Groepsdynamica
Mensen in groepen
Tekst!!!
Groepsgedrag
- Gedrag dat eigen is aan de groep, het individu zal dit alleen minder gemakkelijk stellen
Gedrag dat je in groep stelt en niet alleen zou stellen
Bijvoorbeeld: alcohol drinken, karaoke, …
Kan positief of negatief zijn
Leven in groepen
- Mensen zijn lid van meerdere groepen
Minstens 5 groepen
Wat is een groep?
- 4 criteria
Regelmatige interactie tussen 2/meer personen
Identiteit: groepsbewustzijn = groep die een eigenheid heeft = kenmerken van
verschillende groepen en gevoel hebben dat je bij die groep hoort
Doelen
Afhankelijkheid
Bijvoorbeeld: Voetbalploeg is afhankelijk van elkaar om te winnen, het is niet 1
voetballer dat wint
Soorten groepen
- Functie
Overleggen, oordelen en besluiten
Bijvoorbeeld: Managementteam
Produceren
Bijvoorbeeld: Filmploeg
Verzorgen en beschermen
Bijvoorbeeld: Gezin
Vrije tijd en recreatie
Bijvoorbeeld: Vriendengroep
Politiek, geloof, opvattingen
Bijvoorbeeld: Actiegroep
Therapie
Bijvoorbeeld: zelfhulpgroep
, - Formele en informele groepen
Formeel: de groepskenmerken zijn expliciet en formeel geformuleerd
Informeel: spontaan ontstaan vanuit interpersoonlijke attractie
- Reële (face-to-face) en virtuele groepen
De identiteit van groepen
- Na enige tijd: vast en herkenbaar patroon, gekenmerkt door
Communicatiepatronen
Status en invloed
Cohesie
Rollen
Normen
Zie hoofdstuk 3!!
Groepsdynamica
- Onderdeel sociale psychologie?
Wederzijdse beïnvloeding in groepsverband
- Veldtheorie Lewin
G= f (P, S) of voor groep: G=f (P, K)
P = individuele kenmerken
S = situatie
K = kenmerken van de groep
G = gedrag
F = functie
Experiment Sherif: invloed sociale omgeving
- Groep en collectief gedrag
Collectief = groep die niet echt interactie met elkaar hebben
Anonimiteit
Bijvoorbeeld: Alle supporters gekleed in de kleuren van de ploeg waarvoor ze
supporteren
Besmetting
Bijvoorbeeld: Als de ene de supporters van de andere ploeg uitdagen, gaan de anderen
meedoen
Suggestibiliteit = vatbaar voor meningen en opvattingen van anderen
,Groepsdynamisch onderzoek
1) Het bekijken van gedrag van groepsleden = observatieonderzoek
- Participerende observatie/als buitenstaander
Participerende = je neemt zelf ook deel aan het onderzoek
Bijvoorbeeld: Samenleven met groep mensen
Voordeel: je leert de groep door en door kennen
Als buitenstaander = je wordt geobserveerd door iemand van buitenaf
Voordeel = onbevooroordeeld naar de groep kunnen kijken = objectievere kijk
- Ongestructureerd/ gestructureerd
Ongestructureerd = regelmatig random iets noteren
Bijvoorbeeld: Samenleven met groep en op het einde van de dag dingen noteren die je
nog weet
Gestructureerd = bepaald door concreet kader = voorbeeld zie foto hieronder
Bijvoorbeeld: Samenleven met een groep en de vragen die je op voorrand hebt
neergeschreven beantwoorden
2) Het ondervragen van groepsleden = survey- onderzoek of vragenlijst
3) De samenhang tussen verschijnselen = correlatieonderzoek
- Positief/ negatief
Positief = als het ene stijgt, stijgt het andere ook = samenhang = GEEN OORZAAK-GEVOLG
Negatief = geen samenhang
, 4) Het opzetten van experimenten = experimenteel onderzoek
- Oorzaak-gevolg relaties
Welke energie brengt groepen voortdurend in
beweging?
Zie tekst!!
Spanningsvelden
- Erkenning versus afstemming
- Individueren versus affiliëren/conformeren
- Autonomie versus afhankelijkheid
Zijn geen tegenstrijdigheden maar belangrijk om een evenwicht te zoeken tussen de 2
zaken = evenwicht tussen de 2 garanderen
Erkenning versus afstemming = communicatie
- E: laten zien dat je de andere ziet, zijn invloed ervaart, is niet hetzelfde als gelijk geven! = je
mag van mening verschillen maar je erkent elkaars mening wel, je accepteert deze
- A: handelen op mekaar afstemmen voor samenwerking omwille van doel of cohesie = samen
doel proberen realiseren
Individueren versus affiliëren = 1ste fase van groep
- I: gevoel van uniek te zijn = gevoel dat je jezelf kan zijn, niet 1 van de zovelen
- A: zoeken naar gemeenschappelijkheid, accepteren van onderlinge afhankelijkheid,
conformeren = aanpassen aan de groep
Eerst affiliëren en groepsgevoel creëren dan uniekheid uitspreken
Autonomie versus afhankelijkheid
- Au: zelf het initiatief hebben
Bijvoorbeeld: Door erkenning
- Af: anderen bepalen ons, verbinding zorgt voor onderlinge afhankelijkheid
Mensen in groepen
Tekst!!!
