Les 1 – de sociologische verbeelding
1) wat is sociologie
*sociologie
= de wetenschap die begaan is met de systematische studie van…
interacties tussen personen en/of sociale eenheden ( meso)
de wijze waarop het verloop vd sociale interactie wordt bepaald door de omgeving en resulteert in
de ontwikkeling v vaste patronen ( macro)
gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag ( micro)
Interacties ( meso) Omvat interacties in groepen, wijken,
organisaties of gemeenschappen
Omgeving ( macro) Op dit niveau worden grootschalige sociale
systemen, structuren en instituties bestudeerd,
zoals de overheid, economie,…op
maatschappelijk niveau
Menselijk gedrag ( micro) Omvat de ervaringen van één persoon/kleine
groep. De directe interactie tss individuen ( vb
gezin, interactie geliefde, vriend,…)
2) historische achtergrond van de sociologie
*ontstaan sociologie als wetenschap
( sinds 150j een zelfstandige wetenschappelijke discipline )
*de mens heeft altijd al gezocht naar verklaringen v hun leven/de wereld rondom hen
in archaïsche SL
= verklaringen buiten de mens om
in de huidige SL
= verklaringen in de SL zelf/ een empirische toetsing om tot generalistische uitspraken te komen
de sociologie ontwikkelde zich in een periode v grote maatschappelijke veranderingen
3) De sociologische verbeelding
*sociologische verbeelding
= een wetenschappelijk perspectief vanuit de sociologie
= het vermogen om persoonlijke ervaringen te verbinden met bredere maatschappelijke structuren
= wat wij als individueel probleem ervaren, is vaak in werkelijkheid een maatschappelijk vraagstuk
1
,Illustratie 1 = studeren en tussenjaar
‘ Vlaamse studenten nemen het minst vaak een tussenjaar’
Persoonlijk perspectief: ‘ik moet meteen verder studeren, anders loop ik achter’
sociologische perspectief:
= we kijken naar economische factoren : schulden vermijden en geld verdienen
culturele factoren : het idee leeft in Vlaanderen dat je niet lang moet uitstellen
= onderwijssysteem: stimuleer geen tussenjaar
Illustratie 2 : ons denken en doen ivm ons haar
kapsel en cultuur : beloningen en symboolwaarde
De sociologische verbeelding helpt je te begrijpen dat onze ideeën over haar niet puur individueel
zijn; ze reflecteren sociale normen, cultuur, symbolische waarden en beloningen in de
maatschappij.
( ik stijl mijn haar in westerse cultuur wordt dit geassocieerd met netheid, schoonheid,…)
Illustratie 3 : levensverwachtingen
wat individuen ervaren ( korte levensverwachting, gezondheidsproblemen) is niet alleen
persoonlijk, maar verbonden met sociale ongelijkheden
= een maatschappelijke kwestie
( sociaal economische status, arbeidsomstandigheden, culturele factoren, geslacht,…)
Illustratie 4 : armoede
= persoonlijke problemen ( armoede) zijn vaak verweven met sociale en economische structuren
( vb lage lonen, werkloosheid, slechte toegang tot onderwijs, ongelijkheid,…)
Illustratie 5 : ongelijkheid in onderwijsprestaties bij leerlingen met migratieachtergrond
Besluit over de sociologische verbeelding
bij het zoeken naar verklaringen speelt de sociologische verbeelding een belangrijke rol
gebeurtenissen die het leven v mensen typeren worden bekeken vanuit het ruimere geheel
waarbinnen mensen met elkaar leven
= sociale relaties bepalen de biografieën v mensen, ze zijn zelf het resultaat v/e historisch proces
binnen een brede samenleving ( je leven wordt gevormd door sociale relaties die worden gevormd
door de geschiedenis en samenleving )
"Jan kon geen hogere studie volgen omdat zijn familiearm was en in een achterstandswijk woonde;
zijn persoonlijke situatie is dus het resultaat van sociale relaties en historische ongelijkheid."
