MARC BOONE EN JAN DUMOLYN. BETROUWBARE BRONNEN OF FAKE
NEWS?
DEEL IV: HISTORISCH ONDERZOEK: VAN FEIT NAAR VERKLARING EN VERHAAL
VERKLAREN EN BESCHRIJVEN
DE ONGRIJPBARE OORZAAK
Oorzakelijkheid (causaliteit) als essentie van de wetenschap
Wat is een “oorzaak”? Grondoorzaken, diepere oorzaken, structurele oorzaken,
…
Reductionisme tot 1 oorzaak of complexe multicausaliteit
Beschrijven van of speuren naar wetmatigheden?
Tegenfeitelijke geschiedenis: had het ook anders gekund? (Wat als…)
Karl Popper: falsificatie
o Hypothese weerleggen verklaring/oorzaak elders zoeken
Waarschijnlijkheidsredenering: analoge omstandigheden analoge reacties &
uitkomsten
Correlatie en causaliteit: als A en B zoveel keer samen voorkomen, is er misschien
een oorzakelijk verband tussen de twee factoren
o Niet uitsluitend
o Richting: A B of B A?
Voorwaarde kan noodzakelijk zijn, niet voldoende om tot bepaald resultaat te
leiden
Motief: oorzaak waaruit geen noodzakelijk gevolg voortkomt
Eenzelfde resultaat kan het gevolg zijn van de actie van groepen die analoge
handelingen stellen
“Oorzaak” door meer systematische notie vervangen
Op zoek gaan naar daden waarin duidelijk de rol van een bewust en
verantwoordelijk handelende persoon optreedt
o Men staat meer open voor theorieën die de rol van het individu & sterke
persoonlijkheid in de geschiedenis beklemtonen en doorgaans voor een
beklemtonen van het eenmalige en evenementiële karakter van de
geschiedenis
Oorzaak beschouwen als de som van alle factoren die in relatie staan tot het feit
waarvan men de oorzaken wil kennen
Apostel
Vertrekken van bestaande historische casestudies
Criteria opsporen die historici gebruiken om een oorzakelijkheidsverband te
affirmeren of te ontkennen
DE HERMENEUTIEK
2 opvattingen over historische wetenschap
Nomothetische VS ideografische aanpak
Is de geschiedschrijving wel een vorm van sociale wetenschap, met wettenen
patronen, recurrentie en diepere structuren (ideografische aanpak)
1
, OF
Is het eerder een literair genre, waarin de historicus zich inleeft en specifieke
aparte feiten wil begrijpen om er dan een verhaal over te schrijven
(nomothetische aanpak)
Ideografische benadering = nadruk eenmalige & beschrijvende karakter
geschiedenis
Wilhelm Dilthey: verstehenslehre of hermeneutiek: zich ‘inleven’ of
‘verplaatsen’ in de historische actoren en hun tijd
Hermeneutiek: leer van de regels en hulpmiddelen bij uitlegkunde, de theorie van de
exegese, Bijbeluitlegging
DE ZOEKTOCHT NAAR DE WETTEN VAN DE GESCHIEDENIS
Nomothetische benadering: nadruk op algemene & universele karakter
geschiedenis
Carl Hempel’s covering laws
o Elke losse handeling moet worden uitgelegd binnen een bredere
basisstructuur of model
o Elk feit kan worden vastgehaakt aan een of andere overkoepelende wet
o Verschil met de natuurwetenschappen is grotendeels opgeheven
Veel kritiek op dit model
Collingwood
o Natuurwetenschappers: zoeken naar uitwendige oorzaken overeenkomstig
wetmatige verklaringen
o Menswetenschappers: zoeken naar motieven voor menselijk handelen,
baseert zich op verbeeldingsvol begrip om te vatten welke overwegingen
en gedachten aan de basis liggen van gedrag
Dray
o Algemene wetten kunnen niet alle handelingen uitleggen
o Volstaat dat onderzoeker uitlegt waarom handelingen vanuit het standpunt
van het historisch personage met het oog op het bereiken van zijn doel
rationeel waren
o Mens handelt altijd obv een aantal normatieve handelingsbeginselen
Danto
o Historicus moet feiten uiteenzetten in de volgorde waarin ze plaatsvonden
Tegenwoordig
o Zoeken actief naar verklaringen voor historische feiten
o Hebben ook oog voor het unieke van elke gebeurtenis en voor de
narratieve manier waarop we deze uitleggen, en de filosofische
consequenties daarvan
DE WORTELS VAN DE WEST-EUROPESE GESCHIEDSCHRIJVING: RELIGIE EN
STAAT
Overzicht van geschiedschrijving start met geschiedenis van historiografie zelf
Hoe ging men om met het verleden in verschillende culturen? Waaruit bestond
historisch denken?
Op welke manier ontwikkelde de historiografie zich tot een academische
wetenschap met vaste regels en technieken?
2
,OPPERWEZEN EN HEILSPLAN
Gemeenschappelijk punt alle menselijke beschavingen: vertrokken vanuit fundamentele
‘magische’, ‘mythische’ of ‘religieuze’ opvatting van wat we vandaag de maatschappij of
de geschiedenis zouden noemen
Volgens Griekse, Romeinse en middeleeuwse auteurs
Een opperwezen (1 of meerdere goden) grijpt willekeurig in het historisch proces
in, de mens is dus niet vrij
Kerkvader Augustinus
Het leven en de geschiedenis zijn een strijd van het Godsrijk en het aardse rijk, het
rijk van het licht tegen het rijk van de duisternis
De civitate Dei
o Antwoord op aanklacht dat christendom verantwoordelijk zou zijn voor
vallen van Romeins Rijk
Strijd tussen geloof en heidendom
Strijd tussen wereldse en aardse stad
Stad van de wereld: eigenliefde en miskenning van God overheerst
Hemelse stad: liefde tot God die tot zelfverontzaming voert domineert
Beide beïnvloeden elkaar
God = uiteindelijke drijvende kracht achter geschiedenis
God bepaalt verloop van de geschiedenis
o Krachten van het kwade overwinnen gelovigen aansporen tot meer inzet
SECULARISERING EN STAAT
Augustinus: irrationeel en dogmatisch-godsdienstige opvattingen
o Wel al zekere traditie van meer seculiere en rationele kijk op geschiedenis
o Seculier: het wereldse element werd op den duur belangrijker in de
historische verklaring dan de interventie van een god of goden, eventueel
al met een vooraf vastgelegd heilsplan waarin de loop van de geschiedenis
als het ware al bepaald was
Geschiedschrijving Grieks-Romeinse wereld = richtinggevend voor heel verloop
van westerse historiografie (vanaf Renaissance het model)
Beinvloeding komt tot uiting bij …
o Kritische houding tegenover feiten die doorgaans eigentijdse feiten waren
o Klassieke auteurs schreven als tijdgenoot over wat zich voordeed (soms
ooggetuige)
Auteurs Griekse epossen: onderscheidt realiteit & verbeelding niet
o Herodotos doet dat wel
Herodotos
Gebaseerd op verhalen en mondelinge inlichtingen tijdens reizen
Perzische oorlogen wil grootste daden van Grieken vastleggen
Zoekt menselijke motieven, ook goden spelen rol in het verhaal
Onderscheid
o Essentiële
o Bijkomstige
Speurt naar samenhang, oorzaken
3
, Thucydides
Bronnenkritiek & methodologische reflectie, werkt met verhalen, getuigenissen &
materiële resten
Psychologisch & politiek inzicht (Peloponnesische oorlogen)
“Wetenschappelijke aanpak” op zoek naar waarheid en militair-politieke focus op
invloed latere positivisme
Historisch werk over Peloponnesische oorlogen
o Ontleend aan fictieliteratuur
Psychologische analyse van historische acteurs
Dialectisch werken met contrasterende personages
Tekst = oefening in het beheersen van verhaallijnen en in de constructie van een
overtuigend discour
Inleiding: bekommernis om kritische distantie en methode
Polybius
Geschiedenis eigentijdse politiek
Geschiedfilosofie: cynische visie = koningschap – tirannie – aristocratie –
democratie
Geeft impuls aan Romeinse traditie
Innoveerde door schema te bedenken dat in elke beschaving een evolutie
onderkent van groei, rijpheid en decadentie
Romeinen = scheppers patriottische geschiedschrijving, politiek dienstbaar aan de res
publica, de publieke zaak.
Julius Caesar: verheerlijkt militaire trekkracht Romeinen & eigen talenten als
politicus & veldheer
Augustus: Res Gestae Geeft uitdrukking aan de wil van Rome om de toen
bekende wereld te veroveren, beschrijven, inventariseren en zo beheersen
Sallustius: klaagde over eigentijdse politieke drama’s
Titus Livius: streelde Romeins chauvinisme (vorm van patriottisme waarbij eigen
land, volk, taal, regio sterk opgehemeld wordt)
o 8 eeuwen Romeinse fierheid vanaf ontstaan Rome
o Geschiedschrijving: vermaak en morele lessen
o ‘Seculiere’ geschiedschrijving: geen aandacht aan rol van goden
o Groot totaaloverzicht samengesteld uit andere werken, ook informatie over
economie en godsdienst
Tacitus: de origine et situ Germanorum
o Etnografishce belangstelling Germanen
o Biografische aanpak: portret we eeuw keizertijd
o Geschiedenis “sine ira et studio” (zonder toorn, noch voorliefde) =
objectieve onpartijdigheid toch worden auteurs als cynisch en
boosaardig gezien
Jodendom, Christendom en Islam onderscheiden zich van andere godsdiensten
Nadrukkelijke zin voor historische dimensie
Bijna obsessionele fixatie op het geschreven woord (Bijbel, Koran)
Behoefte om opperwezen zo dicht mogelijk bij de mens te brengen via
tussenschakels met menselijke trekken (Christus, profeet Mohammed)
Christendom: Christus = zichtbare ingreep van God in pelgrimstocht van mensheid
4
NEWS?
DEEL IV: HISTORISCH ONDERZOEK: VAN FEIT NAAR VERKLARING EN VERHAAL
VERKLAREN EN BESCHRIJVEN
DE ONGRIJPBARE OORZAAK
Oorzakelijkheid (causaliteit) als essentie van de wetenschap
Wat is een “oorzaak”? Grondoorzaken, diepere oorzaken, structurele oorzaken,
…
Reductionisme tot 1 oorzaak of complexe multicausaliteit
Beschrijven van of speuren naar wetmatigheden?
Tegenfeitelijke geschiedenis: had het ook anders gekund? (Wat als…)
Karl Popper: falsificatie
o Hypothese weerleggen verklaring/oorzaak elders zoeken
Waarschijnlijkheidsredenering: analoge omstandigheden analoge reacties &
uitkomsten
Correlatie en causaliteit: als A en B zoveel keer samen voorkomen, is er misschien
een oorzakelijk verband tussen de twee factoren
o Niet uitsluitend
o Richting: A B of B A?
Voorwaarde kan noodzakelijk zijn, niet voldoende om tot bepaald resultaat te
leiden
Motief: oorzaak waaruit geen noodzakelijk gevolg voortkomt
Eenzelfde resultaat kan het gevolg zijn van de actie van groepen die analoge
handelingen stellen
“Oorzaak” door meer systematische notie vervangen
Op zoek gaan naar daden waarin duidelijk de rol van een bewust en
verantwoordelijk handelende persoon optreedt
o Men staat meer open voor theorieën die de rol van het individu & sterke
persoonlijkheid in de geschiedenis beklemtonen en doorgaans voor een
beklemtonen van het eenmalige en evenementiële karakter van de
geschiedenis
Oorzaak beschouwen als de som van alle factoren die in relatie staan tot het feit
waarvan men de oorzaken wil kennen
Apostel
Vertrekken van bestaande historische casestudies
Criteria opsporen die historici gebruiken om een oorzakelijkheidsverband te
affirmeren of te ontkennen
DE HERMENEUTIEK
2 opvattingen over historische wetenschap
Nomothetische VS ideografische aanpak
Is de geschiedschrijving wel een vorm van sociale wetenschap, met wettenen
patronen, recurrentie en diepere structuren (ideografische aanpak)
1
, OF
Is het eerder een literair genre, waarin de historicus zich inleeft en specifieke
aparte feiten wil begrijpen om er dan een verhaal over te schrijven
(nomothetische aanpak)
Ideografische benadering = nadruk eenmalige & beschrijvende karakter
geschiedenis
Wilhelm Dilthey: verstehenslehre of hermeneutiek: zich ‘inleven’ of
‘verplaatsen’ in de historische actoren en hun tijd
Hermeneutiek: leer van de regels en hulpmiddelen bij uitlegkunde, de theorie van de
exegese, Bijbeluitlegging
DE ZOEKTOCHT NAAR DE WETTEN VAN DE GESCHIEDENIS
Nomothetische benadering: nadruk op algemene & universele karakter
geschiedenis
Carl Hempel’s covering laws
o Elke losse handeling moet worden uitgelegd binnen een bredere
basisstructuur of model
o Elk feit kan worden vastgehaakt aan een of andere overkoepelende wet
o Verschil met de natuurwetenschappen is grotendeels opgeheven
Veel kritiek op dit model
Collingwood
o Natuurwetenschappers: zoeken naar uitwendige oorzaken overeenkomstig
wetmatige verklaringen
o Menswetenschappers: zoeken naar motieven voor menselijk handelen,
baseert zich op verbeeldingsvol begrip om te vatten welke overwegingen
en gedachten aan de basis liggen van gedrag
Dray
o Algemene wetten kunnen niet alle handelingen uitleggen
o Volstaat dat onderzoeker uitlegt waarom handelingen vanuit het standpunt
van het historisch personage met het oog op het bereiken van zijn doel
rationeel waren
o Mens handelt altijd obv een aantal normatieve handelingsbeginselen
Danto
o Historicus moet feiten uiteenzetten in de volgorde waarin ze plaatsvonden
Tegenwoordig
o Zoeken actief naar verklaringen voor historische feiten
o Hebben ook oog voor het unieke van elke gebeurtenis en voor de
narratieve manier waarop we deze uitleggen, en de filosofische
consequenties daarvan
DE WORTELS VAN DE WEST-EUROPESE GESCHIEDSCHRIJVING: RELIGIE EN
STAAT
Overzicht van geschiedschrijving start met geschiedenis van historiografie zelf
Hoe ging men om met het verleden in verschillende culturen? Waaruit bestond
historisch denken?
Op welke manier ontwikkelde de historiografie zich tot een academische
wetenschap met vaste regels en technieken?
