Samenvatting: arbeids- en
organisatiepsychologie
Hoofdstuk 1: Inleiding en situering
1.1 Afbakening
Werknemer belangrijk element
Organisatie belangrijk element
Kijken naar interactie tss werknemer en organisatie
Link en samenspel tss die twee
1.2 Historische en maatschappelijke evoluties
Filosofie:
o Plato
beschrijft ideale Staat als plaats waar individuen die taken toegewezen
krijgen waarvoor best geschikt
stelt: geen twee personen exact gelijk geboren; mensen verschillen qua
natuurlijke begaafdheden
stelt militaire geschiktheidstests op om soldaten van ideale Staat te
selecteren
o Juan de Dios Huarte y Navarro
grote individuele verschillen
verschillende beroepen vereisen verschillende vaardigheidspatronen
belang van goede professionele diagnostiek door de staat, zodat men
jongeren kan verplichten het kennisdomein te bestuderen waarvoor
meest geschikt
voordeel voor staat (beste mensen op de juiste plaats)
voordeel voor individu: geen tijd en moeite verspillen
Natuurwetenschappelijke methode:
o Psychologie pas als wetenschap, sinds NW methode
o Centrale experimentele aanpak:
observatie hypothese toetsing verwerping/aanvaarding
hypothese
o Vb.: Milgram experiment
Hoe kan het dat mensen zoveel slechte dingen hebben gedaan tijdens
wo2?
Hypothese: mensen zijn gevoelig aan autoriteit
Experiment: 1 iemand leraar en ander leerling: als leerling fout
antwoord geeft dan moest leraar schokken geven: 65% van de mensen
bleef schokken geven tot de dodelijke schokken
Maatschappelijke ontwikkeling/sociale invloeden:
1
, o Een nood aan ‘een psychologie over de werkende mens’
o Nood kwam voort uit het ontstaan van de moderne staat, de
verstedelijking, technologisering en de daaruit volgende ‘nieuwe’ sociale
problemen
Humanisme:
o Hernieuwde aandacht voor de mens
o Vb.: waarom werken mensen en waarom zijn ze belangrijk?
Eerste academische ontwikkelingen:
o 1879: Wilhelm Wundt
1ste psychologische laboratorium
Experimentele methode
Niet alles is zo te onderzoeken (geval bij verschillende variabelen
van A&O)
Introspectie
Proefpersonen moeten vertellen wat ze gevoeld, gedacht hebben.
Als het ware in zichzelf kijken en dat onder woorden brengen
Validiteit is moeilijk te achterhalen
Arbeidspsychologie – Consumentenpsychologie:
o 1901: Walter Dill Scott
Toespraak over psychologie en reclame
Voor eerst commerciële activiteit linken aan psychologische inzichten
Aanzet aan wat later uitgroeide tot de consumentenpsychologie
o 1912: Hugo Münsterberg
Psychology and industrial efficiency (boek)
Toepassen van empirisch-natuurwetenschappelijke methode op selectie
Toepassingen oa bij de selectie van trambestuurders en
telefoonoperatoren
Voor velen echte ‘vader’ van de A&O psychologie
1.3 Situering van de A&O-psychologie
mens
producent consument
mens-
mens-mens
arbeid
arbeids- organisatie-
ergonomie
psychologie psychologie
De mens: centraal, belangen van de werknemers
Producent: de mens die werkt, produceert binnen een organisatie
2
, o Vb.: sociale netwerken, communicatie, leiderschap, …
Consument: de mens die het geproduceerde consumeert (hier gaan we niet
op in)
Mens-mens relaties: interpersoonlijke contacten (vooral topics van de sociale
psychologie)
Mens-arbeid relaties
Ergonomie: afstemmen van de arbeidsomgeving op de mens
o ‘Fitting the job to the men’
o Persoon is het gegeven en daarop probeer je de omgeving af te stemmen
Arbeidspsychologie: aanpassing van de mens aan de arbeidssituatie
o ‘Fitting the man to the job’
o Job is gegeven en daaraan proberen de persoon aan te passen
o Vb.: opleidingen, trainingen, …
Organisatiepsychologie: de studie van het gedrag bij het samenzijn van
mensen in een organisatie(structuur)
o Context waarbinnen menselijk gedrag afspeelt krijgt hier meer aandacht
o Vb.: leiderschap, werkcultuur, …
1.4 Methodologische invloeden
Differentiële psychologie: verschillen tss mensen (namen niet kennen)
o Galton, Pearson
Sterke interesse in individuele verschillen
Experimentele methode
Ontwikkelen van statistische technieken (gemiddelde,
standaardafwijking, correlatie)
Basis voor selectiepsychologie
o McKeen Cattell, Binet & Simon, Terman, Yerkes
Individuele verschillen in cognitieve vaardigheden
Intelligentietests
o Guilford, Cattell
Individuele verschillen in persoonlijkheid
1.5 Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een
arbeidssituatie
VOOR 20 eeuw:
o Werknemer volgt slaafs instructies
o Denkt niet en heeft geen mening
De rationeel-economische mens (sinds 20e eeuw)
o Taylor: scientific management
Werkmethoden moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke principes
Opsplitsen van taken in kleine onderdelen die kunnen getraind worden
creëren van specialisten
Selecteer, train en ontwikkel elke werknemer op een wetenschappelijke
manier
Zorg ervoor dat de geplande werkmethode gevolgd wordt (invoeren
van regels)
Managers analyseren en plannen, werknemers voeren uit
Communicatie vanuit 1 richting: van manager naar arbeider
Vb.: bandwerk (Ford, Volvo)
3
, Vb.: praktijk oogchirurgie
Patiënt ligt precies op een bandwerk
Elke chirurg heeft eigen specialisatie en doet eigen deeltje waar die
goed in is
o Gilbreths: time and motion studies
Gaan verder in het opsplitsen van bewegingen om zo tot de meest
efficiënte opdeling te komen
Op microniveau werk gaan analyseren
Bewegingen chronometreren tijdens het werk om zo na te gaan welke
beweging het snelst is en op basis daarvan de meest efficiënte
bewegingen te kunnen bepalen
De sociale mens: werknemers hebben ook sociale behoeften
o Mayo: Hawthorne effect
Groep werknemers geïsoleerd en daarop experimenten gedaan
Wat ze ook deden van experimenten, de prestatie steeg altijd
Interactie zou dus belangrijker zijn dan de fysische
werkomstandigheden of de geldelijke beloning
Gedrag van mensen kan veranderen als ze beseffen dat ze bestudeerd
of geobserveerd worden of als er aandacht aan hen wordt besteed
(Hawthorne effect)
De naar-ontplooiing-zoekende mens
o Werknemers willen ook persoonlijk iets opsteken van het werk; ze willen
ontwikkelen en bijleren
o Herzberg, tweefactorentheorie
‘Hygiene factors’ of extrinstieke factoren of ‘dissatisfiers’: elementen
buiten jobinhoud
Vb.: geld
‘motivators’ of intrinsieke factoren of ‘satisfiers’: te maken met inhoud
job
Vb.: autonomie, creativiteit
Eerst wegwerken van ontevredenheid, vooraleer satisfactie kan ontstaan
Visie:
Extrinsiek is belangrijk, maar daarboven moet ook aandacht besteed
worden aan intrinsiek
Mensen willen graag interessant werk, verantwoordelijkheid,…
(intrenstiek)
Mensen zoeken mogelijkheden om meer van zichzelf in het werk te
leggen
Kritiek:
Zeer eenvoudig
Slechte repliceerbaarheid
Weinig ruimte voor individuele verschillen
o Job Design school
Organisatie bereikt beste resultaten als werk interessant is
4
organisatiepsychologie
Hoofdstuk 1: Inleiding en situering
1.1 Afbakening
Werknemer belangrijk element
Organisatie belangrijk element
Kijken naar interactie tss werknemer en organisatie
Link en samenspel tss die twee
1.2 Historische en maatschappelijke evoluties
Filosofie:
o Plato
beschrijft ideale Staat als plaats waar individuen die taken toegewezen
krijgen waarvoor best geschikt
stelt: geen twee personen exact gelijk geboren; mensen verschillen qua
natuurlijke begaafdheden
stelt militaire geschiktheidstests op om soldaten van ideale Staat te
selecteren
o Juan de Dios Huarte y Navarro
grote individuele verschillen
verschillende beroepen vereisen verschillende vaardigheidspatronen
belang van goede professionele diagnostiek door de staat, zodat men
jongeren kan verplichten het kennisdomein te bestuderen waarvoor
meest geschikt
voordeel voor staat (beste mensen op de juiste plaats)
voordeel voor individu: geen tijd en moeite verspillen
Natuurwetenschappelijke methode:
o Psychologie pas als wetenschap, sinds NW methode
o Centrale experimentele aanpak:
observatie hypothese toetsing verwerping/aanvaarding
hypothese
o Vb.: Milgram experiment
Hoe kan het dat mensen zoveel slechte dingen hebben gedaan tijdens
wo2?
Hypothese: mensen zijn gevoelig aan autoriteit
Experiment: 1 iemand leraar en ander leerling: als leerling fout
antwoord geeft dan moest leraar schokken geven: 65% van de mensen
bleef schokken geven tot de dodelijke schokken
Maatschappelijke ontwikkeling/sociale invloeden:
1
, o Een nood aan ‘een psychologie over de werkende mens’
o Nood kwam voort uit het ontstaan van de moderne staat, de
verstedelijking, technologisering en de daaruit volgende ‘nieuwe’ sociale
problemen
Humanisme:
o Hernieuwde aandacht voor de mens
o Vb.: waarom werken mensen en waarom zijn ze belangrijk?
Eerste academische ontwikkelingen:
o 1879: Wilhelm Wundt
1ste psychologische laboratorium
Experimentele methode
Niet alles is zo te onderzoeken (geval bij verschillende variabelen
van A&O)
Introspectie
Proefpersonen moeten vertellen wat ze gevoeld, gedacht hebben.
Als het ware in zichzelf kijken en dat onder woorden brengen
Validiteit is moeilijk te achterhalen
Arbeidspsychologie – Consumentenpsychologie:
o 1901: Walter Dill Scott
Toespraak over psychologie en reclame
Voor eerst commerciële activiteit linken aan psychologische inzichten
Aanzet aan wat later uitgroeide tot de consumentenpsychologie
o 1912: Hugo Münsterberg
Psychology and industrial efficiency (boek)
Toepassen van empirisch-natuurwetenschappelijke methode op selectie
Toepassingen oa bij de selectie van trambestuurders en
telefoonoperatoren
Voor velen echte ‘vader’ van de A&O psychologie
1.3 Situering van de A&O-psychologie
mens
producent consument
mens-
mens-mens
arbeid
arbeids- organisatie-
ergonomie
psychologie psychologie
De mens: centraal, belangen van de werknemers
Producent: de mens die werkt, produceert binnen een organisatie
2
, o Vb.: sociale netwerken, communicatie, leiderschap, …
Consument: de mens die het geproduceerde consumeert (hier gaan we niet
op in)
Mens-mens relaties: interpersoonlijke contacten (vooral topics van de sociale
psychologie)
Mens-arbeid relaties
Ergonomie: afstemmen van de arbeidsomgeving op de mens
o ‘Fitting the job to the men’
o Persoon is het gegeven en daarop probeer je de omgeving af te stemmen
Arbeidspsychologie: aanpassing van de mens aan de arbeidssituatie
o ‘Fitting the man to the job’
o Job is gegeven en daaraan proberen de persoon aan te passen
o Vb.: opleidingen, trainingen, …
Organisatiepsychologie: de studie van het gedrag bij het samenzijn van
mensen in een organisatie(structuur)
o Context waarbinnen menselijk gedrag afspeelt krijgt hier meer aandacht
o Vb.: leiderschap, werkcultuur, …
1.4 Methodologische invloeden
Differentiële psychologie: verschillen tss mensen (namen niet kennen)
o Galton, Pearson
Sterke interesse in individuele verschillen
Experimentele methode
Ontwikkelen van statistische technieken (gemiddelde,
standaardafwijking, correlatie)
Basis voor selectiepsychologie
o McKeen Cattell, Binet & Simon, Terman, Yerkes
Individuele verschillen in cognitieve vaardigheden
Intelligentietests
o Guilford, Cattell
Individuele verschillen in persoonlijkheid
1.5 Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een
arbeidssituatie
VOOR 20 eeuw:
o Werknemer volgt slaafs instructies
o Denkt niet en heeft geen mening
De rationeel-economische mens (sinds 20e eeuw)
o Taylor: scientific management
Werkmethoden moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke principes
Opsplitsen van taken in kleine onderdelen die kunnen getraind worden
creëren van specialisten
Selecteer, train en ontwikkel elke werknemer op een wetenschappelijke
manier
Zorg ervoor dat de geplande werkmethode gevolgd wordt (invoeren
van regels)
Managers analyseren en plannen, werknemers voeren uit
Communicatie vanuit 1 richting: van manager naar arbeider
Vb.: bandwerk (Ford, Volvo)
3
, Vb.: praktijk oogchirurgie
Patiënt ligt precies op een bandwerk
Elke chirurg heeft eigen specialisatie en doet eigen deeltje waar die
goed in is
o Gilbreths: time and motion studies
Gaan verder in het opsplitsen van bewegingen om zo tot de meest
efficiënte opdeling te komen
Op microniveau werk gaan analyseren
Bewegingen chronometreren tijdens het werk om zo na te gaan welke
beweging het snelst is en op basis daarvan de meest efficiënte
bewegingen te kunnen bepalen
De sociale mens: werknemers hebben ook sociale behoeften
o Mayo: Hawthorne effect
Groep werknemers geïsoleerd en daarop experimenten gedaan
Wat ze ook deden van experimenten, de prestatie steeg altijd
Interactie zou dus belangrijker zijn dan de fysische
werkomstandigheden of de geldelijke beloning
Gedrag van mensen kan veranderen als ze beseffen dat ze bestudeerd
of geobserveerd worden of als er aandacht aan hen wordt besteed
(Hawthorne effect)
De naar-ontplooiing-zoekende mens
o Werknemers willen ook persoonlijk iets opsteken van het werk; ze willen
ontwikkelen en bijleren
o Herzberg, tweefactorentheorie
‘Hygiene factors’ of extrinstieke factoren of ‘dissatisfiers’: elementen
buiten jobinhoud
Vb.: geld
‘motivators’ of intrinsieke factoren of ‘satisfiers’: te maken met inhoud
job
Vb.: autonomie, creativiteit
Eerst wegwerken van ontevredenheid, vooraleer satisfactie kan ontstaan
Visie:
Extrinsiek is belangrijk, maar daarboven moet ook aandacht besteed
worden aan intrinsiek
Mensen willen graag interessant werk, verantwoordelijkheid,…
(intrenstiek)
Mensen zoeken mogelijkheden om meer van zichzelf in het werk te
leggen
Kritiek:
Zeer eenvoudig
Slechte repliceerbaarheid
Weinig ruimte voor individuele verschillen
o Job Design school
Organisatie bereikt beste resultaten als werk interessant is
4