Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Volledige samenvatting Voortplanting en Verloskunde van de grote huisdieren - 2e Ma DGK

Note
-
Vendu
2
Pages
92
Publié le
10-12-2025
Écrit en
2025/2026

Volledige samenvatting van het vak Voortplanting en Verloskunde van de grote huisdieren. Alle delen van alle proffen staan erin (rund, varken, paard, kleine herkauwers).












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
10 décembre 2025
Fichier mis à jour le
10 décembre 2025
Nombre de pages
92
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Aperçu du contenu

Samenvatting voorplanting en verloskunde van de grote huisdieren
Hoofdstuk 1: Klinisch onderzoek en drachtdiagnose bij het rund
1.1 Basiskennis
- Cyclusduur: 18-24 dagen, meestal 2 (voor lacterende melkkoeien) of 3 (voor pinken en
vleesvee) folliculaire golven.
- Drachtduur: 280-285 dagen. Abortus 265 dagen, overdracht 310 dagen.
- Placentatype: placenta synepitheliochorialis – cotyledonaria.
- Anatomie: baarmoeder vormt een koersstuur (opgekruld → moeilijker te onderzoeken dan
bij merrie).
- Oestrus: oestrus duurt 12-18 uur, ovulatie 12 uur na einde bronst.
- Tussenkalftijd: 365 dagen ideaal. Koe moet dan theoretisch 80 dagen na het afkalven terug
drachtig zijn. Veehouder moet dan 60 dagen na afkalven starten met insemineren, want
maar 50% slaagkans.
- Leeftijd eerste afkalving: 24 maanden. Dus eerste keer drachtig op 15 maand, slaagkans van
50% dus op 14 maand beginnen insemineren.
Signalement → anamnese → algemene indruk → algemeen onderzoek → orgaanspecifiek
onderzoek van de genitaaltractus = uitwendig onderzoek (inspectie en palpatie) + inwendig
onderzoek (inspectie vaginoscopisch en rectale palpatie) + aanvullend onderzoek
(bloedonderzoek en endometriumbiopsie).
Het algemeen onderzoek gebeurt steeds bij een ziek dier. Als een dier om economische
redenen onderzocht wordt (bv. niet tijdig tochtig worden), is er geen algemeen onderzoek
nodig. Wel een verder onderzoek van de genitaaltractus en een aanvullend onderzoek.




1.2 Rectaal onderzoek
De cervix is het oriëntatiepunt van het rectaal onderzoek. De baarmoeder wordt gepalpeerd
(grootte, symmetrie, inhoud, contractiliteit voor cyclusstadium → voelt hard tijdens ovulatie
en voelt fluctuerend tijdens dracht, vergroeiingen die typisch zijn bij dikbillen na
keizersnede). De eierstokken worden gepalpeerd op follikels en corpora lutea (beiden
voelbaar). Follikels zijn zacht en fluctuerend (lijkt of ze op ontploffen staan). Het corpus
luteum is een torentje/paddenstoel, de structuur is zacht of hard (vooral op het einde =
bindweefsel). Het corpus luteum bepaalt in sterke mate de grootte van het ovarium. Ook
abnormale structuren (cysten en tumoren) worden gepalpeerd.


1

,1.3 Drachtdiagnose
Het doel is zo vlug mogelijk opsporen van de niet-drachtige dieren → zo snel mogelijk
tochtig/drachtig kunnen worden. Een groot deel van de dieren is namelijk drachtig, maar de
veehouder weet dit niet omdat hij de tocht niet gezien heeft. Ideale test werkt reeds voor de
21 dagen na de inseminatie met een goede precisie en laat herinseminatie toe bij eerst
volgende tocht.
Drachtdiagnose is ook nodig om te bepalen hoe ver het dier drachtig is, of het kalf nog leeft,
als de koe al gekalfd moest hebben, als er een stier was los gebroken, om het geslacht te
bepalen, of er een tweeling is, dier is terug tochtig tijdens ‘dracht’.
Het algemeen onderzoek wordt niet echt gedaan bij een drachtdiagnose.
Na inseminatie zal in ongeveer 90% van de gevallen fertilisatie optreden → wel nog veel
embryonale sterfte mogelijk. Fertilisatie gebeurt in de eileider, zygote blijft 4 tot 5 dagen in
de eileider. Vrucht produceert vanaf ongeveer dag 13 interferon tau dat prostaglandine
secretie van de uterus zal afremmen. Bij niet-drachtige dieren zal er vanaf +- dag 17
prostaglandine geproduceerd worden door de uterus, waardoor het CL wordt afgebroken en
het dier opnieuw tochtig zal worden.
Het eerste teken van dracht voor de veehouder is dat het dier niet meer terug tochtig wordt
(21 dagen later). MAAR bronstdetectie is slechts 50%, cyclus kan ook om andere reden
stilvallen, 6% van de drachtige dieren kunnen soms nog tochtsymptomen vertonen (tussen 4-
8 maand dracht).
Voorbeeld: inseminatie van 100 koeien → 50 drachtig en 50 niet drachtig. Bronstdetectie
bedraagt 50% → 25 van de niet-drachtige koeien tochtig gezien en dus 25 niet tochtig gezien.
de veehouder gaat er dus vanuit dat 75 dieren drachtig zijn, terwijl het er maar 50 zijn.
Drachtdiagnose via het voelen van CL is geen goede manier. CL zit er
ganse dracht. De aanwezigheid van een actief corpus op 21 tot 24 dagen
laat met 80-90% zekerheid toe te zeggen dat de koe drachtig is. Voelen van
corpus luteum op ander moment in de dracht zegt niets.
Bij niet-drachtige dieren wordt het CL afgebroken vanaf dag 17. Men kan deze progesteron
21 dagen na inseminatie meten → dan nog steeds hoog wijst op hoge kans drachtig dier. Dit
is de progesterontest. Deze test kan uitgevoerd worden in melk en bloed. Na 21 dagen is er
wel nog veel kans op embryonale sterfte, dus de kans dat het dier zal afkalven is na die 21
dagen wel maar 85%. Als de veehouder een slechte bronstdetectie doet en het dier wordt op
een verkeerd moment geïnsemineerd → progesterontest vals positief terwijl het dier
gewoon aan het cycleren is. De test is op het bedrijf mogelijk (Cow side), maar is minder
correct.
Progesteron is hoger in melk want is lipofiel. Na elke
inseminatie stijgt progesteron. 21 dagen na eerste
inseminatie was hij niet drachtig → tweede inseminatie. Na
21 dagen bleef hij hoog en het dier bleek drachtig.



2

, Oestrus werd gemist door de veehouder en insemineerde te
laat (terwijl het dier progesteron positief is). 21 dagen later
zal progesteron dan terug hoog zijn en de veehouder denkt
dat ze drachtig is. De accuraatheid van de progesterontest is
dus relatief laag door fouten van de veehouder.
De dracht kan ook chemisch bepaald worden door het meten van factoren in het bloed (bv.
ECF of oestrone-sulfaat). Wordt weinig gebruikt want niet altijd betrouwbaar. Bovine
pregnancy-associated glycoprotein (bPAG) wordt wel nog gebruikt. Dit wordt gesecreteerd
door de placenta en is vanaf 30 dagen na inseminatie meetbaar in de melk. Dit zegt ook dat
de vrucht levend is. De concentratie zegt iets omtrent meerlingdracht en de drachtduur. Het
nadeel is dat het een heel lange T1/2 heeft (moet meer dan 100 dagen geleden gekalfd
hebben).
De dracht wordt best vastgesteld door rectaal onderzoek. Asymmetrie van de
hoornen is één van de eerste symptomen van dracht (opstapeling allantoïs vocht)
+ fluctuerende baarmoeder (verdunning baarmoederwand en vruchtwater)
voelbaar vanaf 28 dagen bij vaarzen en 32 dagen bij koeien. Opgelet want
fluctuatie kan ook door iets anders komen. Door de grootte van de baarmoeder
in te schatten kan je bepalen hoelang de dracht bezig is (pols 6 weken, elleboog 7
weken, schouder 8 weken, nek 9 weken, hoofd 10 weken). Cotelydonen zijn
voelbaar vanaf een 70-tal dagen.
De membraanslip is ook voelbaar tijdens de dracht vanaf 35 dagen. Dit is het slippen
van allanto-chorion tussen duim en wijs- of middelvinger bij het opheffen van de
baarmoederwand. Hier is wel wat ervaring voor nodig en niet ongevaarlijk voor het
verlies van dracht. Het wordt vooral gebruikt als DDx om de inhoud van de baarmoeder
te bepalen.
De amnionblaas is een vrij stevige sferische structuur die je ook kan voelen voor
drachtdiagnose (bij vaarzen vanaf 28 dagen, bij koeien vanaf 32-35 dagen). Vanaf 65 dagen is
ze moeilijker voelbaar. Ook weer voorzichtig zijn.
Placentomen zijn cotyledonen (foetaal) en de karunkels (maternaal). Ze zijn voelbaar
vanaf 70 dagen dracht. De grootte is afhankelijk van de plaats in de uterus en de lengte
van de dracht. Ook voelbaar bij dode vruchten.
De foetus is voelbaar vanaf het moment dat de amnionblaas ontspant (65 dagen dracht).
Later in de dracht (vanaf dag 90) is de vrucht vooral voelbaar door ze te balloteren (duwen
en het komt terug). Ze is minder goed te voelen in maand 5 en 6 omdat de vrucht dan te
groot is en in de buik valt.
Gezinder (= trillen van bloedvaten) is te voelen door verhoogde bloedtoevoer in de a. uterina
mediana naar de drachtige baarmoeder. De arterie is gelegen in het lig. latum. Gezinder is op
te wekken door de arterie half dicht te drukken. Ze is te voelen in de drachtige hoorn vanaf
3,5 maand en in de niet-drachtige hoorn vanaf 5 maand. Bij een afgestorven vrucht



3

, verdwijnt het gezinder snel (onderscheid levend kalf). Soms ook voelbaar bij ernstige, acute
baarmoederontsteking.
Men kan ook de vrucht balloteren langs de buitenkant langs rechts → minstens 7 maand
drachtig indien positief.
Het risico van opbreken (= drachtdiagnose doen en het dier wordt weer tochtig) kan ontstaan
door voelen naar de membraanslip en het afvoelen van de amnionblaas → embryonale
sterfte. Moeilijk te zeggen of het hierdoor komt dat de vrucht afsterft. Men is het er wel over
eens dat het optreden van embryonale sterfte als gevolg van drachtdiagnose zo zelden is, dat
het niet opweegt tegen de voordelen.




DDx van dracht: foute interpretatie membraanslip, blaas of iets anders als dracht gezien,
afwijkende structuren in baarmoeder.
De meeste drachtdiagnoses gebeuren met echografie. Vanaf 22-26 dagen
zie je vocht in de baarmoeder. Op dit moment kan je een vals positieve
dracht vaststellen want het dier kan op dat moment net tochtig zijn en
tochtslijm produceren, dit is ook vocht en onderscheid niet zichtbaar.
Vanaf dag 30 wordt de embryo zichtbaar (met ictus cordis). Tweelingen
best bepalen tussen 45-75 dagen. Geslacht bepalen rond dag 60 voor
tuberculum genitale en tussen dag 70-120 voor scrotum/tepels. Ouderdom
bepalen de eerste drie maand door kruin-staartbasis te meten en vanaf drie
maand door diameter oog en lengte femur te meten.
Dubbele doorsnede doorheen de twee hoornen want door stuurvorm
twee keer door elke hoorn. Het zwarte is vocht = eerste indicatie
dracht maar let op (tochtslijm). Bij een pyometra is het vocht grijs
(= etter).


Drachtige baarmoeder op 37 dagen.




4
€6,96
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
studentdiergeneeskunde11 Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
321
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
73
Documents
25
Dernière vente
1 semaine de cela

4,4

22 revues

5
13
4
7
3
0
2
2
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions