Verbintenissenrecht: Module 1
Hoofdstuk 1 De verbintenis: begrip, kenmerken en soorten:
1.Algemene inleiding:
Vele dagelijkse gebeurtenissen behoren tot het verbintenissenrecht, zo hebben we talloze
contractuele relaties (met gas, water, telefoonmaatschappij, ….) behoren hier allemaal toe.
Verbruiklening = een goed dat je gebruikt en dat je achteraf niet meer leeg kan teruggeven (papier)
Bruiklening = een goed dat je gebruikt en dat je achteraf gewoon terug kan geven (pen)
2. Situering en vindplaats van het verbintenissenrecht
2.1 Situering in het recht
Je kan het recht opdelen in verschillende manieren:
Publiekrecht = omvat alle regels die de bevoegdheden, organisatie en werking van de
overheid(sintsellingen) beheersen en de regels die van toepassing zijn in de relatie tussen de overheid
en de burgers. Deze relatie kenmerkt zich door verticale machtsverhouding tussen ongelijkwaardige
partijen (overheid- burger), waarbij de overheid gebruikt maakt van een techniek van de eenzijdige
rechtshandeling, op basis van haar gezag, eenzijdig de rechtpositie van rechtsubjecten te bepalen.
Privaatrecht = omvat de regels die betrekking hebben op de verhouding tussen particuliere personen
(natuurlijke of rechtspersonen) onderling. Deze is in principe een horizontale machtsverhouding
tussen meestal gelijkwaardige rechtssubjecten die met elkaar handelen op basis van
wilsovereenstemming en op basis daarvan met elkaar contracten sluiten (koopcontracten,
huurcontracten).
Een verbintenis is in essentie een juridische verplichting tussen twee of meer personen. Het
verbintenissenrecht (= moeder van het privaatrecht) bevat dus de elementaire regels omtrent
juridische verplichtingen tussen personen.
Het verbintenissenrecht werkt in heel diverse relaties; tussen particulieren onderling, tussen
ondernemingen onderling, tussen overheden onderling, tussen particulieren en ondernemingen,
tussen particulieren en de overheid, tussen ondernemingen en de overheid,…
De machtsverhoudingen in deze relaties kunnen wijzigen, van zeer gelijkwaardig naar zeer
ongelijkwaardig. Dit verklaart dat men in het verbintenissenrecht soms mechanismen inbouwt om de
ongelijkwaardigheid die kan bestaan tussen partijen te verminderen (door informatieverplichtingen op
te leggen) of om de zwakkere partij te beschermen (door bepaalde bedingen als onrechtmatig te
bestempelen).
2.2 Vindplaats van het verbintenissenrecht in de
Belgische wetgeving
De basis van het verbintenissenrecht is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (BW). Op dit moment zijn
er zo 2 in werking ‘burgerlijk wetboek’ verwijst naar de versie van 2019.
,Het oorspronkelijke BW dateert al van 1804. Bij wet van 19 april 2019 zag een nieuw BW het licht. Het
bestaande BW van 21 maart 1804 met de ingang van 1 november 2020 de naam ‘oud BW’ zou
krijgen.
(p22-32 eens goed lezen)
Rechtshandeling = de wilsuiting waarbij een of meerdere personen de bedoeling hebben om
rechtgevolgen te doen ontstaan.
Rechtsfeiten = feitelijke handelingen of toestanden waaraan door de wet rechtgevolgen verbonden
worden, vaak of meestal zonder dat men deze rechtsgevolgen doelbewust beoogde.
3. begripsomschrijving en karakteristieke eigenschappen
van de verbintenis
3.1 het begrip verbintenis
Verbintenis: rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in
rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen. (Art 5.1 BW)
3.2 Karakteristieke eigenschappen van de verbintenis
3.2.1 Een verbintenis creëert een rechtsband tussen
personen
Bij een verbintenis zijn altijd minimaal twee personen of ‘partijen’ betrokken. In het recht kent men
twee soorten personen:
- Natuurlijke persoon: een mens van vlees en bloed
- Rechtspersoon: een organisatie waaraan het recht rechten en plichten toekent (bepaalde
overheden die rechtspersoonlijkheid hebben (staat, gewesten))
Een verbintenis kan dus bestaan tussen twee natuurlijke personen (twee mensen), tussen een
natuurlijke persoon en een rechtspersoon (tussen mens en bv besloten vennootschap), tussen twee
rechtspersonen (twee ondernemingen).
Een verbintenis houd altijd een verhouding in tussen een schuldeiser en een schuldenaar.
In gevolgde de verbintenis is de ene persoon (schuldenaar) iets verschuldigd aan de andere persoon
(de schuldeiser) (invalshoek passieve zijde). Of omgekeerd: de schuldeiser kan op grond van
verbintenis iets vorderen van de schuldenaar (invalshoek actieve zijde).
Schuldenaar (schuld): de schuldenaar (of debiteur) heeft een verbintenis, een schuld of een
verplichting jegens/ tegenover/ opzichtens de schuldeiser. Van hem wordt ook gezegd dat hij de
verbintenis moet betalen, uitvoeren, nakomen of presteren, of nog dat hij daartoe gehouden is.
Schuldeiser (schuldvordering): de schuldeiser (of crediteur) heeft een vorderingsrecht,
schuldvordering of aanspraak op schuldenaar. De schuldeiser is dus gerechtigd om een prestatie te
vorderen (eisen) van de schuldenaar, of nog om de betaling, de uitvoering of de nakoming van de
verbintenis te vorderen.
Voorwerp van de verbintenis: de prestatie die de schuldenaar moet leveren of die de schuldeiser
juridisch kan afdwingen, noemt men het voorwerp van de verbintenis.
,Schematisch:
Vorderingsrecht – schuldvordering - aanspraak
Schuldeiser (SE) Schuldenaar (SA)
Verbintenis – schuld – verplichting
Iets geven
Iets doen
Iets niet doen (nalaten)
Iets garanderen
Verbintenissen houden dus essentieel een vorderingsrecht in van een schuldeiser op een
schuldenaar. Vorderingsrechten = persoonlijke rechten
Vorderingsrechten worden tegenover zakelijke rechten geplaatst. Het impliceert een band tussen
personen.
Zakelijk recht = een recht dat een persoon, de titularis, een directe zeggenschap verleent op een
bepaald goed (eigendomsrecht). Alleen de wetgever kan zakelijke rechten creëren. (voorbeeld pg34)
Zakelijke rechten kunnen als gevolg of resultaat van een verbintenis ontstaan. Zo kan iemand het
eigendomsrecht (als zakelijk recht) verwerven ten gevolge van een koopcontract waarin de verbintenis
van de koper is opgenomen om een bepaald goed in eigendom over te dragen. Een zakelijk recht
zoals het eigendomsrecht kan evenwel ook op een andere manier verkregen worden.
3.2.2 een verbintenis heeft een in geld waardeerbare
aanspraak tot voorwerp
Elke verbintenis heeft een bepaald voorwerp: een prestatie die geleverd moet worden. Het voorwerp
moet een bepaalde vermogenswaarde hebben. Het klassiek verbintenissenrecht legt zich immers toe
op de vermogensrechtelijke verbintenissen of de verbintenissen met een in geld waardeerbaar
voorwerp. Dat impliceert niet dat het voorwerp van de verbintenis steeds de betaling van een geldsom
moet zijn, maar wel dat het voorwerp in geld gewaardeerd moet kunnen worden.
3.2.3 een verbintenis is afdwingbaar
Een juridische verbintenis kan afgedwongen kan worden. Staat centraal in de wettelijke definitie 5.1
BW bepaalt uitdrukkelijk dat een schuldeiser de uitvoering mag eisen, indien nodig in rechte. Een
schuldenaar die zijn verbintenissen niet vrijwillig nakomt, zal dus desnoods door een rechter tot
naleving gedwongen kunnen worden.
De afdwingbaarheid is een essentieel kenmerk van verbintenissen, dat hen onderscheidt van niet-af-
dwingbare toezeggingen en van de bijzondere categorie van de natuurlijke verbintenissen.
Niet afdwingbaar afdwingbaar
Niet-afdwingbare natuurlijke verbintenis civiele verbintenis
toezegging
Niet-afdwingbare toezeggingen= louter vriendschappelijke of meer morele toezeggingen, die niet
juridisch afdwingbaar zijn. (p35 vb)
Natuurlijke verbintenis = een tussenvorm tussen de niet-afdwingbare toezeggingen en de juridisch
afdwingbare verbintenissen.
