Thema 4. Sociale stratificatie/ mobiliteit
Toegepast: ongelijkheid in gezondheid,
economie en onderwijs
1. Inleiding: Inleiding: wat is sociale stratificatie?
Elk individu heeft binnen een sociale groep een bepaalde positie, die de
verhouding tot anderen bepaalt. Aan een positie zijn sociale rollen
verbonden met verwachtingsnormen, en er is sociale status: de
waardering die men krijgt van anderen.
Sociale stratificatie beschrijft hoe posities, rollen en status verdeeld zijn.
Dit kan leiden tot functionele differentiatie, maar vaak ook tot sociale
ongelijkheid, waarbij bepaalde groepen minder toegang hebben tot
gewaardeerde middelen of posities. Dit uit zich in taal van hoger/lager en
kan discriminatie veroorzaken. Sociale status is dynamisch en kan
veranderen, bijvoorbeeld bij leerkrachten, pastoors of politici.
2. Geschiedenis en soorten sociale stratificatie
Nomadische groepen kenden weinig functionele differentiatie (vaak
geslachtsgebonden) en weinig sociale stratificatie. Binnen zulke groepen
was er veel gelijkheid in rollen, inkomen, status en gezondheid. Met het
ontstaan van de landbouw begon ongelijkheid te ontstaan.
Door de geschiedenis heen bestaan er grote verschillen in sociale
organisatie. Enkele belangrijke systemen:
- Slavernij: In dit systeem is de tot slaaf gemaakte mens het bezit
van een eigenaar. Vaak bestaan er naast slavernij ook andere
stratificatiemechanismen voor vrije mensen. Slavernij was lang
wettelijk toegestaan, maar is vandaag illegaal, hoewel nog steeds
aanwezig via mensenhandel in sectoren zoals prostitutie,
huishoudhulp, bouw of textiel. Mensen zonder papieren kunnen
gedwongen worden tot dwangslavernij of schuldslavernij. Uitbuiting
is niet hetzelfde als slavernij, maar kan even afschuwelijk zijn.
- Standensamenleving: De samenleving is verdeeld in erfelijke
groepen, waarbij geboorte bepaalt tot welke stand iemand behoort.
Binnen de standen bestaat ook sociale stratificatie, en privileges zijn
vaak wettelijk verankerd. Historische hervormingen, zoals de
Amerikaanse onafhankelijkheid (1776) en de Franse Revolutie
(1789), schafte de formele standen af, maar lieten andere
ongelijkheden zoals slavernij vaak ongemoeid.
- Klassenmaatschappij: Hier geldt het idee van een open
samenleving, waarin sociale positie in theorie gebaseerd is op
, persoonlijke verdienste (meritocratie). Klassen worden gevormd door
groepen die eenzelfde positie innemen op belangrijke
maatschappelijke variabelen zoals inkomen, beroep, opleiding en
levensstijl. Ongelijkheden blijven bestaan, onder andere door
ongelijke toegang tot goederen en posities (bijv. gezondheid, macht,
arbeidsmarkt) en deels via generatie-overdracht.
Beleidsmaatregelen zoals juridische gelijkwaardigheid en
onderwijssteun (bijv. GOK-middelen) proberen gelijke kansen te
creëren, maar sociale ongelijkheid is niet volledig verdwenen en is
niet enkel het resultaat van persoonlijke keuzes.
3. Sociale stratificatie vandaag
- Sociale klasse: lang gemeten via vermogen en beroep
- Ondertussen: sterke nadruk op opleidingsniveau
- SES (Sociaal Economische Status): inkomen, beroepsstatus en
opleiding (+ arbeidsautonomie en arbeidszekerheid)
- Studie SCP (NL, 2023) ‘Eigentijdse ongelijkheid’: 7 sociale klassen
obv
o Economisch kapitaal (inkomen, opleiding, arbeidsmarktpositie)
o Cultureel kapitaal (leefstijl + houdingen (o.a.
muziekvoorkeuren, duurzame producten,…)
o Persoonskapitaal (o.a. gezondheid)
a. Gezondheidsongelijkheid (met racisme als extra casus)
Hoewel sommigen denken dat gezondheid of de dood de “grote
gelijkmaker” is, blijkt dat gezondheidsrisico’s ongelijk verdeeld zijn. De
WHO spreekt van “avoidable inequalities in health between groups of
people within […] and between countries”. Volgens Sciensano gaat het om
verschillen in gezondheidsrisico’s, gezondheidsgedrag, ziektevoorkomen,
ziekteprogressie, sterfte en toegang tot zorg en preventie. Zo bedroeg de
zuigelingensterfte in België in 2021 2,9‰, tegenover 120‰ in
Mozambique.
Gezondheid volgt een sociale gradiënt: ongezondheid correleert met
maatschappelijke indicatoren zoals inkomen, werkstatus, gender,
etniciteit, opleidingsniveau, woon- en werkomgeving, sociaal netwerk en
sociale status. Gezondheidsongelijkheden zijn multidimensionaal en
onderling verbonden.
