Samenvatting basisprincipes voor duurzaam ondernemen: inleiding + ERS world view
1. inleiding
1.1 waarom dit vak
1) inleidende vragen
- ERS: ethics, responsibility and sustainability
- ethiek:
- wat:
- normatieve ethiek: goede en slechte morele besluitvorming → wat is goed, wat is slecht
- descriptieve ethiek: redenen waarom goede of slechte beslissingen genomen zijn
- oorsprong: filosofie, gedragspsychologie, business en economie
- responsibility:
- nadenken over hoe 3 pijlers in rekening gebracht kunnen worden
- pijler 1: economische (= financiële = winst)
- pijler 2: ecologische (= omgevings = planeet)
- pijler 3: sociale (= maatschappelijke = menselijke)
- OPM: balans ++ b → ++ manieren om verantwoord te zijn
→ vraag: welke manieren, op welke assumpties gebaseerd
- overweging, integratie en afweging van economisch, ecologisch en sociaal beleid → 2 doelen:
organisatie (= bedrijfs) doel bereiken & positieve impact op bredere omgeving
- duurzaamheid:
- kernwoord: de toekomst
- brundtland definitie: hoe behoeften toekomstige generaties waarborgen en tegelijk ook tegemoet
komen aan noden huidige generaties (= hoe duurzaam omgaan met bronnen die we hebben)
→ menselijk welzijn binnen ecologisch evenwicht op maatschappelijk niveau
- theoretisch kader: 17 SDG’s: 17 sustainable development goals (= 17 duurzame ontwikkelingsdoelen)
- is het mogelijk voor een ecologisch bedrijf met duurzaam business model om winst te maken: antwoord hangt vast met
assumpties
2) actualiteit
- vaststelling:
- uitdagingen: indicatoren dat duurzaamheid niet altijd evident is
- kansen voor bedrijven:
- ecologische business rendabel te maken
- nieuwe opportuniteiten die LT waarde kunnen opleveren
- noodzaak:
- landschap verandert: niet langer pure focus op winst
- actoren verwachten duurzaamheid: klanten, medewerkers, investeerders
- omgeving van organisatie verandert de business
- regelgeving verandert snel
- bedrijven enorme macht om positieve verandering teweeg te brengen
- kennis rond duurzaamheid steeds belangrijker in bedrijfswereld → bv: publicatie Vlaamse overheid over
toekomstige bedrijfseconomie: systeemdenker, lange termijn denker, beleidsinstrumenten ontwikkelen om
duurzaamheid te bewerkstelligen, … → bedrijven actief op zoek naar mensen met sustainability skills en kennis
- voorbeelden:
- ecologische business:
- the guardian: sustainable startups: met recycleerbare zaken
iets nieuws maken
- rendabele elektrische vrachtwagens
- voordelen:
- even ver rijden als dieselwagen
- energiekosten zijn lager
- gaan langer mee dan dieselwagens
- wetgeving: geen km heffing betalen
- klanten vinden duurzaamheid belangrijk
- nadelen: AK kost duurder
- conclusie: ecologische business is mogelijk
- alles komt bij elkaar (klanten, wetgeving, …) = kan winstgevend zijn
- assumpties: Caroline vercauteren: persoonlijke motivatie om duurzaam te zijn →
gestopt met charcuterie bedrijf
, 2
- problemen:
- gemiddelde belg 200 kledingstukken waarvan 25% niet gedragen
- plastic in oceaan
- Trump ontkent klimaatveranderingen
1.2 geschiedenis van duurzaam denken
1) vroege alarmsignalen
- Malthus: hoeveelheid voedsel kan exponentiële groei aantal mensen niet volgen → gevolg: hongersnood & armoede
- UN conference on the human environment in Stockholm → veel concepten en doelstellingen, weinig implementatie
→ 1e conferenties: richting of visie aangeven
- Club of Rome:
- wat: internationale denktank met mix van industriëlen
- werk: The Limits to Growth (Meadows et al.):
- onheilspellende signalen → computersimulatie collapse mid 21e E
- vraag: hoe wereldbevolkingsgroei combineren met economische groei en grenzen vd planeet
- materiële vooruitgang botst op te grote bevolkingsgroei
- natuurlijke bronnen geraken uitgeput
2) Brundtlands definitie (EXAMEN !!!)
- wie: Brundtland: leidde commissie rond development & environment
- definitie: “Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder het vermogen van
toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.”
- kernelementen:
- needs (= behoeften)
- ruime definitie: Maslov piramide
- basisbehoeften / fysiologische behoeften: eten, geld, kleren
- veiligheidsbehoeften: stabiliteit, vrijheid van angst
- sociale behoeften: affectie, vriendschap, tederheid
- waarderingsbehoeften: positieve zelfevaluatie, waardigheid
- behoeften aan zelfactualisatie: zelfontplooiing, groei
- trade offs:
- afweging: noden van huidige en toekomstige generatie
- probleem conservatieve definitie: idee dat toekomstige behoeften dezelfde zijn als die van nu → klopt
niet want is afhankelijk van assumpties
- 2 bronnen:
- non renewable resources:
- wat: op = op
- bv elke ton lithium nu gebruiken is 1 minder voor toekomst
- renewable resources:
- wat: kan zich herstellen mits we er verstandig mee omgaan
- bv overbevissing kan leiden tot onomkeerbare uitsterving vissen, ontbossing voor
productie palmolie leidt tot verlies biodiversiteit en CO2 uitstoot
- ability:
- wat: mogelijkheden (technologie, sociale instituties, omgeving) toekomstige generaties niet in gedrang
brengen
- capital stocks
- fysisch kapitaal: infrastructuur, data netwerken
- menselijk kapitaal: skills, kennis
- institutioneel kapitaal: democratie, wetgeving, hoe overheid werkt
- natuurlijk kapitaal: biodiversiteit, atmosfeer
- weak vs strong sustainable development:
- weak SD: zolang totale stock kapitaal hetzelfde blijft = oké voor volgende generatie → bv
minder natuurlijk kapitaal maar compenseren met fysisch is oké
- strong SD: bepaalde grenzen of capital stocks die niet onder bepaald minimum mogen gaan
- conclusie: verschillende meningen rond duurzaamheid, meningen rond kapitaal en hoe inzetten
, 3
- limitations:
- natuur kan niet oneindig veel leveren
- actoren die grenzen bepalen:
- technologie: hoe goed we middelen winnen of hergebruiken bv zonnepanelen, recyclage
- maatschappelijke organisatie: hoe middelen verdelen en gebruiken
- equity:
- niet enkel ecologische duurzaamheid → ook rechtvaardigheid: behoeften van armen
- 2 dimensies:
- INTRA generational equity: binnen de huidige generatie arm-rijk
- vraag: zijn middelen eerlijk verdeeld om behoeften te realiseren
- INTER generational equity: tussen generaties: huidige en toekomstige generaties
- vraag: laten we genoeg over voor toekomstige generaties
3) rest evolutie
- 3 P’s: idee 3 pijlers: people, planet, profit → in evenwicht krijgen
- 5 P’s:
- people
- planet
- profit wordt prosperity → als bedrijven winst maken kan het ten koste gaan van people en planet als ze
winstmaximalisatie nastreven
- partnership: organisatie kan het niet alleen, samenwerken om het te realiseren
- peace
- 17 SDG’s:
- doelstellingen (= targets) waar elk land commitment gaat doen om tegen 2030 te halen
- probleem:
- geven richting weer maar niet hoe je concreet moet doen
- sommige doelstellingen spreken elkaar tegen: bv economic growth maar er zijn limits to growth met
climate change → vraag hoe verzoenen → niet echt gepraat over hoe doelstellingen in relatie staan
met elkaar
- stockholm resilience center:
- wedding cake model: bepaalde zaken bouwen verder op elkaar bv economie ingebed in biosfeer
1.3 algemene info over het vak
- 4 competentie areas in dit vak
- ERS worldview: kennis over wereld uit ERS standpunt
- hoe ziet wereld er vandaag uit, wat is staat vd wereld in termen van klimaatverandering, ongelijkheid
- eerste 4 lessen
- complexiteit: hoe werken complexe systemen (3 lessen)
- stakeholder theory: wat is een bedrijf
- systeemdenken
- duurzame mode
- future orientation for ERS:
- hoe kunnen we veranderen, hoe nadenken over de toekomst
- 2 lessen: methodologieën om lange termijn te denken
- acting for ERS: hoe impact maken en kwantificeren
- guiding principles
- analytische aanpak met facts and figures
- verschillende manieren en paradigma's aantonen: veel manieren om na te denken over duurzaamheid, veel
assumpties
, 4
2. visies en bijhorende assumpties op duurzaamheid
→ de inter gerelateerdheid van economie, ecologie en sociale systemen
2.1 situering les 2
- competentiegebied van ERS worldview
- uitgebreide beoordeling van hoe mensen, economie en organisaties omgaan met planeet
- reflectie op visies over niet-duurzaamheid en duurzaamheid
- wereldbeelden identificeren en reflectie van onderliggende waarden
- doelstellingen:
- 4 visies op onderliggende samenhang van economische, ecologische en sociale systemen identificeren
- onderliggende aannames, implicaties en kritieken bespreken
- visie historisch positioneren → link les 1: veranderende definities van duurzaamheid
- verschillende visies begrijpen, erkennen en bewustzijn dat ze alle 4 naast elkaar kunnen leven → belang: soms
conflicten door meerdere visies dus ++b om te begrijpen uit welk perspectief iemand spreekt
2.2 overzicht 4 views
- visuele weergave
- grootte van de cirkels wijst naar waarde vh systeem
- manier waarop cirkels bij elkaar staan toont relaties tss systemen
- algemeen: elke view heeft andere assumpties over wie voordeel moet halen en wat hiërarchie is tussen systemen
- links boven: disparate view
- quote: economisch, sociaal en ecologische systemen
zijn gescheiden, bedrijven moeten zich niet engageren
in niet-economische systemen
- rechts boven: subsuming view
- quote: sociaal en ecologische systemen dragen bij aan
economische systemen (= aan winstgevendheid),
bedrijven moeten zich engageren in ecologische of
sociale systemen (= maximaal profijt uit halen) voor
zover dit de economische prestaties verbeterd
- links onder: intertwined view
- quote: elk systeem is evenwaardig, bedrijven moeten
verschillende noden van elk systeem balanceren
- rechts onder: embedded view
- quote: economische systemen zijn ingebed in sociale
systemen die op hun beurt ingebed zijn in ecologische
systemen, economische activiteit is manier om meer
sociale en ecologische welzijn/welvaart te brengen
2.3 uitgebreide tabel 4 views: zie extra blad (laatste pagina’s samenvatting)
2.4 voorbeelden
1) disparate view
- exxonMobil: energiebedrijf dat zich bezig houdt met exploratie, raffinage en verkoop van olie en gas
- Philip Morris international: sigaretten en tabak bedrijf
- waarom beide disparate: duurzaamheidsclaim botst met impact van hun activiteiten → groot verschil (= disparity) tussen
wat ze communiceren op vlak van duurzaamheid en wat ze effectief bijdragen → hun activiteiten dragen niet bij maar ze
zeggen dat ze wel initiatieven nemen
2) subsuming view:
- Nestlé: producten aanbieden met minder suiker en vetstoffen, vegan producten aanbieden, proper water aan boeren
geven voor extractie → inzetten voor sociale en ecologische pijler maar hoofddoel waarom ze het doen blijft
winstmaximalisatie
- coca cola: providing people’s choices: products with less sugar → inspelen op noden van mensen want is opportuniteit
om meer winst te maken
3) intertwined view: interface (= wereldleider in tegels)
- ESG (= environmental social governance) benadering: inzetten op aparte doelstellingen → responsibility aparte
doelstelling, losstaand van economie → bedrijf dat expliciet op andere pijlers inzet