ETHIEK
EXAMEN
5 meerkeuzevragen elks op 2 punten
o 4 meerkeuzevragen bestaan uit 5 stellingen, waarvan er maar 1 juist is. U moet de juiste
stelling aanduiden. Voorbeeld:
David Hume meent dat de categorische imperatief de grondslag is van de moraal.
Volgens de deugdethiek moet de mens er naar streven zo gelukkig mogelijk te
worden door altijd het eigenbelang voorop te stellen.
Immanuel Kant stelt dat de mens van nature geneigd is het goede te doen.
Volgens Aristoteles is de eudaimonia het doel van het morele leven.
Het utilisme stelt dat de moraal gefundeerd wordt door de Natuurwet.
=> U weet natuurlijk dat alleen de stelling over Aristoteles juist is. De andere stellingen
zijn manifest onjuist.
o 1 meerkeuzevraag geeft 5 keer een reeks van namen en begrippen, waarvan er 1 niet
o juist is. U moet deze ene niet juiste reeks aanduiden. Voorbeeld van een foute reeks:
deugden – karakter – Thomas van Aquino – categorische imperatief – Philippa Foot
– Eudaimonia – Aristoteles
=> Uitleg: deze reeks is niet juist omdat de categorische imperatief geen concept is dat
in de klassieke deugdethiek centraal staat.
o Voorbeeld van een juiste reeks:
dierenrechten – speciësisme – De hond van de filosoof – Tom Regan – Animal
Liberation – Peter Singer – dierenproeven
=> Uitleg: deze reeks namen, boektitels en begrippen horen samen omdat ze verwijzen
naar het dierenrechten debat. Let dus op: op het examen moet u voor vraag 5 zeker
geen reeks aanduiden waarvan u ziet: dit hoort samen!
Essay-vraag (open vraag):
o Dit zal een vraag zijn die u herkent uit de zelfstudeer-vragen. Lees aandachtig de hele
vraag, er kan een klein verschil zijn met zelfstudeer-vragen. Staat op 5 punten.
o Maximum aantal woorden: 400
Opdracht vraag
o Enkele thema’s= Kants visie op religie – proeven op dieren – moreel relativisme – tolerantie
als deugd – staatsterrorisme – Hume en de idee van een seculiere deugdethiek …
De bedoeling is dus dat u zelf 1 thema eruit pikt en daarover zelf een heldere vraag
formuleert, die u vervolgens beantwoordt.
o Bv. uit de lijst hierboven kiest u het thema ‘Kants visie op religie’. U formuleert dan zelf een
vraag, bv.: Wat bedoelt Kant wanneer hij stelt dat de religie ons kan helpen de categorische
imperatief na te leven?
Of bv: Kant beweert dat de religie ons kan helpen de categorische imperatief na te
leven. Klopt die stelling wel?
U kunt dus uw antwoord zien als een persoonlijke kritiek op die stelling of een
bevestiging. Bv.: ‘Ik ben van mening dat Kant gelijk heeft. (…)’ Leg ook uit waarom!
, Of: ‘Ik denk dat Kant niet helemaal consistent is, want aan de ene kant zegt hij dat
de praktische rede de grondslag is van het morele oordeel, aan de andere kant
beweert hij dat zonder God de morele wet geen betekenis lijkt te hebben. …
o Zelf een vraag formuleren => bv: thema de rechtvaardige oorlog. Dan mag je op deze vraag
ook zelf een antwoord geven. Heeft een staat het recht om zich te verdedigen tegen
terrorisme? Aan welke regels moet de staat zich houden? Geef voordelen en nadelen van
handelen van de staat.
o Grensgebied tussen bio-ethiek en recht => thema: euthanasie en psychisch lijden. Is het
moreel geoorloofd om mensen die zwaar psychisch lijden, maar niet terminaal zijn,
euthanasie mogen plegen. Geef dan een morele reflectie: pros en cons geven
WAAROM ETHIEK:
“Humans are caught – in their lives, in their thoughts, in their hungers and ambitions, in their avarice and
cruelty, and in their kindness and generosity too – in a net of good and evil; I think this is the only story we
have and that it occurs on all levels of feeling and intelligence. Virtue and vice were warp and woof of our
first consciousness, and they will be the fabric of our last, and this despite any changes we may impose on
field and river and mountain, on economy and manners. There is no other story. A man, after he has
brushed off the dust and chips of his life, will have left only the hard, clean question: Was it good or evil?
