Klasdemo Sociale psychologie I +
theorie
geschreven door:
Manzow
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Klasdemo’s
Effect van de persoonlijkheid:
Bloed geven indien info – indien geen info ~zelfde voor persoon die geen bloed geeft:
(A1-A2) + (B1-B2) / 2
Effect van de Situatie:
Bloed geven en info - geen bloed geven en info + bloed geven en info – geen bloed geven zonder
info
(A1-B1)+(A2 – B2) / 2
Beide groepen krijgen beschrijving van een persoon. Vind je deze persoon aangenaam?
1 woord verschilt: Koud/warm.
Alle andere woorden hebben te maken met inzet dus het kan zijn dat een woorden een heel
ander gevoel gaat opwekken. Dit slaat op het sociaal gedrag. Degenen met koud beschouwen
de persoon vlugger dan asociaal dan degenen met warm. We maken gebruik van ons
schema’s en gebruiken dit om oordelen in te vullen.
Beide groepen krijgen eenzelfde beschrijving van Donald.
Groep 1 wordt geprimed met: krachtig, avontuurlijk, zelfvertrouwen
Groep 2 wordt geprimed met: roekeloos, hoogmoedig en arrogant.
Groep 1 vind hem sympathieker.
Door de priming hebben we al een bepaald beeld. Met een paar woorden kan je de rest
ondermijnen. Het verhaal is voor beide groepen hetzelfde, maar wanneer er een negatieve
tendens wordt gezet dan blijft die negatieve invloed zich verder zetten. Bepaalde informatie
wordt op voorhand gegeven, op basis hiervan vorm je een oordeel. Prime werkt als schema.
Beantwoord volgende uitspraken met: frequent/zeldzaam:
We oordelen op basis van voorbeelden. Omdat we niet direct een voorbeeld hebben van een
woord met op de voorlaatste plaats een –N denken we dat deze veel minder voorkomen.
Terwijl –ing.
Wat is het hoogst aantal volwassen in Europa dat sterft aan:
Longkanker/auto ongevallen?
Longephyseem/moord?
Het merendeel antwoord auto ongevallen en moord omdat dat dagelijks in de media komt
maar dat wil niet zeggen dat het daarom meer voorkomt.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Aan beide groepen wordt gevraagd hoe assertief ze zijn:
Groep 1 moet 2 voorbeelden geven, groep 2 moet er 6 geven.
Groep 2 vind zichzelf minder assertief.
Men probeert de voorkennis te activeren. Aan de hand van de voorbeelden die je kan
aanhalen ga je oordelen hoe assertief je bent. Iemand van groep 1 die twee voorbeelden kan
aanhalen gaat meteen al denken dat hij/zij assertief is terwijl 6 voorbeelden aanhalen een
veel moeilijkere opdracht is.
Denk gedurende 1 minuut NIET aan een ijsbeer.
Indien we iets uit ons hoofd willen houden moeten we controleren of het niet afkomt en
rekening houden dat we er niet aan mogen denken.
Je hebt 2 processen een automatisch proces (denk niet aan een witte ijsbeer..) Bewust
proces: Ik som alle frisdranken op die ik ken: cola, fanta, sprite,…
Als we onder cognitieve druk staan slecht in het onderdrukken van gedachten.
Denk aan iemand die je kent en zeg welke van de twee eigenschappen het meest van
toepassing zijn:
Bv: Energiek -relaxed -niet van toepassing.
Doe nu hetzelfde bij jezelf.
Bij de andere geef je meer eigenschappen en jezelf ga je de eigenschappen laten afhangen
van de situatie. (bij andere maken we de fundamentele attributiefout)
Mijn gevoel voor humor is van schaal op 1-10:
Veel antwoorden dat ze meer humor hebben: ze overschatten zichzelf.
Denk aan je toekomst en zeg in procenten hoe je je toekomst inziet?
Hoe denk je in percentages dat dit realiseerbaar is voor de rest van de studenten?
Als we naar de toekomst kijken zien we die van onszelf rooskleuriger dan van anderen. = zelf-
dienende attributie.
Wie heeft er het meeste kans voor negatieve gebeurtenissen?
Ander = onrealistisch optimisme
Wie heeft er het meeste kans voor positieve gebeurtenissen?
Jezelf = positivistisch onrealistisch
Jezelf en de wereld positiever bekijken maakt je zelf gelukkig en vormen een buffer tegen
negatieve gebeurtenissen.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
theorie
geschreven door:
Manzow
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Klasdemo’s
Effect van de persoonlijkheid:
Bloed geven indien info – indien geen info ~zelfde voor persoon die geen bloed geeft:
(A1-A2) + (B1-B2) / 2
Effect van de Situatie:
Bloed geven en info - geen bloed geven en info + bloed geven en info – geen bloed geven zonder
info
(A1-B1)+(A2 – B2) / 2
Beide groepen krijgen beschrijving van een persoon. Vind je deze persoon aangenaam?
1 woord verschilt: Koud/warm.
Alle andere woorden hebben te maken met inzet dus het kan zijn dat een woorden een heel
ander gevoel gaat opwekken. Dit slaat op het sociaal gedrag. Degenen met koud beschouwen
de persoon vlugger dan asociaal dan degenen met warm. We maken gebruik van ons
schema’s en gebruiken dit om oordelen in te vullen.
Beide groepen krijgen eenzelfde beschrijving van Donald.
Groep 1 wordt geprimed met: krachtig, avontuurlijk, zelfvertrouwen
Groep 2 wordt geprimed met: roekeloos, hoogmoedig en arrogant.
Groep 1 vind hem sympathieker.
Door de priming hebben we al een bepaald beeld. Met een paar woorden kan je de rest
ondermijnen. Het verhaal is voor beide groepen hetzelfde, maar wanneer er een negatieve
tendens wordt gezet dan blijft die negatieve invloed zich verder zetten. Bepaalde informatie
wordt op voorhand gegeven, op basis hiervan vorm je een oordeel. Prime werkt als schema.
Beantwoord volgende uitspraken met: frequent/zeldzaam:
We oordelen op basis van voorbeelden. Omdat we niet direct een voorbeeld hebben van een
woord met op de voorlaatste plaats een –N denken we dat deze veel minder voorkomen.
Terwijl –ing.
Wat is het hoogst aantal volwassen in Europa dat sterft aan:
Longkanker/auto ongevallen?
Longephyseem/moord?
Het merendeel antwoord auto ongevallen en moord omdat dat dagelijks in de media komt
maar dat wil niet zeggen dat het daarom meer voorkomt.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Aan beide groepen wordt gevraagd hoe assertief ze zijn:
Groep 1 moet 2 voorbeelden geven, groep 2 moet er 6 geven.
Groep 2 vind zichzelf minder assertief.
Men probeert de voorkennis te activeren. Aan de hand van de voorbeelden die je kan
aanhalen ga je oordelen hoe assertief je bent. Iemand van groep 1 die twee voorbeelden kan
aanhalen gaat meteen al denken dat hij/zij assertief is terwijl 6 voorbeelden aanhalen een
veel moeilijkere opdracht is.
Denk gedurende 1 minuut NIET aan een ijsbeer.
Indien we iets uit ons hoofd willen houden moeten we controleren of het niet afkomt en
rekening houden dat we er niet aan mogen denken.
Je hebt 2 processen een automatisch proces (denk niet aan een witte ijsbeer..) Bewust
proces: Ik som alle frisdranken op die ik ken: cola, fanta, sprite,…
Als we onder cognitieve druk staan slecht in het onderdrukken van gedachten.
Denk aan iemand die je kent en zeg welke van de twee eigenschappen het meest van
toepassing zijn:
Bv: Energiek -relaxed -niet van toepassing.
Doe nu hetzelfde bij jezelf.
Bij de andere geef je meer eigenschappen en jezelf ga je de eigenschappen laten afhangen
van de situatie. (bij andere maken we de fundamentele attributiefout)
Mijn gevoel voor humor is van schaal op 1-10:
Veel antwoorden dat ze meer humor hebben: ze overschatten zichzelf.
Denk aan je toekomst en zeg in procenten hoe je je toekomst inziet?
Hoe denk je in percentages dat dit realiseerbaar is voor de rest van de studenten?
Als we naar de toekomst kijken zien we die van onszelf rooskleuriger dan van anderen. = zelf-
dienende attributie.
Wie heeft er het meeste kans voor negatieve gebeurtenissen?
Ander = onrealistisch optimisme
Wie heeft er het meeste kans voor positieve gebeurtenissen?
Jezelf = positivistisch onrealistisch
Jezelf en de wereld positiever bekijken maakt je zelf gelukkig en vormen een buffer tegen
negatieve gebeurtenissen.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.