PENITENTIAIR RECHT
Prof De Breule, Beyens, Vanhouche, Pardon & Vanliefde De Keyser
VERKORTE BACHELOR CRIMINOLOGIE
,Inhoud
H1: Wat is penologie?................................................................................................... 3
1.1 Wat is penitentiair recht...................................................................................... 3
1.2 Welke straffen?.................................................................................................... 3
1.3 Definitie van een straf......................................................................................... 4
1.4 Een brede blik op bestraffing:............................................................................. 6
1.4 Penologie als multidisciplinaire wetenschap........................................................7
1.5 Een kritische penologie....................................................................................... 8
H2: De hoofdstraf....................................................................................................... 10
2.1 De doodstraf wereldwijd.................................................................................... 10
2.2 De doodstraf in Europa...................................................................................... 11
2.3 De doodstraf in België....................................................................................... 12
2.4 De doodstraf in de Verenigde Staten van Amerika............................................15
2.5 Visies op de doodstraf....................................................................................... 16
H3: Internering........................................................................................................... 18
3.1 De geschiedenis................................................................................................ 18
3.2 Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering................................................22
3.3 De praktijk......................................................................................................... 24
3.3.1 Geïnterneerde personen zonder verblijfsrecht...............................................25
H4: Strafdoelstellingen: penologische doelstellingen, recidive en effectiviteit van
straffen....................................................................................................................... 28
4.1 Waarom straffen we? PENOLOGISCHE BENADERING Snacken...........................28
4.2 Instrumentele doelstellingen: strafrechtstheorieën...........................................29
4.3 Instrumenten doelstellingen.............................................................................. 33
4.4 Intrinsieke doelstellingen................................................................................... 34
4..5 Organisationele doelstellingen.........................................................................34
4.6 Conflicterende doelstellingen tussen organisationele doelstellingen................35
4.7 Organisatorische en instrumentele en intrinsieke doelstellingen......................35
4.8 Conclusie........................................................................................................... 36
H5: Maatschappelijke benadering van bestraffing......................................................36
5.1 Bestraffing als maatschappelijke praktijk en keuze...........................................36
5.2 Maatschappelijke aspecten van penaliteit.........................................................38
H6: Het Belgische penitentiaire beleid.......................................................................46
6.1 Waar het begon voor 1830................................................................................ 46
6.2 Vanaf 1830: cellulair systeem........................................................................... 47
6.4 Het interbellum: positivisme en penitentiaire antropologie...............................49
1
, 6.5 Na WOII: Individualisering en resocialisering – discours en praktijk..................51
6.6 Vanaf 1980 – heden........................................................................................... 53
H7: Gevangenisbeleid (vervolg), gevangenisoverbevoing en enkele bijzondere
problematieken........................................................................................................... 60
7.1 Gevangenisoverbevolking : hoe kunnen we dit best aanpakken?.....................60
7.3 Een aantal bijzondere problematieken..............................................................67
H8: Europese detentiestandaarden en monitoring.....................................................69
8.1 Raad van Europa............................................................................................... 69
8.2 Europees Verdrag voor de rechten van de Mens...............................................70
8.3 EHRM................................................................................................................. 72
8.4 Internering – EHRM............................................................................................ 73
8.3 Europees Verdrag ter preventie van foltering en onmenselijke of vernederende
behandeling of bestraffing...................................................................................... 75
8.4 Samenspel EHRM & CPT.................................................................................... 78
8.5 European prison rules........................................................................................ 80
H9: Detentiebeleving en leefklimaat..........................................................................81
