INFORMATIE OVER HET EXAMEN
- Behoort tot het OPO psychiatrie, kinder- en jeugdpsychiatrie, 5 studiepunten
- Leerstof voor ouderen en volwassenpsychiatrie = slides + lesnotities
- Examen:
o 5/20: kinder- en jeugdpsychiatrie (1sp): multiple choice examen met giscorrectie
o 15/20: ouderen en volwassenenpsychiatrie (4sp): mondeling examen
▪ 3 vragen: 2 theoretische vragen en 1 casus
- Deze samenvatting bevat de slides + lesnotities van academiejaar 2025 – 2026
,INLEIDING TOT DE PSYCHIATRIE
WAT IS DE PSYCHIATRIE?
Psychiatrie = het medische specialisme dat zich bezighoudt met patiëtenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het
gebied van psychiatrische ziekten.
Psychiatrische ziekten = aandoeningen die zich kenmerken door afwijkingen van psychische functies en die gepaard gaan met
lijdensdruk en/of sociaal disfunctioneren.
Welke psychische functies onderscheiden we?
- Cognitieve: denken, waarnemen
- Affectieve: gevoelsleven = TRIAS PSYCHICA
- Conatieve: motivatie, wil
Plato is de grondlegger van de trias psychica, hij onderzocht de 3 domeinen van de “status mentalis”
- Logos = de cognitieve functies
o Bewustzijn, aandacht en oriëntatie
o Geheugen, denken
o Intellectuele functies
o Waarnemen
- Thymos = affectieve functies
o Stemming
o Affect
- Eros = conatieve functies
o Psychomotoriek
o Motivatie en gedrag
WANNEER IS EEN PSYCHISCHE FUNCTIE AFWIJKEND?
Soms duidelijk:
- Mijn buurman spuit gifgas langs de televisie in mijn woonkamer binnen op bevel van de CIA (= een waangedachte)
- Ik hoor de stem van mijn overleden vader, die mij opdraagt zelfmoord te plegen (=een hallucinatie)
Soms minder duidelijk
- Iedereen is tegen mij, ze willen mij kapot!
- Ik zag daarnet iemand voorbij lopen en dacht dat het mijn overleden moeder was
- Ik sta er zo slecht voor dat ik beter uit het leven kan stappen
→ Grens tussen normaal en abnormaal is ook maatschappelijk en cultureel bepaald
Bv. je bent ziek en je zegt dat dit door de geest van je vijand komt die je besmet heeft. Als je in België woont wordt dit als een pathologische
uitspraak beschouwd. Als je in Afrika woont kan dit een lokaal geloof zijn. Het onderzoeksdomein binnen de psychiatrie dat dit onderzoekt
noemt men de ‘transculturele psychiatrie’.
SPECIFIEKE VAN DE PSYCHIATRIE
Psychiatrie bedrijven is meer dan een diagnose stellen of een behandelrichtlijn uitvoeren.
1) 1) De psychiater zal de problematiek van de patiënt niet snel toeschrijven aan een specifieke oorzaak, maar proberen te
begrijpen vanuit verschillende lagen: psychologisch, biologisch, relationeel, sociaal. Deze lagen interageren met elkaar.
De psychiater gaat in de zoektocht naar oorzaken én naar geschikte behandelingen uit van een “interactief-gelaagd”
model.
, 2) De psychiater zal de problematiek van de patiënt niet enkel proberen te verklaren vanuit een diagnostische analyse,
maar ook (en vooral) hem of haar als mens proberen te begrijpen: “Erklären” versus “Verstehen” (Karl Jaspers). Voor
dat “verstaan” van de patiënt komt ook de psychiater als persoon aan zet.
INTERACTIEF GELAAGD MODEL
Het individu staat in verbinding met….
- P-niveau = patiënt zelf
- P - 1,2,3 – niveau
o Functionele hersencircuits
o Neuronale en gliale cellulaire mechanismen
▪ Veel psychiatrische ziekten zijn op neuronaal
niveau nog niet goed begrepen
▪ Uitzondering: dementie
▪ Begrip van neuropathofysiologie kan ons
helpen in behandeling met psychofarmaca
o Genetische factoren
▪ bv. manisch-depressieve ziekte of schizofrenie
zijn ziekten die sterk genetisch bepaald zijn
▪ Bepaalde monogenetische aandoeningen kunnen zorgen voor een verminderd intellect, bv. Down
syndroom, fragiele X syndroom
▪ Epigenetica: recente studies onderzoeken de impact van trauma op jonge leeftijd op psychisch
functioneren op latere leeftijd: trauma zorgt voor een verandering in methylatiepatroon →
verminderde weerbaarheid en meer stress
- P + 1,2,3 – niveau
o Partner-, gezins- en familierelaties
o Maatschappelijke context
▪ Hoe staat de patiënt in de maatschappij? Wordt de patiënt geaccepteerd in de maatschappij, door
zijn vrienden, peers, gelijken, …?
o Zingeving
▪ Heeft de patiënt zin in zijn leven? Heeft de patiënt het gevoel dat hij voor iets leeft?
▪ Zingeving kan zowel ondersteunend als destructief werken
, HET PSYCHIATRISCH ONDERZOEK
OBSERVATIE EN ANAMNESE
De observatie: algemeen
- Uiterlijk
o Uiterlijk conform of jonger dan kalenderleeftijd
o Verzorg of onverzorgd
o Bijzonderheden aan kleding, kapsel, make-up
- Contactname
o Wijze van begroeten, wederkerigheid van het contact
o Wel of geen contactgroei tijdens het gesprek
- Houding
o Vriendelijkheid, coöperatief, kil, prikkelbaar, joviaal, schuchter, gespannen, dwingend, aanklampend,
manipulerend, onderdanig, …
- Klachtenpresentatie
o Hoe vertelt de patiënt zijn klachten?
o Met gevoel, onverschillig, overdreven, ‘belle indifférence’, emotieloos, zakelijk, alsof het over iemand anders
gaat, …
- Gevoelens/reacties bij onderzoeker
o Neutraal, sympathie, medeleven, geamuseerd, machteloosheid, irritatie, afstandelijkheid
De anamnese: algemeen
Gelijkt op die in de somatische geneeskunde, maar een aantal specifieke kenmerken:
- Accent op de subjectieve symptomen, dus op de beschrijving door de patiënt van wat hij of zij ervaart
- Het psychiatrisch onderzoek bestaat uit de observatie van de patiënt tijdens de anamnese, en verloopt dus gelijktijdig
- Symptoom-anamnese wordt aangevuld met sociale en biografische anamnese
- Het ‘instrument’ van de psychiater om de patiënt te begrijpen is zijn verhaal, zijn eigen persoon. De interactie tussen
patiënt en psychiater is cruciaal in het stellen van een goede diagnose
De anamnese: 6 secties
1. Speciële anamnese
2. Algemene psychiatrische anamnese
3. Psychiatrische voorgeschiedenis en familiale anamnese
4. Somatische anamnese en lichamelijk onderzoek
5. Sociale anamnese
6. Ontwikkelingsanamnese
1. SPECIËLE ANAMNESE
= Zorgvuldige bevraging van de hoofdklacht van de patiënt
- Laat hem/haar eerst vrij vertellen wat er aan de hand is
- Open vragen
- Toon een grondige interesse in de (hoofd-)klachten: Over wat gaat het precies? Hoe ernstig? Hoe lang bezig? Wat zou
het uitgelokt kunnen hebben? Wat is eventueel helpend gebleken? Waarom komt de patiënt nu precies naar u?
- Moedig hem/haar aan om meer te zeggen moeilijke thema’s (bv. suïcidaliteit of seksualiteit) maar vermijd ongezonde
nieuwsgierigheid
o Doorboor de “psychische huid” van de patiënt niet nodeloos, zeker als er nog onvoldoende vertrouwen is
opgebouwd