Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 76 pages
Resume

Samenvatting - Bedrijfsfinanciering 1 - 2025

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 76 pages

In deze samenvatting vind je zowel de theorie als de formules (+uitleg formules) die je gebruikt tijdens de oefeningen.

Aperçu du contenu

Bedrijfsfinanciering samenvatting


Een financieel systeem zorgt ervoor dat geld
efficiënt wordt verplaatst over tijd en plekken,
bundelt kapitaal voor grote projecten, laat
investeerders hun geld spreiden om risico te
verkleinen (verdeelt zijn kapitaal in aandelen of
obligaties), en maakt het mogelijk risico’s te
beheren en verhandelen.


Een bedrijf genereert waarde door drie hoofdactiviteiten die met elkaar
verbonden zijn:
 Operationele activiteiten: dagelijkse bedrijfsvoering, zoals productie en
verkoop, die inkomsten opleveren.
 Investeringsactiviteiten: aankopen of verkoop van lange-termijn middelen,
zoals machines of gebouwen, om toekomstige waarde te creëren.
 Financieringsactiviteiten: geld aantrekken of terugbetalen aan
investeerders en banken om activiteiten te ondersteunen.
Reële vs. financiële activa:
 Reële activa zijn tastbare of ontastbare activa zoals:
o Machinepark, wagenpark
o Productiehal, kantoren
o Patent, gekochte merknaam
o IP (Intellectual property)
 Financiële activa zijn effecten die gepaard gaan met geld transfers (over
de tijd) tussen partijen, waarbij voorwaarden omtrent die transfers worden
vastgelegd
o worden verhandeld in competitieve markten ==> implicaties voor
prijszetting
H1: the corporation and financial markets (de onderneming en de
financiële markten)
1.1The four types of firms
 Eenmanszaak
o 1 eigenaar  bedrijf stopt als persoon stopt, want moeilijk over
te dragen
o Zeer klein onderneming met niet veel werknemers
o Meest voorkomend door eenvoudige oprichting
o Geen scheiding tussen persoon en bedrijf  onbeperkt
aansprakelijk
 Vennootschap
o Meerdere eigenaars  bedrijf stopt als iemand dood gaat of
stopt tenzij deze partner wordt uitgekocht
o Alle eigenaars zijn onbeperkt aansprakelijk
o 2 soorten eigenaars:

,  General partners: onbeperkt aansprakelijk, maar beheren
bedrijf
 Limited partners: beperkt aansprakelijk, maar enkel
investeerders
 Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (limited liability
company)
o Beperkte aansprakelijkheid: Eigenaren riskeren alleen hun
investering, niet privévermogen.
o Managementrechten: In tegenstelling tot een limited partnership
mogen alle eigenaren het bedrijf besturen.
 Bedrijven (= C corporations = naamloze vennootschap)
o Bedrijf is rechtspersoon: persoon en bedrijf gescheiden 
personen beperkt aansprakelijk
o Kostelijk om op te richten: veel papierwerk => Oprichting moet
ook wettelijk goedgekeurd worden
o Geen limiet op aantal eigenaars  elke eigenaar bezit slechts
klein deel onder de vorm van aandelen
o OPM: belasting
 C Corporation (dubbele belasting: Het bedrijf maakt winst.
=> Het bedrijf betaalt eerst belasting over die winst =>
De aandeelhouders ontvangen dividend waar ze dan ook
nog persoonlijke inkomstenbelasting op moeten betalen.
 S Corporation (geen dubbele belasting): Het bedrijf moet
hier geen belasting betalen op de winst, enkel de
aandeelhouders betalen persoonsbelasting op hun
dividend.
1.2 Ownership versus control of corporations
Soms zijn er te veel eigenaars waardoor niet elke eigenaar directe controle kan
uitoefenen.
Daarom zijn directe controle en eigendomsrecht van elkaar gescheiden.
 Board of directors (raad van bestuur): aandeelhouders kiezen een team
dat verantwoordelijk is voor hun allemaal. Deze board of directors heeft de
uiteindelijke beslissingscontrole. Degene met de meeste aandelen heeft de
meeste inspraak.
 CEO en managers: dienen de richtlijnen van de board of directors toe te
passen in het bedrijf en moeten hier controle op houden (= dagelijks
management).
o Agency problem: managers hebben weinig reden om te werken in
het belang van de aandeelhouders wanneer dit betekent dat ze
tegen hun eigenbelang ingaan. Managers kunnen hun eigen
belangen boven die van aandeelhouders stellen.
 Oplossingen:
 Managerbeloning koppelen aan prestaties (winst,
aandelenkoers).
 Monitoren via de raad van bestuur of markt voor
corporate control (hostile takeovers).
 Financiele manager is verantwoordelijk voor:
o Investeringsbeslissingen maken: kosten en opbrengsten afwegen
van alle mogelijke projecten en hieruit de beste kiezen (welke zijn
waardevol voor de aandeelhouders?).

