Modus
Modus: Manier waarop werkwoord wordt gebruikt, BV:
Mededeling
Wens
Aansporing
Opdracht
In het Nederlands de wijs.
Coniunctivus
Mening of gevoelens van een spreker, op 6 manieren:
1. Wens (Optavitus) (Utinam) Mox Donum Veniat!
Kenmerk: “Utinam” Vertaling: Ik hoop dat hij snel
thuiskomt.
2. Verbod (Prohibitivus) Ne hoc faciat. Ne timeas.
Kenmerk: “Ne” Vertaling: Hij moet dit niet doen. Hij
moet niet
bang zijn.
3. Twijfel (Dubitativus) Quid Faciam? Quid Dicamus?
Kenmerk: In een vraag, Vertaling: Wat moet ik doen? Wat
moeten we 1ste persoon. zeggen?
4. Aansporing (Adhorativus) Cantemus! Ita incipiamus.
Vertaling: Laten wij zingen! Ja, laten wij
beginnen.
5. Mogelijkheid (Potentialis) Dicat aliquis … multi cives
serventur.
Vertaling: Hij zou kunnen zeggen …
veel burgers zouden gered kunnen
worden.
6. Niet-werkelijkheid (Irrealis) Si sol luxisset, gauderem.