1. DE MOTOR
1.1 INLEIDING
Energiewinning:
- Brandstof (bv. benzine, diesel, LPG, koolzaadolie) wordt gebruikt als energiebron
- Brandstof wordt vergast en verbrand in de verbrandingskamer
Omzetting naar mechanische E:
- In de verbrandingskamer wordt thermische energie omgezet in mechanische energie via het
krukas-zuiger mechanisme:
o Zuiger: beweegt door de druk van de verbranding
o Drijfstang: verbindt de zuiger met een krukschijf
o Krukas: zet de beweging om in een draaiende kracht
Verdeling van de kracht:
- Mechanische aandrijving: via de aftakas
- Hydraulische aandrijving: via hefinrichting of buitendienstkleppen
- Pneumatische aandrijving: zoals voor remmen
- Elektrische aandrijving: voor component zoals dashboard, verlichting en boordcomputer
1.2 DE VERBRANDINGSKAMER
Cilinder en zuiger:
- Cilinder: de verbrandingskamer in de motor, cilindervormig
- Zuiger: beweegbare bodem van de cilinder, verbonden met de krukas via een drijfstang
- Cilinderkop:
o Afneembare bovenkant van de cilinder → cilinderdeksel
o Met veerbelaste kleppen voor inlaat (lucht) en uitlaat (verbrande gassen)
1
,Zuigveren:
- Compressieveren: sluiten de opening tussen de zuiger en de cilinderwand af, minimaliseren
compressieverlies
- Olieschraapveren: verwijderen overtollige olie van de cilinderwand tijdens de neergaande
zuigerbeweging
Slijtage en problemen:
- Compressieveren: versleten ringen veroorzaken compressieverlies → cilinderwand en
compressieveren moeten worden vervangen
- Olieschraapveren: versleten ringen veroorzaken olieverbruik → zichtbaar als blauwe
uitlaatgassen
Cilindertypes en motoropstelling:
- Meerdere cilinders in een motor, opstelling:
o Lijnmotor
o V-motor
o Boxermotor
- Distributie: zorgt voor synchronisatie (=ontstekingsvolgorde) tussen cilinder en kleppen via
tandwielen, getande riemen of kettingen
2
,Andere belangrijke motoronderdelen:
- Ventilator: aan voorkant, helpt bij koeling
- Vliegwiel: aan achterkant
- Nokkenas: bedient kleppen en regelt timing van hun beweging
- Oliecarter: bevat motorolie voor smering, met aflaatdop voor onderhoud
Ontstekingsvolgorde: cilinder werken in een vooraf bepaald ritme (ontstekingsvolgorde) om een vloeiende
aandrijving van de krukas te garanderen
1.3 DE GECONTROLEERDE ONTPLOFFING
Verbrandingscyclus:
- Bestaat uit 4 fasen:
o Inlaat: brandstofgas wordt in cilinder gebracht
o Compressie: mengsel wordt samengedrukt
o Arbeid: mengsel ontbrand → genereert E
o Uitlaat: verbrande gassen worden uit de cilinder afgevoerd
- Verschilt per motortype in aantal zuigbewegingen:
o Tweetaktmotor: 2 slagen (360° krukasrotatie)
o Viertaktmotor: 4 slagen (720° krukasrotatie)
1.3.1 TWEETAKTMOTOREN
- Hebben geen kleppen of oliecarter → smering gebeurt door olie te mengen met benzine
- Olie wordt mee verbrandt → milieuvervuilende uitlaatgassen
- Wordt steeds minder gebruikt door milieuproblemen
3
, 1.3.2 VIERTAKTMOTOREN
- Gebouwd met een oliecarter en kleppen als in- en uitlaatopeningen
- Werken met 4 takten:
o Inlaatslag: brandstof wordt aangezogen
o Compressieslag: mengsel wordt samengedrukt
o Arbeidsslag: ontbranding levert energie
o Uitlaatslag: gassen worden uitgestoten
- Voordelen t.o.v. tweetaktmotoren:
o Zuiniger in verbruik
o Stillere werking
o Grotere kracht en duurzaamheid
- Nadeel: groter en zwaarder
- Toepassing: in grote, krachtige motoren