9.1 Ervaringen in detentie....................................................................................... 81
9.2 Deprivatie en importatie – een introductie tot de gevangenensociologie.........82
9.3 Leefklimaat........................................................................................................ 86
9.4 Nieuwe, recente ontwikkelingen........................................................................87
9.5 Conclusie........................................................................................................... 93
H10(+11): Basiswet gevangeniswezen en rechtspositie gedetineerden....................93
10.1 De interne rechtspositie van gedetineerden: het ontstaan van de Basiswet van
12 januari 2005....................................................................................................... 93
10.2 Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de
rechtspositie van de gedetineerden........................................................................98
10.3 Orde, veiligheid en gebruik van dwang.........................................................105
10.4 Decreet 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening
aan gedetineerden, BS 11 april 2013....................................................................108
Verplichte literatuur............................................................................................... 110
H12 (+13): Van binnen naar buiten: externe rechtspositie van veroordeelden........111
12.1 Uitgangspunt van Wet op externe rechtspositie............................................111
12.2 Van waar komen we? Geschiedenis...............................................................111
12.3 Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een
vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de
strafuitvoeringsmodaliteiten................................................................................. 113
12.4 Beslissingen MINISTER VAN JUSTITIE (MvJ): onderdeel standaardregime, voor
alle veroordeelden................................................................................................. 116
H12: Van binnen naar buiten: externe rechtspositie van veroordeelden (DEEL2).....122
2
, 12.6 Gevangenisstraffen 3 jaar of minder.............................................................127
Beleidsverklaring Minister van Justitie Van Quickenborne.....................................128
12.7 Strafuitvoeringsrechter.................................................................................. 128
12.8 Reflecties, cijfers, praktijk............................................................................. 130
EXAMEN.................................................................................................................... 135
H1: WAT IS PENOLOGIE?
De sociaalwetenschappelijke studie van (staats)bestraffing
De uitvoering en toepassing van de straffen door de overheid
Wat doen actoren in de praktijk, wat doet een gevangenisdirecteur?
Hoe beleven de mensen in de gevangenis hun detentie
Belonings- en bestraffingspraktijken zijn onderdeel van menselijke
interacties en de bredere samenleving
Boodschap: wat vinden we aanvaardbaar en onaanvaardbaar in menselijke
relaties?
Bestraffing door de overheid, gelinkt aan het Strafrecht
Juridisch perspectief + Theoretisch-empirisch perspectief
1.1 WAT IS PENITENTIAIR RECHT
Penitentiair recht = geheel van juridische normen i.v.m. de behandeling van
gedetineerde personen
2 belangrijke wetten v/h penitentiair recht:
Interne rechtspositie: Basiswet Gevangeniswezen, 2005
rechten van gedetineerden tijdens detentie
Externe rechtspositie: Wet Externe Rechtspositie, 2006
regeling van de overgang van binnen naar buiten de gevangenis
penitentiair verlof, ET of voorwaardelijke invrijheidsstelling
(vroegere wet Le jeune)
In de toekomst: Strafuitvoeringswetboek?
1.2 WELKE STRAFFEN?
Strafrecht
Wetgever bepaalt de misdrijven en mogelijke straffen per misdrijf
Rechtbanken (strafrechters/strafrechtbanken) passen wetten toe:
schuld/onschuld + welke bestraffing?
Uitvoerende macht staat in voor de uitvoering van de straffen
Strafwetboek 2024
Vrijheidsbenemende straffen
Gevangenisstraf
Behandeling onder vrijheidsberoving (ten vroegste vanaf 1 januari 2035)
Vrijheidsbeperkende straffen
Straf onder elektronisch toezicht
Probatiestraf
Werkstraf
Vermogensstraffen
3
, Geldboete
Verbeurdverklaring
Geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf
behaalde voordeel
Veroordeling bij schuldigverklaring
Bijkomende straffen (naast de hoofdstraf)
Geldboete
Verbeurdverklaring
Geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf
behaalde voordeel
Verlengde opvolging (ten vroegste vanaf 1 januari 2035)
Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten (bv. recht om
verkozen te worden)
Beroepsverbod
Verval van het recht tot sturen
Verblijfs-, plaats- of contactverbod
Opschorting van de uitspraak van de veroordeling (1-5 jaar)
Kan worden herroepen bij een nieuwe veroordeling tot gevangenisstraf
van minstens 6 maanden
Uitstel (volledig of gedeeltelijk) van de tenuitvoerlegging van de straf (1-5
jaar)
De strafuitvoering wordt uitgesteld, hieraan worden voorwaarden
gekoppeld
Moet worden herroepen bij een nieuwe veroordeling tot gevangenisstraf
zonder uitstel van meer dan 18 maanden
Kan worden herroepen bij een nieuwe veroordeling tot een
gevangenisstraf zonder uitstel van ten hoogste 18 maanden
Kan met voorwaarden opgelegd worden, dan is er sprake van een
probatie-uitstel
Kan worden herroepen in geval van een ernstige niet-naleving van de
probatievoorwaarden
Cijfers
Overbevolking (!)
Nieuwsblad (8 september 2025): “De totale capaciteit bedraagt 11.040 cellen,
waarvan 10.433 bruikbaar. Met 13.075 aanwezige gedetineerden betekent
dat ruim 2.600 personen boven de infrastructuurcapaciteit.”
“In totaal zijn er 282 grondslapers, zes meer dan een week eerder.”
1.3 DEFINITIE VAN EEN STRAF
1.3.1 Juridische definitie
Niet bepaald in het strafwetboek
Definitie van Hof van Cassatie = leedtoevoeging, door een wet bepaald, als
sanctie voor een misdrijf (opgelegd door de rechterlijke macht)
Vrijheidsbeperkende straffen: de rechter kan beslissen om louter
voorwaarden op te leggen op de positieve ontwikkeling van de veroordeelde
(bv. het volgen van een begeleiding, het volgen van een opleiding)
Rechters zien dit als een gunst: de opschorting, werkstraf, want dit is niet de
echte straf, dit voegt geen hard leed toe
4
, Vrijheidsbeperkende of ‘gemeenschapsgerichte’ straffen worden regelmatig
door rechters als ‘gunsten’ beschouwd en omschreven, eerder dan als een
‘echte straf’
1.3.2 Empirische vaststellingen
Ervaringen van betrokkenen (!)
Je moet leed gaan zien als een persoonlijke ervaring van pijn voortkomend
uit bestraffing
Hayes (2018): subjectivistisch element toevoegen aan de definitie van
bestraffing
Leed als een persoonlijke ervaring van fysieke, psychologische en/of
emotionele pijn, voortkomend uit de bestraffing door een strafrechtelijke
actor.
Durnescu (2011): ‘pains of probation’
Verschillende vormen van leed en vrijheidsbeperkingen die aan straf
verbonden zijn
Deprivatie van autonomie (bv. strikte tijdsschema’s)
Je moet maandelijks naar je therapie, drugstesten afnemen, gehoor geven
aan justitieassistenten
Financiële kosten (bv. voor vervoer)
Stigmatiserende effecten van de straf zoals schaamte
Het meermaals herinnerd worden aan het misdrijf
De vervangende gevangenisstraf hangt nog boven het hoofd van de
betrokkene, het moeten wachten op de uitvoering van de straf
Begeleiding en opvolging door de justitieassistent (coercive caring;
Bottoms, 1980)
Alternatieve, gemeenschapsgerichte straffen hebben ook een grote impact!
Ervaringen van betrokkenen (!)
Individuele verschillen
Eerder controlerende ervaring Eerder helpende ervaring
Positieve aspecten van gemeenschapsgerichte straf
Het bieden van ondersteuning bij het stoppen met criminaliteit
Het creëren van structuur in iemands leven
Het aanleren van prosociale (niet-criminele) probleemoplossende
vaardigheden
Het bieden van een prosociaal netwerk (vangnet)
…
Discussies over de definitie
Van Stokkom (2023): intentionele leedtoevoeging is te zeer verbonden met
noties zoals wraak, onderwerping en vijandigheid Humane waarden in een
democratische samenleving
Pleit voor een constructieve definitie
Verplichting gaat gepaard met verantwoordelijkheidszin
Herstel en zelfherstel gaat gepaard met inspanningen
5
, Moeten we niet meer evolueren naar een definitie van straf in lijn met de
humane waarde en democratische samenleving
Constructieve definitie van bestraffing is nodig: “Straf is terechtwijzen en ter
verantwoording roepen en gaat vergezeld met het opleggen van een
inspanningsverplichting die verantwoordelijkheidszin stimuleert” (Van
Stokkom, 2023: 81)
Herstel (t.a.v. slachtoffers en t.a.v. de samenleving)
Zelfherstel (gedragsverandering en moreel leren)
Uiteraard gaat een inspanningsverplichting gepaard met
vrijheidsbeperkingen en is verantwoordelijkheid opnemen en moreel leren
uitdagend, maar de focus verschuift weg van leed
1.4 EEN BREDE BLIK OP BESTRAFFING:
Niet enkel de straffen opgelegd door de rechter zijn penologisch relevant, er zijn ook
andere vormen van bestraffing of leedtoevoeging door de overheid (!)
