1. Luister- en leesvaardigheden
a. Inleiding
i. Even opfrissen
- Bouwstenen
Woordenschat
Grammatica
- Leren bouwen: woordenschat en grammatica inzetten bij
Leesvaardigheid
Luistervaardigheid
Schrijfvaardigheid
Spreekvaardigheid
Mondelinge interactie
- Deze nieuwe aangeleerde vaardigheden
doelgericht inzetten bij
Eenvoudige boodschappen correct
begrijpen en overbrengen in een
betekenisvolle context
ii. Wat is lees-/ luistervaardigheid
- Leesvaardigheid = begrijpen van een geschreven tekst
- Luistervaardigheid = begrijpen van een gesproken tekst
iii. Gelijkenissen
- Beide zeer belangrijke vaardigheden
Luisteren: radio, nieuws, weerbericht, liedjes, station…
Lezen: affiches, verhalen, strips, gebruiksaanwijzingen…
- Beide receptief belangrijke input
Kennis van woorden structureren (BERGRIJPEN = heel belangrijk)
Productieve vaardigheden
Cultuur
, iv. Verschillen
- Luistern vinden de leerlingen vaak veel moeilijker dan lezen, hoe komt dit?
Denk aan
Geschreven tekst woordenstroom van
gesproken woorden
Schrijfwijze uitspraak
v. Doordenkertjes
Zie ppt.
vi. Hoe goede teksten kiezen
- 4 aandachtspunten
Tekstsoort
o Actualiteit van kinderen
o Leefwereld
Authentiek + realistisch
o Moedertaalspreker
o Verschillende bronnen
o Visie op vreemde talen onderwijs
Zone naaste ontwikkeling
o Receptieve beheersing productieve beheersing
VAN Receptief
Herkennen + begrijpen
Lezen & luisteren
NAAR Productief
Herkennen + begrijpen + zelf uit geheugen
kunnen ophalen
Spreken/mondelinge interactie & schrijven
Scaffolding
o Luistertekst zelf voorlezen als vorm van ondersteuning
o Moeilijkheidsgraad aanpassen aan de hand van de
vragen (open of gesloten vragen)
- Andere criteria
Nood voelen om taal te leren (gericht op interesse leerlingen,
prescriptieve teksten)
Tekst moet instaan voor het trainen van strategieën
Past binnen het thema waarrond je werkt in de lessen
Bij leesteksten mag je de lay-out niet aanpassen
Interdisciplinair werken (een tekst die aansluit bij een wero thema…)
b. Doelen
i. ERK
Zie PPT. Dia 24
, ii. Verwerkingsniveau
- Kopiërend niveau: letterlijk weergeven (nazeggen, voorlezen, overschrijven)
spreken & schrijven
- Beschrijvend niveau: beperkte mate van persoonlijke inbreng (herschikken,
met eigen woorden zeggen) alle vaardigheden
- Structurerend niveau: informatie selecteren en op persoonlijke en
overzichtelijke wijze ordenen (eigen inbreng is dus groter dan hetgeen dat
overgenomen word)
iii. Eindtermen (zie dia 26)
GLOBAAL
- Het onderwerp van een tekst bepalen
Luisteren: informatieve, narratieve, artistiek
literaire teksten
Lezen: alle tekstsoorten
- Hoofdgedachte achterhalen
Luisteren: /
Lezen: alle tekstsoorten
- De elementaire gedachtegang volgen
Luisteren & lezen: prescriptieve en narratieve
teksten
- Gevraagde informatie selecteren SELECTIEF /
Luisteren: informatieve en narratieve teksten GERICHT
Lezen: informatieve, prescriptieve en
narratieve teksten
iv. Extra doel voor lezen
Lezen als vrijetijdsbesteding
- Opgenomen in ERK
- In Vlaanderen niet opgenomen in eindtermen
- Vooral narratieve en artistieke literaire teksten (afhankelijk van interesse)
v. Leeswijzen
= afhankelijk van het doel zijn er verschillende manieren om
een leestekst te benaderen
Globaal lezen
Selectief – gericht lezen
Intensief lezen
Extensief – genietend lezen
Skimmen: de uiterlijke kenmerken laten
bestuderen van een tekst voor 30 sec en deze
bespreken met elkaar en de klas.
Scannen: enkele vragen op bord zetten en 30 sec
tijd geven om een antwoord te vinden zonder deze
te lezen
Oriënterend lezen
, c. Strategieën (vooraf & tijdens: dia 41-44)
- Doen leerlingen niet automatisch
Moet expliciet aangeleerd worden
Zeer positief effect op lees en luister vaardigheden
Stapsgewijze aanpak: driefasenmodel
Sterke sturing
Gedeelde sturing
Losse sturing
- Algemene strategie = zich blijven concentreren
Niet erg dat leerlingen niet elk woord begrijpen
Beroep doen op strategieën als dit het geval is
d. Lesopbouw
i. Didactische principes en lesopbouw