DISCUSSIEVRAGEN
VRAAG 1: MOET DE PROCEDURE TOT HERZIENING VAN DE GRONDWET WORDEN VERSOEPELD?
I. Is het moeilijk om de grondwet te wijzigen?
Art. 195 GW. De (rigide) procedure tot herziening van de grondwet in 3 fases:
1) Fase 1: Pre-constituante maakt lijst met artikelen die voor herziening in aanmerking komen (regering +
meerderheid parlement)
2) Fase 2: Publicatie van deze lijst heeft verkiezingen tot gevolg
3) Fase 3: Constituante mag grondwet herzien, binnen de perken van de lijst, met 2/3 quorum en 2/3
meerderheid in Kamer en Senaat
Wat is een moeilijkheid?
De ⅔ meerderheid in zowel de kamer als senaat, in de praktijk zien we dat het moeilijk is om deze meerderheid te
behalen, maar niet onmogelijk. Het is van belang dat men hierbij gaat onderhandelen met de oppositie.
→ procedure is rigide, wat inhoudt dat de wijziging moeilijk is, maar niet onmogelijk
Als de Senaat afgeschaft zou worden, zou het natuurlijk makkelijker zijn om de meerderheid te bereiken
II. Waarom is de procedure rigide?
Doelstellingen van rigide procedure:
1) Stabiele grondwet doorheen de tijd en qua inhoud
- Bij een grondwetswijziging moet parlement ontbonden worden en worden fundamentele principes
aangepast
- qua inhoud wil men geen fundamentele wijzigingen, wat diepgaande hervormingen sterk bemoeilijkt
(maar wel mogelijk)
2) Legitimiteit: inspraak van de bevolking en brede consensus in ruimte en tijd
- inspraak van de bevolking door te stemmen op leden van de kamer die hun campagne voeren over hun
beleid, burgers drukken op die manier uit bij welke campagne en dus standpunten zij het meest
aansluiten en geven op die manier inspraak
- brede consensus: de ⅔ meerderheid vergt een brede consensus die over de partijen heen gaat
- tussentijdse verkiezingen: bij een grondwetsherziening vinden er tussentijdse verkiezingen plaats
3) Laat toe dat de grondwet punctueel wordt aangepast, en niet fundamenteel, om zo de grondwet te
kunnen aanpassen aan nieuwe evoluties
- Grondwetsherziening vergt een punctuele lijst van artikelen: er moet worden opgelijst welke artikelen
exact men wenst te veranderen om zo fundamentele verandering te vermijden (niet de bedoeling om
ineens een heel groot deel of geheel de grondwet te wijzigen
III. Worden die doelstellingen bereikt?
1) Stabiliteit en Consensus (DOEL BEREIKT):
1
, - Doorheen de tijd: De eis van een 2/3 meerderheid zorgt voor brede politieke consensus en voorkomt
snelle, fundamentele wijzigingen in de Grondwet. Het bemoeilijkt sterk de mogelijkheid tot fundamentele
wijzigingen
- Qua inhoud: punctuele lijst van artikelen bemoeilijkt diepgaande hervormingen, maar wel nog altijd
mogelijk. De brede consensus zal er ook toe leiden dat men tot heel gedetailleerde artikelen komt.
2) Legitimiteit en Afschrikking (DOEL ZWAK BEREIKT): De procedure is bedoeld om uitzonderlijk te zijn
(door de verkiezingen ertussen). In de praktijk:
- De verkiezingen gaan over beleid, niet over de Grondwet, waardoor de inspraak van de bevolking zwak is
- Het instrument wordt routinematig gebruikt aan het einde van elke regeerperiode ("geen afschrikking"),
wat de unieke stabiliteitsfunctie verzwakt
→ verzwakt legitimiteit door tussentijdse verkiezingen: Het heeft geen echt effect omdat men wacht tot
het einde van de legislatuur om de hervormingen te doen.Daardoor gaan de verkiezingen niet over die
hervormingslijst, maar over de volgende beleidsperiode.
IV. Waarom zou die rigiditeit een probleem zijn?
Centrale vragen rond rigiditeit:
- Moeten staatshervormingen moeilijk of net makkelijk kunnen gebeuren?
- Moeten we de Grondwet snel kunnen aanpassen aan Europees recht?
