Tijdvak 6 tot en met tijdvak 8, kenmerkend aspect 22 tot en met 36.
Quinty Oostindie 5VC
Kenmerkende aspecten:
22. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse
staat.
23. Het streven van vorsten naar absolute macht.
24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse republiek.
25. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
26. De wetenschappelijke revolutie
27. Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
28. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op
eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
29. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en
de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het
abolitionisme.
30. De democratische revoluties in de westerse landen met als gevolg discussies over
grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
31. De industriële revolutie die in de westerse wereld basis legde voor een industriële
samenleving.
32. Discussies over de ‘sociale kwestie’
33. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie’
34. De opkomst van emancipatiebewegingen
35. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen
aan het politieke proces.
36. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionalisme en feminisme
Beantwoorden van een tentamenvraag:
OUD-methode
1) Herhaal de vraag
2) O- Omdat (compact antwoord)
3) U- Uitleg (bron verwijzingen/uitleg, kennis, uitleg begrippen etc)
4) D- Dus (conclusie/samenvatting)
,Thema rechtstaat
De rechtsstaat
Een rechtsstaat is een staat waarin vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de burger
heel belangrijk zijn. Bovendien geniet de burger van bescherming van zijn rechten en vrijheden,
tegen medeburgers én tegen de overheid.
Een rechtsstaat heeft het recht als hoogste gezag. De rechter bepaald of iemand zich wel of niet
aan de wet heeft gehouden. Als iemand de wet heeft overtreden kan de rechter een straf en/of
verbod opleggen. Het doel van de rechtsstaat is om de burgers te beschermen tegen
machtsmisbruik van de overheid. Ook de overheid moet zich aan de wet houden en mag dus de
vrijheden en rechten van de burgers niet zomaar beperken of afpakken. De macht van de
overheid wordt beperkt door wetten, regels en gewoonten. De overheid bestaat niet alleen uit de
regering van een land, maar ook uit het gemeente- en provinciebestuur.
Politiestaat/totalitaire staat
Het tegenovergestelde van de rechtsstaat is de politiestaat of de totalitaire staat.
Een politiestaat is een staat waarin de overheid doet wat zij wil. De overheid houdt zich niet aan
de regels en kan bijvoorbeeld bepaalde burgers voortrekken. Ook kan de overheid mensen
opsluiten in de gevangenis zonder dat daar een rechter aan te pas is geweest. Er is sprake van
willekeur.
Een totalitaire staat gaat nog een stap verder dan een politiestaat. Hierin bemoeit de overheid
zich met alles en iedereen en probeert de overheid om het denken en leven van de onderdanen
te beïnvloeden en te controleren. Een belangrijk kenmerk is dat de overheid oppermachtig is. De
burger heeft geen privacy. Kritiek wordt ook genadeloos afgestraft, mensen kunnen spoorloos
verdwijnen en als iemand hier iets van zegt loopt diegene zelf ook groot gevaar. Voorbeelden van
totalitaire staten zijn Noord-Korea, of in de geschiedenis Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie.
, Vier belangrijkste kenmerken van een rechtsstaat:
- Grondrechten. Deze grondrechten zijn zo belangrijk dat ze in de Nederlandse grondwet
zijn opgenomen. Artikel 1 is de grondwet die duidelijk maakt dat discriminatie niet is
toegestaan en dat allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden
behandeld. Andere grondrechten zijn onder meer: vrijheid van meningsuiting, vrijheid
van godsdienst of levensovertuiging, verbod op de doodstraf.
Grondrechten zijn ook te vinden in internationale verdragen. Nederland tekende
bijvoorbeeld het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM)). Grondrechten perken de macht van de overheid sterk
in. Vrijheden en rechten zijn niet absoluut, beperking van de grondwet door de overheid
is soms mogelijk. Dit moet dan wel in een aparte wet worden geregeld (“behoudens
ieders verantwoordelijkheid volgens de wet).
- Scheiding der machten (trias politica). De wetgevende, uitvoerende en
rechtsprekende macht in een land moeten bij verschillende instellingen liggen. Het is
bedoeld om het gevaar van machtsmisbruik te beperken en is bedacht door
Montesquieu (die heel belangrijk was voor de ontwikkeling van de rechtsstaat). Vaak is
de scheiding der machten niet zo strikt geregeld, en gaat het tegenwoordig vooral om de
spreiding van de machten, zij kunnen elkaar dan controleren en verbeteren. In
Nederland bestaat de wetgevende macht uit het parlement (1e/2e kamer) en de regering,
de uitvoerende macht bestaat uit de regering (ministers en hun ambtenaren), en de
rechterlijke macht bestaat uit de rechters en het openbaar ministerie (OM).
- Legaliteitsbeginsel. Alles wat de overheid doet moet gebaseerd zijn op de wet, elk
handelen van de overheid moet basis hebben in de wet. De burger weet dan altijd waar
hij aan toe is. Hij kan het gedrag van de overheid als het ware voorspellen. Daarnaast
mogen (de meeste) nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Niemand mag veroordeeld worden voor een handeling die nog niet verboden was op het
ogenblik waarop die plaatsvond.
- Onafhankelijke rechtspraak. Rechters komen op een onafhankelijke en onpartijdige
manier tot hun oordeel. Om hier voor te zorgen zijn er verschillende regelingen. Een
rechter mag niet ontslagen worden omdat de regering het niet eens is met een bepaalde
uitspraak. Daarnaast moet een rechter spreken op basis van wetten, verdragen en
jurisprudentie. Ook mogen rechters niet zomaar allerlei bijbanen of nevenfuncties
hebben. De rechterlijke macht wordt gecontroleerd. Een burger kan in hoger beroep
gaan tegen een uitspraak van een rechter, er wordt dan gekeken of een rechter de
procedure goed gevolgd heeft en rechtsregels op juiste wijze heeft toegepast, de zaak
wordt niet opnieuw behandeld. Als een partij denkt dat de rechter toch partijdig is, kan
die persoon de rechter wraken. Dat wordt er een verzoek ingediend bij het gerechtshof
om de rechter te laten vervangen door een andere rechter. Als je voor de rechter moet
komen is het vaak verstandig en soms verplicht om een advocaat te nemen.
Rechtsgelijkheid is belangrijk in een rechtsstaat. Mensen die weinig geld hebben kunnen
daarom een beroep doen op gratis rechtsbijstand. Ten slotte is het rechtsgevoel erg
belangrijk in een rechtsstaat. Voor het goed functioneren van rechtspraak is het nodig
dat uitspraken van rechters in grote lijnen door inwoners van een land als rechtvaardig
worden beschouwd en ook worden geaccepteerd. Het is daarom belangrijk dat burgers
goed kennis kunnen nemen van het hoe en waarom van gerechtelijke uitspraken.