Maatregelen, sancties, administratieve afhandelingen, …
Voelt ook als doing time aan, voelt bestraffend aan, punitieve karakter van de
maatregel
Niet-toerekeningsvatbaarheid door geestesstoornis: Internering als
maatregel
(maar vrijheidsberoving in forensisch psychiatrische centra is mogelijk)
Indien je niet verantwoordelijk bent voor je daden, kan je niet bestraft
worden maar kan er een maatregel opgelegd worden
Vrijheidsberoving, excessief gebruik van dwangmaatregelen kunnen als
bestraffend ervaren worden
VB: isolatieruimte, fixatie, lichaamsfouillering, dwangmedicatie
Niet-toerekeningsvatbaarheid door minderjarigheid: Jeugdhulpverlening (-12
jaar) en sancties voor jeugddelict
+12 jaar, gaande tot ‘gesloten begeleiding in een afdeling van een
gemeenschapsinstelling’
Gevoel van doing time bij jongeren
Idee dat er een zekere gevaarlijkheid van de dader uitgaat, de maatschappij
beschermd moet worden en/of de betrokkene zelf hulp en zorg nodig heeft
Mystificerende kracht van juridische taal (Van de Kerchove, 1977): verhult het
strafkarakter + risico dat rechtswaarborgen aan de kant worden geschoven
Buitengerechtelijke afhandelingsmogelijkheden door strafrechtelijke actoren
Politie: onmiddellijke inning van een geldsom
VSGB
Openbaar ministerie: minnelijke schikking + bemiddeling en maatregelen
(therapie, opleiding, dienstverlening / bemiddeling met slachtoffer),
seponeren van zaak
Punitieve en/of preventieve aanpak door andere overheidsactoren
Gemeentelijke administratieve sanctie (GAS-boete)
Andere domeinen, bv. immigratiecontrole
Dententiecentrum waar mensen zonder papieren in afwachting tot
repatriëring verblijven
Penaliteit
6
, Garland (1985): penologen bestuderen meer dan bestraffing op zich
bestuderen ze penale systemen? Lijkt te suggereren dat het
strafrechtssysteem een monolithisch geheel vormt met één duidelijke
doelstelling waar alle actoren samen naartoe werken (‘strafrechtsketen’)
Conflicterende doelstellingen
EXAMENVRAAG: verschillende doelstellingen in de strafrechtsketen
Bredere blik: ook kijken naar hoe er over bestraffing gesproken wordt
(‘werkstrafjes’), hoe bestraffing wordt weergegeven in media en politieke
beleidsdiscoursen, …
Penaliteit = het geheel van het penale complex, inclusief de wetten, het
repertoire aan sancties, de instellingen en instanties van rechtshandhaving,
maar ook de praktijken, de retoriek van symbolen en beelden en de
gehanteerde discoursen (op verschillende plaatsen en ten aanzien van
verschillende doelpublieken), de rituele procedures en performances (Garland,
1990: 17; 2013: 476).
En dit binnen de historische context, met oog voor sociologische en
politieke omstandigheden
1.4 PENOLOGIE ALS MULTIDISCIPLINAIRE WETENSCHAP
Multidisciplinariteit
Bij penologie gaan we gebruik maken van verschillende domeinen
Verschil met strafrecht (‘law in books’) Law in action
Kaminski (2015): Action with law, de mens gaat werken met de wet
(structuren, organisatieculturen, individuele kenmerken)
Beyens (2000): Straffen als sociale praktijk, bestraffing bestuderen door te
kijken naar de actoren en hoe die inwerken op elkaar
“Rendez-vous wetenschap” (Downes, 2000)
Recht: ‘law in books’
Filosofie
Geschiedenis
Sociologie
Psychologie
Politieke wetenschappen
Economie
Ethiek
Mediastudies
Op microniveau
Hoe actoren in het strafrechtssysteem handelen, o.a. beslissingsprocessen
VB: Rechters, gevangenisbewaarders, justitieassistenten,
strafuitvoeringsrechtbanken, …
Voorlopige hechtenis als preventieve, niet-bestraffende maatregel ca.
40% van de gevangenispopulatie, onderzoeksrechters gebruiken dit soms
als ‘bestraffend’, ‘schokeffect’
Christie (1981: 15) over handboeken strafrecht: “Hoe straffen pijn doen, hoe
het voelt, het lijden en het verdriet; dat zijn elementen die meestal volledig
ontbreken in die teksten”
Beleving van de bestraffing
‘Pains of imprisonment’ (Sykes, 1958)
7
, Op mesoniveau
Hoe actoren in het strafrechtssysteem handelen, o.a. beslissingsprocessen
Multi-agency perspectief
Actoren in het strafrechtssysteem handelen nooit op zichzelf, hoe gaan de
verschillende actoren met elkaar samenwerken
VB: de rechter neemt het verslag van de justitieassistent mee in diens
beslissing; de justitieassistent anticipeert op basis van ervaring reeds
hierop bij het schrijven van het verslag
Straffen -3 jaar werden niet in de gevangenis uitgevoerd: rechters leggen
straffen van 3 jaar en 1 dag of 37 maanden op
Op macroniveau
Filosofisch denken over bestraffing
‘Effectiviteitsstudies’ op geaggregeerd niveau Vaak focus op
recidivebeperkende werking
Relatie tussen bestraffing en de historische, sociale, culturele en politieke
context waarbinnen deze bestraffing wordt opgelegd en uitgevoerd
1950-1960: penal welfarism Behandeling en begeleiding van daders
1980-1990: neoliberale tendensen Responsabilisering, risicobeheersing
Verschillen in detentieratio’s
Aantal gedetineerde personen per 100.000 inwoners
1.5 EEN KRITISCHE PENOLOGIE
Onderbouwde analyses en kritieken
Leren om onderbouwd kritiek te hebben op stellingen
3 voorbeelden:
“Zwaardere straffen zorgen voor minder recidive”
Consensus: in vergelijking met gemeenschapsgerichte straffen hebben
vrijheidsbenemende straffen geen effect op het verminderen van recidive
(Lange) gevangenisstraffen hebben vaak schadelijke neveneffecten en kunnen
zelfs criminogeen zijn
Verlies van werk
Verlies van woonst
Doorbreken van sociale contacten en relaties
Verlies van autonomie
Stigma na vrijlating
Aanwezigheid van drugs tijdens detentie
Een belangrijke doelstellingen in de Basiswet Gevangeniswezen is het
vermijden van detentieschade
Een opsluiting brengen pains met zich mee maar de schade die
gevangenisstraf moet vermeden worden
Overbevolkte gevangenissen, personeelstekort dus gebrek aan zinvolle
dagbesteding of gepaste begeleidingen
Worden de beleidsintenties wel behaald?
Veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM):
onmenselijke behandeling
Doelstelling wordt niet bereikt!
8
, “Gemeenschapsgerichte straffen als alternatieve straffen”
Jaren 1990: uitbreiding van ‘alternatieve straffen’, zoals
dienstverlening/werkstraf
Gevangenisstraf nam niet af (!)
Cohen (1979): Net-widening
Alternatieven blijken helemaal geen alternatieven te zijn, maar nieuwe
interventies die het bestaande systeem aanvullen of uitbreiden door
nieuwe groepen in het justitiële systeem op te nemen.
9