Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

dierenkunde 1ste jaar (examensamenvatting)

Note
-
Vendu
-
Pages
166
Publié le
23-12-2025
Écrit en
2025/2026

Deze samenvatting bevat alle hoofdstukken van dierenkunde, in het 1ste jaar argo- en biotechnologie dierenzorg op Hogent. deze samenvatting bevat alles uit de cursus en van de powerpoints. opsommingen, foto's en eind-schemas. deze samenvatting bevat ongeveer 170 paginas.

Montrer plus Lire moins

















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
23 décembre 2025
Nombre de pages
166
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Aperçu du contenu

Dierenkunde
H1: De dierlijke cel
1. Ontstaan en basis van de cel

 Een belangrijk moment in de evolutie van het leven was de vorming van het
celmembraan.

 Dit membraan houdt alle celcomponenten samen in een waterige oplossing,
gescheiden van de buitenwereld.

 Het membraan is opgebouwd uit moleculen met een vetoplosbaar en een
wateroplosbaar deel → hierdoor ontstaat een dubbel fosfolipidenmembraan
dat een waterige inhoud kan omsluiten.

2. Soorten cellen: prokaryoten en eukaryoten

De indeling is gebaseerd op de aan- of afwezigheid van een celkern.

Kenmerk Prokaryoten Eukaryoten

Bacteriën,
Voorbeelden Protisten, fungi, planten, dieren
cyanobacteriën

Grootte 1–10 µm 5–100 µm

Geen (DNA vrij in
Celkern Wel (DNA in kern)
cytoplasma)

DNA Circulair Lineair

RNA- en DNA → RNA in kern; RNA → eiwit in
In cytoplasma
eiwitsynthese cytoplasma

Kern, mitochondriën, (planten:
Organellen Weinig tot geen
chloroplasten), ER, Golgi

Cytoskelet Afwezig Aanwezig (proteïnefilamenten)

Metabolisme Aëroob én anaëroob Meestal aëroob

🔹 Karyon = Grieks voor kern.
→ Prokaryoot: zonder kern; Eukaryoot: met kern.

,3. Belangrijkste celorganellen van de dierlijke cel

🧬 Celkern (nucleus)

 Bevat het DNA (genetisch materiaal).

 Gescheiden van het cytoplasma door een dubbel kernmembraan
(kernenveloppe).

 Regelt alle genetische en biochemische processen in de cel.

⚡ Mitochondrium

 “Energiecentrale van de cel”.

 Zet voedingsstoffen (suikers, vetten) + zuurstof om in ATP (Adenosine
Triphosfaat) – de universele energiemolecule.

 Omgeven door een dubbel membraan.

 Ontstaan volgens de endosymbiontentheorie: mitochondriën waren ooit
zelfstandige bacteriën die in een andere cel gingen leven.

🧪 Endoplasmatisch reticulum (ER)

 Netwerk van membranen, verbonden met de kernmembraan.

 Ruw ER (RER): met ribosomen → eiwitsynthese (voor membraan of export).

 Glad ER (SER): zonder ribosomen → vet- en steroïdensynthese, ontgifting,
transport.

📦 Golgi-apparaat

 Stapeling van afgeplatte membranen.

 Functie: modificatie, verpakking, opslag en secretie van macromoleculen (zoals
eiwitten en lipiden).

 Werkt nauw samen met het ER: ontvangt stoffen → bewerkt → stuurt ze door of
naar buiten via blaasjes.

,4. Vergelijking dierlijke en plantaardige cel

Kenmerk Dierlijke cel Plantaardige cel

Celwand Geen Aanwezig (cellulose)

Celkern Aanwezig Aanwezig

Mitochondriën Aanwezig Aanwezig

Aanwezig (voor
Chloroplasten (plastiden) Afwezig
fotosynthese)

Centrosoom (spoelfiguur bij
Aanwezig Afwezig (soms poolkapjes)
celdeling)

Vacuole Klein of meerdere Grote centrale vacuole

Vaak rond of
Vorm Vaak hoekig door celwand
onregelmatig

🌿 Plastiden in planten:

 Chloroplasten: fotosynthese (lichtenergie → suiker).

 Chromoplasten: kleurstoffen (bloemen/vruchten).

 Amyloplasten: opslag van zetmeel.



5. Extra: vergelijkbare structuren

 Mitochondriën (dieren) ↔ Chloroplasten (planten): beide dubbelmembraan en
ontstaan via symbiose.

 Beiden bevatten eigen DNA en ribosomen, wat de theorie ondersteunt dat ze ooit
zelfstandige organismen waren.

