TCV VRAAGJES OPGELOST 2025-2026
Deel 1: is criminologie een wetenschap?
1. Wanneer (situeer in de tijd) ontstaat het wetenschappelijk criminologisch
denken?
Criminologisch wetenschappelijk denken is niet van alle tijden, terwijl het denken over
criminaliteit en bestra9ing dat wel is. Het wetenschappelijk denken over criminaliteit is
dus relatief recent.
De start van het wetenschappelijk criminologisch denken bevindt zich in de 19de eeuw.
In de loop van de 19de eeuw zien we ook dat er diverse congressen en publicaties komen
over zaken zoals criminaliteit, gevangenis en dergelijke.
Op het einde van de 19de eeuw worden de eerste criminologische cursussen gegeven
aan de universiteit. In Brussel gebeurt dit in de ULB door Enrico Ferri.
2. Geef enkele kenmerken van wetenschappelijk denken
Wetenschappelijk denken is waarnemen. Dit waarnemen is in deze context altijd een
vorm van bevragen zoals door observaties, bevragingen en dergelijke.
Wetenschap heeft altijd een selectieve focus. Dit is zowel een sterkte (want hierdoor kan
men zich sterk focussen op een bepaalde kwestie) maar ook een zwakte, want hierdoor
zien we een deel van de complexiteit over het hoofd. De vraag bepaald waar naar de
onderzoeker kijkt.
3. Aan wetenschap doen en wetenschappelijk denken kan worden omschreven als
“zoekend waarnemen”. Wat bedoelen we hiermee? Leg kort uit.
Dit slaagt op de selectieve focus die men heeft tijdens het wetenschappelijk denken.
Popper benoemde dit het zoeklichtperspectief, als we waarnemen gaan we namelijk
licht schijnen en onze focus leggen op bepaalde zaken, waardoor de andere zaken geen
licht krijgen. Hierdoor kunnen we ons sterk focussen op een vraag, maar zien we ook een
stuk van de complexiteit over het hoofd. De onderzoeksvraag bepaalt waar de
onderzoeker zijn “zoeklicht” op schijnt. Dit wil dus zeggen dat wetenschap altijd een
selectieve focus heeft.
Binnen de wetenschap gaat men op een systematische en geordende manier
waarnemingen doen om zo antwoorden te vinden.
1
,4. De wetenschapper plaatst zich buiten de te bestuderen gebeurtenis. Dit verwijst
naar de zogenaamde scheiding tussen subject en object (van studie). Waarom is dit
in de sociale wetenschappen geen evident gegeven? Leg kort uit.
Over de scheiding tussen subject en object bestaat binnen de sociale wetenschappen
enorm veel discussie omdat we iets bestuderen waar we eigenlijk midden instaan, de
wetenschapper is namelijk zelf ook een mens. De stelling dat de onderzoeker buiten zijn
onderzoeksvraagstuk staat is dus in sé onmogelijk.
Een echte scheiding tussen subject en object impliceert othering, wat betekent dat er
een sterke “wij en zij” denken heerst.
5. De klassieke visie op wetenschap steunt op het model van de
natuurwetenschappen. Hierbij gaat men uit van 3 premissen? Bespreek kort.
De eerste premisse is dat men orde en rationaliteit verondersteld. Dit betekent dat we de
werkelijkheid die we willen bestuderen een bepaalde orde en rationaliteit heeft. Het is
onze opdracht als wetenschapper om deze orde bloot te leggen.
De tweede premisse is dat de mens het enig kennend wezen is. In deze zin is de
klassieke visie op wetenschappen een uiterst antropocentristische manier van denken
over kennis, aangezien men stelt dat andere wezens geen kennis hebben.
De derde premisse is een scheiding tussen het object en het subject. Dit is erg moeilijk
binnen de sociale wetenschappen aangezien ons onderzoeksobject mensen zijn. Een
scheiding zou othering betekenen, wat een sterk “wij zijn wij, en zij zijn hun” denken
impliceert.
6. Wetenschap is doen, is een praktijk van handelen. Welke belangrijke kenmerken
heeft deze specifieke praktijk van handelen? Bespreek kort.
- Wetenschappelijk handelen bouwt voort op bestaande kennis
- Men neemt een vragende problematiserende houding aan t.a.v. het
onderzoeksobject door kritische vragen te stellen
- Wetenschap houdt in dat je alles constant in twijfel trekt
- Kritisch denken: wetenschap vereist een open houding voor twijfel, discussie en
controverse waarbij bestaande kennis continu wordt getoetst en eventueel
verwerpen wordt (falsificatie)
- Systematisch stellen van handelingen als oplossingsprocedure voor gestelde
vragen: niet zomaar willekeurige handelingen uitvoeren, maar een goed
doordachte en methodologische aanpak hanteren om betrouwbare en
controleerbare antwoorden te krijgen
2
,7. Hoe zou je wetenschappelijke kennis omschrijven in haar specificiteit?
