SOCIALE WETGEVING
1. WAT IS SOCIALE WETGEVING?
Sociale wetgeving = geen scherp afgebakend geheel, maar bevat regels met een specifiek maatschappelijk
doel
Bescherming van hun werknemersbelangen
Bevordering van hun welzijn
Omvat 2 grote domeinen:
Arbeidsrecht = regelt individuele & collectieve arbeidsverhoudingen
Socialezekerheidsrecht = vangt sociale risico’s op= werkloosheid, ziekte, pensioen,
arbeidsongevallen...
Sociale zekerheid is van toepassing op:
Werknemers
Zelfstandigen
Ambtenaren
7 pijlers socialezekerheidsvergoeding:
1. Ziekte-uitkering
2. Terugbetaling ziektekosten (geconventioneerde arts of niet)
3. Werkloosheidsuitkering (zelfstandigen leefloon OCMW)
4. Groeipakket (geboortepremie)
5. Bijkomende premie voor mensen met een beperking
6. Pensioen (67 jaar)
7. Vakantiegeld (enkel of dubbel)
Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst
2. BRONNEN VAN SOCIALE WETGEVING
2.1 INTERNATIONALE RECHTSBRONNEN
Bilaterale verdragen = vedragen tussen België en een ander land
Vb. sociale zekerheid van grensarbeiders
Multilaterale verdragen & organisaties = meer dan 2 landen sluiten een verdrag
Internationale arbeidsorganisatie (IAO)
Organisatie van economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)
Raad van Europa: europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) & Europees sociaal handvest
Internationale vereniging voor de sociale zekerheid (AISS)
Benelux economische unie
1
,Europese Unie
6 hoofdinstellingen: Europese raad, commissie, raad van ministers, parlement, hof van justitie &
rekenkamer
4 nevenorganen: economisch en sociaal comité, comité van de regio’s, Europese investeringsbank &
Europese centrale bank
Hiërarchie van de Europese rechtsregels:
Verordeningen = rechtstreeks toepasbaar in alle lidstaten
Richtlijnen = verplichte omzetting in nationale wetgeving
Beslissingen = rechtstreekse toepassing op welbepaalde bestemmingen
Aanbevelingen = binden de lidstaten niet
Adviezen
2.2 NATIONALE RECHTSBRONNEN
Sociale grondrechten (art. 23 Grondwet): geen directe afdwingbaarheid, wel leidraad voor beleid
Sociale rechtsbronnen:
Wetten & decreten = federale of gewestelijke wetgevers
Koninklijke besluiten = uitvoering van wetten
Ministeriële besluiten = detailmaatregelen
Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) = ondertekend door sociale partners
Rechtspraak & rechtsleer = geen precendentenrecht, maar interpretatief
Gebruik & eenzijdige verbintenissen = gewoonterechtelijke of door wg opgelegd
2.3 HIËRARCHIE VAN RECHTSBRONNEN (NATIONAAL)
Rangorde (van hoog naar laag)
Dwingende bepaling van de wet
Algemeen verbindend verklaarde cao’s
Niet-verbindende cao’s (maar bindend als ondertekend of lid van de partij)
Geschreven individuele arbeidsovereenkomst
Arbeidsreglement
Mondelinge arbeidsovereenkomst
Toelichting: een lagere norm mag alleen afwijken van een hogere norm:
Als deze niet in strijd is met de hogere norm
Als ze de rechten van de wn niet vermindert of zijn plichten niet verzwaart
Vb. arbeidswet = max 40u/ week cao = 38u/week
3. DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
2
, 3.1 WAT IS EEN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
Een collectieve arbeidsovereenkomst = een paritair akkoord dat wordt afgesloten tussen WG- en
WNorganisaties en dat zowel individuele als collectieve arbeidsrelaties regelt. Het bevat de rechten en de
plichten van wg & wn. Het is het gevolg van sociaal overleg
Vaak over afspraken rond:
Loon
Arbeidsduur
Vakantiedagen
Werkomstandigheden
Geldigheidsvereisten:
Toestemming van partijen mag niet aangetast zijn door wilsgebreken (dwaling / bedrog / geweld)
Partijen moeten bekwaam zijn
Voorwerp en oorzaak van de cao moet bepaald en geoorloofd zijn
Vormvereisten:
Schriftelijk
In de juiste taal opgesteld
Voldoen aan de algemene voorwaarden van een overeenkomst
Specifieke vormvereisten respecteren
Anders is coa ongeldig
3.2 WIE KAN EEN CAO SLUITEN?
Werknemerszijde: via hun vakbonden (ACV, ABVV, ACLVB)
Voor ondernemingscao: 1 ondertekende organisatie volstaat
In NAR of paritair comité: alle organisaties in dat orgaan moeten de coa ondertekenen
Werkgeverszijde: 1 of meer werkgevers of werkgeversorganisaties (UNIZO, boerenbond, VBO, UNISOC)
Nationale arbeidsraad (NAR) = paritaire overlegorganisatie van werkgevers- en
werknemersvertegenwoordigers die advies geeft aan de regering en het parlement over sociale en
economische vraagstukken
3.3 WAAROM EEN CAO?
Als er discussie onstaat iets aan doen door in sociaal overleg te gaan en een cao af te sluiten
3.4 SOORTEN CAO
3.4.1 NATIONAAL NIVEAU CAO (INTERPROFESSIONEEL)
3
1. WAT IS SOCIALE WETGEVING?
Sociale wetgeving = geen scherp afgebakend geheel, maar bevat regels met een specifiek maatschappelijk
doel
Bescherming van hun werknemersbelangen
Bevordering van hun welzijn
Omvat 2 grote domeinen:
Arbeidsrecht = regelt individuele & collectieve arbeidsverhoudingen
Socialezekerheidsrecht = vangt sociale risico’s op= werkloosheid, ziekte, pensioen,
arbeidsongevallen...
Sociale zekerheid is van toepassing op:
Werknemers
Zelfstandigen
Ambtenaren
7 pijlers socialezekerheidsvergoeding:
1. Ziekte-uitkering
2. Terugbetaling ziektekosten (geconventioneerde arts of niet)
3. Werkloosheidsuitkering (zelfstandigen leefloon OCMW)
4. Groeipakket (geboortepremie)
5. Bijkomende premie voor mensen met een beperking
6. Pensioen (67 jaar)
7. Vakantiegeld (enkel of dubbel)
Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst
2. BRONNEN VAN SOCIALE WETGEVING
2.1 INTERNATIONALE RECHTSBRONNEN
Bilaterale verdragen = vedragen tussen België en een ander land
Vb. sociale zekerheid van grensarbeiders
Multilaterale verdragen & organisaties = meer dan 2 landen sluiten een verdrag
Internationale arbeidsorganisatie (IAO)
Organisatie van economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)
Raad van Europa: europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) & Europees sociaal handvest
Internationale vereniging voor de sociale zekerheid (AISS)
Benelux economische unie
1
,Europese Unie
6 hoofdinstellingen: Europese raad, commissie, raad van ministers, parlement, hof van justitie &
rekenkamer
4 nevenorganen: economisch en sociaal comité, comité van de regio’s, Europese investeringsbank &
Europese centrale bank
Hiërarchie van de Europese rechtsregels:
Verordeningen = rechtstreeks toepasbaar in alle lidstaten
Richtlijnen = verplichte omzetting in nationale wetgeving
Beslissingen = rechtstreekse toepassing op welbepaalde bestemmingen
Aanbevelingen = binden de lidstaten niet
Adviezen
2.2 NATIONALE RECHTSBRONNEN
Sociale grondrechten (art. 23 Grondwet): geen directe afdwingbaarheid, wel leidraad voor beleid
Sociale rechtsbronnen:
Wetten & decreten = federale of gewestelijke wetgevers
Koninklijke besluiten = uitvoering van wetten
Ministeriële besluiten = detailmaatregelen
Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) = ondertekend door sociale partners
Rechtspraak & rechtsleer = geen precendentenrecht, maar interpretatief
Gebruik & eenzijdige verbintenissen = gewoonterechtelijke of door wg opgelegd
2.3 HIËRARCHIE VAN RECHTSBRONNEN (NATIONAAL)
Rangorde (van hoog naar laag)
Dwingende bepaling van de wet
Algemeen verbindend verklaarde cao’s
Niet-verbindende cao’s (maar bindend als ondertekend of lid van de partij)
Geschreven individuele arbeidsovereenkomst
Arbeidsreglement
Mondelinge arbeidsovereenkomst
Toelichting: een lagere norm mag alleen afwijken van een hogere norm:
Als deze niet in strijd is met de hogere norm
Als ze de rechten van de wn niet vermindert of zijn plichten niet verzwaart
Vb. arbeidswet = max 40u/ week cao = 38u/week
3. DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
2
, 3.1 WAT IS EEN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
Een collectieve arbeidsovereenkomst = een paritair akkoord dat wordt afgesloten tussen WG- en
WNorganisaties en dat zowel individuele als collectieve arbeidsrelaties regelt. Het bevat de rechten en de
plichten van wg & wn. Het is het gevolg van sociaal overleg
Vaak over afspraken rond:
Loon
Arbeidsduur
Vakantiedagen
Werkomstandigheden
Geldigheidsvereisten:
Toestemming van partijen mag niet aangetast zijn door wilsgebreken (dwaling / bedrog / geweld)
Partijen moeten bekwaam zijn
Voorwerp en oorzaak van de cao moet bepaald en geoorloofd zijn
Vormvereisten:
Schriftelijk
In de juiste taal opgesteld
Voldoen aan de algemene voorwaarden van een overeenkomst
Specifieke vormvereisten respecteren
Anders is coa ongeldig
3.2 WIE KAN EEN CAO SLUITEN?
Werknemerszijde: via hun vakbonden (ACV, ABVV, ACLVB)
Voor ondernemingscao: 1 ondertekende organisatie volstaat
In NAR of paritair comité: alle organisaties in dat orgaan moeten de coa ondertekenen
Werkgeverszijde: 1 of meer werkgevers of werkgeversorganisaties (UNIZO, boerenbond, VBO, UNISOC)
Nationale arbeidsraad (NAR) = paritaire overlegorganisatie van werkgevers- en
werknemersvertegenwoordigers die advies geeft aan de regering en het parlement over sociale en
economische vraagstukken
3.3 WAAROM EEN CAO?
Als er discussie onstaat iets aan doen door in sociaal overleg te gaan en een cao af te sluiten
3.4 SOORTEN CAO
3.4.1 NATIONAAL NIVEAU CAO (INTERPROFESSIONEEL)
3