,📘 Kerninzichten

 Het celmembraan maakte het ontstaan van leven mogelijk door afbakening van
interne processen.

 Eukaryoten zijn complexer dan prokaryoten door compartimentering
(organellen).

 De dierlijke cel bevat typische organellen voor energieproductie, transport en
eiwitsynthese.

 Plantaardige cellen hebben extra structuren (celwand, plastiden) voor
stevigheid en fotosynthese.

 De evolutie van mitochondriën via symbiose was cruciaal voor de ontwikkeling
van complexe levensvormen.

1.1 Kerndeling (Mitose en Meiose)

1️⃣ Wat is kerndeling?

Bij celdeling splitst één cel zich in twee dochtercellen.

 De organellen worden willekeurig verdeeld.

 Het kernmateriaal (DNA) moet echter identiek verdeeld worden → daarvoor
dient kerndeling.

 Elke cel moet dezelfde genetische informatie meekrijgen.

Er bestaan twee vormen van kerndeling:

Type Komt voor in Doel Resultaat

Gewone Exacte kopie van de 2 identieke diploïde (2n)
Mitose
(lichaams)cellen moedercel maken cellen

Geslachtscellen (eicel, Halvering van het aantal 4 verschillende haploïde
Meiose
zaadcel) chromosomen (n) cellen

💡 Waarom meiose?
Bij bevruchting smelten de haploïde geslachtscellen (n + n) samen → zo krijgt de
bevruchte eicel opnieuw het normale aantal chromosomen (2n).

,2️⃣ Mitose – exacte celdeling

Doel

Een identieke kopie van het DNA doorgeven aan twee dochtercellen.

Voorbereiding

 Het centrosoom (organisatiecentrum van microtubuli) verdubbelt zich.

 Twee centrosomen verplaatsen zich naar tegenoverliggende polen van de cel.

 Ze vormen een spoelfiguur (netwerk van draden) waaraan de chromosomen zich
hechten.



Fasen van de mitose

Fase Belangrijkste gebeurtenissen

- Kernmembraan verdwijnt.
- DNA condenseert → chromosomen worden zichtbaar.
Profase - Elk chromosoom bestaat uit 2 chromatiden (identieke kopieën) verbonden
door een centromeer.
- Spoelfiguur begint te vormen.

- Alle chromosomen liggen netjes op het equatorvlak (midden van de cel).
Metafase
- Volledige spoelfiguur aanwezig.

- Centromeren splitsen.
Anafase - Zusterchromatiden worden uit elkaar getrokken naar tegenovergestelde
polen.

- Spoelfiguur verdwijnt.
- Rond elke set chromatiden vormt zich een nieuwe kernmembraan.
Telofase
- Chromosomen spiraliseren terug → chromatine.
- Cel begint in te snoeren (cytokinese).

👉 Resultaat: 2 identieke dochtercellen met hetzelfde DNA als de moedercel.

,3️⃣ Meiose – reductiedeling

Doel

 Vorming van geslachtscellen (gameten).

 Halvering van het chromosoomaantal van diploïd (2n) naar haploïd (n).

 Zorgt voor genetische variatie (unieke combinatie van genen).

Elke lichaamscel heeft chromosomen in paren:

 1 van de vader (paternaal)

 1 van de moeder (maternaal)
→ samen: homologe chromosomen.

Na meiose heeft elke dochtercel slechts één chromosoom van elk paar → haploïde (n).

Overzicht: Meiose I en Meiose II

De meiose bestaat uit twee opeenvolgende delingen:

Deel Wat gebeurt er Resultaat

Eigenlijke reductie van chromosomen
Meiose I 2 haploïde cellen
(2n → n)

4 genetisch verschillende haploïde
Meiose II Vergelijkbaar met mitose
cellen

3.1 Meiose I

Profase I

 Spoelfiguur en chromosomen vormen zich. > kernenveloppe verdwijnt.

 Kernmembraan verdwijnt.

 Homologe chromosomen liggen paargewijs tegenover elkaar. En orienteren op
equatorvlak.

Metafase I

 🌟 Cross-over: uitwisseling van DNA-stukken tussen homologe chromosomen.
→ Zorgt voor recombinatie → genetische variatie.

 De chromosomenparen liggen op het equatorvlak.

 De oriëntatie is willekeurig → toevallige verdeling van vaderlijke en moederlijke
chromosomen.

,Anafase I

 Homologe chromosomen (elk met 2 chromatiden) worden uit elkaar getrokken
naar de polen.

 📌 Verschil met mitose: bij mitose worden chromatiden gescheiden, bij meiose I
de chromosomenparen.

Telofase I

 Kernmembraan vormt zich opnieuw.

 Kernenveloppe wordt gevormd + insnoering

 Celdeling start (insnoering).
→ Er ontstaan 2 haploïde cellen.



3.2 Meiose II

Verloopt bijna hetzelfde als mitose.

Profase II

 Spoelfiguur en chromosomen vormen zich opnieuw.

 Kernmembraan verdwijnt.

Metafase II

 Chromosomen liggen op het equatorvlak.

Anafase II

 Chromatiden worden uit elkaar getrokken naar de polen.

Telofase II

 Nieuwe kernen vormen zich.

 Chromosomen spiraliseren terug naar chromatine.
→ Celdeling voltooid.

👉 Resultaat:
Uit één diploïde moedercel (2n) ontstaan vier haploïde dochtercellen (n), elk met een
unieke combinatie van genen.

,4️⃣ Samenvattend overzicht

Kenmerk Mitose Meiose

Aantal delingen 1 2 (Meiose I + II)

Aantal dochtercellen 2 4

Chromosoomaantal Onveranderd (2n → 2n) Gehalveerd (2n → n)

Verschillend (door cross-over en
Genetisch materiaal Identiek
willekeurige verdeling)

Groei, herstel, vervanging
Functie Vorming van geslachtscellen
van cellen

Cross-over Geen Ja (in profase I)



5️⃣ Belangrijkste begrippen

 Chromatine: onzichtbare, niet-gecondenseerde DNA-vorm.

 Chromosoom: opgerolde DNA-streng zichtbaar tijdens deling.

 Chromatiden: twee identieke helften van één chromosoom.

 Centromeer: plaats waar chromatiden samenhangen.

 Diploïd (2n): cel met chromosomen in paren.

 Haploïd (n): cel met één chromosoom van elk paar.

 Cross-over: uitwisseling van DNA tussen homologe chromosomen
(recombinatie).

 Spoelfiguur: netwerk van draden dat chromosomen verdeelt.

, H2: indeling van het dierenrijk
1️⃣ Wat is zoösystematiek?

De zoösystematiek is de wetenschap van het indelen van het dierenrijk op basis van
kenmerken en verwantschap tussen soorten.

Ze bestaat uit verschillende subdisciplines:

Subdiscipline Betekenis

De leer van de hiërarchische indeling (soort, geslacht, familie, enz.) –
Taxonomie
elke eenheid heet een taxon.

Diagnostiek De leer van het beschrijven van organismen (hun kenmerken).

De rangschikking van taxa volgens hun verwantschapsgraad, op
Classificatie
basis van gemeenschappelijke kenmerken.

De leer van het rationeel benoemen van organismen met
Nomenclatuur
wetenschappelijke namen (Latijns).



2️⃣ Taxonomie – de indeling in hiërarchische niveaus

De taxonomische categorieën (van groot naar klein) zijn:
Rijk → Stam → Klasse → Orde → Familie → Geslacht → Soort

Voorbeeld (konijn):

 Rijk: Animalia

 Stam: Chordata (dieren met een wervelkolom)

 Klasse: Mammalia (zoogdieren)

 Orde: Lagomorpha (haasachtigen)

 Familie: Leporidae (hazen en konijnen)

 Geslacht: Oryctolagus

 Soort: cuniculus
👉 Wetenschappelijke naam: Oryctolagus cuniculus

Een taxonoom beslist op welk niveau een bepaalde groep thuishoort in deze hiërarchie.

, 3️⃣ Nomenclatuur – de wetenschappelijke naamgeving

 Elk organisme krijgt een binomiale (tweedelige) naam:

o Geslachtsnaam (met hoofdletter)

o Soortnaam (kleine letter)

o Beide cursief geschreven.

 Vaak volgt de auteur die de soort voor het eerst beschreef (niet cursief).

Voorbeelden:

 Anguilla anguilla Linnaeus

 Canis familiaris L.

 Hippocampus europaeus Ginsberg

 Canis spp. → verwijst naar onbepaalde soort(en) binnen het geslacht Canis

🌍 Deze universele naamgeving voorkomt verwarring tussen talen.

4️⃣ Classificatie – het ordenen van het leven

De classificatie groepeert organismen op basis van verwantschap.

 Uitsluitend het uitsterven van soorten heeft groepen gescheiden (Darwin, 1859).

 Alle levende wezens delen een gemeenschappelijke afstamming.
€10,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
daschaflamien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
daschaflamien Hogeschool Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
3 mois
Nombre de followers
0
Documents
3
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions