Religie, zingeving en levensbeschouwing
Les 1 – Wetenschap, technologie en de ‘zingevende interesse’
Examen: lesinhoud = leerstof
Meerkeuze: 6 punten; open vragen: 12 punten; online module: 2 punten -> zie deadlines op ppt
1. Leefwereld, wetenschap en redelijkheid
Edmund Husserl (1859 – 1938): filosoof uit Duitsland. Stierf in interbellum. Zijn manuscripten
dreigden verloren te gaan door nazi’s -> kwamen in Leuven terecht. Hierdoor is Leuven zo
belangrijk voor de filosofie. Husserl: wat is wetenschap? Vertrekt van concept: de leefwereld =
de wereld waarin wij leven. Onze leefwereld heeft bepaalde kenmerken: intersubjectief,
persoonlijk, betekenisvol, … De wereld waarin wij leven is een die we delen met anderen. In onze
leefwereld komen wij personen tegen die ook een persoonlijke betekenis hebben voor ons. Ook
de dingen om ons heen zijn persoonlijk en betekenisvol: bv. aula bestaat uit stoelen -> zijn
gemaakt voor personen om op te zitten. Ander voorbeeld: computer -> niet zomaar een object,
wij communiceren daardoor, prof geeft les hierdoor: betekenisvol voor hem, geeft zin aan het
leven. Alles wat we tegenkomen in onze wereld heeft een persoonlijke betekenis voor ons.
Wetenschap vertrekt van de leefwereld. Alle wetenschap vertrekt van betekenisvolle dingen in
ons leven. Bv. psychologie, rechtswetenschappen: vertrekt van het betekenisvolle feit dat er in
alle samenlevingen wetten zijn, … Wetenschap maakt van deze betekenis abstractie, neemt er
afstand van -> bekijken alsof het louter objecten zijn, op een objectievere manier. Voorbeeld:
anatomie = de wetenschap van het menselijk lichaam. Kwam pas tot leven vanaf we dode
lichamen zijn gaan beschouwen als louter objecten. In onze leefwereld is een dood lichaam een
betekenisvol ding, bv. iemand gaan groeten. Wat er in de wetenschap gebeurt en wat daar mag
gebeuren, mag alleen in de wetenschap. Daar kan je abstractie maken van het levenloze lichaam
als betekenisvol ding. Wetenschap als tijdelijke opschorting van de normale omgang met de
leefwereld. Ook wetenschappers moeten altijd terugkeren naar de leefwereld. Zie filmpje -> dit is
precies wat de wetenschap doet.
Cruciale vraag: wat is de relatie tussen wetenschap en de leefwereld? Moeten we onze leefwereld
meer wetenschappelijk gaan inrichten? Moeten we elkaar niet meer als objecten zien? Een
autonome leefwereld? Verschillende opvattingen. Dit gebeurt eigenlijk al. Het afstandelijke van
de wetenschap heeft al een invloed op onze leefwereld. Bv. Tinder -> herleidt persoon tot een
reeks eigenschappen. Toch niet helemaal abstractie, want uiteindelijk wil je die persoon zien en
je gaat beroep doen op je intuïtie. Onze leefwereld is voor een stuk autonoom: er zijn een aantal
wetmatigheden in onze leefwereld. Voorbeeld: je komt naar Leuven om te studeren en je wilt
vrienden maken: hoe mensen vinden die bij jou passen? In eerste les laat je
persoonlijkheidstesten doen -> zo mensen vinden waarmee je volgens theorieën vrienden zou
kunnen zijn. Wetenschappelijk wordt dit als rationeel beschouwd, maar dit valt niet samen met
wat wij in onze leefwereld redelijk noemen. Wij doen in ons dagelijks leven hiervoor beroep op
intuïtie. Dit is betekenisvol. De wetenschap kan dit nooit volledig uitschakelen. Redelijkheid en
rationaliteit.
1
, 2. De ‘zingevende’, ‘cognitieve’ en ‘manipulatieve’ interesses van de mens
Onderscheid tussen 3 interesses van de mens: drie manieren waarop wij ons verhouden t.o.v. de
wereld. Het zijn drie verlangens, manieren van betrokken zijn op de wereld.
Cognitieve interesse: wetenschap, roddelbladen, … We willen dingen te
weten komen. Ons verlangen naar kennis.
Manipulatieve interesse: we willen controle hebben over de wereld, we
willen de wereld naar onze hand zetten. Bv. je hebt honger en je gaat naar de
supermarkt om eten te kopen.
Zingevende interesse: hierover gaan we het vandaag hebben. Ons verlangen
om een betekenisvol leven te leiden. Deze zingevende interesse is veel
prominenter aanwezig in ons leven dan we denken.
De drie interesses overlappen ook.
2a. Zingevend & cognitief
Stelling 1: Er zijn activiteiten in ons leven die lijken te gaan over een ‘cognitieve interesse’, maar
die eigenlijk fundamenteel over zingeving gaan.
Bv. we praten met elkaar. Je zou denken dat praten met elkaar draait om het doorgeven van
kennis. Maar eigenlijk is het vooral nonsens dat je aan het vertellen bent, bv. het is slecht weer
hé. Door te praten geven we erkenning aan elkaar: ik erken dat jij mijn buurman bent. Als mensen
spreken met elkaar, is dat het vieren van onze relatie. Het zegt iets over de aard van de relatie
waarin je staat.
Stelling 2: Op het domein van de zingeving bestaat er redelijkheid en onredelijkheid. Wat ‘redelijk’
en ‘onredelijk’ is, is echter niet hetzelfde als wat vanuit cognitief oogpunt ‘rationeel’ en
‘irrationeel’ is.
Bv. er is een liefdesrelatie: belangrijke vraag is of uw partner u bedriegt. Dit is kennis. Dus ook de
zingeving speelt het cognitieve een rol. Maar als het in die vraag puur om het cognitieve zou gaan,
zou je op de meest efficiënte manier het antwoord willen weten, bv. privédetective. Als je partner
dit ontdekt, kan je partner dit opvatten als een vertrouwensbreuk. De kennis waarmee we in
relaties werken, is meestal kennis obv vertrouwen. Vertrouwen is eigenlijk geen efficiënte manier
om tot kennis te komen, want mensen kunnen liegen en bedriegen. De wetenschap is dus
eigenlijk gebaseerd op een soort wantrouwen. Het kan zijn dat onze zintuigen ons bedriegen en
daardoor moeten we dit onderzoeken. Wat binnen de zingevende interesse heel redelijk lijkt, kan
binnen de wetenschap heel irrationeel zijn.
Stelling 3: Wetenschappelijke (cognitieve) bevindingen, zijn vaak slechts van relatief belang voor
de zingevende relaties in de leefwereld.
Heel belangrijke stelling. De problematiek van straf -> Richard Dawkins: we moeten stoppen met
mensen te straffen voor wat ze gedaan hebben. Mensen die misdrijven begaan zijn te vergelijken
met machines die niet meer werken. We moeten ze repareren, niet straffen. Het is even
belachelijk om mensen te straffen, dan om een auto te slaan dit niet werkt. Wij weten (cognitief
2
,aspect) vanuit de wetenschappen dat ons gedrag gedetermineerd is, wij hebben geen vrije wil.
Mensen willen straffen is afhankelijk van een ouder wereldbeeld waarin wij allemaal vrije wil
hebben. In de leefwereld blijven wij elkaar zin als verantwoordelijke wezens. Als we de
wetenschap hier zouden toepassen, zouden we in een compleet krankzinnige wereld
terechtkomen. De invloed van het cognitieve is hier zeer beperkt. De autonome patronen van onze
leefwereld blijven hun gang gaan, ze worden niet buiten spel gezet door cognitieve inzichten.
Vergelijk met iemand die naar een schilderij kijkt en daarin een windmolen ziet -> wetenschapper:
dit is geen windmolen, dit zijn strepen verf. De kracht van de leefwereld is dat zij betekenis aan
ons opdringt.
Voorbeeld 1: liefde en chemie. Eigenlijk doen deze bevindingen heel weinig. Ook al kennen we
alle wetenschap achter liefde, we gaan nog steeds verwonderd zijn over de liefde.
