100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Sociologische verbeelding als kracht - sociologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
24
Geüpload op
14-01-2026
Geschreven in
2025/2026

De belangrijkste vragen worden aangekaart in dit document, er wordt een focus gelegd op alle te kennen begrippen.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
14 januari 2026
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

DEEL I – HET VIZIER
Hoofdstuk 0 – Inleiding

1. Wie wordt beschouwd als de vader van de sociologie?
Auguste Comte, omdat hij als eerste pleitte voor een systematische, wetenschappelijke studie
van de samenleving, los van filosofische en morele speculaties.

2. Hoe benoemde de vader van de sociologie de sociologie aanvankelijk? Waarom?
Sociale fysica, omdat hij een positivistische manier toepaste. Hij ging ervan uit dat sociale
verschijnselen, net zoals natuurverschijnselen, volgens vaste wetten verlopen en daarom met
wetenschappelijke methoden onderzocht kunnen worden.

3. Wie zijn de drie andere grondleggers van de sociologie?
Naast Auguste Comte zijn Émile Durkheim, Max Weber en Karl Marx grondleggers.

Hoofdstuk 1 – Wat bestudeert de sociologie?

1. Wat is het verschil tussen ‘sociale als morele kwaliteit’ en ‘sociale als feitelijkheid’?
Het sociale als morele kwaliteit verwijst naar normatieve oordelen over gedrag: wat goed of
slecht, wenselijk of onwenselijk is. Het sociale als feitelijkheid beschouwt het sociale als
objectieve, waarneembare werkelijkheid die losstaat van morele oordelen en
wetenschappelijk onderzocht wordt.

2. Wat bedoelt Emile Durkheim met ‘sociale feiten’?
Sociale feiten zijn manieren van denken, handelen en voelen die extern zijn aan het individu,
dwingend karakter hebben en collectief voorkomen, zoals wetten, normen, waarden en taal.

3. Wat is het verschil tussen gedrag en sociaal handelen?
Gedrag is elke vorm van menselijk handelen, ook zonder betekenis. Sociaal handelen is
gedrag waaraan individuen een subjectieve betekenis geven en dat gericht is op anderen.

4. Wat bedoelen we met ‘actorperspectief en systeemperspectief’?
Het actorperspectief vertrekt vanuit het individu en focust op hoe mensen hun situatie ervaren
en welke betekenis zij aan hun handelen geven. Het systeemperspectief bekijkt de
samenleving als een geheel van structuren, instituties en normen die het gedrag van
individuen sturen en beperken.

6. Wat is circulaire causaliteit?
Dat oorzaak en gevolg elkaar wederzijds beïnvloeden: structuren beïnvloeden individuen,
maar individueel handelen reproduceert of verandert die structuren.

7. Wat bedoelt Max Weber met ‘verstehende sociologie’?
Verstehende sociologie is een benadering die sociaal handelen wil begrijpen door de
subjectieve betekenis die individuen aan hun handelen geven te interpreteren.

8. Wat bedoelt Weber met ‘ideaaltypes’?
Ideaaltypes zijn theoretische, vereenvoudigde modellen die bepaalde kenmerken van de



1

,werkelijkheid benadrukken om sociale verschijnselen te analyseren en te vergelijken. Ze
bestaan niet in zuivere vorm in de realiteit.

9. Welke vier categorieën van sociaal handelen onderscheidt Weber?

- Doelrationeel handelen: gericht op bereiken van een doel met rationele middelen.
- Waarderationeel handelen: gebaseerd op waarden en overtuigingen, ongeacht resultaat.
- Traditioneel handelen gebeurt uit gewoonte of traditie.
- Affectief handelen wordt gestuurd door emoties.

10. Actoranalyse van het sociale: geef de 4 zaken.

1. Thomas-theorema: Het Thomas-theorema stelt dat wanneer mensen situaties als
echt definiëren, deze definitie reële gevolgen heeft, ook al is ze objectief onjuist.

2. Selffulfilling prophecy en self-denying prophecy (Merton): Een selffulfilling
prophecy is een foutieve definitie van een situatie die door menselijk handelen
werkelijkheid wordt. Een self-denying prophecy is een voorspelling die door het
handelen van mensen juist niet uitkomt.

3. Looking-glass self (Cooley): Het zelfbeeld van een individu ontstaat door hoe men
denkt dat anderen hem zien, hoe men denkt dat anderen hem beoordelen en de
gevoelens die daaruit voortkomen.

4. Perverse effecten: Perverse effecten zijn onbedoelde en ongewenste gevolgen van
doelgericht handelen, waarbij het resultaat het tegenovergestelde is van wat men
wilde bereiken. Vb. Mattheuseffect: Het Mattheuseffect houdt in dat bestaande
ongelijkheden worden versterkt: wie al voordelen heeft, krijgt er meer, terwijl wie
weinig heeft verder achterop raakt.

11. Studie ‘Le Suicide’ van Durkheim
Durkheim gebruikt 2 dimensies: sociale integratie, de mate van verbondenheid met de groep,
en sociale regulatie, de mate waarin normen en regels het gedrag sturen. Op basis daarvan
onderscheidt hij vier types zelfdoding: egoïstische zelfdoding door te weinig integratie,
altruïstische zelfdoding door te veel integratie, anomische zelfdoding door te weinig regulatie
en fatalistische zelfdoding door te veel regulatie.

12. Structuur en cultuur die sociaal handelen bepalen
Structuur verwijst naar sociale posities, wetten en instituties die gedrag beïnvloeden, terwijl
cultuur bestaat uit normen en waarden die bepalen wat als aanvaardbaar gedrag wordt
gezien.

13. Anomietheorie van Robert Merton
Volgens Merton ontstaat afwijkend gedrag door spanning tussen cultureel voorgeschreven
doelen en institutioneel aanvaarde middelen. Anomie is een toestand waarin normen hun
regulerende kracht verliezen. Mensen reageren hierop op verschillende manieren:

- conformisme (doelen en middelen aanvaarden),



2

, - innovatie (doelen aanvaarden, middelen verwerpen),
- ritualisme (doelen verwerpen, middelen aanvaarden),
- retraitisme (zowel doelen als middelen verwerpen)
- en rebellie (nieuwe doelen en nieuwe middelen nastreven).

Hoofdstuk 2 – Gelaagdheid van de sociale context

1. Niveaus van analyse en interventie:

- micro, meso en macroniveau: Het microniveau focust op het individu en zijn
persoonlijke kenmerken, gedrag en keuzes (bv. levensstijl, motivatie). Het mesoniveau
richt zich op groepen en organisaties waarin individuen functioneren, zoals gezinnen,
scholen, verenigingen of buurten. Het macroniveau betreft de samenleving als geheel,
inclusief beleid, economie, wetgeving en sociale structuren.

- Supra- en subsystemen: Een suprasysteem is een groter geheel waarbinnen een
systeem functioneert (bv. het onderwijssysteem binnen de samenleving). Een
subsysteem is een kleiner onderdeel van een groter systeem (bv. een school binnen
het onderwijssysteem).

2. De meerwaarde van kijken door een ‘systeem’-bril
De systeembril benadrukt dat individuen nooit los staan van hun context en dat sociale
problemen vaak structurele oorzaken hebben.

- De manier van kijken (analyseniveau) bepaalt de manier van ingrijpen: Wanneer
een probleem op microniveau wordt geanalyseerd, zal de interventie zich richten op
het individu (bv. begeleiding of therapie). Bij een mesoanalyse zal men ingrijpen op
het niveau van organisaties of groepen (bv. schoolbeleid). Bij een macroanalyse richt
de interventie zich op beleid of wetgeving (bv. sociale zekerheid).

- Disfuncties op systeemniveau: Disfuncties zijn negatieve of ongewenste gevolgen
van de werking van een systeem, zoals ongelijkheid, uitsluiting of bureaucratische
obstakels die sociale problemen in stand houden.

- Het zondebok-fenomeen: Het zondebok-fenomeen treedt op wanneer structurele
problemen worden toegeschreven aan individuen of specifieke groepen, waardoor de
onderliggende systeemfouten buiten beeld blijven (bv. armoede door ‘luiheid’).

3. Schuld/ongeval-model op micro-, meso- en macroniveau
Het schuldmodel vertrekt van verantwoordelijkheid en verwijtbaarheid, terwijl het
ongevalmodel problemen ziet als gevolg van omstandigheden buiten de wil van individu.

- Toepassing schuld/ongeval-model – rampenfonds: De overheid die een algemeen
rampenfonds voorziet voor burgers na een erkende natuurramp situeert zich binnen
het maatschappelijk ongevalmodel, omdat de schade wordt gezien als het gevolg
van structurele en externe factoren waarvoor het individu niet verantwoordelijk is.




3
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
noorvandemaele
5,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
noorvandemaele Hogeschool Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
2 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
1 dag geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen