Inhoudstafel
1. Decreet Integrale Jeugdhulp en decreet Vroeg en Nabij (Integrale Jeugdhulp). .2
1.1 Inleiding Integrale Jeugdhulp........................................................................2
1.1.1 Voor het decreet (voor 2014):................................................................2
1.1.2 De brede instap:..................................................................................... 3
1.1.3 Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH):..................................................3
1.1.4 Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH):.........................................4
1.2 1Gezin1Plan:................................................................................................. 6
1.3 Decreet Vroeg en Nabij................................................................................. 7
2. De systeemtheorie............................................................................................. 8
2.1 Ontstaan en definiëring van AST..................................................................8
2.2 Kenmerken en eigenschappen van een systeem..........................................9
2.2.1 Open systeem:....................................................................................... 9
2.2.2 Niet optelbaarheid:................................................................................. 9
2.2.3 Interafhankelijkheid:............................................................................... 9
2.2.4 Gezamenlijk doel:...................................................................................9
2.2.5 Emotionele betrokkenheid:.....................................................................9
2.3 Bouwstenen en kernbegrippen van de AST................................................10
2.3.1 Informatie en feedback:........................................................................10
2.3.2 Homeostase en kalibrering:..................................................................10
2.3.3 Omgangsvormen en interactiepatronen van systemen:.......................10
2.3.4 De systeemregels:................................................................................ 11
2.3.5 Grenzen uit de systeemtheorie:...........................................................11
2.3.6 Circulariteit:.......................................................................................... 12
2.4 De structurele stroming van Minuchin........................................................12
2.4.1 De levenscyclus van het gezin.............................................................12
2.4.2 Dysfunctionele gezinsstructuren..........................................................14
2.4.3 Ondersteuning bij gezinsherstructurering............................................15
2.4 Contextuele stroming – Nagy......................................................................16
2.4.1 Relationele werkelijkheid: 4 dimensies.................................................17
3. Ouderparticipatie in de jeugdhulp – gastles.....................................................19
1
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2
,Samenvatting werken met
gezinnen en jongeren 2
1. Decreet Integrale Jeugdhulp en
decreet Vroeg en Nabij (Integrale
Jeugdhulp)
1.1 Inleiding Integrale Jeugdhulp
1.1.1 Voor het decreet (voor 2014):
Het decreet Integrale Jeugdhulp is er gekomen omdat er nood was aan meer
eerstelijnshulp, meer divers aanbod dat flexibel inzetbaar was en er nood
was aan meer inspraak voor de kinderen of jongeren en hun ouders.
Het aanbod was verkokerd en cliënten vonden hun weg niet door het
hulpaanbod. Omdat er dus heel wat fout liep in de jeugdhulp drongen
hervormingen en intersectorale samenwerkingen zich op.
Organisaties in de jeugdhulp:
CAW – Jongerenadviescentrum (JAC)
Centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG)
Integrale jeugdhulp (IJ)
Vlaams agentschap voor personen met een beperking/handicap (VAPH)
Centra voor integrale gezinszorg (CIG)
o Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp: voor gezinnen en ouders die
ernstige opvoedingsproblemen ervaren. Er is intensieve begeleiding
in opvoedingshulp en gezinszorg
Jeugdhulpaanbod sinds 2014:
Er wordt gebruik gemaakt van de brede instap: toegankelijk en bekend maken
van de hulpverlening. Er wordt gebruik gemaakt van een crisisnetwerk om
sneller te kunnen handelen bij crisissituaties.
De hulpverlening wordt flexibel inzetbaar en is op maat gemaakt. Er wordt
gewerkt met het subsidiariteitsprincipe via modulering (een specifiek type
hulpverlening zoals ambulant, residentieel of crisishulpverlening) en de
intersectorale toegangspoorten.
Er wordt ingespeeld op ‘maatschappelijke verontrusting’ door de
gemandateerde voorzieningen, het Ondersteuningscentum Jeugdzorg en
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (OCJ en VK).
2
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2
, 1.1.2 De brede instap:
De laagdrempelige toegang tot hulpverlening voor kinderen, jongeren en
hun gezinnen. Er wordt geen officieel jeugdhulpdossier geopend. Er is geen
indicatiestelling nodig. Vaak gaat het om éénmalige gesprekken, advies of
doorverwijzing.
Drie kernopdrachten:
Begeleiden en aanspreekpunt voor de instapprocedure
Informatieverstrekking over hulpaanbod
Aanbieden van kortdurende hulpverlening
Voorbeelden van de brede instap:
CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding)
o Voor vragen rond school, leren en gedrag
Huizen van het Kind
o Voor opvoedingsadvies, workshops en ontmoetingsmomenten
JAC (Jongerenadviescentrum)
o Jongeren kunnen er terecht met allerlei vragen
CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk)
o Voor psychosociale ondersteuning van volwassenen
1.1.3 Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH):
Probleem gebonden hulp:
Deze hulpverlening is bedoeld voor gezinnen en jongeren die meer dan enkel
advies nodig hebben, maar nog geen intensieve of gespecialiseerde hulp.
3
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2
1. Decreet Integrale Jeugdhulp en decreet Vroeg en Nabij (Integrale Jeugdhulp). .2
1.1 Inleiding Integrale Jeugdhulp........................................................................2
1.1.1 Voor het decreet (voor 2014):................................................................2
1.1.2 De brede instap:..................................................................................... 3
1.1.3 Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH):..................................................3
1.1.4 Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH):.........................................4
1.2 1Gezin1Plan:................................................................................................. 6
1.3 Decreet Vroeg en Nabij................................................................................. 7
2. De systeemtheorie............................................................................................. 8
2.1 Ontstaan en definiëring van AST..................................................................8
2.2 Kenmerken en eigenschappen van een systeem..........................................9
2.2.1 Open systeem:....................................................................................... 9
2.2.2 Niet optelbaarheid:................................................................................. 9
2.2.3 Interafhankelijkheid:............................................................................... 9
2.2.4 Gezamenlijk doel:...................................................................................9
2.2.5 Emotionele betrokkenheid:.....................................................................9
2.3 Bouwstenen en kernbegrippen van de AST................................................10
2.3.1 Informatie en feedback:........................................................................10
2.3.2 Homeostase en kalibrering:..................................................................10
2.3.3 Omgangsvormen en interactiepatronen van systemen:.......................10
2.3.4 De systeemregels:................................................................................ 11
2.3.5 Grenzen uit de systeemtheorie:...........................................................11
2.3.6 Circulariteit:.......................................................................................... 12
2.4 De structurele stroming van Minuchin........................................................12
2.4.1 De levenscyclus van het gezin.............................................................12
2.4.2 Dysfunctionele gezinsstructuren..........................................................14
2.4.3 Ondersteuning bij gezinsherstructurering............................................15
2.4 Contextuele stroming – Nagy......................................................................16
2.4.1 Relationele werkelijkheid: 4 dimensies.................................................17
3. Ouderparticipatie in de jeugdhulp – gastles.....................................................19
1
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2
,Samenvatting werken met
gezinnen en jongeren 2
1. Decreet Integrale Jeugdhulp en
decreet Vroeg en Nabij (Integrale
Jeugdhulp)
1.1 Inleiding Integrale Jeugdhulp
1.1.1 Voor het decreet (voor 2014):
Het decreet Integrale Jeugdhulp is er gekomen omdat er nood was aan meer
eerstelijnshulp, meer divers aanbod dat flexibel inzetbaar was en er nood
was aan meer inspraak voor de kinderen of jongeren en hun ouders.
Het aanbod was verkokerd en cliënten vonden hun weg niet door het
hulpaanbod. Omdat er dus heel wat fout liep in de jeugdhulp drongen
hervormingen en intersectorale samenwerkingen zich op.
Organisaties in de jeugdhulp:
CAW – Jongerenadviescentrum (JAC)
Centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG)
Integrale jeugdhulp (IJ)
Vlaams agentschap voor personen met een beperking/handicap (VAPH)
Centra voor integrale gezinszorg (CIG)
o Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp: voor gezinnen en ouders die
ernstige opvoedingsproblemen ervaren. Er is intensieve begeleiding
in opvoedingshulp en gezinszorg
Jeugdhulpaanbod sinds 2014:
Er wordt gebruik gemaakt van de brede instap: toegankelijk en bekend maken
van de hulpverlening. Er wordt gebruik gemaakt van een crisisnetwerk om
sneller te kunnen handelen bij crisissituaties.
De hulpverlening wordt flexibel inzetbaar en is op maat gemaakt. Er wordt
gewerkt met het subsidiariteitsprincipe via modulering (een specifiek type
hulpverlening zoals ambulant, residentieel of crisishulpverlening) en de
intersectorale toegangspoorten.
Er wordt ingespeeld op ‘maatschappelijke verontrusting’ door de
gemandateerde voorzieningen, het Ondersteuningscentum Jeugdzorg en
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (OCJ en VK).
2
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2
, 1.1.2 De brede instap:
De laagdrempelige toegang tot hulpverlening voor kinderen, jongeren en
hun gezinnen. Er wordt geen officieel jeugdhulpdossier geopend. Er is geen
indicatiestelling nodig. Vaak gaat het om éénmalige gesprekken, advies of
doorverwijzing.
Drie kernopdrachten:
Begeleiden en aanspreekpunt voor de instapprocedure
Informatieverstrekking over hulpaanbod
Aanbieden van kortdurende hulpverlening
Voorbeelden van de brede instap:
CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding)
o Voor vragen rond school, leren en gedrag
Huizen van het Kind
o Voor opvoedingsadvies, workshops en ontmoetingsmomenten
JAC (Jongerenadviescentrum)
o Jongeren kunnen er terecht met allerlei vragen
CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk)
o Voor psychosociale ondersteuning van volwassenen
1.1.3 Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH):
Probleem gebonden hulp:
Deze hulpverlening is bedoeld voor gezinnen en jongeren die meer dan enkel
advies nodig hebben, maar nog geen intensieve of gespecialiseerde hulp.
3
Samenvatting werken met gezinnen en jongeren 2