Voorbeeld 2: straf. Richard Dawkins: we moeten stoppen met mensen te straffen. We kunnen
mensen niet vergelijken met machines om te repareren. Het is even belachelijk om mensen te
straffen als om te slaan met een stok op een auto als die kapot is. Een cognitief element uit de
wetenschap wordt hier gebruikt om te zeggen hoe wij met elkaar omgaan.
2b. Zingevend & manipulatief
Stelling 1: Er zijn zaken in ons leven die lijken te gaan over onze ‘manipulatieve interesse’, maar
die eigenlijk fundamenteel over zingeving gaan (en die niet kunnen bereikt worden door
manipulatief handelen). Bijvoorbeeld: geluk en erkenning.
Voorbeeld 1: mensen zijn op zoek naar geluk, maar wat is geluk? Dit wordt vaak voorgesteld vanuit
de manipulatieve interesse: je bent gelukkig als jouw verlangens bevredigd zijn. Stel je hangt aan
een geluksmachine en je mag bepalen welke ervaringen jij dankzij deze machine wil opdoen in
het leven. Volgens een filosoof zouden mensen dit niet willen. Het is pas geluk, omdat je het niet
helemaal zelf in de hand hebt. Voorbeeld 2: zoeken naar erkenning en waardering. Stel dat door
een pilletje iedereen jou fantastisch zou vinden. Wat is deze erkenning dan waard voor jou? Deze
is niets waard, want je hebt deze zelf veroorzaakt. De erkenning is pas waardevol omdat je die
even goed niet zou kunnen krijgen. De zingevende interesse staat op gespannen voet met de
manipulatieve interesse. Het moment dat je alles in de hand hebt, is vernietigend voor de
zingevende interesse.
Stelling 2: De focus op de manipulatieve interesse kan uiteindelijk de zingevende dimensie
aantasten.
Bv. je hebt een vriendschapsrelatie in de aula, maar eigenlijk wil die persoon enkel uw notities.
De manipulatieve interesse ondermijnt hier de zingevende interesse. Voorbeeld burgerschap: je
identificeert u met een bepaald land, een bepaalde groep. Burgerschap is gewoon het feit dat jij
in een bepaald land leeft en dat dit op een of andere manier betekenisvol is voor u. Dat geeft zin
aan het leven voor u. Boek van Michael Sandel zegt dat burgerschap ondermijnend kan worden
door de manipulatieve interesse. In Zwitserland wou men radioactief afval stokkeren. Ze gingen
dit voorleggen aan de gemeentes. De gemeentes wouden dit wel doen voor hun land, soort
burgerschapsgevoel. Iets doen voor hun land, geeft betekenis aan hun leven. Ze wouden daarna
nog meer afval stokkeren en gaven burgers geld. De burgers dachten dat de waarde van hun huis
ging dalen, dus ze waren niet meer akkoord. De mentaliteit van de mensen veranderde: niet meer
3
, kijken vanuit zingeving, maar vanuit de manipulatieve interesse -> wat heb ik hieraan? What’s in
it for me?
Conclusie: zingeving en de andere interesses
Mysterie (vs probleem): zingeving heeft te maken met perplexiteit (verwondering, verbijstering,
verontwaardiging, …). Mysteries kan je niet oplossen. Voorbeeld: vriendschap -> dit is niet een
probleem om op te lossen, dit is iets waarover je verwonderd kan zijn. Het is toch wonderlijk dat
je iemand bent tegengekomen waarmee het klikt. Voorbeeld: voor de medische wetenschap is
ziekte een probleem om op te lossen, maar voor ons is het een mysterie, het is verbijsterend dat
wij ziek kunnen worden en kunnen sterven.
Betrokkenheid (vs afstandelijkheid): heeft te maken met geraakt worden door de dingen,
gevoelig zijn voor bepaalde waardevolle zaken, eerder dan met een nuchtere kennis. Vaak is de
afstandelijkheid die in de wetenschap zit noodzakelijk voor de wetenschap, maar past dit niet in
de leefwereld. Zie voorbeeld dode lichaam: wij gaan het niet bekijken als een louter object.
Afhankelijkheid (vs controle): het heeft te maken met zaken die noodzakelijkerwijs buiten onze
controle vallen. Dit is ook in vriendschappen zo. Voorbeeld: kinderen hebben, betekent controle
verliezen. Je wordt afhankelijk van een wezen waar je eigenlijk geen controle over hebt, maar je
probeert het toch door allerlei boeken te lezen over opvoeding.
Traditie (vs innovatie): in onze omgang met deze ‘issues’ maken we gebruik van culturele en
traditionele elementen (omgangsvormen, rituelen, gebruiken, kunstwerken, …). Het gebruik
daarvan kan men op geen enkele manier rationeel verantwoorden.
Les 2 – Religie, zingeving en wetenschap
Recap les 1: drie interesses. We willen kennis = cognitieve interesse. We willen de wereld zo
aanpassen dat we er iets uit kunnen halen = manipulatieve interesse. We zijn geïnteresseerd in
betekenis, in het ervaren van zin = zingevende interesse. Dit onderscheid correspondeert in
zekere zin met een onderscheid tussen wetenschap/technologie en onze leefwereld, de wereld
van onze alledaagse relaties.
Veel van wat wij belangrijk vinden, zijn zaken die zin geven aan ons leven.
Vandaag: analyse toepassen op het fenomeen religie. Focus op relatie tussen religie enerzijds en
de wetenschappelijke rationaliteit anderzijds.
Je kan religie op 2 manieren bestuderen:
1. Intern perspectief: theologie
2. Extern perspectief: religiewetenschappen -> vandaag
Religiewetenschappen kan je vergelijken met criminologie: het wordt geconcipieerd volgens zijn
object. Religie gaat vanuit heel veel subdisciplines naar het fenomeen religie kijken.
We gaan ook kijken hoe religie en wetenschap zich vandaag de dag met elkaar verhouden. Eerst
kijken we met de bril van de historicus, daarna met de bril van de wetenschapsfilosoof. Volgende
4
Les 1 – Wetenschap, technologie en de ‘zingevende interesse’
Examen: lesinhoud = leerstof
Meerkeuze: 6 punten; open vragen: 12 punten; online module: 2 punten -> zie deadlines op ppt
1. Leefwereld, wetenschap en redelijkheid
Edmund Husserl (1859 – 1938): filosoof uit Duitsland. Stierf in interbellum. Zijn manuscripten
dreigden verloren te gaan door nazi’s -> kwamen in Leuven terecht. Hierdoor is Leuven zo
belangrijk voor de filosofie. Husserl: wat is wetenschap? Vertrekt van concept: de leefwereld =
de wereld waarin wij leven. Onze leefwereld heeft bepaalde kenmerken: intersubjectief,
persoonlijk, betekenisvol, … De wereld waarin wij leven is een die we delen met anderen. In onze
leefwereld komen wij personen tegen die ook een persoonlijke betekenis hebben voor ons. Ook
de dingen om ons heen zijn persoonlijk en betekenisvol: bv. aula bestaat uit stoelen -> zijn
gemaakt voor personen om op te zitten. Ander voorbeeld: computer -> niet zomaar een object,
wij communiceren daardoor, prof geeft les hierdoor: betekenisvol voor hem, geeft zin aan het
leven. Alles wat we tegenkomen in onze wereld heeft een persoonlijke betekenis voor ons.
Wetenschap vertrekt van de leefwereld. Alle wetenschap vertrekt van betekenisvolle dingen in
ons leven. Bv. psychologie, rechtswetenschappen: vertrekt van het betekenisvolle feit dat er in
alle samenlevingen wetten zijn, … Wetenschap maakt van deze betekenis abstractie, neemt er
afstand van -> bekijken alsof het louter objecten zijn, op een objectievere manier. Voorbeeld:
anatomie = de wetenschap van het menselijk lichaam. Kwam pas tot leven vanaf we dode
lichamen zijn gaan beschouwen als louter objecten. In onze leefwereld is een dood lichaam een
betekenisvol ding, bv. iemand gaan groeten. Wat er in de wetenschap gebeurt en wat daar mag
gebeuren, mag alleen in de wetenschap. Daar kan je abstractie maken van het levenloze lichaam
als betekenisvol ding. Wetenschap als tijdelijke opschorting van de normale omgang met de
leefwereld. Ook wetenschappers moeten altijd terugkeren naar de leefwereld. Zie filmpje -> dit is
precies wat de wetenschap doet.
Cruciale vraag: wat is de relatie tussen wetenschap en de leefwereld? Moeten we onze leefwereld
meer wetenschappelijk gaan inrichten? Moeten we elkaar niet meer als objecten zien? Een
autonome leefwereld? Verschillende opvattingen. Dit gebeurt eigenlijk al. Het afstandelijke van
de wetenschap heeft al een invloed op onze leefwereld. Bv. Tinder -> herleidt persoon tot een
reeks eigenschappen. Toch niet helemaal abstractie, want uiteindelijk wil je die persoon zien en
je gaat beroep doen op je intuïtie. Onze leefwereld is voor een stuk autonoom: er zijn een aantal
wetmatigheden in onze leefwereld. Voorbeeld: je komt naar Leuven om te studeren en je wilt
vrienden maken: hoe mensen vinden die bij jou passen? In eerste les laat je
persoonlijkheidstesten doen -> zo mensen vinden waarmee je volgens theorieën vrienden zou
kunnen zijn. Wetenschappelijk wordt dit als rationeel beschouwd, maar dit valt niet samen met
wat wij in onze leefwereld redelijk noemen. Wij doen in ons dagelijks leven hiervoor beroep op
intuïtie. Dit is betekenisvol. De wetenschap kan dit nooit volledig uitschakelen. Redelijkheid en
rationaliteit.
1
, 2. De ‘zingevende’, ‘cognitieve’ en ‘manipulatieve’ interesses van de mens
Onderscheid tussen 3 interesses van de mens: drie manieren waarop wij ons verhouden t.o.v. de
wereld. Het zijn drie verlangens, manieren van betrokken zijn op de wereld.
Cognitieve interesse: wetenschap, roddelbladen, … We willen dingen te
weten komen. Ons verlangen naar kennis.
Manipulatieve interesse: we willen controle hebben over de wereld, we
willen de wereld naar onze hand zetten. Bv. je hebt honger en je gaat naar de
supermarkt om eten te kopen.
Zingevende interesse: hierover gaan we het vandaag hebben. Ons verlangen
om een betekenisvol leven te leiden. Deze zingevende interesse is veel
prominenter aanwezig in ons leven dan we denken.
De drie interesses overlappen ook.
2a. Zingevend & cognitief
Stelling 1: Er zijn activiteiten in ons leven die lijken te gaan over een ‘cognitieve interesse’, maar
die eigenlijk fundamenteel over zingeving gaan.
Bv. we praten met elkaar. Je zou denken dat praten met elkaar draait om het doorgeven van
kennis. Maar eigenlijk is het vooral nonsens dat je aan het vertellen bent, bv. het is slecht weer
hé. Door te praten geven we erkenning aan elkaar: ik erken dat jij mijn buurman bent. Als mensen
spreken met elkaar, is dat het vieren van onze relatie. Het zegt iets over de aard van de relatie
waarin je staat.
Stelling 2: Op het domein van de zingeving bestaat er redelijkheid en onredelijkheid. Wat ‘redelijk’
en ‘onredelijk’ is, is echter niet hetzelfde als wat vanuit cognitief oogpunt ‘rationeel’ en
‘irrationeel’ is.
Bv. er is een liefdesrelatie: belangrijke vraag is of uw partner u bedriegt. Dit is kennis. Dus ook de
zingeving speelt het cognitieve een rol. Maar als het in die vraag puur om het cognitieve zou gaan,
zou je op de meest efficiënte manier het antwoord willen weten, bv. privédetective. Als je partner
dit ontdekt, kan je partner dit opvatten als een vertrouwensbreuk. De kennis waarmee we in
relaties werken, is meestal kennis obv vertrouwen. Vertrouwen is eigenlijk geen efficiënte manier
om tot kennis te komen, want mensen kunnen liegen en bedriegen. De wetenschap is dus
eigenlijk gebaseerd op een soort wantrouwen. Het kan zijn dat onze zintuigen ons bedriegen en
daardoor moeten we dit onderzoeken. Wat binnen de zingevende interesse heel redelijk lijkt, kan
binnen de wetenschap heel irrationeel zijn.
Stelling 3: Wetenschappelijke (cognitieve) bevindingen, zijn vaak slechts van relatief belang voor
de zingevende relaties in de leefwereld.
Heel belangrijke stelling. De problematiek van straf -> Richard Dawkins: we moeten stoppen met
mensen te straffen voor wat ze gedaan hebben. Mensen die misdrijven begaan zijn te vergelijken
met machines die niet meer werken. We moeten ze repareren, niet straffen. Het is even
belachelijk om mensen te straffen, dan om een auto te slaan dit niet werkt. Wij weten (cognitief
2
,aspect) vanuit de wetenschappen dat ons gedrag gedetermineerd is, wij hebben geen vrije wil.
Mensen willen straffen is afhankelijk van een ouder wereldbeeld waarin wij allemaal vrije wil
hebben. In de leefwereld blijven wij elkaar zin als verantwoordelijke wezens. Als we de
wetenschap hier zouden toepassen, zouden we in een compleet krankzinnige wereld
terechtkomen. De invloed van het cognitieve is hier zeer beperkt. De autonome patronen van onze
leefwereld blijven hun gang gaan, ze worden niet buiten spel gezet door cognitieve inzichten.
Vergelijk met iemand die naar een schilderij kijkt en daarin een windmolen ziet -> wetenschapper:
dit is geen windmolen, dit zijn strepen verf. De kracht van de leefwereld is dat zij betekenis aan
ons opdringt.
Voorbeeld 1: liefde en chemie. Eigenlijk doen deze bevindingen heel weinig. Ook al kennen we
alle wetenschap achter liefde, we gaan nog steeds verwonderd zijn over de liefde.
Voorbeeld 2: straf. Richard Dawkins: we moeten stoppen met mensen te straffen. We kunnen
mensen niet vergelijken met machines om te repareren. Het is even belachelijk om mensen te
straffen als om te slaan met een stok op een auto als die kapot is. Een cognitief element uit de
wetenschap wordt hier gebruikt om te zeggen hoe wij met elkaar omgaan.
2b. Zingevend & manipulatief
Stelling 1: Er zijn zaken in ons leven die lijken te gaan over onze ‘manipulatieve interesse’, maar
die eigenlijk fundamenteel over zingeving gaan (en die niet kunnen bereikt worden door
manipulatief handelen). Bijvoorbeeld: geluk en erkenning.
Voorbeeld 1: mensen zijn op zoek naar geluk, maar wat is geluk? Dit wordt vaak voorgesteld vanuit
de manipulatieve interesse: je bent gelukkig als jouw verlangens bevredigd zijn. Stel je hangt aan
een geluksmachine en je mag bepalen welke ervaringen jij dankzij deze machine wil opdoen in
het leven. Volgens een filosoof zouden mensen dit niet willen. Het is pas geluk, omdat je het niet
helemaal zelf in de hand hebt. Voorbeeld 2: zoeken naar erkenning en waardering. Stel dat door
een pilletje iedereen jou fantastisch zou vinden. Wat is deze erkenning dan waard voor jou? Deze
is niets waard, want je hebt deze zelf veroorzaakt. De erkenning is pas waardevol omdat je die
even goed niet zou kunnen krijgen. De zingevende interesse staat op gespannen voet met de
manipulatieve interesse. Het moment dat je alles in de hand hebt, is vernietigend voor de
zingevende interesse.
Stelling 2: De focus op de manipulatieve interesse kan uiteindelijk de zingevende dimensie
aantasten.
Bv. je hebt een vriendschapsrelatie in de aula, maar eigenlijk wil die persoon enkel uw notities.
