Samenvatting gedragstherapie
Inhoud lessen
1 introductie gedragstherapie
1.1 historisch perspectief
1st wave CBT:
• Watson → afstand van introspectie & het onbewuste
• gedrag als centraal aangrijpingspunt binnen therapie
• wijzigen emotionele responsen door exposure & systematische desensitizatie
• wijzigen gedrag door operante procedures (bekrachtiging / bestraffing)
• Gedragstherapie is geboren uit behaviorisme als wetenschappelijke invalshoek met cliënten
met gedragsproblemen
➢ Voordien psychoanalyse: onbewuste → kan je niet onderzoeken
→ tegenbeweging: gedrag onderzoeken dat observeerbaar is
2nd wave CBT:
• Jaren 70
• Ellis/Beck → inclusie ‘internal experiences: thoughts, feelings, wishes, daydreams and
attitudes’
• cognitieve therapie → automatische gedachten, gevolgtrekkingen & assumpties
• integratie cognitieve therapie & gedragstherapie
• interne ervaring (gedachten, gevoelens) mee in acht nemen
3rd wave CBT:
• eind jaren 90/2000
• omgaan met gedachten / gevoelens i.p.v. wijzigen van
• Segal, Williams, Teasdale, Kabat-Zinn: mindfulness en mindfullness-based cognitive therapy
• Hayes: Acceptance & commitment therapy
• Ging minder over veranderen van gedachten maar meer over het omgaan met
1
,4th wave CBT:
• Heden
• focus op verstoorde cogntieve (informatieverwerkings-) processen
• training van aandacht/interpretatie/geheugen aanvullend op standaard CBT
• focus op training
1.2 wat is gedragstherapie
definitie:
Het betreft een proces waarbij de psycholoog samen met de cliënt actief en op transparante
wijze therapeutische technieken en methoden toepast om de zich aandienende klachten
duurzaam en relevant te reduceren. → het is een therapievorm
De geselecteerde therapeutische technieken en methoden dienen daarbij empirische
ondersteuning te genieten, waarbij deze gestoeld zijn in de wetenschap van de (klinische)
psychologie en effectief zijn gebleken. → evidence based
(Korrelboom & Ten Broeke, 2014)
1.3 nood aan handvaten
Gedragstherapie: het leertheoretisch kader
• Basisaxioma: Alle gedrag is aangeleerd
➢ Ook sociaal gedrag is aangeleerd
➢ Geeft potentie om ook iets anders aan te leren
➢ Niet afleren
1.3.1 alle gedrag is aangeleerd
GEDRAG = ZINVOLLE REACTIE OP BETEKENISVOLLE SITUATIES
Cognitie = betekenis die cliënt geeft aan situatie
→ dit is wat je moet achterhalen tijdens therapie
→ in hun wereld is het gedrag zinvol
1.4 kenmerken” van de gedragstherapie
1. Gedrag is centrale aangrijpingspunt voor behandeling
2. Gedragstherapeuten zijn directief
3. Gedragstherapie is doorgaans kortdurend (e.g. 1-16 sessies)
4. Interventies zijn evidence-based
2
,1.4.1 gedrag is centrale aangrijpingspunt
Klachten komen voort uit problematisch gedragspatronen:
• problematische denkpatronen → belang van cognities & betekenisverlening
• problematische coping → wordt gestuurd door emotionele reacties, dewelke veroorzaakt
wordt door (negatieve betekenis verlening)
• COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE
Recente evolutie: inclusie experiëntiële luik (ACT, mindfulness & DGT)
• verandering van attitude t.a.v. gedachten gevoelens en gedrag
• focus op gevoel & ervaring i.p.v. van louter (observeerbaar) gedrag
• EXPERIËNTIËLE COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE
1.4.2 gedragstherapeuten zijn directief
Didactisch aspect: Modelleren gewenst gedrag of aanleren nieuwe vaardigheden
Directief = wij gaan aansturen wat anderen moeten doen
→ wij nemen de leiding
Bv. rollenspel (voorbeeld ontslag nemen) → nieuwe vaardigheden aanleren
Gesprekstechnieken op een continuüm:
• Je moet kunnen switchen in stijl i.f.v. cliënt & gesprek
• Cliënt zegt weinig?
➢ Dan ga je als therapeut vertragen (valkuil om zelf veel te praten om stilte op te vullen)
1.4.3 kortdurende behandeltrajecten
Veel CBT protocollen 1- 20 sessies, maar lengte van therapie hangt af van complexiteit van
problemen
• Je moet altijd werken op maat van cliënt
• Hoe complexer/langer traject hoe moeilijker protocollen aan te passen
• Max 20 sessies = eerstelijns
• Meer dan 20 sessies nodig = 2de lijns & 3de lijns
3
, 1.4.4 gebaseerd op de leertheorie en wetenschap
• Gedragstherapie is toegepaste leerpsychologie (leermodel)
➢ Klassieke conditionering
➢ Operante conditionering
➢ Toepassing van experimenteel geverifieerde leerprincipes
• Sterke verankering in de wetenschap
➢ Psychologie als wetenschap
➢ Dus behandelingen ook op effectiviteit onderzoeken
Leermodel:
Principes voor aanleren van adaptief zijn hetzelfde als die voor aanleren van maladaptief gedrag
• Klassieke conditionering
➢ Pavlov
➢ Conditioneren van gevoelens
• Operante conditionering
➢ Skinner
➢ Conditioneren van gedrag
Gedragstherapie en psychopathologie:
Gedragstherapie bepaalt niet dat bepaald gedrag gezond of ongezond op zichzelf
• Gedrag kan adaptief vs. maladaptief zijn
➢ Rekening houdend met context
➢ Rekening houdend met gevolg van gedrag
➢ Rekening houdend met frequentie van gedrag
Gebruikmaken van wetenschappelijk getoetste methodes:
We willen iets veranderen & we willen dit meetbaar kunnen hebben (ook om te kunnen aantonen
aan de cliënt)
• Evidence based interventies
➢ Wetenschappelijk bewijs
→ onderzoeksresultaten & klinische studies
→ welke interventies zijn effectief?
➢ Klinische expertise
→ De kennis & ervaring van behandelaar,
→ inschatten van risico’s
→ afstemmen van methoden op unieke situatie van cliënt
➢ Cliëntkenmerken & voorkeuren
→ persoonlijke omstandigheden & waarden,
→ culturele achtergrond
→ wensen van cliënt
4
Inhoud lessen
1 introductie gedragstherapie
1.1 historisch perspectief
1st wave CBT:
• Watson → afstand van introspectie & het onbewuste
• gedrag als centraal aangrijpingspunt binnen therapie
• wijzigen emotionele responsen door exposure & systematische desensitizatie
• wijzigen gedrag door operante procedures (bekrachtiging / bestraffing)
• Gedragstherapie is geboren uit behaviorisme als wetenschappelijke invalshoek met cliënten
met gedragsproblemen
➢ Voordien psychoanalyse: onbewuste → kan je niet onderzoeken
→ tegenbeweging: gedrag onderzoeken dat observeerbaar is
2nd wave CBT:
• Jaren 70
• Ellis/Beck → inclusie ‘internal experiences: thoughts, feelings, wishes, daydreams and
attitudes’
• cognitieve therapie → automatische gedachten, gevolgtrekkingen & assumpties
• integratie cognitieve therapie & gedragstherapie
• interne ervaring (gedachten, gevoelens) mee in acht nemen
3rd wave CBT:
• eind jaren 90/2000
• omgaan met gedachten / gevoelens i.p.v. wijzigen van
• Segal, Williams, Teasdale, Kabat-Zinn: mindfulness en mindfullness-based cognitive therapy
• Hayes: Acceptance & commitment therapy
• Ging minder over veranderen van gedachten maar meer over het omgaan met
1
,4th wave CBT:
• Heden
• focus op verstoorde cogntieve (informatieverwerkings-) processen
• training van aandacht/interpretatie/geheugen aanvullend op standaard CBT
• focus op training
1.2 wat is gedragstherapie
definitie:
Het betreft een proces waarbij de psycholoog samen met de cliënt actief en op transparante
wijze therapeutische technieken en methoden toepast om de zich aandienende klachten
duurzaam en relevant te reduceren. → het is een therapievorm
De geselecteerde therapeutische technieken en methoden dienen daarbij empirische
ondersteuning te genieten, waarbij deze gestoeld zijn in de wetenschap van de (klinische)
psychologie en effectief zijn gebleken. → evidence based
(Korrelboom & Ten Broeke, 2014)
1.3 nood aan handvaten
Gedragstherapie: het leertheoretisch kader
• Basisaxioma: Alle gedrag is aangeleerd
➢ Ook sociaal gedrag is aangeleerd
➢ Geeft potentie om ook iets anders aan te leren
➢ Niet afleren
1.3.1 alle gedrag is aangeleerd
GEDRAG = ZINVOLLE REACTIE OP BETEKENISVOLLE SITUATIES
Cognitie = betekenis die cliënt geeft aan situatie
→ dit is wat je moet achterhalen tijdens therapie
→ in hun wereld is het gedrag zinvol
1.4 kenmerken” van de gedragstherapie
1. Gedrag is centrale aangrijpingspunt voor behandeling
2. Gedragstherapeuten zijn directief
3. Gedragstherapie is doorgaans kortdurend (e.g. 1-16 sessies)
4. Interventies zijn evidence-based
2
,1.4.1 gedrag is centrale aangrijpingspunt
Klachten komen voort uit problematisch gedragspatronen:
• problematische denkpatronen → belang van cognities & betekenisverlening
• problematische coping → wordt gestuurd door emotionele reacties, dewelke veroorzaakt
wordt door (negatieve betekenis verlening)
• COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE
Recente evolutie: inclusie experiëntiële luik (ACT, mindfulness & DGT)
• verandering van attitude t.a.v. gedachten gevoelens en gedrag
• focus op gevoel & ervaring i.p.v. van louter (observeerbaar) gedrag
• EXPERIËNTIËLE COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE
1.4.2 gedragstherapeuten zijn directief
Didactisch aspect: Modelleren gewenst gedrag of aanleren nieuwe vaardigheden
Directief = wij gaan aansturen wat anderen moeten doen
→ wij nemen de leiding
Bv. rollenspel (voorbeeld ontslag nemen) → nieuwe vaardigheden aanleren
Gesprekstechnieken op een continuüm:
• Je moet kunnen switchen in stijl i.f.v. cliënt & gesprek
• Cliënt zegt weinig?
➢ Dan ga je als therapeut vertragen (valkuil om zelf veel te praten om stilte op te vullen)
1.4.3 kortdurende behandeltrajecten
Veel CBT protocollen 1- 20 sessies, maar lengte van therapie hangt af van complexiteit van
problemen
• Je moet altijd werken op maat van cliënt
• Hoe complexer/langer traject hoe moeilijker protocollen aan te passen
• Max 20 sessies = eerstelijns
• Meer dan 20 sessies nodig = 2de lijns & 3de lijns
3
, 1.4.4 gebaseerd op de leertheorie en wetenschap
• Gedragstherapie is toegepaste leerpsychologie (leermodel)
➢ Klassieke conditionering
➢ Operante conditionering
➢ Toepassing van experimenteel geverifieerde leerprincipes
• Sterke verankering in de wetenschap
➢ Psychologie als wetenschap
➢ Dus behandelingen ook op effectiviteit onderzoeken
Leermodel:
Principes voor aanleren van adaptief zijn hetzelfde als die voor aanleren van maladaptief gedrag
• Klassieke conditionering
➢ Pavlov
➢ Conditioneren van gevoelens
• Operante conditionering
➢ Skinner
➢ Conditioneren van gedrag
Gedragstherapie en psychopathologie:
Gedragstherapie bepaalt niet dat bepaald gedrag gezond of ongezond op zichzelf
• Gedrag kan adaptief vs. maladaptief zijn
➢ Rekening houdend met context
➢ Rekening houdend met gevolg van gedrag
➢ Rekening houdend met frequentie van gedrag
Gebruikmaken van wetenschappelijk getoetste methodes:
We willen iets veranderen & we willen dit meetbaar kunnen hebben (ook om te kunnen aantonen
aan de cliënt)
• Evidence based interventies
➢ Wetenschappelijk bewijs
→ onderzoeksresultaten & klinische studies
→ welke interventies zijn effectief?
➢ Klinische expertise
→ De kennis & ervaring van behandelaar,
→ inschatten van risico’s
→ afstemmen van methoden op unieke situatie van cliënt
➢ Cliëntkenmerken & voorkeuren
→ persoonlijke omstandigheden & waarden,
→ culturele achtergrond
→ wensen van cliënt
4