Hoofdstuk 1: atletische trainingsprincipes
Inleiding
Belangrijk dat je voor dit vak anatomie en fysiologie goed kent en begrijpt! Je moet bewegingen kunnen
analyseren!
3 belangrijke aandachtspunten: atletische trainingsprincipes
1. Multidisciplinair teamwork
2. Karakteristieken van verschillende sporten
3. Het lichaam en geest van de atleet
Voorbeeld van teamwork en communicatie: De
informatie die je hebt verzameld, geef je door aan
het volledige team. Belangrijk is om te vermelden
wanneer het incident heeft plaatsgevonden: was het
tijdens de wedstrijd, of pas achteraf? Geef
daarnaast ook extra details over het letsel, zoals of
het al eerder is voorgevallen en zo ja, de hoeveelste
keer het is.
Voorbeeld van het samenspel tussen lichaam en geest: De mentale toestand heeft een aanzienlijke impact op
het fysieke functioneren. Zo kan zelfvertrouwen ervoor zorgen dat je langer kunt volhouden. Ook teamgevoel en
verbondenheid dragen bij aan betere prestaties. Zelfs verliefdheid kan ertoe leiden dat je beter presteert.
Multi - disciplinair aanpak/ Puzzle piece approach
→ Adhv beweging de patiënt van een gekwetst lichaam terug naar een hoger/ succesvol niveau brengen
Dominante systemen in het lichaam tijdens fysieke, cardio gerelateerde activiteit
- Tijdens "kracht gerelateerde" activiteiten (LI)
• CZS en PZS
• Myofasciaal en intramusculair
- Tijdens “cardio gerelateerde” activiteiten (RE)
• Respiratoir cardiovasculair systeem
• Lymfesysteem
• Maag-darm/ lever-gal
1
,Voor 1 contractie heb je energie nodig: ATP (suiker, vet, proteïnen en lactaat)
Longen zijn de energieboosters, ze boosten het proces! → Afvalstoffen uitscheiden (CO2 & Stikstof N) +
opnemen van O2 & water H.
Afhankelijk van wat voor activiteit je doet (cardio gerelateerd/ kracht gerelateerd) zijn er andere systemen
dominant.
Deze modaliteiten kan je gebruiken om u patiënt te behandelen. Het zijn de bruggen.
Wat wil je weten? Sport, verloop, geschiedenis vd behandeling, wat zijn de verwachtingen van de patiënt
2
,Wat is training?
PRESTATIE = de actie of het proces van het uitvoeren van een actie, taak of functie
SPORTPRESTATIE = een complexe mix van biomechanische en fysiologische functies, emotionele factoren en
trainingstechnieken
Training maakt gebruik van…
- Biochemie
- Sportfysiologie
- Sportgeneeskunde
- Sportvoeding
- Biomechanica
- Sportontwikkeling
- Sportpsychologie
- Sportstatistiek
- Sportsociologie
Niet alleen prestatie verbetert de prestatie door fysieke training, ook de techniek en tactiek evolueert.
Belangrijkste doelen van training
- Uitstellen van vermoeidheid
- Behouden van maximale prestaties
- Verbeteren van vaardigheden
- Minimaliseren van blessures
- Behouden van de bereidheid en het enthousiasme van de sporter om te trainen
Belangrijk dat je denkt aan het goed voelen van de patiënt. Psychosomatische stress syndromen = trigger van
het brein, geeft reactie op het lichaam. Denk out of the box!
TRAINING = periodes van lichaamsbeweging afgewisseld met periodes van (actieve) rust volgens een vooraf
vastgesteld LT plan om de prestaties en (of maar vooral) het algemene welzijn van de sporter te
verbeteren
3
, Key words in training
• Overload - adaptatie - supercompensatie (overtraind = overbelasting)
• Specificiteit
• Rust - herstel
• Reversibiliteit
• Individuele verschillen: Focus om wat de patiënt nog niet kan, hangt af van persoon tot persoon.