Wetenschappelijke kennis is systematisch, objectief, en logisch verkregen. Het is
toetsbare kennis die gebaseerd is op empirisch onderzoek en gericht op het verklaren
van een deel van de werkelijkheid op een zo precies mogelijke manier. Het bevat altijd
een mate van onzekerheid en is nooit absoluut definitief.
8. Wat begrijpen we als we spreken over criminologische verbeelding?
Hierbij past men het idee van Mills (sociale verbeelding) toe op de criminaliteit. Met
criminologische verbeelding gaat men crimineel gedrag plaatsen in haar bredere,
sociale en politieke context.
9. Welke socioloog ligt aan de basis van het argument van de noodzaak van
verbeelding in de sociale wetenschappen?
C. Wright Mills wordt gezien als de socioloog die het concept van de sociologische
verbeelding introduceerde, wat later ook invloedrijk werd in de criminologie.
10. Waarom is het van belang om de historiciteit van wetenschappelijke kennis niet
te vergeten?
Het is belangrijk om de historiciteit van wetenschappelijke kennis te erkennen omdat
kennis altijd wordt gevormd door de sociale, politieke en historische context waarin deze
ontstaat. Door de historische achtergrond van wetenschappelijke concepten en
theorieën te begrijpen, kunnen we kritisch reflecteren op hun beperkingen, aannames,
en de manier waarop ze zijn ontwikkeld.
11. Plaats 3 kritische bedenkingen bij de klassieke visie op wetenschappelijk
denken
Allereerst zit binnen de criminologie (en andere sociale wetenschappen) ons
onderzoeksobject niet in een lab en kunnen we ons onderzoeksobject niet isoleren.
Het criminologisch onderzoek gebeurt dus in de werkelijke situatie. De wereld en de
sociale wezens zijn niet controleerbaar. Hierdoor kunnen we met al ons onderzoek nooit
hard bewijs leveren, maar het zijn wel resultaten die ons de werkelijkheid beter doen
begrijpen.
3
, Ten tweede is er een kritische bedenking over ons object van onderzoek. We
onderzoeken mensen en menselijke praktijken. We hebben dus een object dat
manipuleerbaar is. Het is dus een recalcitrant object.
Ten derde interpretatie en pluraliteit: sociale wetenschap gaat altijd gepaard met
interpretatie en meerdere perspectieven. Dit wijkt af van de positivistische belofte van
objectieve en neutrale kennis.
Aangezien we bij ons object van studie al buiten het lab zitten (namelijk in een
chaotische of ongecontroleerde omgeving waarbij vanalles een rol speelt dat we niet
kunnen controleren) zitten we natuurlijk met een probleem van interpretatie.
12. Wat bedoelt Bruno Latour met objectiteit?
Hiermee bedoelt hij dat je over je onderzoeksobject enkel kan zeggen wat het object je
toelaat om te zeggen. Als wetenschappers moeten we hierbij respect heben voor het
object en mogen we dus het object niet manipuleren. We moeten ruimte laten aan het
object om te spreken en zo dingen op te leveren. Zo kunnen we participanten meer
ruimte geven voor te antwoorden ipv smal afgebakende ja en nee vragen of kunnen we
onze interpretatie van interviews aftoetsen bij participanten.
13. Volgens R. Merton wordt het doen van wetenschap gekenmerkt door 4 principes.
Leg uit.
Het eerste principe is communalisme. Dit betekent dat we wetenschap doen voor het
algemeen belang. Deze is problematisch aangezien veel wetenschappelijke kennis
achter een betaalmuur zitten, zo moet je vaak betalen voor artikels van tijdschriften te
kunnen lezen en dergelijke.
Het tweede principe is universalisme. Dit betekent dat het de bedoeling is om
universele kennis te genereren. Dit is kennis die algemeen, altijd en overal valide kennis
is. Dit klopt in de praktijk ook niet, aangezien we zien dat de meeste kennis wit en
Westers is. Zo gebeurt veel van het sociaalpsychologisch onderzoek bij
universiteitsstudenten die een bepaalde leeftijd, klasse en ras hebben.
Het derde principe is belangenloosheid. Dit betekent dat het wetenschappelijk
onderzoek en resultaten van het onderzoek geen belang beogen.
Het vierde principe is georganiseerde scepsis. Dit is een soort normatief principe
waarvan Merton zegt dat het de dynamiek van controverse is en gaat over de
robuustheid van kennis.
4
Deel 1: is criminologie een wetenschap?
1. Wanneer (situeer in de tijd) ontstaat het wetenschappelijk criminologisch
denken?
Criminologisch wetenschappelijk denken is niet van alle tijden, terwijl het denken over
criminaliteit en bestra9ing dat wel is. Het wetenschappelijk denken over criminaliteit is
dus relatief recent.
De start van het wetenschappelijk criminologisch denken bevindt zich in de 19de eeuw.
In de loop van de 19de eeuw zien we ook dat er diverse congressen en publicaties komen
over zaken zoals criminaliteit, gevangenis en dergelijke.
Op het einde van de 19de eeuw worden de eerste criminologische cursussen gegeven
aan de universiteit. In Brussel gebeurt dit in de ULB door Enrico Ferri.
2. Geef enkele kenmerken van wetenschappelijk denken
Wetenschappelijk denken is waarnemen. Dit waarnemen is in deze context altijd een
vorm van bevragen zoals door observaties, bevragingen en dergelijke.
Wetenschap heeft altijd een selectieve focus. Dit is zowel een sterkte (want hierdoor kan
men zich sterk focussen op een bepaalde kwestie) maar ook een zwakte, want hierdoor
zien we een deel van de complexiteit over het hoofd. De vraag bepaald waar naar de
onderzoeker kijkt.
3. Aan wetenschap doen en wetenschappelijk denken kan worden omschreven als
“zoekend waarnemen”. Wat bedoelen we hiermee? Leg kort uit.
Dit slaagt op de selectieve focus die men heeft tijdens het wetenschappelijk denken.
Popper benoemde dit het zoeklichtperspectief, als we waarnemen gaan we namelijk
licht schijnen en onze focus leggen op bepaalde zaken, waardoor de andere zaken geen
licht krijgen. Hierdoor kunnen we ons sterk focussen op een vraag, maar zien we ook een
stuk van de complexiteit over het hoofd. De onderzoeksvraag bepaalt waar de
onderzoeker zijn “zoeklicht” op schijnt. Dit wil dus zeggen dat wetenschap altijd een
selectieve focus heeft.
Binnen de wetenschap gaat men op een systematische en geordende manier
waarnemingen doen om zo antwoorden te vinden.
1
,4. De wetenschapper plaatst zich buiten de te bestuderen gebeurtenis. Dit verwijst
naar de zogenaamde scheiding tussen subject en object (van studie). Waarom is dit
in de sociale wetenschappen geen evident gegeven? Leg kort uit.
Over de scheiding tussen subject en object bestaat binnen de sociale wetenschappen
enorm veel discussie omdat we iets bestuderen waar we eigenlijk midden instaan, de
wetenschapper is namelijk zelf ook een mens. De stelling dat de onderzoeker buiten zijn
onderzoeksvraagstuk staat is dus in sé onmogelijk.
Een echte scheiding tussen subject en object impliceert othering, wat betekent dat er
een sterke “wij en zij” denken heerst.
5. De klassieke visie op wetenschap steunt op het model van de
natuurwetenschappen. Hierbij gaat men uit van 3 premissen? Bespreek kort.
De eerste premisse is dat men orde en rationaliteit verondersteld. Dit betekent dat we de
werkelijkheid die we willen bestuderen een bepaalde orde en rationaliteit heeft. Het is
onze opdracht als wetenschapper om deze orde bloot te leggen.
De tweede premisse is dat de mens het enig kennend wezen is. In deze zin is de
klassieke visie op wetenschappen een uiterst antropocentristische manier van denken
over kennis, aangezien men stelt dat andere wezens geen kennis hebben.
De derde premisse is een scheiding tussen het object en het subject. Dit is erg moeilijk
binnen de sociale wetenschappen aangezien ons onderzoeksobject mensen zijn. Een
scheiding zou othering betekenen, wat een sterk “wij zijn wij, en zij zijn hun” denken
impliceert.
6. Wetenschap is doen, is een praktijk van handelen. Welke belangrijke kenmerken
heeft deze specifieke praktijk van handelen? Bespreek kort.
- Wetenschappelijk handelen bouwt voort op bestaande kennis
- Men neemt een vragende problematiserende houding aan t.a.v. het
onderzoeksobject door kritische vragen te stellen
- Wetenschap houdt in dat je alles constant in twijfel trekt
- Kritisch denken: wetenschap vereist een open houding voor twijfel, discussie en
controverse waarbij bestaande kennis continu wordt getoetst en eventueel
verwerpen wordt (falsificatie)
- Systematisch stellen van handelingen als oplossingsprocedure voor gestelde
vragen: niet zomaar willekeurige handelingen uitvoeren, maar een goed
doordachte en methodologische aanpak hanteren om betrouwbare en
controleerbare antwoorden te krijgen
2
,7. Hoe zou je wetenschappelijke kennis omschrijven in haar specificiteit?
Wetenschappelijke kennis is systematisch, objectief, en logisch verkregen. Het is
toetsbare kennis die gebaseerd is op empirisch onderzoek en gericht op het verklaren
van een deel van de werkelijkheid op een zo precies mogelijke manier. Het bevat altijd
een mate van onzekerheid en is nooit absoluut definitief.
8. Wat begrijpen we als we spreken over criminologische verbeelding?
Hierbij past men het idee van Mills (sociale verbeelding) toe op de criminaliteit. Met
criminologische verbeelding gaat men crimineel gedrag plaatsen in haar bredere,
sociale en politieke context.
9. Welke socioloog ligt aan de basis van het argument van de noodzaak van
verbeelding in de sociale wetenschappen?
C. Wright Mills wordt gezien als de socioloog die het concept van de sociologische
verbeelding introduceerde, wat later ook invloedrijk werd in de criminologie.
10. Waarom is het van belang om de historiciteit van wetenschappelijke kennis niet
te vergeten?
Het is belangrijk om de historiciteit van wetenschappelijke kennis te erkennen omdat
kennis altijd wordt gevormd door de sociale, politieke en historische context waarin deze
ontstaat. Door de historische achtergrond van wetenschappelijke concepten en
theorieën te begrijpen, kunnen we kritisch reflecteren op hun beperkingen, aannames,
en de manier waarop ze zijn ontwikkeld.
11. Plaats 3 kritische bedenkingen bij de klassieke visie op wetenschappelijk
denken
Allereerst zit binnen de criminologie (en andere sociale wetenschappen) ons
onderzoeksobject niet in een lab en kunnen we ons onderzoeksobject niet isoleren.
Het criminologisch onderzoek gebeurt dus in de werkelijke situatie. De wereld en de
sociale wezens zijn niet controleerbaar. Hierdoor kunnen we met al ons onderzoek nooit
hard bewijs leveren, maar het zijn wel resultaten die ons de werkelijkheid beter doen
begrijpen.
3
, Ten tweede is er een kritische bedenking over ons object van onderzoek. We
onderzoeken mensen en menselijke praktijken. We hebben dus een object dat
manipuleerbaar is. Het is dus een recalcitrant object.
Ten derde interpretatie en pluraliteit: sociale wetenschap gaat altijd gepaard met
interpretatie en meerdere perspectieven. Dit wijkt af van de positivistische belofte van
objectieve en neutrale kennis.
Aangezien we bij ons object van studie al buiten het lab zitten (namelijk in een
chaotische of ongecontroleerde omgeving waarbij vanalles een rol speelt dat we niet
kunnen controleren) zitten we natuurlijk met een probleem van interpretatie.
12. Wat bedoelt Bruno Latour met objectiteit?
Hiermee bedoelt hij dat je over je onderzoeksobject enkel kan zeggen wat het object je
toelaat om te zeggen. Als wetenschappers moeten we hierbij respect heben voor het
object en mogen we dus het object niet manipuleren. We moeten ruimte laten aan het
object om te spreken en zo dingen op te leveren. Zo kunnen we participanten meer
ruimte geven voor te antwoorden ipv smal afgebakende ja en nee vragen of kunnen we
onze interpretatie van interviews aftoetsen bij participanten.
13. Volgens R. Merton wordt het doen van wetenschap gekenmerkt door 4 principes.
Leg uit.
Het eerste principe is communalisme. Dit betekent dat we wetenschap doen voor het
algemeen belang. Deze is problematisch aangezien veel wetenschappelijke kennis
achter een betaalmuur zitten, zo moet je vaak betalen voor artikels van tijdschriften te
kunnen lezen en dergelijke.
Het tweede principe is universalisme. Dit betekent dat het de bedoeling is om
universele kennis te genereren. Dit is kennis die algemeen, altijd en overal valide kennis
is. Dit klopt in de praktijk ook niet, aangezien we zien dat de meeste kennis wit en
Westers is. Zo gebeurt veel van het sociaalpsychologisch onderzoek bij
universiteitsstudenten die een bepaalde leeftijd, klasse en ras hebben.
Het derde principe is belangenloosheid. Dit betekent dat het wetenschappelijk
onderzoek en resultaten van het onderzoek geen belang beogen.
Het vierde principe is georganiseerde scepsis. Dit is een soort normatief principe
waarvan Merton zegt dat het de dynamiek van controverse is en gaat over de
robuustheid van kennis.
4