1. De overkoepelde probleemstelling:
De overkoepelende probleemstelling van dit vak onderzoekt hoe mensen, als
culturele wezens, in verschillende historische contexten de werkelijkheid
begrijpen en betekenis geven, en hoe dit denken richting geeft aan menselijk
handelen en cultuur.
Deze probleemstelling wordt benaderd via de ideeëngeschiedenis,
cultuurbegrippen, tijdsperspectieven en het Europese referentiekader.
Wat is ideeëngeschiedenis + Ideeëngeschiedenis binnen de
maatschappelijk domeinen:
à Specifieke manier om naar het verleden te kijken at uit 2 component bestaat:
Ideeën: Suggereert een bepaalde invalshoek/perspectief
à Hoe mensen kijken denken, betekenis geven en de wereld begrijpen.)
Geschiedenis: Studie van het verleden van de mens als cultureel wezen of
de systematische studie van het menselijk verleden.
à Het onderzoekt hoe mensen in verschillende tijdens dachten, welk
wereldbeeld zij hanteerden en hoe het richting gaf in het handelen.
Bij historisch onderzoek worden de volgen de vragen gesteld:
o Waar gebeurt iets? àRuimte
o Wanneer gebeurt iets? à tijd
o Wie of wat is er betrokken?
o Waarom gebeurt iets
à Gebeurtenissen moeten in tijd en ruimte gecontextualiseerd worden.
à De bestudering van geschiedenis kan vanuit verschillende invalshoeken:
Economische geschiedenis:
o Hoe voorziet de mens in zijn levensonderhoud.
Sociale geschiedenis:
o Hoe vormt de mens sociale groepen?
o Hoe zijn de machtsverhoudingen?
Politieke geschiedenis:
o Hoe organiseert de mens het menselijk samenleven?
Culturele geschiedenis (ideeëngeschiedenis)
o Hoe denkt de mens over de wereld?
De mens wordt bekeken in zijn culturele setting + niet alleen het
denken wordt bekeken maar ook de structuur daden. (Oorzaak en
gevolg, verandering en continuïteit).
2. Cultuur in brede en enge zin:
1
, Cultuur in brede zin:
à een algemeen referentiekader, waaruit mensen de werkelijkheid bekijken en
evalueren (Er worden diverse facetten van de werkelijkheid bestudeerd). Dit
wordt bepaald door:
o Mensbeeld:
Het geheel van opvattingen over wat de mens is, wat zijn plaats
en rol zijn.
o Wereldbeeld:
Het beeld van de werkelijkheid als geheel
Inclusief de relatie tussen mens, de omringende wereld en het
bestaan (het zijn).
o De culturele opvattingen over de plaats van de mens tegenover het
transcendente, morele of kosmische (Zoals god, natuurorde, rede,)
o Ethos: is het geheel van gedeelde waarden, normen en
vanzelfsprekendheden dat bepaald hoe mensen oordelen over goed en
kwaad en hoe zij zich gedragen in het dagelijks leven.
Wat is de Ethos?
Het omvat opvattingen over:
Goed en kwaad
Waardevol en waardeloos
Normaal en abnormaal
Leven en dood
Wat als vanzelfsprekend of onaanvaardbaar wordt gezien.
Het geen abstracte theorie of leer maar een geleefde
levenshouding
Het zit ingebed in mensen en gemeenschappen en stuurt
handelingen vaak onbewust.
Mensen denken niet naar over het ethos, ze “leven” het.
Waar komt de Ethos tot uiting?
Dagelijks gedrag en sociale omgang
Literatuur
Kunst
Wetenschappen en wijsbegeerte.
Concreet:
Het ethos beïnvloedt: hoe men omgaat met afkomst en sociale
verschillen, hoe men de dood en het leven betekenis geeft en
wat men als normaal en moreel afwijkend beschouwt.
Cultuur in enge zin:
à Dit zijn concrete cultuurproducten en hierin kan je het ethos het beste zin.
o Voorbeelden:
Mythes en verhalen
Schilderijen
2
, Filosofische teksten
Wetenschappelijke theorieën
3. De studie van het menselijk verleden:
à Dit kan vanuit verschillende tijdsperspectieven:
Prehistorie
Oude Nabije oosten
Klassieke oudheid
Middeleeuwen
Vroegmoderne tijd
Moderne tijd
Hedendaagse tijd
De duur:
Longue durée à lang termijn.
Middel lange termijn
Kort termijn.
8. Kenmerken van het Europese referentiekader
à Het Europese referentielader wordt gekenmerkt door een spanningsveld tussen:
twijfel (over zichzelf, kritiek, herziening en zelfreflectie)
zekerheid (over zichzelf, waarheid, wetenschape en orde)
Belangrijke kenmerken:
Laïcisering/secularisering:
o Scheiding van kerk en staat
o Verliezen van het geloof als centrale rol.
Democratie:
o Is historisch gegroeid
o Het is niet vanzelfsprekend of universeel.
Rationalisme:
o Er is vertrouwen in rede en logica
o Een wetenschappelijk wereldbeeld.
Individualisme:
o Focus op zelfontplooiing
Wat wordt er bedoeld met Europa, waar komt het vandaan, wat is het.
Het is een werelddeel
Een historisch & cultureel construct
à het is dus geen homogeen geheel. (heeft een associatie met: christendom,
seksualiseren, Moderniteit (revoluties en industrialisering), oorlog handel en
kolonialisme en met figuren zoals Caesar, Karel V en Napoleon.
4. De “Europese geschiedenis” start bij de Oude Grieken:
3
, Guido Van Heeswijck
o Letterlijke opvatting: Europe is een figuur in de Griekse mythologie
Ze was een Femische prinses die door de Oppergod Zeus, die
zich vermomd als prachtige witte stier werd ontvoerd van het
strand naar het eiland Kreta, waar ze kinderen kreeg waaronder
Minos en de naam van het werelddeel van Europa aan haar
ontleend is.
o Twee figuurlijke opvattingen (metaforen):
1. Penelope à Staat voor de twijfel in Europa:
De draad van Penelope, de vrouw van Odysseus weeft
overdag een lijkkleed voor haar schoonvader Laërtes.
S’Nachts trekt ze de draden weer uit, waardoor het werk
nooit afkomt.
Dit weef- en ontrafelproces symboliseert de Europese
geschiedenis en cultuur: een onophoudelijk dialoog, een
voortdurende herdefiniëring van identiteit en een
afwijzingen ven een simpele gesloten definitie.
2. Ariadne à staat voor de zekerheid in Europa:
In de mythe van Theseus en de Minotaurus geeft Ariadne
Theseus een draad (spoeldraad) om zijn weg uit het
labyrint te vinden. Dit staat duidelijk voor een afgebakend
pad naar en oplossing of doel.
Staat symbool voor rationele oplossingen voor
problemen.
4