→ Het probleem: er is politieke bereidheid, maar een formeel obstakel in de herzieningsprocedure
Daarom rijst de vraag:
- Moet het politieke systeem zich aanpassen aan de rigide herzieningsprocedure?
- Of moet de herzieningsprocedure zich aanpassen aan de noden van het politieke systeem?
Het antwoord is subjectief, maar je moet een gemotiveerde afweging maken op basis van deze elementen
V. Antwoord op discussievraag
Ik vind dat de procedure wel iets versoepeld mag worden, maar niet te veel.
De huidige regels zijn super strikt, met zowel een 2/3 meerderheid als tussentijdse verkiezingen en dat zorgt wel
voor stabiliteit en brede politieke steun. Dat is belangrijk, want het is niet wenselijk dat de grondwet om de
haverklap te veranderen. Het is belangrijk dat men de legitieme verwachtingen van het volk blijft waarborgen en
men de rechtszekerheid niet gaat schenden.
Maar tegelijk werkt het systeem in de praktijk niet ideaal: die verkiezingen geven bijna geen echte inspraak, en
soms is er politieke wil om iets aan te passen, maar botst men op de formaliteiten van de rigide procedure. Dan
voelt het alsof de procedure té star is en alsof het volk te weinig inspraak heeft. Ik vind het belangrijk dat de
grondwet aangepast blijft aan maatschappelijke evoluties, zoals LGBTQ+ en migratie.
Conclusie: niet afschaffen, niet volledig versoepelen, maar wel moderner maken zodat de Grondwet nog steeds
beschermd blijft en de burgers ook, maar wél kan meegroeien met belangrijke politieke en internationale evoluties
(zoals Europees recht). BIjvoorbeelde de procedure voor titel II moeilijker maken, maar wel versoepelen voor
institutionele bepalingen.
VRAAG 2: IS ER NOOD AAN EEN CRISISBEPALING IN DE GRONDWET IN GEVAL VAN EEN NOODTOESTAND DIE
TOELAAT OM AF TE WIJKEN VAN DE GRONDWET EN FUNDAMENTELE RECHTEN?
Veiligheidsplan N-VA:
2
, -
Tijdens de noodtoestand kunnen de bestuurlijke overheden bijvoorbeeld bijeenkomsten verhinderen,
huisarrest opleggen en propaganda verbieden.
- Zo kan de burgemeester rechtstreeks onderzoeksdaden vragen aan het parket, moeten hulpverleners
aanwijzingen van terrorisme melden, en mag de lokale politie filmen en schaduwen.
- De opname in de DNA-databank is momenteel beperkt tot een limitatieve lijst van zwaardere misdrijven.
Deze lijst moet worden uitgebreid naar lichtere feiten. Ook dient er te worden gekeken naar een
algemene of alomvattende databank van vingerafdrukken.
⇒ de kerngedachte: we hebben de grondwet niet geschreven voor uitzonderlijke tijden
I. Waarom zou zoiets nodig zijn? Wat zegt de Belgische grondwet hierover?
Afwijken van de grondwet is bv. In Spanje en Nederland reeds mogelijk.
In extreme situaties, zoals oorlogen en genocides, moet de overheid soms strenger en sneller ingrijpen dan
normaal, gewone regels zijn vaak te beperkt om de bevolking onmiddellijk te beschermen.
Het toestaan van zo’n crisis bepaling biedt een duidelijk juridisch kader waardoor men duidelijk kan vastleggen wat
de overheid kan/mag doen en hoe lang, om zo misbruik te voorkomen.
Wat met besluitwetten? Betekent dit dat je inhoudelijk mag afwijken van de grondwet?
- Cass. zegt dat men dat we het als formele wetten kunnen beschouwen in tijden van oorlog omdat het
parlement niet kon samenkomen door overmacht
- Op basis van wat heeft Cass. dit gezegd? Wat is dan de basis/grondslag van die besluitwet? Overmacht,
het is één van de manieren om toch te kunnen afwijken van de Grondwet (enkel als het echt onmogelijk is
om de Grondwet na te leven)
Doctrine van Hayoit de Termicourt
Hij verwijst naar het decreet van 18 november 1830, waarmee België zijn onafhankelijkheid uitriep.
→ Dit decreet stond boven de Grondwet (supra-constitutionele waarde).
→ Volgens hem mogen uitzonderlijke maatregelen buiten de Grondwet om genomen worden om het
voortbestaan van de staat te beschermen.
Raad van State: supra-constitutionele bepalingen zijn toegelaten indien de noodzakelijk zijn om in abnormale
omstandigheden het bestaan van de Natie te waarborgen
Voorwaarden voor zulke maatregelen volgens doctrine en RvS:
1. Het voortbestaan of de onafhankelijkheid van België moet echt in gevaar zijn.
→ Aanslagen zoals in Zaventem voldoen hier niet aan.
2. De maatregelen moeten tijdelijk zijn.
3. de maatregelen moeten gebaseerd zijn op een wet (niet zomaar door de uitvoerende macht).
Het toepassen van crisisbepalingen die evt. In strijd zijn mijn de grondwet zijn juist gericht op het waarborgen van
de democratie en ervoor te zorgen dat in zo’n noodtoestand de democratie niet wordt vernietigd.
II. In overeenstemming met internationaal (en Europees) recht?
Artikel 15 EVRM: In tijd van oorlog of in geval van enig andere algemene noodtoestand die het bestaan van het
3
, land bedreigt, kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij maatregelen nemen die afwijken van zijn verplichtingen
ingevolge dit Verdrag, voor zover de ernst van de situatie deze maatregelen strikt vereist en op voorwaarde dat
deze niet in strijd zijn met andere verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht.
→ Crisis bepalingen zijn dus niet in strijd met het Europees recht als het gaat om tijden van oorlog of een andere
algemene noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt en ze niet verder gaan dan het strikt noodzakelijke
→ art 15 EVRM laat de deur open
MAAR België kan dit niet gebruiken voor de Grondwet, want art 187 GW! (business as usual - harde versie)
We zien dat de regering het met het “strikte niet afwijken” moeilijk heeft, want we willen een gecentraliseerd
optreden, want het moet snel gaan en men moet drastische maatregelen kunnen nemen in een noodsituatie
⇒ Het EVRM laat het toe, maar we kunnen er geen gebruik van maken, want de Grondwet zegt iets anders
III. Zijn er alternatieven die bij gebreke aan een uitdrukkelijke crisisbepaling toelaten om gepast op te
treden in het geval van een noodtoestand?
JA
1) Overmacht - BAU zachte versie
Het is in deze situatie onmogelijk om de grondwet na te leven, bv. Als gevolg van oorlogsomstandigheden
Wanneer hebben we dit gebruikt? Besluitwetten tijdens WO I:
- 1914. Verkiezingsjaar.
- 30 juli 1914. Kamer in staat van paraatheid voor naderende oorlog
- 4 augustus 1914. Vervroegde bijeenkomst nieuwe Kamer en Senaat. België in oorlog.
- Regering en parlement naar Antwerpen (Operagebouw)
- Oktober 1914: Val van Antwerpen ballingschap regering (nabij Le Havre)
- November 1914: Parlement is in de onmogelijkheid om bijeen te komen wegens de bezetting van België
- Besluitwetten: Koning en regering
Het Hof van Cassatie over de besluitwetten: aanvaardt de besluitwetten als formele weten wegens overmacht
(parlement kan niet bijeenkomen) en bijgevolg kan HvC niets over de inhoud van de wet zeggen, want kan enkel
toetsen (onschendbaarheid formele wetten)
2) Uitzonderingswetgeving - wettelijke accommodatie
Let op! Wettelijke accommodatie mag nog altijd niet in strijd zijn met de grondwet!
Voorbeelden:
- Bijzondere machtenwetten (cf p. 44 en 179-180): wetten waarbij het parlement een opdracht geeft aan
de regering om zelf op te treden en om een bepaald urgent doel te bereiken in o.a. Crisissituaties. De
regering (UM) heeft dan een verregaande macht (krachtens art 108 GW) om besluiten (geen formele
wetten!) te nemen en om evt. Bestaande wetgeving te wijzigen
- Besluiten hebben dus m.a.w. Uitzonderlijk de kracht om bestaande formele wetten te wijzigen,
maar wel binnen de perken van de grondwet
4
VRAAG 1: MOET DE PROCEDURE TOT HERZIENING VAN DE GRONDWET WORDEN VERSOEPELD?