2
,OPPERWEZEN EN HEILSPLAN
Gemeenschappelijk punt alle menselijke beschavingen: vertrokken vanuit fundamentele
‘magische’, ‘mythische’ of ‘religieuze’ opvatting van wat we vandaag de maatschappij of
de geschiedenis zouden noemen
Volgens Griekse, Romeinse en middeleeuwse auteurs
Een opperwezen (1 of meerdere goden) grijpt willekeurig in het historisch proces
in, de mens is dus niet vrij
Kerkvader Augustinus
Het leven en de geschiedenis zijn een strijd van het Godsrijk en het aardse rijk, het
rijk van het licht tegen het rijk van de duisternis
De civitate Dei
o Antwoord op aanklacht dat christendom verantwoordelijk zou zijn voor
vallen van Romeins Rijk
Strijd tussen geloof en heidendom
Strijd tussen wereldse en aardse stad
Stad van de wereld: eigenliefde en miskenning van God overheerst
Hemelse stad: liefde tot God die tot zelfverontzaming voert domineert
Beide beïnvloeden elkaar
God = uiteindelijke drijvende kracht achter geschiedenis
God bepaalt verloop van de geschiedenis
o Krachten van het kwade overwinnen gelovigen aansporen tot meer inzet
SECULARISERING EN STAAT
Augustinus: irrationeel en dogmatisch-godsdienstige opvattingen
o Wel al zekere traditie van meer seculiere en rationele kijk op geschiedenis
o Seculier: het wereldse element werd op den duur belangrijker in de
historische verklaring dan de interventie van een god of goden, eventueel
al met een vooraf vastgelegd heilsplan waarin de loop van de geschiedenis
als het ware al bepaald was
Geschiedschrijving Grieks-Romeinse wereld = richtinggevend voor heel verloop
van westerse historiografie (vanaf Renaissance het model)
Beinvloeding komt tot uiting bij …
o Kritische houding tegenover feiten die doorgaans eigentijdse feiten waren
o Klassieke auteurs schreven als tijdgenoot over wat zich voordeed (soms
ooggetuige)
Auteurs Griekse epossen: onderscheidt realiteit & verbeelding niet
o Herodotos doet dat wel
Herodotos
Gebaseerd op verhalen en mondelinge inlichtingen tijdens reizen
Perzische oorlogen wil grootste daden van Grieken vastleggen
Zoekt menselijke motieven, ook goden spelen rol in het verhaal
Onderscheid
o Essentiële
o Bijkomstige
Speurt naar samenhang, oorzaken
3
, Thucydides
Bronnenkritiek & methodologische reflectie, werkt met verhalen, getuigenissen &
materiële resten
Psychologisch & politiek inzicht (Peloponnesische oorlogen)
“Wetenschappelijke aanpak” op zoek naar waarheid en militair-politieke focus op
invloed latere positivisme
Historisch werk over Peloponnesische oorlogen
o Ontleend aan fictieliteratuur
Psychologische analyse van historische acteurs
Dialectisch werken met contrasterende personages
Tekst = oefening in het beheersen van verhaallijnen en in de constructie van een
overtuigend discour
Inleiding: bekommernis om kritische distantie en methode
Polybius
Geschiedenis eigentijdse politiek
Geschiedfilosofie: cynische visie = koningschap – tirannie – aristocratie –
democratie
Geeft impuls aan Romeinse traditie
Innoveerde door schema te bedenken dat in elke beschaving een evolutie
onderkent van groei, rijpheid en decadentie
Romeinen = scheppers patriottische geschiedschrijving, politiek dienstbaar aan de res
publica, de publieke zaak.
Julius Caesar: verheerlijkt militaire trekkracht Romeinen & eigen talenten als
politicus & veldheer
Augustus: Res Gestae Geeft uitdrukking aan de wil van Rome om de toen
bekende wereld te veroveren, beschrijven, inventariseren en zo beheersen
Sallustius: klaagde over eigentijdse politieke drama’s
Titus Livius: streelde Romeins chauvinisme (vorm van patriottisme waarbij eigen
land, volk, taal, regio sterk opgehemeld wordt)
o 8 eeuwen Romeinse fierheid vanaf ontstaan Rome
o Geschiedschrijving: vermaak en morele lessen
o ‘Seculiere’ geschiedschrijving: geen aandacht aan rol van goden
o Groot totaaloverzicht samengesteld uit andere werken, ook informatie over
economie en godsdienst
Tacitus: de origine et situ Germanorum
o Etnografishce belangstelling Germanen
o Biografische aanpak: portret we eeuw keizertijd
o Geschiedenis “sine ira et studio” (zonder toorn, noch voorliefde) =
objectieve onpartijdigheid toch worden auteurs als cynisch en
boosaardig gezien
Jodendom, Christendom en Islam onderscheiden zich van andere godsdiensten
Nadrukkelijke zin voor historische dimensie
Bijna obsessionele fixatie op het geschreven woord (Bijbel, Koran)
Behoefte om opperwezen zo dicht mogelijk bij de mens te brengen via
tussenschakels met menselijke trekken (Christus, profeet Mohammed)
Christendom: Christus = zichtbare ingreep van God in pelgrimstocht van mensheid
4