• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 206 pages
Resume

Samenvatting - Wereldgeschiedenis van België (UA_1000PSWSPG2425)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 206 pages

Deze uitgebreide samenvatting van het vak Wereldgeschiedenis van België , gedoceerd door professor Greefs en professor Van Damme bestaat uit de volledige leerstof (H1 - H9) en besproken mogelijke examenvragen. Het biedt een duidelijke structuur met uitleg bij onduidelijke begrippen. De samenvatting is geschikt voor studenten in de opleiding SEW, Politieke Wetenschappen, Communicatiewetenschappen en Sociologie

Aperçu du contenu

WERELDGESCHIEDENIS V BELGIË

INLEIDING
1. Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te werk?

-​ Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter begrijpen
-​ Geschiedenis = houvast
+ richtsnoer voor mens en maatschappij
⇒ bepaalde herinneringen “levend” houden
+ voor groepsvorming/identiteitsopbouw

-​ Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel:
⇒ Hoe kreeg de hedendaagse samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het
verleden?
+​ OOK reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigen tijd omdat
wie over het verleden schrijft niet losstaat van het NU

MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
-​ weinig rekening gehouden
-​ (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden
-​ eenvoudig afgeschilderd als ‘slechte’ of juist ‘beter’ dan vandaag
(modernistische vs nostalgische reflex)

-​ Belangrijk om te onthouden:
Het verleden wordt vaak BETER of SLECHTER voorgesteld



1.1 Veelvuldig gebruik/misbruik vd geschiedenis

Geschiedenis gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
-​ Via monumenten, beelden, naamgeving, etc.
-​ Via films, romans, documentaires, musea,etc
-​ Via consumptiemaatschappij
bv. parfum fles met nummer 4711 op
→ nummer verwijst nr het adres van de parfummaker in de 18de eeuw
​ ​ → geschiedenis verbonden aan bedrijfsidentiteit
⇒ idee dat bedrijf dat al lang bestaat een goed bedrijf is

1.2 Kritische studie vh verleden
-​ Geschiedenis is overal aanwezig
-​ Het verleden is niet hetzelfde als de wijze hoe dat mensen nadenken & spreken over
dat verleden
​ ​ → geschiedenis w vaak herschreven
​ ​ → iedereen heeft zijn eigen interpretatie
​ ​ → veranderen mee met de tijd (sociale en culturele constructies)



1

,VERSCHIL VERLEDEN & GESCHIEDENIS:

1.​ VERLEDEN
= hetgene dat voorbij is, hetgene dat is gepasseerd

2.​ GESCHIEDENIS
= kan dezelfde betekenis hebben
+​ de wetenschap die het verleden beschrijft
→ wetenschap is veranderlijk (hoe we naar dat verleden moeten kijken)
→ het verleden w herschreven door elke nieuwe generatie historici


⇒ Het toe-eigenen van het verleden gaat vaak gepaard met een misleidend, vervalst of
doelgericht gebruik ervan, ten dienste van hedendaagse politieke, ideologische,
commerciële, religieuze of identitaire doeleinden

bijvoorbeeld:
-​ Marnix Beyen in DM 7/1/2014
(‘Het nazispook van De Wever en Moureaux maakt van de geschiedenis opnieuw
een hoer en huurling’):

“Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het
verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen doorzichtige
analogieën, vergelijkingen en een-op-eenrelaties worden getoverd.”

⇒ Het is niet omdat de Wever veel van de geschiedenis kent dat hij een correct
beeld van het verleden weergeeft
bv. premier de wever → foute keuze v adelaar die facistisch beeld weergeeft →
verwijst naar Benito Mussolini


-​ Vlaamse identiteitsvorming in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd
= door de conflicten die in de loopgraven plaatsvonden waarbij de Nederlandstalige
Belgen in het nadeel waren kwam er miscommunicatie en een gevoel van
onrechtvaardigheid
→ WOI = belangrijke katalysator


-​ ‘INVENTED TRADITION’
= 11 juli 1302 → Guldensporenslag (veldslag) vond plaats
MAAR
de wijze waarop die is geïnterpreteerd (communautaire strijd) blijkt fout te zijn
geweest het was niet tussen franstalige en vlaamstalige

→ het waren eerder de sociaal economische scheidingstrijden met een klassenstrijd
​ ​ ​ ​ ​ II
vertegenwoordigers vd ambachten zag je in conflict gaan tegen de toenmalige elites
⇒ nationale feestdag


2

, -​ een ‘afgedankte’ herinnering?
→ herinneringen die steeds onderdeel uitmaken ve machtsstrijd kunnen die ook
afgedankt geraken?

⇒ bepaalde ideologische doeleinden kunnen verdrongen w door andere
ideologische doeleinden
bv. congres in brussel dat verwijzing was naar de arbeid rond 1830 uit grondwet
herschrijven = herinneringen aan constitutionele arbeid
MAAR vandaag hervormd naar manier om WOI in herinnering te brengen


HOE KIJKEN WIJ NAAR HET VERLEDEN?

-​ graad v gestudeerdheid
→ meer rationeel wereldbeeld
+​ nemen meer zaken in overweging / wegen zaken meer met elkaar af
+​ positiever over eigen toekomst (bv. kansen op arbeidsmarkt) / je wilt
ontwikkelen
​ ​ ⇒ door te studeren investeer je in de toekomst

-​ religieuze mensen staan positiever tov de toekomst (bv. geloven in het hiernamaals)

-​ jongere mensen staan positiever tov de toekomst & willen weg v het verleden

-​ maar ook willen sommige terug naar het verleden
bijvoorbeeld: make america great AGAIN
→ verwijst naar dat er in het verleden iets groots afspeelde en we terug
proberen dat groots te vinden
​ ​ → ook in Belgie komt dit voor (NVA)




ROL VAN HET VERLEDEN IN DE VERKIEZINGEN:

-​ populistische partijen zullen positieve retoriek gebruiken ivm verleden om kritiek te
geven op huidige maatschappij

-​ status quo
→ Conservatieve politiek richt zich op het behoud van bestaande structuren,
waarden, tradities en instellingen. In plaats van grote veranderingen of hervormingen
door te voeren




3

, ROL VAN HET VERLEDEN IN DE VERKIEZINGEN:

-​ trump “ending radical indoctrination in k-12 schooling”
II
​ ​ w aan radicale indoctrinatie gedaan
→ richt vooral peilen naar geschiedenis leerkrachten die vertellen over de
burgerrechtenbeweging, racisme, slavernij, segregatiewetten,voortwoekerend
racisme
MAAR
→ ook tegen geschiedenisleerkrachten die de geschiedenis proberen meer
vrouwelijk te maken
⇒ wilt de geschiedenis mannelijk en wit houden
bijvoorbeeld:
het recht op abortus mag niet onderwezen worden aan leerlingen onder de 12 jaar
​ ​ → vergelijkbaar met 19de eeuwse religieuze scholen waarin dat het verboden
was om over Darwin te vertellen


GESCHIEDENIS ALS ACADEMISCHE REFLECTIE:

-​ Kritische studie van het verleden
-​ Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
→ Belang van betrouwbare informatie
→ Zoeken en vinden (heuristiek)
-​ Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- data kennis nooit doel op zich
-​ Geen passieve opleiding ('papegaaien') → zelf actief op zoek gaan
(ondernemingszin)
-​ Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
-​ kritische omgang met de sociale werkelijkheid
⇒ neem nooit zomaar iets voor waar aan


GESCHIEDMETHODE IN 3 STAPPEN:
= wetenschappelijke, kritische interpretatie of reconstructie van gebeurtenissen of feiten
(narratief)




Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
→ gaan bv boeken v historici verwarren met boeken v romanschrijvers zoals bv. bij WIL
→ DE geschiedenis bestaat niet


4

Table des matières

  1. 01 INLEIDING 1
  2. 02 1. Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te werk? 1
    1. 1.1 Veelvuldig gebruik/misbruik vd geschiedenis 1
    2. 1.2 Kritische studie vh verleden 1
  3. 03 2. Nut van deze cursus? Inhoud en uitgangspunten? 9
    1. 2.1 Het tijdvak: het ontstaan van de ‘moderne’ samenleving 9
    2. 2.2 De ruimte: een wereldgeschiedenis van België 13
    3. 2.3 De historische benadering; een verstrengelde geschiedenis 14
    4. 2.4 De achtergrond: de geschiedenis als sociaal-wetenschappelijke discipline 15
  4. 04 H1 24
  5. 05 INLEIDING 24
  6. 06 1.​De studie van de demografische ontwikkelingen in het verleden 24
    1. 1.1. De historische demografie 24
    2. 1.2. Het historisch bronnenmateriaal 27
    3. 1.3 De hoofdrolspelers van de demografie 28
    4. 1.4 De evolutie van de wereldbevolking in de long-run 32
    5. 1.5 Thomas Robert Malthus of de onafwendbaarheid van catastrofes 33
  7. 07 2. Krijtlijnen van de demografische ontwikkelingen voor 1750 35
    1. 2.1 Structurele en catastrofale mortaliteit 35
    2. 2.2 Geboorte en fertiliteit 36
    3. 2.3 De nuptialiteit en het West Europese huwelijkspatroon 36
  8. 08 3. Demografische ontwikkelingen tijdens de lange negentiende eeuw 38
    1. 3.1 De omvang van de bevolking 38
    2. 3.2 De demografische transitie 38
    3. 3.3 De mortaliteit en levensverwachting 39
    4. 3.4 De nataliteit en nuptialiteit 42
  9. 09 4. Van “babyboom” tot tweede demografische revolutie tijdens de 20ste eeuw 44
    1. 4.1 De bevolkingsomvang: naar nulgroei 45
    2. 4.2 Dalende mortaliteit en gestegen levensverwachting 45
    3. 4.3 Daling van de nataliteit vanaf het midden van de jaren 1960 46
  10. 10 H2 49
  11. 11 Het staatsvormingsproces en de opkomst van de natiestaat 49
  12. 12 1.​Van oude naar nieuwe politiek constellaties 49
  13. 13 2.​ De politieke ontrafeling van het feodalisme in de Zuidelijke Nederlanden 51
    1. 2.1 staatsvorming voor circa 1750 51
    2. 2.2 Verlicht despotisme onder Oostenrijks bestuur 54
  14. 14 3.​ Van soevereine vorst naar soevereine natie 55
    1. 3.1 ‘Depersonalisering’ van de macht 55
    2. 3.2 Theorie van het sociaal contract 56
    3. 3.3 Nationalisme 59
  15. 15 4. De opkomst van de Belgische natiestaat 63
    1. 4.1 Omvorming naar liberale natiestaat: Franse invloed 63
    2. 4.2 Omvorming naar liberale natiestaat: Nederlandse invloed 65
    3. 4.3 Revolutie en nieuwe, Belgische natiestaat → Belgische revolutie 66
  16. 16 5. De opkomst van het Vlaams nationalisme 67
    1. 5.1 De situatie voor WO1 67
    2. 5.2 Stroomversnelling van WO2 70
    3. 5.3 De aanpassing van de staatstructuren na WO2 70
  17. 17 H3 73
  18. 18 Democratisering en burgerschap 73
  19. 19 1.​Democratisering, burgerschap en de ontwikkeling van een publieke sfeer 73
    1. 1.1 Democratisering en burgerschap 73
    2. 1.2 Democratisering en burgerschap: de Franse revolutie 73
    3. 1.3 Burgerschap en de ontwikkeling van een ‘civil society’ 75
  20. 20 2. De CASUS BELGIË: Van unionisme naar groeiende tegenstellingen 77
    1. 2.1 Grondwet 1831 77
    2. 2.2 Een democratische constitutie? 78
    3. 2.3 Grondwet 1831: cijnskiesstelsel 78
    4. 2.4 Belgie als liberale burgerstaat 79
    5. 2.5 De Particratie: welke blokken? 80
    6. 2.6 De totstandkoming van Belgie als liberale burgerstaat 81
    7. 2.7 De situatie in België: schoolstrijd 81
  21. 21 3. De periode van democratisering 82
    1. 3.1 Strijd om algemeen stemrecht 82
    2. 3.2 Eerste compromis in 1893 83
    3. 3.3 Algemeen meervoudig stemrecht 1893 83
    4. 3.4 Uitbreiding kiesrecht: opkomst van massapartijen 84
    5. 3.5 Strijd om algemeen enkelevoudig stemrecht 84
    6. 3.6 En de VROUWEN? 85
    7. 3.7 Kiesrecht voor vrouwen 86
  22. 22 4. De periode na de Tweede Wereldoorlog 86
    1. 4.3 Een verdere verruiming dankzij de leeftijdsgrens… 86
    2. 4.4 Actuele discussiepunten 86
  23. 23 H4 88
  24. 24 Sociale ongelijkheid en sociaal beleid in historisch perspectief 88
  25. 25 1.​Sociale ongelijkheid in een langetermijnperspectief 89
    1. 1.1 Denken over sociale ongelijkheid 89
    2. 1.2 Sociale ongelijkheid in de pre industriële periode 91
    3. 1.3 Sociale ongelijkheid tijdens de twintigste eeuw 91
  26. 26 2.​Armoede en sociale zorg 93
    1. 2.1 Armoede en kwetsbaarheid: begripsbepaling en oorzaken 94
    2. 2.2 Sociaal beleid als uitdrukking van ongelijke machtsverhoudingen 96
  27. 27 3.​Informele zorgarrangementen in historisch perspectief 97
    1. 3.1 Informele zorg: Familie en verwanten 97
    2. 3.2 informele zorg: Solidariteitsmechanismen in de buurt 97
    3. 3.3 Allerhande vormen van overlevingsstrategieën: en de armen? 97
  28. 28 4. Formele zorgverlening in historisch perspectief 98
    1. 4.1 De lokale organisatie van de armenzorg 98
    2. 4.2 Een groeien de inmenging vanwege de centrale overheden 98
    3. 4.3 Meer aandacht voor de sociale kwestie en de uitbouw van het stelsel van sociale verzekeringen 99
    4. 4.4 De uitbouw van de welvaartsstaat: geïnstitutionaliseerde solidariteit 100
  29. 29 H5 106
  30. 30 Wereldhandel, kolonialisme en neokolonialisme: De casus Congo 106
  31. 31 1.​Imperialisme en de ‘verdeling’ van de wereld 106
    1. 1.1 Het koloniaal systeem voor 1800 106
    2. 1.2 Het moderne imperialisme 111
    3. 1.3 Oorzaken van het moderne imperialisme? 113
  32. 32 2. België en Congo 115
    1. 2.1 Oorsprong; historisch toeval 115
    2. 2.2 Congo vrijstaat (1885-1908) 117
    3. 2.3 Belgisch Congo (1908-1945) 120
  33. 33 2.4 Een modelkolonie? (1945-1960) 123
  34. 34 3. Het postkoloniale tijdperk: een conclusie 124
  35. 35 H6 126
  36. 36 Industrialisering en groei 126
  37. 37 inleiding 126
  38. 38 1.​inleiding: de economische transitie 127
  39. 39 2. De eerste industrialisering en de impact op economische ontwikkeling, 1780-1860 130
    1. 2.1 De groeisectoren 130
    2. 2.2 Industrialisering op het continent 130
  40. 40 3. Van tweede industrialisering golf naar “sociale revolutie”, 1870-1944 135
    1. 3.1 ‘Tweede’ industriële revolutie 135
    2. 3.2 Snelle verspreiding N-W Europa 135
    3. 3.3 Een tweede technologisch-mechanische revolutie 135
    4. 3.4 Industriële productie in een aantal Westerse landen, 1860-1913 (1913 = 100) 136
    5. 3.5 VS en Duitsland: nieuwe industriële leiders 137
    6. 3.6 De industriële expansie in België 138
    7. 3.7 Een volgehouden economische groei 139
    8. 3.8 De economische ontwikkeling 1870-1944 139
    9. 3.9 Transformatie van het kapitalisme 140
    10. 3.10 Toegenomen arbeidsproductiviteit 141
    11. 3.11 Nieuwe benadering arbeid 141
  41. 41 4. Het interbellum en de naoorlogse periode 142
    1. 4.1 De economie tijdens het Interbellum 142
    2. 4.2 ORGANISATIE VAN DE ECONOMIE: overheidsingrijpen in het Westen 143
    3. 4.3 Overgang naar “Georganiseerd kapitalisme” 144
    4. 4.4 Naoorlogse economische groei 144
  42. 42 4.​De periode na 1973 145
    1. 4.1 Na 1973: crisis en neoliberalisme 145
    2. 4.3 Fordisme / postfordisme 147
    3. 4.4 informatie kapitalisme 147
    4. 4.5 Het postindustriële arbeidsmodel 147
  43. 43 5.​Besluit 148
  44. 44 H7 149
  45. 45 Levensstandaard en consumptie in historisch perspectief 149
  46. 46 1.​Het ‘standard of living debate’ of het onderzoek naar de levenstandaard tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw 149
    1. 1.1 De sociale impact van de industriële revolutie: een verhit debat onder historici 149
    2. 1.2 De studie van koopkracht en reële lonen 150
    3. 1.3 Alternatieve meetinstrumenten naast het loon 156
  47. 47 2. Van “sociale revolutie” naar welvaartstaat: de periode 1870-1944 163
    1. 2.1 Een volgehouden economische groei 163
    2. 2.2 Een algemene verbeteirng van de koopkracht 164
  48. 48 3. De welvaartsmaatschappij en de naoorlogse “consumptierevolutie”: besluit 167
    1. 3.1 De definitieve doorbraak van de consumptiemaarschappij 167
  49. 49 H8 169
  50. 50 Mobiliteit en migratie in historisch perspectief 169
  51. 51 1.​Historisch onderzoek naar migratie 169
    1. 1.1 Onderzoekstradities in migratiegeschiedenis 169
    2. 1.2 Begripsafbakening en enkele gangbare concepten 170
    3. 1.3 De richting en selectiviteit van migratie beter begrijpen: het macro-, meso- en microniveau 171
  52. 52 2.​Mobiliteit en migratie in de pre industriële periode 175
  53. 53 3.​ Mobiliteit en migratie tijdens de lange 19de eeuw 177
    1. 3.1 Migratie en urbanisatie 178
    2. 3.2 Migratiebeleid: van stadsomwalling naar staatsgrens 181
    3. 3.3 De overzeese emigratie 183
  54. 54 4.​Van emigratie naar immigratie. Migratie tijdens de twintigste eeuw 186
    1. 4.1 mobiliteit en gedwongen migratie tijdens de periode 1914-1945 187
    2. 4.2 Migratie en de stad 188
    3. 4.3 Buitenlandse arbeidskrachten in het naoorlogse Europa 188
    4. 4.4 Van gastarbeid naar migratiestop 191
    5. 4.5. Besluit 194
  55. 55 H9 196
  56. 56 verstedelijking van het landschap 196
  57. 57 1.​Verstedelijking als modiaal proces 196
  58. 58 2.​Uitdagingen? Urban sprawl als verwaarloosd probleem 197
    1. 2.1 Stadsversnippering 197
    2. 2.2 Maatschappelijke gevolgen 200
  59. 59 3. Naar een historisch verklaringskader: Belgie als 202
  60. 60 ‘man-made’-landscape 202
    1. 3.1 transportbeleid 204
    2. 3.2 Beleid inzake grondgebruik en woningbouw 206
    3. 3.3 Stedelijk beleid en ruimtelijk ordening 206

Infos sur le Document

Publié le
16 décembre 2025
Nombre de pages
206
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€9,46

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
11
Abonnés
0
Éléments
4
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions