SOCIAAL-AGOGISCH HANDELEN
Les 1: basishouding.
1. Hoofdstuk 1: basishouding.
1.1. Doel van hulpverlening.
- Bijdragen aan een waardevol bestaan van mensen.
- Wat iemand waardevol vindt in zijn leven is subjectief.
- Basisbehoeften zijn voor iedereen gelijk.
- Kwaliteit van leven:
→Een algemene term om het welbevinden van een persoon uit te drukken.
- Thema’s van Sijnke die belangrijk zijn binnen hulpverlening:
→Religie.
→Kiezen.
→Respect.
→Veiligheid.
→Ontwikkelen.
→Netwerk.
Dimensie van kwaliteit van bestaan Voorbeeld van objectieve
indicatoren
Dimensie van het Emotioneel welbevinden Veiligheid, tevredenheid,
welbevinden geen stress,...
Persoonlijke relaties Intimiteit, affectie, gezin,..
Materieel welbevinden Werk, bezettingen,...
Lichamelijk welbevinden Gezondheid, sport,...
Onafhankelijkheids Persoonlijke ontwikkelingen Onderwijs,
dimensie vaardigheden,...
Zelfbepaling Autonomie, keuzes,...
Sociale dimensie Sociale inclusie Acceptatie,
woonomgeving,...
Rechten Privacy, rechten,...
1
,1.2. Visie op hulpverlening.
- Kwaliteit van bestaan wordt gewaarborgd door een geïndividualiseerde
ondersteuning.
- Empowerment:
→Mensen in staat stellen te leren om voor zichzelf op te komen en de controle over
hun eigen leven te nemen, eigen keuzes te maken en eigen beslissingen te
nemen.
→Een proces van versterking waarbij individuen, organisaties en gemeenschappen
greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving en dit via het verwerven van
controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren van
participatie.
- Empowerment benadering:
→Er wordt verbinding gelegd tussen het individueel welzijn, potenties en krachten en
het sociale steunsysteem.
- Verzaal (2002), houding van een hulpverlener:
→Respectvolle en onvoorwaardelijk positieve bejegening:
=>Er wordt geluisterd naar de cliënt.
=>De cliënt wordt serieus genomen.
=>De cliënt kan eigen verantwoordelijkheid nemen.
→Aangesloten bij de behoeften van de cliënt.
→Benoemen wat goed gaat.
- Diagnose-recept model:
→De hulpverlener bekijkt wat het probleem is.
→Hulpverlener geeft een oplossing.
→Doel: het definiëren van de problematiek en daarbij horende beste
oplossingsmethode.
- Samenwerkingsmodel:
→Hulpverlener en cliënt kijken samen naar het probleem.
→Hulpverlener is niet de deskundige in het bieden van oplossingen.
→Hulpverlener toont professionaliteit door de manier waarop hij zich opstelt in het
bieden van een oplossing.
→Cliënt is de expert van zijn eigen leven.
→Kenmerken:
=>Gelijkwaardige relatie.
=>Procesgericht.
=>Empowerment van de cliënt.
=>Meer ruimte voor dialoog en maatwerk.
2
,- Roos van Leary:
→Beschrijft wie de baas is of wie bereid is tot samenwerking.
→Eerste dimensie:
=>Dominantie, gaat over de vraag wie er leidt en wie er volgt.
→Tweede dimensie:
=>Nabijheid, gaat om vragen of de betrokkenen willen samenwerken en
tegenwerken.
→4 vakken van interactioneel gedrag:
=>Boven-samen = leiden.
=>Onder-samen = volgen.
=>Onder-tegen = verdedigen.
=>Boven-tegen = aanvallen.
1.3. Fundamenten van een empowerende benadering.
- Gebaseerd op betekenisgericht werken, dialogisch handelen en krachtgericht
ondersteunen.
1.3.1. Hulpverlening is betekenisgericht, aansluitend bij de beleving van de cliënt.
- Cliënt begrijpen, iedereen is anders.
- Hoe beleeft de cliënt zijn eigen ondersteuningsvraag?
- Welke betekenis geeft de cliënt aan zijn eigen situatie.
- Ijsbergmodel.
1.3.2. Hulpverlening is dialogisch, samen betekenis geven.
- Dialoog is een proces waarbij je in interactie gaat met je cliënt.
- Betrokken op de cliënt is meer dan luisteren.
- Hulpverlener leert de betekenis kennen van cliënt.
- Cliënt leert wat betekenisvol is voor hem, dit zorgt voor eigen-waarde.
- Egan: 4 vereisten om tot een echt dialoog te komen:
→Om de beurt spreken.
→Aansluiten.
→Wederzijdse beïnvloeding.
→Gezamenlijk de uitkomsten bespreken.
3
, 1.3.3. Hulpverlening is krachtgericht, focussen op mogelijkheden.
- Er zijn steeds mogelijkheden.
- Krachten van de cliënt versterken (= empoweren).
- In dialoog actief zoeken naar mogelijkheden.
- Versterken van het geloof van de cliënt in zichzelf.
1.3.4. Conclusie.
- Empowerende hulpverlening vraagt om een benadering die vertrekt vanuit het unieke
verhaal van de cliënt.
- Door betekenisgericht te werken, in dialoog te gaan en te focussen op krachten,
ontstaat een gelijkwaardige samenwerking waarin de cliënt zijn eigen waarde
herontdekt en versterkt.
Les 2: communicatie.
1. Hoofdstuk 2: De componenten van de communicatie.
1.1. Definitie van Fauconnier.
- Communicatie is het proces waarbij een zender via van een kanaal (of medium) een
boodschap ter beschikking stelt van een ontvanger met de intentie dat deze de
boodschap verwerkt tot informatie met een bedoelde betekenis.
- Communicatietheorie:
→Zender zet het idee om in een boodschap.
→Door idee te coderen in symbolen.
→Boodschap word via een kanaal naar de ontvanger gestuurd.
→Ontvanger decodeert de boodschap en geeft er een betekenis aan.
→Effect: er komt een reactie.
→Effect wordt teruggekoppeld aan de zender (=feedback).
→Feedback helpt om bewuster te worden van welk effect communicatie heeft.
→Communicatie is geslaagd wanneer het beoogde effect word bereikt.
- Model van Fauconnier:
→Maakt duidelijk dat communicatie uit verschillende componenten bestaat.
→Bied een verklaring voor het ontstaan van misverstanden:
=>Fouten bij het coderen of decoderen van de boodschap.
→Nadeel van model:
=>Benaderd communicatie als lineair.
→Belangrijk om te beseffen dat de misverstanden erbij horen.
4
Les 1: basishouding.
1. Hoofdstuk 1: basishouding.
1.1. Doel van hulpverlening.
- Bijdragen aan een waardevol bestaan van mensen.
- Wat iemand waardevol vindt in zijn leven is subjectief.
- Basisbehoeften zijn voor iedereen gelijk.
- Kwaliteit van leven:
→Een algemene term om het welbevinden van een persoon uit te drukken.
- Thema’s van Sijnke die belangrijk zijn binnen hulpverlening:
→Religie.
→Kiezen.
→Respect.
→Veiligheid.
→Ontwikkelen.
→Netwerk.
Dimensie van kwaliteit van bestaan Voorbeeld van objectieve
indicatoren
Dimensie van het Emotioneel welbevinden Veiligheid, tevredenheid,
welbevinden geen stress,...
Persoonlijke relaties Intimiteit, affectie, gezin,..
Materieel welbevinden Werk, bezettingen,...
Lichamelijk welbevinden Gezondheid, sport,...
Onafhankelijkheids Persoonlijke ontwikkelingen Onderwijs,
dimensie vaardigheden,...
Zelfbepaling Autonomie, keuzes,...
Sociale dimensie Sociale inclusie Acceptatie,
woonomgeving,...
Rechten Privacy, rechten,...
1
,1.2. Visie op hulpverlening.
- Kwaliteit van bestaan wordt gewaarborgd door een geïndividualiseerde
ondersteuning.
- Empowerment:
→Mensen in staat stellen te leren om voor zichzelf op te komen en de controle over
hun eigen leven te nemen, eigen keuzes te maken en eigen beslissingen te
nemen.
→Een proces van versterking waarbij individuen, organisaties en gemeenschappen
greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving en dit via het verwerven van
controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren van
participatie.
- Empowerment benadering:
→Er wordt verbinding gelegd tussen het individueel welzijn, potenties en krachten en
het sociale steunsysteem.
- Verzaal (2002), houding van een hulpverlener:
→Respectvolle en onvoorwaardelijk positieve bejegening:
=>Er wordt geluisterd naar de cliënt.
=>De cliënt wordt serieus genomen.
=>De cliënt kan eigen verantwoordelijkheid nemen.
→Aangesloten bij de behoeften van de cliënt.
→Benoemen wat goed gaat.
- Diagnose-recept model:
→De hulpverlener bekijkt wat het probleem is.
→Hulpverlener geeft een oplossing.
→Doel: het definiëren van de problematiek en daarbij horende beste
oplossingsmethode.
- Samenwerkingsmodel:
→Hulpverlener en cliënt kijken samen naar het probleem.
→Hulpverlener is niet de deskundige in het bieden van oplossingen.
→Hulpverlener toont professionaliteit door de manier waarop hij zich opstelt in het
bieden van een oplossing.
→Cliënt is de expert van zijn eigen leven.
→Kenmerken:
=>Gelijkwaardige relatie.
=>Procesgericht.
=>Empowerment van de cliënt.
=>Meer ruimte voor dialoog en maatwerk.
2
,- Roos van Leary:
→Beschrijft wie de baas is of wie bereid is tot samenwerking.
→Eerste dimensie:
=>Dominantie, gaat over de vraag wie er leidt en wie er volgt.
→Tweede dimensie:
=>Nabijheid, gaat om vragen of de betrokkenen willen samenwerken en
tegenwerken.
→4 vakken van interactioneel gedrag:
=>Boven-samen = leiden.
=>Onder-samen = volgen.
=>Onder-tegen = verdedigen.
=>Boven-tegen = aanvallen.
1.3. Fundamenten van een empowerende benadering.
- Gebaseerd op betekenisgericht werken, dialogisch handelen en krachtgericht
ondersteunen.
1.3.1. Hulpverlening is betekenisgericht, aansluitend bij de beleving van de cliënt.
- Cliënt begrijpen, iedereen is anders.
- Hoe beleeft de cliënt zijn eigen ondersteuningsvraag?
- Welke betekenis geeft de cliënt aan zijn eigen situatie.
- Ijsbergmodel.
1.3.2. Hulpverlening is dialogisch, samen betekenis geven.
- Dialoog is een proces waarbij je in interactie gaat met je cliënt.
- Betrokken op de cliënt is meer dan luisteren.
- Hulpverlener leert de betekenis kennen van cliënt.
- Cliënt leert wat betekenisvol is voor hem, dit zorgt voor eigen-waarde.
- Egan: 4 vereisten om tot een echt dialoog te komen:
→Om de beurt spreken.
→Aansluiten.
→Wederzijdse beïnvloeding.
→Gezamenlijk de uitkomsten bespreken.
3
, 1.3.3. Hulpverlening is krachtgericht, focussen op mogelijkheden.
- Er zijn steeds mogelijkheden.
- Krachten van de cliënt versterken (= empoweren).
- In dialoog actief zoeken naar mogelijkheden.
- Versterken van het geloof van de cliënt in zichzelf.
1.3.4. Conclusie.
- Empowerende hulpverlening vraagt om een benadering die vertrekt vanuit het unieke
verhaal van de cliënt.
- Door betekenisgericht te werken, in dialoog te gaan en te focussen op krachten,
ontstaat een gelijkwaardige samenwerking waarin de cliënt zijn eigen waarde
herontdekt en versterkt.
Les 2: communicatie.
1. Hoofdstuk 2: De componenten van de communicatie.
1.1. Definitie van Fauconnier.
- Communicatie is het proces waarbij een zender via van een kanaal (of medium) een
boodschap ter beschikking stelt van een ontvanger met de intentie dat deze de
boodschap verwerkt tot informatie met een bedoelde betekenis.
- Communicatietheorie:
→Zender zet het idee om in een boodschap.
→Door idee te coderen in symbolen.
→Boodschap word via een kanaal naar de ontvanger gestuurd.
→Ontvanger decodeert de boodschap en geeft er een betekenis aan.
→Effect: er komt een reactie.
→Effect wordt teruggekoppeld aan de zender (=feedback).
→Feedback helpt om bewuster te worden van welk effect communicatie heeft.
→Communicatie is geslaagd wanneer het beoogde effect word bereikt.
- Model van Fauconnier:
→Maakt duidelijk dat communicatie uit verschillende componenten bestaat.
→Bied een verklaring voor het ontstaan van misverstanden:
=>Fouten bij het coderen of decoderen van de boodschap.
→Nadeel van model:
=>Benaderd communicatie als lineair.
→Belangrijk om te beseffen dat de misverstanden erbij horen.
4