Sociologie Semester 1
à Hoofdstuk 1: Een eerste kennismaking
(deeltje uit de les)
Slaapmiddelen: benzodiazepinen
- 1/3 gebruikt ze langer dan 8 jaar, maar aangeraden is 14 dagen
- Gebruikt voor slaapproblemen of angstaanvallen…
VAD: alcohol en drugspreven=e
- Nemen steekproeven af bij jongeren (alcohol, gokken, slaapmedicaBe…). Resultaat: 1/5
meisjes heeH voor 18 al eens slaapmedicaBe gebruikt. (Meisjes meer dan jongens en
doorhaan de jaren en leeHijd krijgen zij dat ook meer voorgeschreven).
Waarom neemt iemand die medica=e?
Door psychologische bril: kijken naar de onderliggende reden voor dat gebruik. Ze focussen zich op de
mentale aspecten: de individuele psyché.
Door biologische bril: welke impact heeH die medicaBe op het lichaam (receptoren, biologische
processen…). Wat zijn fysieke problemen die ervoor zorgen dat de persoon niet kan slapen of
angstklachten heeH.
Door economische bril: wat is de winst op verkoop van die medicaBe. Kijken of er alternaBeve opBes
zijn (therapie…).
Door sociologische bril (verbeelding): kijken op groepsniveau (bv.: vrouwen die de medicaBe meer
nemen dan mannen).
ð Je gaat kijken hoe een individuele levensloop dingen beïnvloeden (zoals het nemen van
slaappillen).
Socioloog: individuele processen linken aan maatschappelijke processen:
- Oorlog (geopoliBeke problemen)
- Sociale druk
- ThuissituaBe (moeder/vader gebruikt medicaBe)
Wij, individueel, zijn het resultaat van onze omgeving die bestaat uit media, school,
jeugdbewegingen, vrienden, familie, land waar je woont => macroniveau.
Waarom gaan jongeren op kamp? Je wil met je vrienden op kamp, de ouders willen dat je op kamp
gaat.
Waarom gebruiken mensen drugs op Tomorrowland: druk van een sociale groep, grote
beschikbaarheid
Waarom betogen mensen tegen de genocide in Gaza: mensen die het meemaken steunen, sociale
druk (verplicht voelen om mee te doen).
,Hebben mensen een vrije wil? Weten wij wat we doen?
Vb.: Jef Vermassen: advocaat die ooit een betoog maakte rond iemand die zijn vrouw heeD vermoord.
Vermassen zei: “Denk eens goed na, het is niet echt een misdrijf want die persoon was niet bij volle
bewust. Een macht had hem in zijn greep. Is hij dan schuldig?”.
Hersenwetenschappen: stuurt verscheidene dingen aan (spraak, emoBe…). Wetenschappers zeggen
dat de hersenen voor ons beslissen. We zijn ons daar niet ten volle van bewust.
Implica=e: we nemen beslissingen voor we er bewust van zijn => we zijn er niet raBoneel mee bezig.
Karel De Gucht: poliBcus, liberaal, vrije mening… vindt dit alles een probleem: als er geen vrije wil
meer is, is er dan nog persoonlijke verantwoordelijkheid?
Mensen die geboren zijn in de middenklasse in Vlaanderen:
- Hoog opleidingsniveau (diploma dat leidt naar een job)
- Niet te openminded
- Respect voor vrouwenrechten
- Werk, hoog inkomen (hoge arbeidstevredenheid)
- Hoge levensverwachBng
• Een hogere opleiding leidt tot materiële voordelen en bepaalt de persoonlijke vorming. Zo
heeH men het eigen leven beter in handen.
Sociale omgeving: is een cruciale factor.
Wat is sociologie: hoe de omgeving, cultuur… ons beïnvloeden.
De sociologische verbeelding:
Defini=e (v Mills) individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale
relaBes die zelf een spcifieke historische oorsprong hebben.
Dit is een specifieke wijze van kijken naar wat met mensen in hun leven gebeurt, de levensloop, de
biografie…
• Biografie: kent een specifiek verloop omdat we samen leven met andere mensen. Het
ondergaat de invloed van het geheel van sociale relaBes waarvan we deel uitmaken.
• Onze samenleving: het geheel van sociale relaBes waarvan we deel uitmaken.
• Historische ontwikkeling: heeH als resultaat de sociale omgeving. Bv.: industrialisaBe en de
gekoppelde urbanisaBe. Dit bepaald de specifieke samenleving.
Toepassen van sociologische verbeelding op de levensloop van oudere mensen met een niet-
specialis=sche scholing: vroeger kon men zonder diploma prima een job vinden, vandaag is dat niet
meer zo makkelijk mogelijk. => kennissamenleving
Toekomst: gender-egalitaire samenleving
,Van gedrag tot samenleving
De socioloog: kijkt naar de biografie venuit haar verband met de
‘historische’ maatschappelijke omgeving waarin ze tot stand komt.
Gedrag: elke acBe of reaBe van een individu. Bevat:
- ObjecBef waarneembare dimensie (externe componenten): kunnen door ten minste twee
individuen, alter en ego, kunnen worden waargenomen.
o Voorbeelden: gesproken woord, gebaren en lichamelijke bewegingen.
- SubjecBef waarneembare dimensie (interne componenten): 1 waarnemer: ego. Verschillende
componenten:
o MoBvaBonele component: ulBeme drijfveer van het handelen die aanzecen en
moBveren tot gedrag.
§ Bv.: winsmaximalisaBe, sociale erkenning, controle en seksuele lust
o EmoBonele component: innerlijke gevoelens
§ Bv.: angst, onrust, schaamte, schuld
o CogniBeve component: beelden die we vormen van de werkelijkheid
o Reflexieve component: beeld dat je van jezelf vormt
ð In de werkelijkheid doorkruisen deze elkaar.
ð Vb. van de verwevenheid van interne en externe dimensies van gedrag: emoBes die
samengaan met specifieke gelaatsuitdrukkingen.
Sociaal handelen:
Handelen: wordt gekenmerkt door een gerichtheid op een object. Het heeH als finaliteit de realisaBe
van een doel. Het is gedrag met een nadrukkelijke doelgerichtheid. Dit valt samen met de mentale
projecBe die aan de handeling voorafgaat.
Sociaal handelen: de actor houdt bij de planning, rekening met wat andere deden, doen of kunnen
doen (verleden, heden, toekomst).
Typologie van sociaal handelen volgens Weber:
| Instrumenteel raBoneel handelen: iets doen om een bepaald doel te bereiken binnen een
specifieke handelingssituaBe bestaande uit andere mensen of objecten.
o CondiBes: voorwaarden waaronder tot doelrealisaBe overgegaan kan worden.
§ Niet vrij gemanipuleerd.
o Middelen: niet gecondiBoneerd. De actor kan hierover beschikken om zijn/haar
voorgesteld doel te bereiken.
o Doel raBoneel handelen: actoren wegen af welke middelen best geschikt zijn om een
bepaald doel te bereiken.
| WaarderaBoneel handelen: bewust geloof in de waardevolheid van de handeling.
o EstheBsche, religieuze, ethische of andere aard zijn.
, o De handeling is waardevol en niet het realiseren van het doel
o Volgen van eisen die de actor bindend inschat. Bewust zijn van tradiBe
o Volgen van religieuze roeping en zich laten leiden door een inherent plichtsgevoel.
Verschil waardera=oneel handelen en instrumenteel handelen: geen verschil in de prakBjk:
waarderaBoneel handelen kan ook plaatsvinden in een situaBe met:
- Mogelijkheden (middelen)
- Beperkingen (condiBes).
ð Men moet nagaan welk aspect de bovenhand haalt: efficiënBe of de inherente waardevolheid
van de handeling zelf.
| AffecBef handelen: navolgen van gevoelens bestaande uit:
o Ongecontroleerde reacBes op een bepaalde sBmulus.
o Kan geraBonaliseerd worden en kan van betekenis voorzien worden.
| TradiBoneel: ingewortelde gewoontehandelen. Gewoonte mag niet gezien worden als een puur
psychisch of louter individueel kenmerk. Gewoonte situeert zich in de sociale dimensie va even
en niet de individuele.
o TradiBe: leidt tot herhaling van eenzelfde handeling met als kenmerk verplicht karakter.
Het perkt het handelen van mensen in.
o Het verleden is bepalend voor de vormgeving van de toekomst.
o Geen reflexiviteit: want het is disrupBef en breekt de conBnue lijn van verleden naar
heden.
o GeeH zekerheid
Bv.: geen vlees eten:
- Instrumenteel raKoneel: je wil vermageren…
- TradiKoneel: dierenvriend
- WaarderaKoneel: niet akkoord met het (slecht) ombrengen van dieren
InteracBe
ð Wordt gevormd door handelingen van een persoon en de reacBe daarop door een ander
persoon. Het ontstaat wanneer twee of meer mensen en gedeelde of op zijn minst
complementaire betekenis aan elkaars handelen geven.
Principes die zinvol ervaren worden voor het sociaal handelen:
- Realiseren van externe doelen
- Beleven van waarden
- Volgen van affecBes en tradiBes
Sociale interac=e: wordt mogelijk doordat we reageren op het handelen van anderen en anBciperen
op de gevolgen van eigen handelen.
à Hoofdstuk 1: Een eerste kennismaking
(deeltje uit de les)
Slaapmiddelen: benzodiazepinen
- 1/3 gebruikt ze langer dan 8 jaar, maar aangeraden is 14 dagen
- Gebruikt voor slaapproblemen of angstaanvallen…
VAD: alcohol en drugspreven=e
- Nemen steekproeven af bij jongeren (alcohol, gokken, slaapmedicaBe…). Resultaat: 1/5
meisjes heeH voor 18 al eens slaapmedicaBe gebruikt. (Meisjes meer dan jongens en
doorhaan de jaren en leeHijd krijgen zij dat ook meer voorgeschreven).
Waarom neemt iemand die medica=e?
Door psychologische bril: kijken naar de onderliggende reden voor dat gebruik. Ze focussen zich op de
mentale aspecten: de individuele psyché.
Door biologische bril: welke impact heeH die medicaBe op het lichaam (receptoren, biologische
processen…). Wat zijn fysieke problemen die ervoor zorgen dat de persoon niet kan slapen of
angstklachten heeH.
Door economische bril: wat is de winst op verkoop van die medicaBe. Kijken of er alternaBeve opBes
zijn (therapie…).
Door sociologische bril (verbeelding): kijken op groepsniveau (bv.: vrouwen die de medicaBe meer
nemen dan mannen).
ð Je gaat kijken hoe een individuele levensloop dingen beïnvloeden (zoals het nemen van
slaappillen).
Socioloog: individuele processen linken aan maatschappelijke processen:
- Oorlog (geopoliBeke problemen)
- Sociale druk
- ThuissituaBe (moeder/vader gebruikt medicaBe)
Wij, individueel, zijn het resultaat van onze omgeving die bestaat uit media, school,
jeugdbewegingen, vrienden, familie, land waar je woont => macroniveau.
Waarom gaan jongeren op kamp? Je wil met je vrienden op kamp, de ouders willen dat je op kamp
gaat.
Waarom gebruiken mensen drugs op Tomorrowland: druk van een sociale groep, grote
beschikbaarheid
Waarom betogen mensen tegen de genocide in Gaza: mensen die het meemaken steunen, sociale
druk (verplicht voelen om mee te doen).
,Hebben mensen een vrije wil? Weten wij wat we doen?
Vb.: Jef Vermassen: advocaat die ooit een betoog maakte rond iemand die zijn vrouw heeD vermoord.
Vermassen zei: “Denk eens goed na, het is niet echt een misdrijf want die persoon was niet bij volle
bewust. Een macht had hem in zijn greep. Is hij dan schuldig?”.
Hersenwetenschappen: stuurt verscheidene dingen aan (spraak, emoBe…). Wetenschappers zeggen
dat de hersenen voor ons beslissen. We zijn ons daar niet ten volle van bewust.
Implica=e: we nemen beslissingen voor we er bewust van zijn => we zijn er niet raBoneel mee bezig.
Karel De Gucht: poliBcus, liberaal, vrije mening… vindt dit alles een probleem: als er geen vrije wil
meer is, is er dan nog persoonlijke verantwoordelijkheid?
Mensen die geboren zijn in de middenklasse in Vlaanderen:
- Hoog opleidingsniveau (diploma dat leidt naar een job)
- Niet te openminded
- Respect voor vrouwenrechten
- Werk, hoog inkomen (hoge arbeidstevredenheid)
- Hoge levensverwachBng
• Een hogere opleiding leidt tot materiële voordelen en bepaalt de persoonlijke vorming. Zo
heeH men het eigen leven beter in handen.
Sociale omgeving: is een cruciale factor.
Wat is sociologie: hoe de omgeving, cultuur… ons beïnvloeden.
De sociologische verbeelding:
Defini=e (v Mills) individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit het geheel van sociale
relaBes die zelf een spcifieke historische oorsprong hebben.
Dit is een specifieke wijze van kijken naar wat met mensen in hun leven gebeurt, de levensloop, de
biografie…
• Biografie: kent een specifiek verloop omdat we samen leven met andere mensen. Het
ondergaat de invloed van het geheel van sociale relaBes waarvan we deel uitmaken.
• Onze samenleving: het geheel van sociale relaBes waarvan we deel uitmaken.
• Historische ontwikkeling: heeH als resultaat de sociale omgeving. Bv.: industrialisaBe en de
gekoppelde urbanisaBe. Dit bepaald de specifieke samenleving.
Toepassen van sociologische verbeelding op de levensloop van oudere mensen met een niet-
specialis=sche scholing: vroeger kon men zonder diploma prima een job vinden, vandaag is dat niet
meer zo makkelijk mogelijk. => kennissamenleving
Toekomst: gender-egalitaire samenleving
,Van gedrag tot samenleving
De socioloog: kijkt naar de biografie venuit haar verband met de
‘historische’ maatschappelijke omgeving waarin ze tot stand komt.