Groepsgedrag
- Gedrag dat eigen is aan de groep, het individu zal dit alleen minder gemakkelijk stellen
Gedrag dat je in groep stelt en niet alleen zou stellen
Bijvoorbeeld: alcohol drinken, karaoke, …
Kan positief of negatief zijn
Leven in groepen
- Mensen zijn lid van meerdere groepen
Minstens 5 groepen
Wat is een groep?
- 4 criteria
Regelmatige interactie tussen 2/meer personen
Identiteit: groepsbewustzijn = groep die een eigenheid heeft = kenmerken van
verschillende groepen en gevoel hebben dat je bij die groep hoort
Doelen
Afhankelijkheid
Bijvoorbeeld: Voetbalploeg is afhankelijk van elkaar om te winnen, het is niet 1
voetballer dat wint
Soorten groepen
- Functie
Overleggen, oordelen en besluiten
Bijvoorbeeld: Managementteam
Produceren
Bijvoorbeeld: Filmploeg
Verzorgen en beschermen
Bijvoorbeeld: Gezin
Vrije tijd en recreatie
Bijvoorbeeld: Vriendengroep
Politiek, geloof, opvattingen
Bijvoorbeeld: Actiegroep
Therapie
Bijvoorbeeld: zelfhulpgroep
, - Formele en informele groepen
Formeel: de groepskenmerken zijn expliciet en formeel geformuleerd
Informeel: spontaan ontstaan vanuit interpersoonlijke attractie
- Reële (face-to-face) en virtuele groepen
De identiteit van groepen
- Na enige tijd: vast en herkenbaar patroon, gekenmerkt door
Communicatiepatronen
Status en invloed
Cohesie
Rollen
Normen
Zie hoofdstuk 3!!
Groepsdynamica
- Onderdeel sociale psychologie?
Wederzijdse beïnvloeding in groepsverband
- Veldtheorie Lewin
G= f (P, S) of voor groep: G=f (P, K)
P = individuele kenmerken
S = situatie
K = kenmerken van de groep
G = gedrag
F = functie
Experiment Sherif: invloed sociale omgeving
- Groep en collectief gedrag
Collectief = groep die niet echt interactie met elkaar hebben
Anonimiteit
Bijvoorbeeld: Alle supporters gekleed in de kleuren van de ploeg waarvoor ze
supporteren
Besmetting
Bijvoorbeeld: Als de ene de supporters van de andere ploeg uitdagen, gaan de anderen
meedoen
Suggestibiliteit = vatbaar voor meningen en opvattingen van anderen
,Groepsdynamisch onderzoek
1) Het bekijken van gedrag van groepsleden = observatieonderzoek
- Participerende observatie/als buitenstaander
Participerende = je neemt zelf ook deel aan het onderzoek
Bijvoorbeeld: Samenleven met groep mensen
Voordeel: je leert de groep door en door kennen
Als buitenstaander = je wordt geobserveerd door iemand van buitenaf
Voordeel = onbevooroordeeld naar de groep kunnen kijken = objectievere kijk
- Ongestructureerd/ gestructureerd
Ongestructureerd = regelmatig random iets noteren
Bijvoorbeeld: Samenleven met groep en op het einde van de dag dingen noteren die je
nog weet
Gestructureerd = bepaald door concreet kader = voorbeeld zie foto hieronder
Bijvoorbeeld: Samenleven met een groep en de vragen die je op voorrand hebt
neergeschreven beantwoorden
2) Het ondervragen van groepsleden = survey- onderzoek of vragenlijst
3) De samenhang tussen verschijnselen = correlatieonderzoek
- Positief/ negatief
Positief = als het ene stijgt, stijgt het andere ook = samenhang = GEEN OORZAAK-GEVOLG
Negatief = geen samenhang
, 4) Het opzetten van experimenten = experimenteel onderzoek
- Oorzaak-gevolg relaties
Welke energie brengt groepen voortdurend in
beweging?
Zie tekst!!
Spanningsvelden
- Erkenning versus afstemming
- Individueren versus affiliëren/conformeren
- Autonomie versus afhankelijkheid
Zijn geen tegenstrijdigheden maar belangrijk om een evenwicht te zoeken tussen de 2
zaken = evenwicht tussen de 2 garanderen
Erkenning versus afstemming = communicatie
- E: laten zien dat je de andere ziet, zijn invloed ervaart, is niet hetzelfde als gelijk geven! = je
mag van mening verschillen maar je erkent elkaars mening wel, je accepteert deze
- A: handelen op mekaar afstemmen voor samenwerking omwille van doel of cohesie = samen
doel proberen realiseren
Individueren versus affiliëren = 1ste fase van groep
- I: gevoel van uniek te zijn = gevoel dat je jezelf kan zijn, niet 1 van de zovelen
- A: zoeken naar gemeenschappelijkheid, accepteren van onderlinge afhankelijkheid,
conformeren = aanpassen aan de groep
Eerst affiliëren en groepsgevoel creëren dan uniekheid uitspreken
Autonomie versus afhankelijkheid
- Au: zelf het initiatief hebben
Bijvoorbeeld: Door erkenning
- Af: anderen bepalen ons, verbinding zorgt voor onderlinge afhankelijkheid