LES 1 – Psychopathologie
Wat is psychopathologie?
Psychopathologie = het vakgebied dat zich bezighoudt met:
- afwijkende emoties, gedachten en gedrag
- de oorzaken daarvan
- de behandeling.
Volgens de les: Een deelgebied van de psychiatrie dat zich bezighoudt met het
terrein vanafwijkende emoties, gedachten en gedrag, de oorzaken daarvan en de
behandelmogelijkheden.
Een psychische stoornis = een patroon van afwijkend gedrag dat:
- persoonlijk lijden veroorzaakt
- of het dagelijks functioneren belemmert.
Wanneer is gedrag afwijkend? (6 criteria)
Een gedrag is pas “afwijkend” als meerdere criteria aanwezig zijn.
- Uitzonderlijkheid → gedrag komt bijna nooit voor
- Sociaal afwijkend gedrag → niet passend binnen normen van cultuur/tijd
- Foute perceptie van de realiteit → wanen / hallucinaties
- Ernstig emotioneel lijden → angst, depressie, verdriet
- Ongepast / contraproductief gedrag → belemmert school/werk/relaties
- Gevaar → gevaar voor zichzelf of anderen (bijv. suïcide, agressie)
Deze 6 worden ALTIJD gevraagd bij toetsvragen over “normaal vs afwijkend”.
Van afwijkend → diagnose (DSM-5)
De DSM-5 is het internationale classificatiesysteem voor psychische stoornissen.
De DSM geeft voor elke stoornis:
- Omschrijving
- Symptomen
- voorwaarden om diagnose te stellen
Waarom gebruiken we DSM?
Voordelen
- duidelijke criteria → meer overeenstemming tussen hulpverleners
- helpt juiste behandeling kiezen
- helpt verloop voorspellen
- wereldwijd dezelfde taal
Nadelen
1
, - stigmatisering (label blijft aan iemand hangen)
- beschrijvend, niet verklarend
- niet altijd betrouwbare diagnoses
- medicalisering: normaal gedrag wordt te snel benoemd als stoornis
Hoe stel je een diagnose? (Beoordelingsmethoden)
1. Klinisch interview (meest gebruikt)
- Ongestructureerd → vrij gesprek
- Semigestructureerd → vaste thema’s
- Gestructureerd → vaste vragenlijst (hoogste betrouwbaarheid)
2. Psychologische tests
Meten o.a.: Concentratie, Geheugen, Intelligentie, persoonlijkheid
3. Neuropsychologische tests
Meten hersenfuncties → kijken naar mogelijke hersenbeschadiging.
4. Gedragsbeoordeling: observatie, zelfobservatie (bijhouden van gedrag)
5. Cognitieve beoordeling: Onderzoek naar negatieve automatische
gedachten.
6. Fysiologische beoordeling
Metingen zoals: hartslag, zweetreacties, EEG (hersengolven), CT/MRI
(hersenscan)
Theoretische modellen die uitleggen waardoor stoornissen ontstaan
Deze MOETEN in de samenvatting staan → en zijn nu geïntegreerd.
Biologisch perspectief (nature): Genen: Hersenstructuren,
Neurotransmitters, hormonen
Psychodynamisch (Freud): onbewuste conflicten, id ego superego
,afweermechanismen
Behaviorisme (Pavlov / Skinner): gedrag = aangeleerd, klassieke & operante
conditionering, modeling (Bandura)
Cognitief (Ellis & Beck): denkfouten, A-B-C model, gedachten beïnvloeden
emoties
Humanistisch (Rogers, Maslow): zelfbeeld, zelfacceptatie, behoeftehiërarchie
Sociaal-cultureel: armoede, discriminatie, cultuurverschillen, migratie en
normverschillen
2
,Biopsychosociaal model + diathese-stress
Biopsychosociaal model:
Stoornissen ontstaan door een combinatie van:
- biologische factoren (DNA, hersenen, neurotransmitters)
- psychologische factoren (zelfvertrouwen, trauma, coping)
- sociale factoren (familie, vrienden, school, cultuur)
Diathese-stressmodel:
- Diathese = kwetsbaarheid / aanleg
- Stress = gebeurtenissen
Hoe groter de kwetsbaarheid → hoe minder stress nodig voor een stoornis.
Ethiek in psychologisch onderzoek
- Informed consent (vrijwillig + volledig geïnformeerd)
- Vertrouwelijkheid (gegevens beschermd)
- deelnemers mogen altijd stoppen
- bij misleiding moet een debriefing volgen
Belangrijke begrippen (moet je kennen)
- Psychiatrie → medische discipline, medicatie
- Psychopathologie → wetenschap van stoornissen
- Psycholoog → onderzoekt & behandelt
- Psychiater → arts, mag medicatie voorschrijven
- Psychotherapeut → gespecialiseerd in therapie
- Symptoom → waarneembaar kenmerk
- Evidence-based practice (EBP) → wetenschap + ervaring + wensen cliënt
- Medicalisering → normaal gedrag wordt “ziek” genoemd
LES 2 – Angststoornissen & Obsessief-Compulsieve Stoornissen
Wat is angst?
Normale angst
- Beschermt ons
- Activeert fight-or-flight
- Is tijdelijk en past bij de situatie
3
, Angststoornis
→ Angst is dan:
- Te heftig
- te vaak
- ontstaat zonder duidelijke reden
- past niet bij de situatie
- belemmert dagelijks functioneren
Kern: Angst = stoornis wanneer het duurzaam, overdreven en beperkend is.
Symptomen van angststoornis:
(Een angststoornis heeft ALTIJD deze drie soorten symptomen)
Lichamelijke/fysieke kenmerken
- Zweten
- Beven/trillen
- Snelle hartslag
- Droge mond
- Duizeligheid
- Misselijkheid
- Kortademigheid
- Beklemmend borstgevoel
- Klamme handen
- Tintelingen
Gedragskenmerken: Vermijden van situaties, Vastklampen aan anderen
(veiligheidsgedrag), Niet alleen durven, Rusteloosheid
Cognitieve kenmerken: Piekeren, Catastroferen (rampdenken), Angst controle
te verliezen, Concentratieproblemen, Verward denken
Een angststoornis heeft ALTIJD deze drie soorten symptomen.
Paniekstoornis
Wat is het?
Herhaalde, onverwachte paniekaanvallen + angst voor nieuwe aanvallen.
Paniekaanval = plotselinge extreme angst + sterke lichamelijke reacties.
Symptomen paniekaanval
- Hartkloppingen
- Zweten
- Trillen
- Pijn/druk op de borst
- Kortademigheid / stikgevoel
- Duizeligheid / flauwvallen
- Misselijkheid
- Kou-warmte rillingen
- Derealisatie / depersonalisatie
4