, o Financiele beslissingen maken: Hoe worden investeringen
gefinancierd? Eigen vermogen (aandelen) of schulden (leningen)?
o Cashflow managen: working capital managen, zien dat er genoeg
geld is om de dagdagelijkse verplichtingen na te kunnen komen.

Deze managers zullen vervolgens keuzes maken die ervoor zorgen dat de
aandeelhouders hun aandelen zoveel mogelijk waard zijn. Er moet dus
waardecreatie voor de aandeelhouder zijn, maar hiervoor mag de maatschappij
niet boeten.

OPM: wanneer een bedrijf zijn schulden niet meer kan afbetalen, zal het
eigendomsrecht van het bedrijf verplaatsen van de aandeelhouders naar de
schuldeisers. Hierdoor hoeft het bedrijf niet te stoppen maar kan het doorgaan
onder nieuw eigenaarschap.

1.3 The stock market

 Private bedrijven: aandelen zitten in het bedrijf zelf, bij familie en
dergelijke.
 Publieke bedrijven: aandelen worden verhandeld op de beurs.
o Deze beurzen bepalen de waarde van het aandeel (= prijs).
o Investering is liquide  het mogelijk is om deze snel en makkelijk te
verkopen aan een prijs die dicht bij de aankoopprijs ligt.
 Primaire markt: nieuwe aandelen voor de eerste keer
verhandeld (tussen bedrijf en aandeelhouder).
 Secundaire markt: aandelen worden verhandeld tussen
aandeelhouders.

H2: Introduction to financial statement analysis
2.1Firms’ disclosure of financial information (openbaarmaking van financiële
informatie)
Financial statement = boekhoudrapporten met informatie uit het verleden over
de prestaties.
 Dienen als informatiebron voor investeerders aan te trekken.
 Moeten opgesteld worden volgens IFRS/GAAP zodat ze ondubbelzinnig en
accuraat zijn.
 Gecontroleerd door auditor (=persoon van buitenaf) om betrouwbaarheid
te verzekeren.
 Bestaat uit vier delen:
o Balance sheet = balans: overzicht van activa, passiva en eigen
vermogen
o Income statement = resultatenrekening: overzicht van inkomsten
en uitgaven
o Statement of cashflow = kastroomoverzicht: overzicht van
geldstromen in en uit het bedrijf
o Statement of stockholders’ equity = overzicht van het EV:
veranderingen in het eigen vermogen van aandeelhouders
2.2 The balance sheet (balans)

, Balance sheet = statement of financial position: toont financiële weergave van
het bedrijf op een bepaald moment in de tijd (= momentopname).
 Assets = activa: wat het bedrijf bezit (voorraad, cash, uitrusting…).
o Current assets (vlottende activa): activa die binnen het jaar
omgezet kunnen worden in cash.
 Financiële effecten en cash
 Debiteuren = vorderingen
 Inventaris = voorraden
o Long-term assets (vaste activa): activa die meer dan een jaar in het
bedrijf blijven (= duurzame middelen).
 Uitrusting, gebouwen, netto eigendommen.
 OPM: ieder jaar afgeschreven = extra kost, maar geen
cash kost, wordt ook capital expenditures genoemd.
 Goodwill & immateriële activa: verschil tussen betaalde prijs
bij overname en boekwaarde van de overgenomen activa;
waarde van merken, patenten, klantenrelaties.




 Liabilities = passiva: wat het bedrijf schuldig is (hoe het bedrijf geld
ophaalt).
o Current liabilities: worden terugbetaald binnen een jaar
 Crediteuren = handelsschulden
 KT-schulden
 OPM: net working capital = current assets – current liabilities
(= kapitaal nodig om bedrijf op korte termijn te kunnen
runnen).
o Long-term liabilities: vervallen op langer dan een jaar
 LT-schulden
 Kapitaal leasen: lange termijn contracten voor gebruik van
een activa
 Uitgestelde belastingen
 Stockholders’ equity (eigen vermorgen) = maatstaf voor nettowaarde:
o Boekwaarde van equity = verschil tussen activa en passiva
 Berekend obv de historische kostprijs van een activa
o Marktwaarde van equity = market capitalization = uitstaande
aandelen * marktprijs per aandeel
 Berekend obv wat investeerders verwachten dat de activa
zullen opleveren
 Ligt vaak hoger dan boekwaarde door de verwachte
waardecreatie
marktwaarde of equity
o Market-to-book ratio = price-to-book ratio =
boekwaarde of equity
 Als >1: waarde activa als in gebruik genomen is hoger dan
historische kostprijs
 Enterprise value = waarde bedrijf bij overname = marktwaarde van equity
+ debt – cash
2.3 The income statement (resultatenrekening)

Infos sur le Document

Publié le
9 décembre 2025
Nombre de pages
76
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
12
Abonnés
3
Éléments
20
Dernière vente
1 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions