitzicht van de gevangenen dat de drempel verlaagde om
hen op een onrespectvolle manier te behandelen ? Of … ?
En bovendien… Blijkt nu dat het experiment niet zo is opgezet als Zimbardo altijd stelde… Hij heeft het
experiment zo gemanipuleerd om kostte wat het kost zijn ‘Lucifer Effect’ te bewijzen: morele mensen stellen
gemakkelijk immoreel gedrag als je een beetje prutst aan de omstandigheden.