Voorbeeld: bij Nina Derwael moet je geen flexibiliteit integreren
OVERLOAD = de observatie dat een systeem of weefsel moet worden getraind op een
(PROGRESSIVE)
hoger niveau dan het is gewend is om een trainingseffect op te laten treden
INTENSITEIT Uitgedrukt als snelheid, gewicht, tijd, …
- Uithoudingsvermogen: VO2max, %Hfmax, HRR, melkzuurdrempel
- Kracht: % max power
- Snelheid: afstand in tijd
VOLUME Intensiteit en volume zijn omgekeerd evenredig bepalen welke energiesystemen
worden gebruikt
à Van 1-2 seconden tot 2-3 uur
FREQUENTIE Aantal trainingssessies per week of set/series in een specifieke training
LOAD Training load = volume * intensiteit * frequentie
(LOADING CAPACITEIT)
ADAPTATIE Algemeen
= een reeks voortdurende intracellulaire, biochemische en metabolische
Aanpassingen in het lichaam van een organisme om het in evenwicht te houden
Onder allerlei omgevingsomstandigheden
Sport gerelateerd
= aanpassingsprocessen van het menselijk lichaam reageren alleen als er
Voortdurend een grotere kracht moet worden uitgeoefend om aan hogere
Fysiologische eisen te voldoen
SUPER - COMPENSATIE Periode na herstel, waarbij het lichaam zich beschermt, sterker maakt en voorbereid
op volgende activiteit.
RUST – HERSTEL - Het lichaam heeft rust nodig om zich aan te passen
- Kwaliteitsherstel is net zo belangrijk als kwaliteitstraining
- Zonder de juiste rust/herstel kan overtraining optreden
- Slaap! Zorgt voor optimale hormonale status (testosteron en groeihormoon)
REVERSIBILITEIT = de aanpassingen die plaatsvinden zijn omkeerbaar, als de
lichaamssystemen stoppen met het ontvangen van stresssignalen, gaan de
aanpassingen verloren.
INDIVIDUELE Atleten die deelnemen aan “standaardprogramma’s” in groepstrainingen kunnen en
VERSCHILLEN zullen erin slagen hun prestaties te verbeteren.
4
Inleiding
Belangrijk dat je voor dit vak anatomie en fysiologie goed kent en begrijpt! Je moet bewegingen kunnen
analyseren!
3 belangrijke aandachtspunten: atletische trainingsprincipes
1. Multidisciplinair teamwork
2. Karakteristieken van verschillende sporten
3. Het lichaam en geest van de atleet
Voorbeeld van teamwork en communicatie: De
informatie die je hebt verzameld, geef je door aan
het volledige team. Belangrijk is om te vermelden
wanneer het incident heeft plaatsgevonden: was het
tijdens de wedstrijd, of pas achteraf? Geef
daarnaast ook extra details over het letsel, zoals of
het al eerder is voorgevallen en zo ja, de hoeveelste
keer het is.
Voorbeeld van het samenspel tussen lichaam en geest: De mentale toestand heeft een aanzienlijke impact op
het fysieke functioneren. Zo kan zelfvertrouwen ervoor zorgen dat je langer kunt volhouden. Ook teamgevoel en
verbondenheid dragen bij aan betere prestaties. Zelfs verliefdheid kan ertoe leiden dat je beter presteert.
Multi - disciplinair aanpak/ Puzzle piece approach
→ Adhv beweging de patiënt van een gekwetst lichaam terug naar een hoger/ succesvol niveau brengen
Dominante systemen in het lichaam tijdens fysieke, cardio gerelateerde activiteit
- Tijdens "kracht gerelateerde" activiteiten (LI)
• CZS en PZS
• Myofasciaal en intramusculair
- Tijdens “cardio gerelateerde” activiteiten (RE)
• Respiratoir cardiovasculair systeem
• Lymfesysteem
• Maag-darm/ lever-gal
1
,Voor 1 contractie heb je energie nodig: ATP (suiker, vet, proteïnen en lactaat)
Longen zijn de energieboosters, ze boosten het proces! → Afvalstoffen uitscheiden (CO2 & Stikstof N) +
opnemen van O2 & water H.
Afhankelijk van wat voor activiteit je doet (cardio gerelateerd/ kracht gerelateerd) zijn er andere systemen
dominant.
Deze modaliteiten kan je gebruiken om u patiënt te behandelen. Het zijn de bruggen.
Wat wil je weten? Sport, verloop, geschiedenis vd behandeling, wat zijn de verwachtingen van de patiënt
2
,Wat is training?
PRESTATIE = de actie of het proces van het uitvoeren van een actie, taak of functie
SPORTPRESTATIE = een complexe mix van biomechanische en fysiologische functies, emotionele factoren en
trainingstechnieken
Training maakt gebruik van…
- Biochemie
- Sportfysiologie
- Sportgeneeskunde
- Sportvoeding
- Biomechanica
- Sportontwikkeling
- Sportpsychologie
- Sportstatistiek
- Sportsociologie
Niet alleen prestatie verbetert de prestatie door fysieke training, ook de techniek en tactiek evolueert.
Belangrijkste doelen van training
- Uitstellen van vermoeidheid
- Behouden van maximale prestaties
- Verbeteren van vaardigheden
- Minimaliseren van blessures
- Behouden van de bereidheid en het enthousiasme van de sporter om te trainen
Belangrijk dat je denkt aan het goed voelen van de patiënt. Psychosomatische stress syndromen = trigger van
het brein, geeft reactie op het lichaam. Denk out of the box!
TRAINING = periodes van lichaamsbeweging afgewisseld met periodes van (actieve) rust volgens een vooraf
vastgesteld LT plan om de prestaties en (of maar vooral) het algemene welzijn van de sporter te
verbeteren
3
, Key words in training
• Overload - adaptatie - supercompensatie (overtraind = overbelasting)
• Specificiteit
• Rust - herstel
• Reversibiliteit
• Individuele verschillen: Focus om wat de patiënt nog niet kan, hangt af van persoon tot persoon.
Voorbeeld: bij Nina Derwael moet je geen flexibiliteit integreren
OVERLOAD = de observatie dat een systeem of weefsel moet worden getraind op een
(PROGRESSIVE)
hoger niveau dan het is gewend is om een trainingseffect op te laten treden
INTENSITEIT Uitgedrukt als snelheid, gewicht, tijd, …
- Uithoudingsvermogen: VO2max, %Hfmax, HRR, melkzuurdrempel
- Kracht: % max power
- Snelheid: afstand in tijd
VOLUME Intensiteit en volume zijn omgekeerd evenredig bepalen welke energiesystemen
worden gebruikt
à Van 1-2 seconden tot 2-3 uur
FREQUENTIE Aantal trainingssessies per week of set/series in een specifieke training
LOAD Training load = volume * intensiteit * frequentie
(LOADING CAPACITEIT)
ADAPTATIE Algemeen
= een reeks voortdurende intracellulaire, biochemische en metabolische
Aanpassingen in het lichaam van een organisme om het in evenwicht te houden
Onder allerlei omgevingsomstandigheden
Sport gerelateerd
= aanpassingsprocessen van het menselijk lichaam reageren alleen als er
Voortdurend een grotere kracht moet worden uitgeoefend om aan hogere
Fysiologische eisen te voldoen
SUPER - COMPENSATIE Periode na herstel, waarbij het lichaam zich beschermt, sterker maakt en voorbereid
op volgende activiteit.
RUST – HERSTEL - Het lichaam heeft rust nodig om zich aan te passen
- Kwaliteitsherstel is net zo belangrijk als kwaliteitstraining
- Zonder de juiste rust/herstel kan overtraining optreden
- Slaap! Zorgt voor optimale hormonale status (testosteron en groeihormoon)
REVERSIBILITEIT = de aanpassingen die plaatsvinden zijn omkeerbaar, als de
lichaamssystemen stoppen met het ontvangen van stresssignalen, gaan de
aanpassingen verloren.
INDIVIDUELE Atleten die deelnemen aan “standaardprogramma’s” in groepstrainingen kunnen en
VERSCHILLEN zullen erin slagen hun prestaties te verbeteren.
4