I. Is het moeilijk om de grondwet te wijzigen?
Art. 195 GW. De (rigide) procedure tot herziening van de grondwet in 3 fases:
1) Fase 1: Pre-constituante maakt lijst met artikelen die voor herziening in aanmerking komen (regering +
meerderheid parlement)
2) Fase 2: Publicatie van deze lijst heeft verkiezingen tot gevolg
3) Fase 3: Constituante mag grondwet herzien, binnen de perken van de lijst, met 2/3 quorum en 2/3
meerderheid in Kamer en Senaat
Wat is een moeilijkheid?
De ⅔ meerderheid in zowel de kamer als senaat, in de praktijk zien we dat het moeilijk is om deze meerderheid te
behalen, maar niet onmogelijk. Het is van belang dat men hierbij gaat onderhandelen met de oppositie.
→ procedure is rigide, wat inhoudt dat de wijziging moeilijk is, maar niet onmogelijk
Als de Senaat afgeschaft zou worden, zou het natuurlijk makkelijker zijn om de meerderheid te bereiken
II. Waarom is de procedure rigide?
Doelstellingen van rigide procedure:
1) Stabiele grondwet doorheen de tijd en qua inhoud
- Bij een grondwetswijziging moet parlement ontbonden worden en worden fundamentele principes
aangepast
- qua inhoud wil men geen fundamentele wijzigingen, wat diepgaande hervormingen sterk bemoeilijkt
(maar wel mogelijk)
2) Legitimiteit: inspraak van de bevolking en brede consensus in ruimte en tijd
- inspraak van de bevolking door te stemmen op leden van de kamer die hun campagne voeren over hun
beleid, burgers drukken op die manier uit bij welke campagne en dus standpunten zij het meest
aansluiten en geven op die manier inspraak
- brede consensus: de ⅔ meerderheid vergt een brede consensus die over de partijen heen gaat
- tussentijdse verkiezingen: bij een grondwetsherziening vinden er tussentijdse verkiezingen plaats
3) Laat toe dat de grondwet punctueel wordt aangepast, en niet fundamenteel, om zo de grondwet te
kunnen aanpassen aan nieuwe evoluties
- Grondwetsherziening vergt een punctuele lijst van artikelen: er moet worden opgelijst welke artikelen
exact men wenst te veranderen om zo fundamentele verandering te vermijden (niet de bedoeling om
ineens een heel groot deel of geheel de grondwet te wijzigen
III. Worden die doelstellingen bereikt?
1) Stabiliteit en Consensus (DOEL BEREIKT):
1
, - Doorheen de tijd: De eis van een 2/3 meerderheid zorgt voor brede politieke consensus en voorkomt
snelle, fundamentele wijzigingen in de Grondwet. Het bemoeilijkt sterk de mogelijkheid tot fundamentele
wijzigingen
- Qua inhoud: punctuele lijst van artikelen bemoeilijkt diepgaande hervormingen, maar wel nog altijd
mogelijk. De brede consensus zal er ook toe leiden dat men tot heel gedetailleerde artikelen komt.
2) Legitimiteit en Afschrikking (DOEL ZWAK BEREIKT): De procedure is bedoeld om uitzonderlijk te zijn
(door de verkiezingen ertussen). In de praktijk:
- De verkiezingen gaan over beleid, niet over de Grondwet, waardoor de inspraak van de bevolking zwak is
- Het instrument wordt routinematig gebruikt aan het einde van elke regeerperiode ("geen afschrikking"),
wat de unieke stabiliteitsfunctie verzwakt
→ verzwakt legitimiteit door tussentijdse verkiezingen: Het heeft geen echt effect omdat men wacht tot
het einde van de legislatuur om de hervormingen te doen.Daardoor gaan de verkiezingen niet over die
hervormingslijst, maar over de volgende beleidsperiode.
IV. Waarom zou die rigiditeit een probleem zijn?
Centrale vragen rond rigiditeit:
- Moeten staatshervormingen moeilijk of net makkelijk kunnen gebeuren?
- Moeten we de Grondwet snel kunnen aanpassen aan Europees recht?
→ Het probleem: er is politieke bereidheid, maar een formeel obstakel in de herzieningsprocedure
Daarom rijst de vraag:
- Moet het politieke systeem zich aanpassen aan de rigide herzieningsprocedure?
- Of moet de herzieningsprocedure zich aanpassen aan de noden van het politieke systeem?
Het antwoord is subjectief, maar je moet een gemotiveerde afweging maken op basis van deze elementen
V. Antwoord op discussievraag
Ik vind dat de procedure wel iets versoepeld mag worden, maar niet te veel.
De huidige regels zijn super strikt, met zowel een 2/3 meerderheid als tussentijdse verkiezingen en dat zorgt wel
voor stabiliteit en brede politieke steun. Dat is belangrijk, want het is niet wenselijk dat de grondwet om de
haverklap te veranderen. Het is belangrijk dat men de legitieme verwachtingen van het volk blijft waarborgen en
men de rechtszekerheid niet gaat schenden.
Maar tegelijk werkt het systeem in de praktijk niet ideaal: die verkiezingen geven bijna geen echte inspraak, en
soms is er politieke wil om iets aan te passen, maar botst men op de formaliteiten van de rigide procedure. Dan
voelt het alsof de procedure té star is en alsof het volk te weinig inspraak heeft. Ik vind het belangrijk dat de
grondwet aangepast blijft aan maatschappelijke evoluties, zoals LGBTQ+ en migratie.
Conclusie: niet afschaffen, niet volledig versoepelen, maar wel moderner maken zodat de Grondwet nog steeds
beschermd blijft en de burgers ook, maar wél kan meegroeien met belangrijke politieke en internationale evoluties
(zoals Europees recht). BIjvoorbeelde de procedure voor titel II moeilijker maken, maar wel versoepelen voor
institutionele bepalingen.
VRAAG 2: IS ER NOOD AAN EEN CRISISBEPALING IN DE GRONDWET IN GEVAL VAN EEN NOODTOESTAND DIE
TOELAAT OM AF TE WIJKEN VAN DE GRONDWET EN FUNDAMENTELE RECHTEN?
Veiligheidsplan N-VA:
2
, -
Tijdens de noodtoestand kunnen de bestuurlijke overheden bijvoorbeeld bijeenkomsten verhinderen,
huisarrest opleggen en propaganda verbieden.
- Zo kan de burgemeester rechtstreeks onderzoeksdaden vragen aan het parket, moeten hulpverleners
aanwijzingen van terrorisme melden, en mag de lokale politie filmen en schaduwen.
- De opname in de DNA-databank is momenteel beperkt tot een limitatieve lijst van zwaardere misdrijven.
Deze lijst moet worden uitgebreid naar lichtere feiten. Ook dient er te worden gekeken naar een
algemene of alomvattende databank van vingerafdrukken.
⇒ de kerngedachte: we hebben de grondwet niet geschreven voor uitzonderlijke tijden
I. Waarom zou zoiets nodig zijn? Wat zegt de Belgische grondwet hierover?
Afwijken van de grondwet is bv. In Spanje en Nederland reeds mogelijk.
In extreme situaties, zoals oorlogen en genocides, moet de overheid soms strenger en sneller ingrijpen dan
normaal, gewone regels zijn vaak te beperkt om de bevolking onmiddellijk te beschermen.
Het toestaan van zo’n crisis bepaling biedt een duidelijk juridisch kader waardoor men duidelijk kan vastleggen wat
de overheid kan/mag doen en hoe lang, om zo misbruik te voorkomen.
Wat met besluitwetten? Betekent dit dat je inhoudelijk mag afwijken van de grondwet?
- Cass. zegt dat men dat we het als formele wetten kunnen beschouwen in tijden van oorlog omdat het
parlement niet kon samenkomen door overmacht
- Op basis van wat heeft Cass. dit gezegd? Wat is dan de basis/grondslag van die besluitwet? Overmacht,
het is één van de manieren om toch te kunnen afwijken van de Grondwet (enkel als het echt onmogelijk is
om de Grondwet na te leven)
Doctrine van Hayoit de Termicourt
Hij verwijst naar het decreet van 18 november 1830, waarmee België zijn onafhankelijkheid uitriep.