Factoren die ongelijkheden veroorzaken zijn onder meer:
- Gezondheidsgedrag: roken, voeding, beweging, vaak beïnvloed door
cultuur en omgeving. Remedie: kennisverspreiding, nudging,
Toegepast: ongelijkheid in gezondheid,
economie en onderwijs
1. Inleiding: Inleiding: wat is sociale stratificatie?
Elk individu heeft binnen een sociale groep een bepaalde positie, die de
verhouding tot anderen bepaalt. Aan een positie zijn sociale rollen
verbonden met verwachtingsnormen, en er is sociale status: de
waardering die men krijgt van anderen.
Sociale stratificatie beschrijft hoe posities, rollen en status verdeeld zijn.
Dit kan leiden tot functionele differentiatie, maar vaak ook tot sociale
ongelijkheid, waarbij bepaalde groepen minder toegang hebben tot
gewaardeerde middelen of posities. Dit uit zich in taal van hoger/lager en
kan discriminatie veroorzaken. Sociale status is dynamisch en kan
veranderen, bijvoorbeeld bij leerkrachten, pastoors of politici.
2. Geschiedenis en soorten sociale stratificatie
Nomadische groepen kenden weinig functionele differentiatie (vaak
geslachtsgebonden) en weinig sociale stratificatie. Binnen zulke groepen
was er veel gelijkheid in rollen, inkomen, status en gezondheid. Met het
ontstaan van de landbouw begon ongelijkheid te ontstaan.
Door de geschiedenis heen bestaan er grote verschillen in sociale
organisatie. Enkele belangrijke systemen:
- Slavernij: In dit systeem is de tot slaaf gemaakte mens het bezit
van een eigenaar. Vaak bestaan er naast slavernij ook andere
stratificatiemechanismen voor vrije mensen. Slavernij was lang
wettelijk toegestaan, maar is vandaag illegaal, hoewel nog steeds
aanwezig via mensenhandel in sectoren zoals prostitutie,
huishoudhulp, bouw of textiel. Mensen zonder papieren kunnen
gedwongen worden tot dwangslavernij of schuldslavernij. Uitbuiting
is niet hetzelfde als slavernij, maar kan even afschuwelijk zijn.
- Standensamenleving: De samenleving is verdeeld in erfelijke
groepen, waarbij geboorte bepaalt tot welke stand iemand behoort.
Binnen de standen bestaat ook sociale stratificatie, en privileges zijn
vaak wettelijk verankerd. Historische hervormingen, zoals de
Amerikaanse onafhankelijkheid (1776) en de Franse Revolutie
(1789), schafte de formele standen af, maar lieten andere
ongelijkheden zoals slavernij vaak ongemoeid.
- Klassenmaatschappij: Hier geldt het idee van een open
samenleving, waarin sociale positie in theorie gebaseerd is op
, persoonlijke verdienste (meritocratie). Klassen worden gevormd door
groepen die eenzelfde positie innemen op belangrijke
maatschappelijke variabelen zoals inkomen, beroep, opleiding en
levensstijl. Ongelijkheden blijven bestaan, onder andere door
ongelijke toegang tot goederen en posities (bijv. gezondheid, macht,
arbeidsmarkt) en deels via generatie-overdracht.
Beleidsmaatregelen zoals juridische gelijkwaardigheid en
onderwijssteun (bijv. GOK-middelen) proberen gelijke kansen te
creëren, maar sociale ongelijkheid is niet volledig verdwenen en is
niet enkel het resultaat van persoonlijke keuzes.
3. Sociale stratificatie vandaag
- Sociale klasse: lang gemeten via vermogen en beroep
- Ondertussen: sterke nadruk op opleidingsniveau
- SES (Sociaal Economische Status): inkomen, beroepsstatus en
opleiding (+ arbeidsautonomie en arbeidszekerheid)
- Studie SCP (NL, 2023) ‘Eigentijdse ongelijkheid’: 7 sociale klassen
obv
o Economisch kapitaal (inkomen, opleiding, arbeidsmarktpositie)
o Cultureel kapitaal (leefstijl + houdingen (o.a.
muziekvoorkeuren, duurzame producten,…)
o Persoonskapitaal (o.a. gezondheid)
a. Gezondheidsongelijkheid (met racisme als extra casus)
Hoewel sommigen denken dat gezondheid of de dood de “grote
gelijkmaker” is, blijkt dat gezondheidsrisico’s ongelijk verdeeld zijn. De
WHO spreekt van “avoidable inequalities in health between groups of
people within […] and between countries”. Volgens Sciensano gaat het om
verschillen in gezondheidsrisico’s, gezondheidsgedrag, ziektevoorkomen,
ziekteprogressie, sterfte en toegang tot zorg en preventie. Zo bedroeg de
zuigelingensterfte in België in 2021 2,9‰, tegenover 120‰ in
Mozambique.
Gezondheid volgt een sociale gradiënt: ongezondheid correleert met
maatschappelijke indicatoren zoals inkomen, werkstatus, gender,
etniciteit, opleidingsniveau, woon- en werkomgeving, sociaal netwerk en
sociale status. Gezondheidsongelijkheden zijn multidimensionaal en
onderling verbonden.
Factoren die ongelijkheden veroorzaken zijn onder meer:
- Gezondheidsgedrag: roken, voeding, beweging, vaak beïnvloed door
cultuur en omgeving. Remedie: kennisverspreiding, nudging,