Thema 2: sociale structuur & institutionalisering
1. Wat is de sociale structuur
We onderscheiden:
- De culturele component: heeft te maken met verwachtingen die
mensen naar elkaar toe ontwikkelen
- De structurele component: heeft te maken met de vorm waarin
mensen met elkaar interageren
Een sociale structuur:
- het netwerk van sociale relaties dat zich tussen mensen ontwikkelt
- de samenhang tussen mensen, die de losse individuen overstijgt
- geen verzameling van lossen elementen maar een geheel
- het geheel is meer dan de som der delen
bv. De muur -> een hoop stenen
je kan zicht krijgen op de sociale structuur van een groepering van
personen door:
1) een analyse van:
- de interacties
- de houdingen tegen over elkaar
2) te kijken naar:
- hoe de sociale posities verdeeld zijn
- welke rollen er vervuld worden
2. Sociale groepen
- Groepering = algemene term voor mensen die op een of andere
manier samen horen.
- Dyade = kleinste sociale eenheid, met 2 personen (Simmel).
- Triade = sociale eenheid met 3 personen.
- Aantal mogelijke relaties in een groep = N × (N−1) / 2.
→ Hoe groter de groep, hoe meer relaties, maar:
o Minder directe kennis en vrijheid
o Meer indirecte kennis en onderlinge afhankelijkheid
(interdependentie)
- Figuratie = mensen die onderling samenwerken of met elkaar
verbonden zijn.
- Sociale structuur = het geheel van figuraties; het netwerk van alle
relaties samen.
, Soorten groeperingen: indeling volgens Merton
Sociale Aggregaat, Collectiviteit Groep
categorie , groepering van (Cooley)
groepering met mensen:
mensen;
zonder dat deze naar aanleiding Groter Veel interactie
elkaar kennen van één of ledenaantal
of in contact andere externe
komen met gebeurtenis.
elkaar
vaak zonder zonder dat zij Minder directe Veel
bewustzijn van op vlak van interactie gemeenschappeli
hun waarden en jke waarden en
lidmaatschap opvattingen normen
van deze soort veel gemeen
groepering hebben met
elkaar (wel op
basisniveau
zonder dat zij Wel Rechten en
op vlak van gemeenschappeli plichten omwille
waarden en jke van lidmaatschap
opvattingen doelstellingen,
veel gemeen waarden en
hebben met normen
elkaar
Een groep is meestal klein en duurzaam, een groep ontwikkelt vaak
gevoelens van samenhorigheid: gedeelde ID, groepsgevoel
Primaire groepen Secundaire groepen
De leden kennen en ontmoeten Kunnen groot of klein zijn
elkaar persoonlijk
Ze blijven gedurende een langere Een ledenwisseling brengt het
periode bestaan bestaan van de groep niet in
gevaar
Alle aspecten van het leven van de Niet de volledige persoon komt aan
1. Wat is de sociale structuur
We onderscheiden:
- De culturele component: heeft te maken met verwachtingen die
mensen naar elkaar toe ontwikkelen
- De structurele component: heeft te maken met de vorm waarin
mensen met elkaar interageren
Een sociale structuur:
- het netwerk van sociale relaties dat zich tussen mensen ontwikkelt
- de samenhang tussen mensen, die de losse individuen overstijgt
- geen verzameling van lossen elementen maar een geheel
- het geheel is meer dan de som der delen
bv. De muur -> een hoop stenen
je kan zicht krijgen op de sociale structuur van een groepering van
personen door:
1) een analyse van:
- de interacties
- de houdingen tegen over elkaar
2) te kijken naar:
- hoe de sociale posities verdeeld zijn
- welke rollen er vervuld worden
2. Sociale groepen
- Groepering = algemene term voor mensen die op een of andere
manier samen horen.
- Dyade = kleinste sociale eenheid, met 2 personen (Simmel).
- Triade = sociale eenheid met 3 personen.
- Aantal mogelijke relaties in een groep = N × (N−1) / 2.
→ Hoe groter de groep, hoe meer relaties, maar:
o Minder directe kennis en vrijheid
o Meer indirecte kennis en onderlinge afhankelijkheid
(interdependentie)
- Figuratie = mensen die onderling samenwerken of met elkaar
verbonden zijn.
- Sociale structuur = het geheel van figuraties; het netwerk van alle
relaties samen.
, Soorten groeperingen: indeling volgens Merton
Sociale Aggregaat, Collectiviteit Groep
categorie , groepering van (Cooley)
groepering met mensen:
mensen;
zonder dat deze naar aanleiding Groter Veel interactie
elkaar kennen van één of ledenaantal
of in contact andere externe
komen met gebeurtenis.
elkaar
vaak zonder zonder dat zij Minder directe Veel
bewustzijn van op vlak van interactie gemeenschappeli
hun waarden en jke waarden en
lidmaatschap opvattingen normen
van deze soort veel gemeen
groepering hebben met
elkaar (wel op
basisniveau
zonder dat zij Wel Rechten en
op vlak van gemeenschappeli plichten omwille
waarden en jke van lidmaatschap
opvattingen doelstellingen,
veel gemeen waarden en
hebben met normen
elkaar
Een groep is meestal klein en duurzaam, een groep ontwikkelt vaak
gevoelens van samenhorigheid: gedeelde ID, groepsgevoel
Primaire groepen Secundaire groepen
De leden kennen en ontmoeten Kunnen groot of klein zijn
elkaar persoonlijk
Ze blijven gedurende een langere Een ledenwisseling brengt het
periode bestaan bestaan van de groep niet in
gevaar
Alle aspecten van het leven van de Niet de volledige persoon komt aan