→ Dit decreet stond boven de Grondwet (supra-constitutionele waarde).
→ Volgens hem mogen uitzonderlijke maatregelen buiten de Grondwet om genomen worden om het
voortbestaan van de staat te beschermen.
Raad van State: supra-constitutionele bepalingen zijn toegelaten indien de noodzakelijk zijn om in abnormale
omstandigheden het bestaan van de Natie te waarborgen
Voorwaarden voor zulke maatregelen volgens doctrine en RvS:
1. Het voortbestaan of de onafhankelijkheid van België moet echt in gevaar zijn.
→ Aanslagen zoals in Zaventem voldoen hier niet aan.
2. De maatregelen moeten tijdelijk zijn.
3. de maatregelen moeten gebaseerd zijn op een wet (niet zomaar door de uitvoerende macht).
Het toepassen van crisisbepalingen die evt. In strijd zijn mijn de grondwet zijn juist gericht op het waarborgen van
de democratie en ervoor te zorgen dat in zo’n noodtoestand de democratie niet wordt vernietigd.
II. In overeenstemming met internationaal (en Europees) recht?
Artikel 15 EVRM: In tijd van oorlog of in geval van enig andere algemene noodtoestand die het bestaan van het
3
, land bedreigt, kan iedere Hoge Verdragsluitende Partij maatregelen nemen die afwijken van zijn verplichtingen
ingevolge dit Verdrag, voor zover de ernst van de situatie deze maatregelen strikt vereist en op voorwaarde dat
deze niet in strijd zijn met andere verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht.
→ Crisis bepalingen zijn dus niet in strijd met het Europees recht als het gaat om tijden van oorlog of een andere
algemene noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt en ze niet verder gaan dan het strikt noodzakelijke
→ art 15 EVRM laat de deur open
MAAR België kan dit niet gebruiken voor de Grondwet, want art 187 GW! (business as usual - harde versie)
We zien dat de regering het met het “strikte niet afwijken” moeilijk heeft, want we willen een gecentraliseerd
optreden, want het moet snel gaan en men moet drastische maatregelen kunnen nemen in een noodsituatie
⇒ Het EVRM laat het toe, maar we kunnen er geen gebruik van maken, want de Grondwet zegt iets anders
III. Zijn er alternatieven die bij gebreke aan een uitdrukkelijke crisisbepaling toelaten om gepast op te
treden in het geval van een noodtoestand?
JA
1) Overmacht - BAU zachte versie
Het is in deze situatie onmogelijk om de grondwet na te leven, bv. Als gevolg van oorlogsomstandigheden
Wanneer hebben we dit gebruikt? Besluitwetten tijdens WO I:
- 1914. Verkiezingsjaar.
- 30 juli 1914. Kamer in staat van paraatheid voor naderende oorlog
- 4 augustus 1914. Vervroegde bijeenkomst nieuwe Kamer en Senaat. België in oorlog.
- Regering en parlement naar Antwerpen (Operagebouw)
- Oktober 1914: Val van Antwerpen ballingschap regering (nabij Le Havre)
- November 1914: Parlement is in de onmogelijkheid om bijeen te komen wegens de bezetting van België
- Besluitwetten: Koning en regering
Het Hof van Cassatie over de besluitwetten: aanvaardt de besluitwetten als formele weten wegens overmacht
(parlement kan niet bijeenkomen) en bijgevolg kan HvC niets over de inhoud van de wet zeggen, want kan enkel
toetsen (onschendbaarheid formele wetten)
2) Uitzonderingswetgeving - wettelijke accommodatie
Let op! Wettelijke accommodatie mag nog altijd niet in strijd zijn met de grondwet!
Voorbeelden:
- Bijzondere machtenwetten (cf p. 44 en 179-180): wetten waarbij het parlement een opdracht geeft aan
de regering om zelf op te treden en om een bepaald urgent doel te bereiken in o.a. Crisissituaties. De
regering (UM) heeft dan een verregaande macht (krachtens art 108 GW) om besluiten (geen formele
wetten!) te nemen en om evt. Bestaande wetgeving te wijzigen
- Besluiten hebben dus m.a.w. Uitzonderlijk de kracht om bestaande formele wetten te wijzigen,
maar wel binnen de perken van de grondwet
4