Gedrag: elke acBe of reaBe van een individu. Bevat:
- ObjecBef waarneembare dimensie (externe componenten): kunnen door ten minste twee
individuen, alter en ego, kunnen worden waargenomen.
o Voorbeelden: gesproken woord, gebaren en lichamelijke bewegingen.
- SubjecBef waarneembare dimensie (interne componenten): 1 waarnemer: ego. Verschillende
componenten:
o MoBvaBonele component: ulBeme drijfveer van het handelen die aanzecen en
moBveren tot gedrag.
§ Bv.: winsmaximalisaBe, sociale erkenning, controle en seksuele lust
o EmoBonele component: innerlijke gevoelens
§ Bv.: angst, onrust, schaamte, schuld
o CogniBeve component: beelden die we vormen van de werkelijkheid
o Reflexieve component: beeld dat je van jezelf vormt
ð In de werkelijkheid doorkruisen deze elkaar.
ð Vb. van de verwevenheid van interne en externe dimensies van gedrag: emoBes die
samengaan met specifieke gelaatsuitdrukkingen.
Sociaal handelen:
Handelen: wordt gekenmerkt door een gerichtheid op een object. Het heeH als finaliteit de realisaBe
van een doel. Het is gedrag met een nadrukkelijke doelgerichtheid. Dit valt samen met de mentale
projecBe die aan de handeling voorafgaat.
Sociaal handelen: de actor houdt bij de planning, rekening met wat andere deden, doen of kunnen
doen (verleden, heden, toekomst).
Typologie van sociaal handelen volgens Weber:
| Instrumenteel raBoneel handelen: iets doen om een bepaald doel te bereiken binnen een
specifieke handelingssituaBe bestaande uit andere mensen of objecten.
o CondiBes: voorwaarden waaronder tot doelrealisaBe overgegaan kan worden.
§ Niet vrij gemanipuleerd.
o Middelen: niet gecondiBoneerd. De actor kan hierover beschikken om zijn/haar
voorgesteld doel te bereiken.
o Doel raBoneel handelen: actoren wegen af welke middelen best geschikt zijn om een
bepaald doel te bereiken.
| WaarderaBoneel handelen: bewust geloof in de waardevolheid van de handeling.
o EstheBsche, religieuze, ethische of andere aard zijn.
, o De handeling is waardevol en niet het realiseren van het doel
o Volgen van eisen die de actor bindend inschat. Bewust zijn van tradiBe
o Volgen van religieuze roeping en zich laten leiden door een inherent plichtsgevoel.
Verschil waardera=oneel handelen en instrumenteel handelen: geen verschil in de prakBjk:
waarderaBoneel handelen kan ook plaatsvinden in een situaBe met:
- Mogelijkheden (middelen)
- Beperkingen (condiBes).
ð Men moet nagaan welk aspect de bovenhand haalt: efficiënBe of de inherente waardevolheid
van de handeling zelf.
| AffecBef handelen: navolgen van gevoelens bestaande uit:
o Ongecontroleerde reacBes op een bepaalde sBmulus.
o Kan geraBonaliseerd worden en kan van betekenis voorzien worden.
| TradiBoneel: ingewortelde gewoontehandelen. Gewoonte mag niet gezien worden als een puur
psychisch of louter individueel kenmerk. Gewoonte situeert zich in de sociale dimensie va even
en niet de individuele.
o TradiBe: leidt tot herhaling van eenzelfde handeling met als kenmerk verplicht karakter.
Het perkt het handelen van mensen in.
o Het verleden is bepalend voor de vormgeving van de toekomst.
o Geen reflexiviteit: want het is disrupBef en breekt de conBnue lijn van verleden naar
heden.
o GeeH zekerheid
Bv.: geen vlees eten:
- Instrumenteel raKoneel: je wil vermageren…
- TradiKoneel: dierenvriend
- WaarderaKoneel: niet akkoord met het (slecht) ombrengen van dieren
InteracBe
ð Wordt gevormd door handelingen van een persoon en de reacBe daarop door een ander
persoon. Het ontstaat wanneer twee of meer mensen en gedeelde of op zijn minst
complementaire betekenis aan elkaars handelen geven.
Principes die zinvol ervaren worden voor het sociaal handelen:
- Realiseren van externe doelen
- Beleven van waarden
- Volgen van affecBes en tradiBes
Sociale interac=e: wordt mogelijk doordat we reageren op het handelen van anderen en anBciperen
op de gevolgen van eigen handelen.