LES 1
Academisch VS wetenschappelijk?
- Wetenschappelijk onderzoek is controleerbaar, je kan het nagaan vanwaar het komt.
- Academisch is meer gericht op theorie en wetenschappelijk op praktijk.
Kennis (scientia) d.w.z. betekenisvolle informatie, inzicht, …
… die wetenschappers/onderzoekers maken, aftoetsen en uitdagen
• Kennis die niet bestaat ontwikkelen of genereren
o Logisch deductief → van theorie naar bevestiging
o Empirisch inductief (ervaring) → van observatie naar theorie
• Kennis die bestaat gebruiken om te toetsen of falsifiëren
o Controleren of het klopt, zo niet → falsifiëren
o Vb. Kennis testen in andere contexten en zien of het daar ook werkt.
• Bestaande kennis navolgen of er juist van afwijken
o i.e. de gevestigde orde VS outliners van een wetenschappelijke discipline
… met als doel
• te begrijpen, te doorgronden
• te beïnvloeden (ingrijpen, veranderen, corrigeren)
• te creëren
• te voorspellen
• …
Wetenschap is kennis…
- … over de (menselijke) werkelijkheid.
- … die wetenschapper-onderzoekers maken, aftoetsen en uitdagen.
- … met een doel (begrijpen, beïnvloeden, creëren, voorspellen).
Andere combinaties en/of accenten = ander onderzoek
➔ Noodzaken andere spelregels die een wetenschapper-onderzoeker moet volgen.
! Niet één manier om aan onderzoek te doen.
Wetenschap?
Voorbeeld van veelgebruikte combinaties in de gedragswetenschappen discipline:
• Kwalitatief onderzoek:
Focus op de subjectieve waarheid binnen de menselijke werkelijkheid (complex), zo
vaak het ontwikkelen van onbestaande/onvolledige kennis, om (beter, grondiger) te
begrijpen.
• Kwantitatiefonderzoek:
Focus op (enkel) objectieve waarheid binnen de menselijke werkelijkheid (eenvoudig),
zo vaak het falsifiëren van kennis (i.e. bewijzen), om (beter) te voorspellen.
• Mixed Methods
,De combinaties en/of accenten bepalen de centrale probleemstelling die de wetenschapper-
onderzoeker formuleert.
Belangrijk om hier expliciet bij stil te staan!
• Voor de onderzoeker
• Voor peers
Hoe pak je academisch onderzoek aan?
• Hij/zij volgt nauwgezet de spelregels in functie van de gekozen combinatie
• In hun algemene of generieke vorm gaan ze over:
o WAT doet een wetenschapper-onderzoeker? (onderzoeksactiviteiten)
o HOE doet hij/zij dat? (gedragsregels en codes)
Onderzoeksactiviteiten
1. Kies een onderwerp
- Waarover wil ik een onderzoek doen? Wat boeit me? Waar kan ik invloed op hebben?
- Hoe kan ik dit vatten in één of enkele trefwoorden?
2. Verken het onderwerp in een vakgebied/discipline
a.d.h.v.
- Verkennende literatuurstudie
- Verkennende gesprekken met eindgebruikers/experten en/of plaatsbezoek
- Wat bestaat er reeds aan (wetenschappelijke) kennis? En wat nog niet?
- Wat zijn mogelijke kenmerken, aspecten of aanverwante thema’s waarover ik onderzoek
kan doen?
- Wat bestaat er (reeds/nog niet) aan soorten van kennis en inzichten? (Vb. theorieën,
modellen, opvattingen, eensgezindheid, tegenstellingen, dilemma’s, opposities,…)
3. Formuleert een centrale probleemstelling en afgeleide onderzoeksvragen
Wat kies/volg/wil ik verder onderzoeken van het hiervoor verkende?
Wat ga ik precies onderzoeken?
- Een evolutie schetsen
- Een bepaald fenomeen verklaren
- Een verband bestuderen
- Een ontbrekend inzicht bloot leggen/ontrafelen
Hoe positioneer ik mijn onderzoek zo in het vakgebied/discipline?
4. Werk een onderzoeksplan uit en kies (gepaste) onderzoeksmethode(n)
• Welke algemene onderzoeksmethode?
Vb. via kwantitatief of kwalitatief onderzoek , mixed methods
• Welke specifieke onderzoeksmethode?
Vb. een literatuurstudie, een archiefonderzoek,…
• Wat moet ik systematisch i.f.v. mijn probleemstelling doen?
➔ Welke data/info verzamelen volgens welke werkwijze?
Vb. opzoeken en lezen, een vragenlijst, een observatie, foto’s, …
• Wat moet ik in acht nemen als kwaliteitscriteria?
,5. Voer het onderzoeksplan uit
= de data- of informatieverzameling (d.m.v. Interviews, observaties, visuele technieken, …)
6. Formuleer een antwoord op de probleemstelling en onderzoeksvragen
= de data-analyse en het besluit
7. De rapportering van het hele onderzoek
➔ Doorheen het onderzoek: interview fiches, onderzoeksnota’s, …
➔ Na het onderzoek: een artikel, boek, rapport, …
Gedragsregels en codes (hoe moet je onderzoek zijn..?)
• Transparant (navolgbaar en controleerbaar)
• Onderbouwd en nauwgezet (gedocumenteerd en beargumenteerd)
• Kritisch (expliciet reflecteren en nuanceren, vb. eigen zwakte/sterkte, voorzichtigheid,…)
• Ethisch (met respect voor alle betrokkenen, vb. toestemming vragen, anonimiteit, …)
Manieren om academisch onderzoek te doen (methodes/aanpak/benaderingen)
Ordening volgens methode
• Kwantitatief (cijfermatige data) / Kwalitatief onderzoek (interpretatie)
• Empirisch (waarnemingen) / theoretisch onderzoek (conceptuele analyse)
• Inductief / deductief
• Case study, experiment, survey, etnografie, discoursanalyse, …
Ordening volgens discipline
• Monodisciplinair (onderzoek vanuit één discipline, vb. alleen psychologie of economie)
• Multidisciplinair (meerdere disciplines werken naast elkaar aan een probleem, met hun
eigen methodes)
• Interdisciplinair (disciplines worden geïntegreerd, methoden en perspectieven worden
gecombineerd tot een nieuwe benadering)
• Transdisciplinair (gaat verder dan academische disciplines, betrekt ook praktijkkennis
en maatschappelijke actoren)
, Ordening volgens doel van het onderzoek
• Fundamenteel (theorievorming)
• Toegepast (praktische oplossing)
• Evaluatief (beoordeling van beleid/praktijk)
• Exploratief (vaak onderzoek over zaken waar niet veel info over is)
• Beschrijvend
• Verklarend
• Voorspellend
• Ontwerpend onderzoek (research by design)
Ordening volgens theoretisch perspectief
• Marxistisch
• Feministisch
• Positivistisch
• Constructivistisch
• Postmodernistisch
• Ecocentrisch / duurzaamheidsperspectief
• …
Ordening volgens bronnen of data
• Primaire data/bronnen (zelf verzameld)
• Secundaire data (bestaande bronnen)
• Archiefonderzoek
• Digitale data (sociale media)
• Combinatie van verschillende bronnentypes
➔ Geen enkele manier is beter/slechter
Design History and Culture: Methods and Approaches
Methodes
1. Close Readings I: Structuralism → diep lezen van materiaal
2. Close Readings II: Post-structuralism
3. The Life cycle of Objects: Tracking Design
4. The Comparative Method: DIfferences and Similarities
5. Case Study Research: The Specific and the General
6. Designer's Monographs: Fluid authorship
7. Oral History: Memories of the Past and the Present
8. Ethnography: Groups and Individuals → Taal maakt de werkelijkheid,
bestuderen van taal geeft nieuwe inzichten → kan nuttig zijn, methodes die
kunnen helpen bij eigen onderzoek.
9. Discourse Analysis: Constructing Reality
Benaderingen
1. Industry: Economic and Legal Frameworks
2. Geopolitics: National Interactions
3. Society and Culture: Manners, Morals and Customs
4. Gender Studies: Questioning Heteronormativity
5. Style: Period, Group and Individual
6. The Typological Approach: Categories and Belonging
7. Materials and Techniques: Transforming Nature