, Artikel 5.2 definieert natuurlijke verbintenissen als ‘een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen’. Een schuldeiser kan de uitvoering van een natuurlijke verbintenis dus niet
opeisen. Kan enkel op vrijwillige wijze door de schuldenaar worden nagekomen.
Veel van de natuurlijke verbintenissen vertrekken vanuit een algemeen maatschappelijk aanvaard
moreel plichtsgevoel. Deze zijn dus niet afdwingbaar. Wanneer de schuldenaar echter vrij en bewust
overgaat tot de vrijwillige uitvoering van de morele plicht, krijgt deze wel een juridisch bindend
karakter. De geleverde prestatie kan dan immers niet meer worden teruggevorderd. Door vrijwillige
uitvoering wordt natuurlijke verbintenis omgezet in civiele verbintenis.
Hij kan niet terugvorderen wat hij vrijwillig heeft uitgevoerd als een natuurlijke verbintenis. De
begunstigde van de natuurlijke verbintenis kan in rechte afdwingen dat hij niet moet teruggeven wat hij
ontvangen heeft.
De juridische afdwingbaarheid is een wezenlijk karakteristiek van de verbintenis, zoals gedefinieerd in
artikel 5.1 BW. Precies dat karakteristieke ontbreekt echter bij de natuurlijke verbintenis, zoals
gedefinieerd in artikel 5.2 BW. Men spreekt dus over ‘juridische verbintenis’ enerzijds en ‘natuurlijke
verbintenis’ anderzijds.
4. De bronnen van verbintenissen
Op welke manier kunnen verbintenissen ontstaan. Artikel 5.3 eerste lid BW somt vier bronnen van
verbintenissen op. Verbintenissen ontstaan met name uit:
- Een rechtshandeling
- Een oneigenlijk contract
- Buitencontractuele aansprakelijkheid
- De wet
Titel 2 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bouwt voort op deze opsomming. Ondertitel 1 is gewijd
aan de verbintenissen uit rechtshandelingen. Daarbij gaat het om verbintenissen die doelbewust zijn
aangegaan door een of meerdere partijen.
Ondertitel 2 behandelt de verbintenissen die ontstaan uit rechtsfeiten. Daarbij gaat het verbintenissen
die ontstaan uit feitelijke handelingen of toestanden waaraan de wet rechtsgevolgen koppelt, vaak of
meestal zonder dat men deze rechtsgevolgen doelbewust voor ogen had. Zowel de oneigenlijke
contracten als buitencontractuele aansprakelijkheid bevinden zich in dit deel.
Verbintenissen uit de wet werden ook genoemd in artikel 5.3 eerste lid BW. Heel wat verbintenissen
vinden hun oorsprong niet in een handeling van een persoon tegenover een andere persoon, maar
worden rechtstreeks door de wet opgelegd. Zo verplicht artikel 203 §1 oud BW ouders om in te staan
voor de huisvestiging, levensonderhoud en opleiding van hun kinderen,…. Ook tal van fiscale wetten
leggen aan de bestemmelingen rechtsreeks verbintenissen op vooreerst om de belastingadministratie
correcte informatie te verschaffen om de belasting te kunnen bepalen en vervolgens om de
verschuldigde belasting te betalen.
Ook deze rechtstreekse aan de wet ontleende verbintenissen zijn onderworpen aan de regels uit het
algemeen verbintenissenrecht.
Merk op dat finaal alle verbintenissen, zowel uit rechtshandelingen als uit rechtsfeiten, ontstaan uit de
wet (in brede zin): zij zijn slechts verbintenissen omdat het recht in de eerste plaats aan bepaalde
handelingen of toestanden rechtsgevolgen verbindt. Finaal komen alle verbintenissen dan ook tot
stand op grond van het recht.
Verbintenissen uit rechtshandelingen.
= een rechtshandeling is – volgens de omschrijving van artikel 1.3 BW – een 'wilsuiting waarbij een of
meer personen de bedoeling hebben om rechtsgevolgen te doen ontstaan’. Men onderscheid twee
soorten rechtshandelingen.
Hoofdstuk 1 De verbintenis: begrip, kenmerken en soorten:
1.Algemene inleiding:
Vele dagelijkse gebeurtenissen behoren tot het verbintenissenrecht, zo hebben we talloze
contractuele relaties (met gas, water, telefoonmaatschappij, ….) behoren hier allemaal toe.
Verbruiklening = een goed dat je gebruikt en dat je achteraf niet meer leeg kan teruggeven (papier)
Bruiklening = een goed dat je gebruikt en dat je achteraf gewoon terug kan geven (pen)
2. Situering en vindplaats van het verbintenissenrecht
2.1 Situering in het recht
Je kan het recht opdelen in verschillende manieren:
Publiekrecht = omvat alle regels die de bevoegdheden, organisatie en werking van de
overheid(sintsellingen) beheersen en de regels die van toepassing zijn in de relatie tussen de overheid
en de burgers. Deze relatie kenmerkt zich door verticale machtsverhouding tussen ongelijkwaardige
partijen (overheid- burger), waarbij de overheid gebruikt maakt van een techniek van de eenzijdige
rechtshandeling, op basis van haar gezag, eenzijdig de rechtpositie van rechtsubjecten te bepalen.
Privaatrecht = omvat de regels die betrekking hebben op de verhouding tussen particuliere personen
(natuurlijke of rechtspersonen) onderling. Deze is in principe een horizontale machtsverhouding
tussen meestal gelijkwaardige rechtssubjecten die met elkaar handelen op basis van
wilsovereenstemming en op basis daarvan met elkaar contracten sluiten (koopcontracten,
huurcontracten).
Een verbintenis is in essentie een juridische verplichting tussen twee of meer personen. Het
verbintenissenrecht (= moeder van het privaatrecht) bevat dus de elementaire regels omtrent
juridische verplichtingen tussen personen.
Het verbintenissenrecht werkt in heel diverse relaties; tussen particulieren onderling, tussen
ondernemingen onderling, tussen overheden onderling, tussen particulieren en ondernemingen,
tussen particulieren en de overheid, tussen ondernemingen en de overheid,…
De machtsverhoudingen in deze relaties kunnen wijzigen, van zeer gelijkwaardig naar zeer
ongelijkwaardig. Dit verklaart dat men in het verbintenissenrecht soms mechanismen inbouwt om de
ongelijkwaardigheid die kan bestaan tussen partijen te verminderen (door informatieverplichtingen op
te leggen) of om de zwakkere partij te beschermen (door bepaalde bedingen als onrechtmatig te
bestempelen).
2.2 Vindplaats van het verbintenissenrecht in de
Belgische wetgeving
De basis van het verbintenissenrecht is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (BW). Op dit moment zijn
er zo 2 in werking ‘burgerlijk wetboek’ verwijst naar de versie van 2019.
,Het oorspronkelijke BW dateert al van 1804. Bij wet van 19 april 2019 zag een nieuw BW het licht. Het
bestaande BW van 21 maart 1804 met de ingang van 1 november 2020 de naam ‘oud BW’ zou
krijgen.
(p22-32 eens goed lezen)
Rechtshandeling = de wilsuiting waarbij een of meerdere personen de bedoeling hebben om
rechtgevolgen te doen ontstaan.
Rechtsfeiten = feitelijke handelingen of toestanden waaraan door de wet rechtgevolgen verbonden
worden, vaak of meestal zonder dat men deze rechtsgevolgen doelbewust beoogde.
3. begripsomschrijving en karakteristieke eigenschappen
van de verbintenis
3.1 het begrip verbintenis
Verbintenis: rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in
rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen. (Art 5.1 BW)
3.2 Karakteristieke eigenschappen van de verbintenis
3.2.1 Een verbintenis creëert een rechtsband tussen
personen
Bij een verbintenis zijn altijd minimaal twee personen of ‘partijen’ betrokken. In het recht kent men
twee soorten personen:
- Natuurlijke persoon: een mens van vlees en bloed
- Rechtspersoon: een organisatie waaraan het recht rechten en plichten toekent (bepaalde
overheden die rechtspersoonlijkheid hebben (staat, gewesten))
Een verbintenis kan dus bestaan tussen twee natuurlijke personen (twee mensen), tussen een
natuurlijke persoon en een rechtspersoon (tussen mens en bv besloten vennootschap), tussen twee
rechtspersonen (twee ondernemingen).
Een verbintenis houd altijd een verhouding in tussen een schuldeiser en een schuldenaar.
In gevolgde de verbintenis is de ene persoon (schuldenaar) iets verschuldigd aan de andere persoon
(de schuldeiser) (invalshoek passieve zijde). Of omgekeerd: de schuldeiser kan op grond van
verbintenis iets vorderen van de schuldenaar (invalshoek actieve zijde).
Schuldenaar (schuld): de schuldenaar (of debiteur) heeft een verbintenis, een schuld of een
verplichting jegens/ tegenover/ opzichtens de schuldeiser. Van hem wordt ook gezegd dat hij de
verbintenis moet betalen, uitvoeren, nakomen of presteren, of nog dat hij daartoe gehouden is.
Schuldeiser (schuldvordering): de schuldeiser (of crediteur) heeft een vorderingsrecht,
schuldvordering of aanspraak op schuldenaar. De schuldeiser is dus gerechtigd om een prestatie te
vorderen (eisen) van de schuldenaar, of nog om de betaling, de uitvoering of de nakoming van de
verbintenis te vorderen.
Voorwerp van de verbintenis: de prestatie die de schuldenaar moet leveren of die de schuldeiser
juridisch kan afdwingen, noemt men het voorwerp van de verbintenis.
,Schematisch:
Vorderingsrecht – schuldvordering - aanspraak
Schuldeiser (SE) Schuldenaar (SA)
Verbintenis – schuld – verplichting
Iets geven
Iets doen
Iets niet doen (nalaten)
Iets garanderen
Verbintenissen houden dus essentieel een vorderingsrecht in van een schuldeiser op een
schuldenaar. Vorderingsrechten = persoonlijke rechten
Vorderingsrechten worden tegenover zakelijke rechten geplaatst. Het impliceert een band tussen
personen.
Zakelijk recht = een recht dat een persoon, de titularis, een directe zeggenschap verleent op een
bepaald goed (eigendomsrecht). Alleen de wetgever kan zakelijke rechten creëren. (voorbeeld pg34)
Zakelijke rechten kunnen als gevolg of resultaat van een verbintenis ontstaan. Zo kan iemand het
eigendomsrecht (als zakelijk recht) verwerven ten gevolge van een koopcontract waarin de verbintenis
van de koper is opgenomen om een bepaald goed in eigendom over te dragen. Een zakelijk recht
zoals het eigendomsrecht kan evenwel ook op een andere manier verkregen worden.
3.2.2 een verbintenis heeft een in geld waardeerbare
aanspraak tot voorwerp
Elke verbintenis heeft een bepaald voorwerp: een prestatie die geleverd moet worden. Het voorwerp
moet een bepaalde vermogenswaarde hebben. Het klassiek verbintenissenrecht legt zich immers toe
op de vermogensrechtelijke verbintenissen of de verbintenissen met een in geld waardeerbaar
voorwerp. Dat impliceert niet dat het voorwerp van de verbintenis steeds de betaling van een geldsom
moet zijn, maar wel dat het voorwerp in geld gewaardeerd moet kunnen worden.
3.2.3 een verbintenis is afdwingbaar
Een juridische verbintenis kan afgedwongen kan worden. Staat centraal in de wettelijke definitie 5.1
BW bepaalt uitdrukkelijk dat een schuldeiser de uitvoering mag eisen, indien nodig in rechte. Een
schuldenaar die zijn verbintenissen niet vrijwillig nakomt, zal dus desnoods door een rechter tot
naleving gedwongen kunnen worden.
De afdwingbaarheid is een essentieel kenmerk van verbintenissen, dat hen onderscheidt van niet-af-
dwingbare toezeggingen en van de bijzondere categorie van de natuurlijke verbintenissen.
Niet afdwingbaar afdwingbaar
Niet-afdwingbare natuurlijke verbintenis civiele verbintenis
toezegging
Niet-afdwingbare toezeggingen= louter vriendschappelijke of meer morele toezeggingen, die niet
juridisch afdwingbaar zijn. (p35 vb)
Natuurlijke verbintenis = een tussenvorm tussen de niet-afdwingbare toezeggingen en de juridisch
afdwingbare verbintenissen.
, Artikel 5.2 definieert natuurlijke verbintenissen als ‘een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen’. Een schuldeiser kan de uitvoering van een natuurlijke verbintenis dus niet
opeisen. Kan enkel op vrijwillige wijze door de schuldenaar worden nagekomen.
Veel van de natuurlijke verbintenissen vertrekken vanuit een algemeen maatschappelijk aanvaard
moreel plichtsgevoel. Deze zijn dus niet afdwingbaar. Wanneer de schuldenaar echter vrij en bewust
overgaat tot de vrijwillige uitvoering van de morele plicht, krijgt deze wel een juridisch bindend
karakter. De geleverde prestatie kan dan immers niet meer worden teruggevorderd. Door vrijwillige
uitvoering wordt natuurlijke verbintenis omgezet in civiele verbintenis.
Hij kan niet terugvorderen wat hij vrijwillig heeft uitgevoerd als een natuurlijke verbintenis. De
begunstigde van de natuurlijke verbintenis kan in rechte afdwingen dat hij niet moet teruggeven wat hij
ontvangen heeft.
De juridische afdwingbaarheid is een wezenlijk karakteristiek van de verbintenis, zoals gedefinieerd in
artikel 5.1 BW. Precies dat karakteristieke ontbreekt echter bij de natuurlijke verbintenis, zoals
gedefinieerd in artikel 5.2 BW. Men spreekt dus over ‘juridische verbintenis’ enerzijds en ‘natuurlijke
verbintenis’ anderzijds.
4. De bronnen van verbintenissen
Op welke manier kunnen verbintenissen ontstaan. Artikel 5.3 eerste lid BW somt vier bronnen van
verbintenissen op. Verbintenissen ontstaan met name uit:
- Een rechtshandeling
- Een oneigenlijk contract
- Buitencontractuele aansprakelijkheid
- De wet
Titel 2 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bouwt voort op deze opsomming. Ondertitel 1 is gewijd
aan de verbintenissen uit rechtshandelingen. Daarbij gaat het om verbintenissen die doelbewust zijn
aangegaan door een of meerdere partijen.
Ondertitel 2 behandelt de verbintenissen die ontstaan uit rechtsfeiten. Daarbij gaat het verbintenissen
die ontstaan uit feitelijke handelingen of toestanden waaraan de wet rechtsgevolgen koppelt, vaak of
meestal zonder dat men deze rechtsgevolgen doelbewust voor ogen had. Zowel de oneigenlijke
contracten als buitencontractuele aansprakelijkheid bevinden zich in dit deel.
Verbintenissen uit de wet werden ook genoemd in artikel 5.3 eerste lid BW. Heel wat verbintenissen
vinden hun oorsprong niet in een handeling van een persoon tegenover een andere persoon, maar
worden rechtstreeks door de wet opgelegd. Zo verplicht artikel 203 §1 oud BW ouders om in te staan
voor de huisvestiging, levensonderhoud en opleiding van hun kinderen,…. Ook tal van fiscale wetten
leggen aan de bestemmelingen rechtsreeks verbintenissen op vooreerst om de belastingadministratie
correcte informatie te verschaffen om de belasting te kunnen bepalen en vervolgens om de
verschuldigde belasting te betalen.
Ook deze rechtstreekse aan de wet ontleende verbintenissen zijn onderworpen aan de regels uit het
algemeen verbintenissenrecht.
Merk op dat finaal alle verbintenissen, zowel uit rechtshandelingen als uit rechtsfeiten, ontstaan uit de
wet (in brede zin): zij zijn slechts verbintenissen omdat het recht in de eerste plaats aan bepaalde
handelingen of toestanden rechtsgevolgen verbindt. Finaal komen alle verbintenissen dan ook tot
stand op grond van het recht.
Verbintenissen uit rechtshandelingen.
= een rechtshandeling is – volgens de omschrijving van artikel 1.3 BW – een 'wilsuiting waarbij een of
meer personen de bedoeling hebben om rechtsgevolgen te doen ontstaan’. Men onderscheid twee
soorten rechtshandelingen.