Have I done well – or ill? John Steinbeck, East of Eden, Ch. 34
Citaat van Amerikaanse schrijver John Steinbeck. Citaat vat samen waar ethiek over gaat.
Roept vragen op: in onze manier van denken en alles wat we nastreven, in de hele strijd van het leven
zijn we gevangen in een net van goed en kwaad,;
Ethiek heeft ook iets te maken met gevoelens en intelligentie. Het is de enige vraag die op het einde
van je leven echt van belang is: was it good or evil?
Er is een spanning tussen hoe mensen hun leven daadwerkelijk ervaren en hoe ethiek daarvan belang
is.
Morele moet iets zijn dat onbewust met ons meeleeft, want anders zouden we verkramt leven.
DEEL 1: ETHIEK
H1: ETHIEK EN MORALITEIT
(1) Ethiek: van moraal tot praktische rede
o (i) Moraal - (ii) Moraliteit - (iii) Geweten, praktische rede, normativiteit - (iv) Emoties en
praktische rede – (v) Normen & waarden (vi) Het goede leven
(2) Ethiek en moraalfilosofie
o (i) Meta-ethiek – (ii) normatieve ethiek – (iii) Toegepaste ethiek
1/ ETHIEK VAN MORAAL TOT PRAKTISCHE REDE
Begrip ‘ethiek’ = object van onderzoek + filosofische discipline
- Ethiek als synoniem van moraal/ moraliteit ( -> object)
- Komt van Êthos = “gewone verblijfplaats van dieren”
o Heeft verder de betekenis gegeven van de gewoontes van het menselijke leven.
o Ethiek verwijst naar een dimensie van onze leefwereld, maar het is ook een discipline,
ethiek is een synoniem van moraal en moraliteit
2
, o Ons omgaan met elkaar beweegt zich in een domein/web van onderscheiden tussen goed
en kwaad
(1) MORAAL IS SYSTEEM VAN NORMEN EN WAARDEN VAN EEN GEMEENSCHAP / SL
Moraal = een systeem van normen en waarden die de verhouding tussen mensen in een concrete
samenleving ordent volgens een gedeelde opvatting van goed of kwaad. We leven in een SL waar waarden
en normen belangrijk zijn en onze opvattingen bepalen. Moraal is altijd publiek en collectief gedeeld. Bv:
westerse SL: waarde van mensenrechten maken deel uit van publieke moraal.
- Weerspiegelt een opvatting van (moreel) goed en kwaad
- Moraal veronderstelt een gemeenschap/polis = samenleving waarin wij leven.
o Moraal wordt door opvoeding en traditie doorgegeven
o Bv: vrienden in nood moeten geholpen worden, we nemen dit aan (zit in ons DNA) dat we
dit belangrijk vinden. Er zijn ook regels die verder gaan dan de sfeer van de vriendschap: 10
geboden = grondregels volgens de welke je moet leven.
- Regels die we spontaan belangrijk vinden, ze drukken normen en waarden uit die in de SL gelden.
Ze worden als bindend ervaren. Alsof moraal wordt uitgesproken door een rechter die ons ook
sanctioneert als we deze niet naleven.
(2) MORALITEIT
Moraliteit = verwijst naar iets zeer individueels, mens voelt zich in verhouding tot een ander gebonden
door de moraal van de samenleving, maar je kan je er ook bewust mee identificeren. Moraal brengt ons
naar de kern van wat ethiek is: gevoeligheid van goed/kwaad.
- Rechtsnormen en regels die je respecteert (vanuit welk perspectief je dat doet maakt niet uit: bv:
120 op de snelweg) morele normen en waarden maken deel uit van je bewustzijn op een manier
die je zelf bindend ervaart.
- Psychologisch fenomeen: speciale gevoeligheid, overtuiging van ‘goed’ en ‘kwaad’
o Persoonlijk: moraliteit heeft iets te maken met de wijze waarop die persoon zelf waarden
en normen beleeft: mens gaat vanuit een intrinsieke motivatie verantwoordelijkheid
nemen voor zijn handelen
o Vermogen dat we hebben om ons bewust te zijn van normen en waarden. Moraliteit gaat
verder, het gaat om een bewuste identificatie, speciale gevoeligheid, feit dat we
verontwaardigd kunnen zijn, wat ons persoonlijk aanbelangt, …
o Ons oordeel kan afwijken van de gemeenschap, bv: leven in gemeenschap waar iedereen
denk dat oorloggeweld nodig is om gemeenschap te beschermen, jij kan denken dat dit niet
zo is => dan zitten we in de sfeer van geweten en speelt de moraliteit
Moraal en moraliteit zijn intrinsiek verbonden, maar ook met elkaar kunnen conflictueren.
Romeinse burgers zeiden vroeger dat slavernij erbij hoort, dit behoorde tot de normen en waarden en de
moraal van de romeinse samenleving. Christendom speelde een rol dat dit niet meer kon en gaan slavernij
moreel verwerpen. => Maakt deel uit van onze collectief gedeelde moraal.
TRAGEDIE VAN ANTIGONE
Spanning tussen moraal en moraliteit te duiden => tragedie antigone van sophocles. Er was een
burgeroorlog en de broer van Antigone was in deze strijd gesneuveld. Creon (heerser) beveeld dat hij niet
mag begraven worden omdat hij een verrader was en de wetten/moraal van de staat had overtreden
3
, omdat hij tegen de koning opkwam. Antigone voelt zich verplicht om haar broer toch te gaan begraven,
cruciale betekenis: waarom zou ik moeten gehoorzamen aan creo (koning) en die een wet heeft
uitgevaardigd dat opstandelingen niet mogen begraven worden, als er een hogere morele wet is: dat ik
mijn broer moet begraven. Bij antigone leeft er een diepe morale overtuiging dat ze haar broer moet
begraven ook wanneer dit ingaat tegen de staat.
Er ontstaat ook een discussie tussen antigone en ismene, want deze probeert antigone tegen te houden
want wie de wet overtreed wordt gedood door creon. Antigone pleegt zelfmoord omdat ze anders levend
begraven zou worden als straf voor het overtreden van de wet.
Betekenis van het stuk:
- De passie van Antigone voor een onvoorwaardelijk goed, een moreel moeten
- Afhankelijk van moraal van haar tijd: ‘de doden begraven’, ‘absoluut respect voor bloedverwant’
(bemerk: rol van religie, ‘de wil van de goden’)
- Conflict met de wet (rechtsorde), uitgevaardigd door Creon is essentieel om het stuk antigone te
begrijpen.
o Moraal is een geheel van normen en waarden. We moeten de wetten van een land volgen,
maar er kan een punt komen waarin we een innerlijk gevoel hebben dat we ertegen
moeten ingaan.
ETHIEK HEEFT 2 BETEKENISSEN:
- De moraal als systeem van normen en waarden
- De moraliteit als innerlijke gesteldheid van het individu
o (kan natuurlijk gedeeld zijn, bv Ismene stemt in)
(3) GEWETEN, PRAKTISCHE REDE EN NORMATIVITEIT
GEWETEN
Geweten = weten dat diep in ons verankerd is en dat te maken heeft met onze noties van moreel goed en
kwaad.
- Geweten als stem van de moraliteit: Innerlijke stem van het geweten lijkt in elke mens te zitten en
die ons aanspreekt
Voorbeelden:
- Vluchtelingen en trans-migranten: Hoe moeten we ermee omgaan dat mensen illegaal ons land
trachten binnen te komen? Er bestaan maatschappelijke discussies over. Het is ook een morele
discussie, het gaat verder dan enkel een politieke vraag. Morele dimensie: mensen in nood moeten
geholpen worden. Maar als we vluchtelingen gaan helpen en onze eigen mensen ook in nood zijn, is
het dan moreel verantwoord?
- Dieren ritueel slachten zonder verdoving
- Menselijke relaties: seksualiteit, huwelijk => Er bestaan regels en normen over menselijke relaties.
Hebben een diepe betekenis: je hoopt dat je vriend vanuit innerlijke moraliteit trouw aan je blijft.
- Rechtvaardige belastingen: is het rechtvaardig dat er belastingen worden geheven op een
meerwaardetaks?
- Mag folteren in de strijd tegen terrorisme?
- Integriteit van de arts, advocaat, docent
4