2
,Les 2 – Beïnvloeding en sociologie
1) sociologie en het sociaal handelen
*sociaal handelen: 4 types
Instrumenteel-relationeel er wordt een afweging gemaakt welke middelen het best geschikt
handelen zijn om een doel te bereiken
een student maakt een studieplanning om diploma te halen
Waarde-rationeel handelen Je handelt vanuit een diep geloof in een waarde of principe,
ongeacht de gevolgen. De waarde is het doel
iemand is vegetariër omdat hij dierenrechten belangrijk vind
Affectief handelen Het handelen wordt gedreven door gevoelens
uit boosheid zegt iemand zijn baan op
Traditioneel handelen De gewoonte ligt aan de basis
elke zondag gaan we naar oma
Later reflexief handelen ( Giddens)
= het vermogen v mensen om hun eigen gedrag en sociale context te overzien, te beoordelen en aan
te passen ipv blindelings tradities te volgen
( moderne slev = gedwongen om vaker zelf beslissingen te nemen )
( leraar merkt dat student niet oplet ipv door te gaan nadenken over zijn lesmethode of wat hij
beter kan doen )
2) sociologie is …
De wetenschap die begaan is met de systematische studie v :
interacties tss personen/ sociale eenheden
de wijze waarop het verloop van deze sociale interactie wordt bepaald door de omgeving en
resulteert in de ontwikkeling v vaste patronen
gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag
Gedrag
is betekenisvol, herkenbaar en voorspelbaar ( we zijn patronen in gedrag v mensen)
( maar niet altijd voorspelbaar en herkenbaar )
wordt beïnvloed door interacties met andere individuen
Interacties
voorwaarde : communicatie
= handelingen v/e persoon en de reactie daarop door een andere persoon ( actie reactie)
= het proces v wederzijds beïnvloeding tss personen of sociale eenheden
geslaagd indien ‘opdat’- en ‘omdat’ motieven onderling worden afgestemd
3
, Alter : opdat motief
= motief dat erop wijst dat iemand iets wil realiseren en zich daar mind of meer bewust mentaal op
voorbereidt- drijfveren
Ego : Omdat-motief
= motief dat erop wijst dat iemand reageer op het ‘opdat’-motief van een ander
*Vijf basisvormen van interactie
1) conformiteit of aanpassing ( = tegengestelde v deviant gedrag )
= de interactievorm waarbij de paartijen zich aanpassen aan elkaars rolverwachtingen of aan de
normatieve verwachtingen in de groep
2 elementen
een wederzijds akkoord over interactiesituatie
een akkoord over hoe de overdracht zal verlopen
2) uitwisseling of ruil
= de interactie steunt op wederzijdse kost en profit. Het resultaat is een persoonlijk voordeel
de kost moet proportioneel zijn aan de winst
( pokémon go )
3) samenwerking
= de interactie is gericht op het verwezenlijken v/e gemeenschappelijk doel. De opbrengst wordt
‘gedeeld’. Het resultaat is zonder samenwerking niet mogelijk
( vakbondsacties in het onderwijs tav besparingen)
4) competitie
= de interactie is gericht op het verwezenlijken van eenzelfde doel dat schaars is. Niet het
gemeenschappelijk doel is belangrijk, maar wel het overwinnen vd ander
vaak via spelregels
5) conflict
= de interactie gebaseerd op tegenstellingen die het gevolg zijn ongelijke controle over schaarse en
gewaardeerde middelen zoals : geld, land, macht,…
is een poging om de interactie te laten verlopen volgens eigen zienswijze/ zienswijze vd eigen
groep
kunnen positieve bijdrage vormen voor samenleving ( uvrm)
conflict- samenwerking = tegengesteld, maar verbonden
* we onderscheiden enkele vormen van on-evenwichten in de interactie
macht
gezag of autoriteit
manipulatie
4