De manipulatieve interesse ondermijnt hier de zingevende interesse. Voorbeeld burgerschap: je
identificeert u met een bepaald land, een bepaalde groep. Burgerschap is gewoon het feit dat jij
in een bepaald land leeft en dat dit op een of andere manier betekenisvol is voor u. Dat geeft zin
aan het leven voor u. Boek van Michael Sandel zegt dat burgerschap ondermijnend kan worden
door de manipulatieve interesse. In Zwitserland wou men radioactief afval stokkeren. Ze gingen
dit voorleggen aan de gemeentes. De gemeentes wouden dit wel doen voor hun land, soort
burgerschapsgevoel. Iets doen voor hun land, geeft betekenis aan hun leven. Ze wouden daarna
nog meer afval stokkeren en gaven burgers geld. De burgers dachten dat de waarde van hun huis
ging dalen, dus ze waren niet meer akkoord. De mentaliteit van de mensen veranderde: niet meer
3
, kijken vanuit zingeving, maar vanuit de manipulatieve interesse -> wat heb ik hieraan? What’s in
it for me?
Conclusie: zingeving en de andere interesses
Mysterie (vs probleem): zingeving heeft te maken met perplexiteit (verwondering, verbijstering,
verontwaardiging, …). Mysteries kan je niet oplossen. Voorbeeld: vriendschap -> dit is niet een
probleem om op te lossen, dit is iets waarover je verwonderd kan zijn. Het is toch wonderlijk dat
je iemand bent tegengekomen waarmee het klikt. Voorbeeld: voor de medische wetenschap is
ziekte een probleem om op te lossen, maar voor ons is het een mysterie, het is verbijsterend dat
wij ziek kunnen worden en kunnen sterven.
Betrokkenheid (vs afstandelijkheid): heeft te maken met geraakt worden door de dingen,
gevoelig zijn voor bepaalde waardevolle zaken, eerder dan met een nuchtere kennis. Vaak is de
afstandelijkheid die in de wetenschap zit noodzakelijk voor de wetenschap, maar past dit niet in
de leefwereld. Zie voorbeeld dode lichaam: wij gaan het niet bekijken als een louter object.
Afhankelijkheid (vs controle): het heeft te maken met zaken die noodzakelijkerwijs buiten onze
controle vallen. Dit is ook in vriendschappen zo. Voorbeeld: kinderen hebben, betekent controle
verliezen. Je wordt afhankelijk van een wezen waar je eigenlijk geen controle over hebt, maar je
probeert het toch door allerlei boeken te lezen over opvoeding.
Traditie (vs innovatie): in onze omgang met deze ‘issues’ maken we gebruik van culturele en
traditionele elementen (omgangsvormen, rituelen, gebruiken, kunstwerken, …). Het gebruik
daarvan kan men op geen enkele manier rationeel verantwoorden.
Les 2 – Religie, zingeving en wetenschap
Recap les 1: drie interesses. We willen kennis = cognitieve interesse. We willen de wereld zo
aanpassen dat we er iets uit kunnen halen = manipulatieve interesse. We zijn geïnteresseerd in
betekenis, in het ervaren van zin = zingevende interesse. Dit onderscheid correspondeert in
zekere zin met een onderscheid tussen wetenschap/technologie en onze leefwereld, de wereld
van onze alledaagse relaties.
Veel van wat wij belangrijk vinden, zijn zaken die zin geven aan ons leven.
Vandaag: analyse toepassen op het fenomeen religie. Focus op relatie tussen religie enerzijds en
de wetenschappelijke rationaliteit anderzijds.
Je kan religie op 2 manieren bestuderen:
1. Intern perspectief: theologie
2. Extern perspectief: religiewetenschappen -> vandaag
Religiewetenschappen kan je vergelijken met criminologie: het wordt geconcipieerd volgens zijn
object. Religie gaat vanuit heel veel subdisciplines naar het fenomeen religie kijken.
We gaan ook kijken hoe religie en wetenschap zich vandaag de dag met elkaar verhouden. Eerst
kijken we met de bril van de historicus, daarna met de bril van de wetenschapsfilosoof. Volgende
4