4
1.1 INLEIDING
Energiewinning:
- Brandstof (bv. benzine, diesel, LPG, koolzaadolie) wordt gebruikt als energiebron
- Brandstof wordt vergast en verbrand in de verbrandingskamer
Omzetting naar mechanische E:
- In de verbrandingskamer wordt thermische energie omgezet in mechanische energie via het
krukas-zuiger mechanisme:
o Zuiger: beweegt door de druk van de verbranding
o Drijfstang: verbindt de zuiger met een krukschijf
o Krukas: zet de beweging om in een draaiende kracht
Verdeling van de kracht:
- Mechanische aandrijving: via de aftakas
- Hydraulische aandrijving: via hefinrichting of buitendienstkleppen
- Pneumatische aandrijving: zoals voor remmen
- Elektrische aandrijving: voor component zoals dashboard, verlichting en boordcomputer
1.2 DE VERBRANDINGSKAMER
Cilinder en zuiger:
- Cilinder: de verbrandingskamer in de motor, cilindervormig
- Zuiger: beweegbare bodem van de cilinder, verbonden met de krukas via een drijfstang
- Cilinderkop:
o Afneembare bovenkant van de cilinder → cilinderdeksel
o Met veerbelaste kleppen voor inlaat (lucht) en uitlaat (verbrande gassen)
1
,Zuigveren:
- Compressieveren: sluiten de opening tussen de zuiger en de cilinderwand af, minimaliseren
compressieverlies
- Olieschraapveren: verwijderen overtollige olie van de cilinderwand tijdens de neergaande
zuigerbeweging
Slijtage en problemen:
- Compressieveren: versleten ringen veroorzaken compressieverlies → cilinderwand en
compressieveren moeten worden vervangen
- Olieschraapveren: versleten ringen veroorzaken olieverbruik → zichtbaar als blauwe
uitlaatgassen
Cilindertypes en motoropstelling:
- Meerdere cilinders in een motor, opstelling:
o Lijnmotor
o V-motor
o Boxermotor
- Distributie: zorgt voor synchronisatie (=ontstekingsvolgorde) tussen cilinder en kleppen via
tandwielen, getande riemen of kettingen
2
,Andere belangrijke motoronderdelen:
- Ventilator: aan voorkant, helpt bij koeling
- Vliegwiel: aan achterkant
- Nokkenas: bedient kleppen en regelt timing van hun beweging
- Oliecarter: bevat motorolie voor smering, met aflaatdop voor onderhoud
Ontstekingsvolgorde: cilinder werken in een vooraf bepaald ritme (ontstekingsvolgorde) om een vloeiende
aandrijving van de krukas te garanderen
1.3 DE GECONTROLEERDE ONTPLOFFING
Verbrandingscyclus:
- Bestaat uit 4 fasen:
o Inlaat: brandstofgas wordt in cilinder gebracht
o Compressie: mengsel wordt samengedrukt
o Arbeid: mengsel ontbrand → genereert E
o Uitlaat: verbrande gassen worden uit de cilinder afgevoerd
- Verschilt per motortype in aantal zuigbewegingen:
o Tweetaktmotor: 2 slagen (360° krukasrotatie)
o Viertaktmotor: 4 slagen (720° krukasrotatie)
1.3.1 TWEETAKTMOTOREN
- Hebben geen kleppen of oliecarter → smering gebeurt door olie te mengen met benzine
- Olie wordt mee verbrandt → milieuvervuilende uitlaatgassen
- Wordt steeds minder gebruikt door milieuproblemen
3
, 1.3.2 VIERTAKTMOTOREN
- Gebouwd met een oliecarter en kleppen als in- en uitlaatopeningen
- Werken met 4 takten:
o Inlaatslag: brandstof wordt aangezogen
o Compressieslag: mengsel wordt samengedrukt
o Arbeidsslag: ontbranding levert energie
o Uitlaatslag: gassen worden uitgestoten
- Voordelen t.o.v. tweetaktmotoren:
o Zuiniger in verbruik
o Stillere werking
o Grotere kracht en duurzaamheid
- Nadeel: groter en zwaarder
- Toepassing: in grote, krachtige motoren
4