KWAN O
Introduc)e onderzoek en evidence-based prac)ce
Doelen toegepast kwan)ta)ef onderzoek
- Wegwijs in EBP
- Aanleren hoe onderzoek moet worden gelezen, geinterpreteerd en gesynthe>seerd
- Beoordelen van diverse aspecten van een kwan>ta>eve
- Studiemethodologie
- Weten hoe onderzoek te gebruiken in dagelijkse prak>jk en ter ontplooïng van eigen professionele rol
(disciplinary future self)
Direct of indirect leidt onderzoek tot:
- Hoogkwalita>eve zorg (veilig, effec>ef etc.)
- Transparan>e en verantwoording kunnen afleggen voor (niet) gegeven zorg
- Randvoorwaarden voor geïnformeerde beslissingen van pa>ënten (informed consent)
- Het bevorderen van client- en pa>ënPevredenheid
- Het bevorderen van vernieuwing in de gezondheidszorg
- Mogelijkheden tot benchmarking = centra vergelijken bv wachSjden, kosten,..)
- Professionalisering van beroepen in de zorg
Bronnen van kennis in de prak>jk van de zorgverlening: klinische besluitvorming kan gebaseerd zijn op: studie/
wetenschappelijk onderzoek, klinische ervaring, boeken, trail and error, exper>se, afdelingsgewoonten en
tradi>es
→ hiërarchie in bronnen van informa0e of eviden0e
Tradi)es, gewoonten & authoriteit (hierarchie: laagste tradi)e)
- Beslissingen gebaseerd op gewoonten en tradi>es
- Vertrouwen geplaatst in experten = autoriteit: waarheden gebasseerd op personen zoals
- leidinggevende? Autoriteit
- “waarheden” geaccepteerd als standaard
- Validiteit?
Klinische ervaring, trial & error, intuïtie
Klinische • Is een functionele bron van kennis
ervaring: • Laat toe om te generaliseren, regelmatigheden te herkennen, voorspellingen te doen
• Maar: ervaring is persoonlijk, dus hoog variabel, de een is niet hetzelfde als het ander ookal
zelfde jaar ervaring..
Trial & error • Proberen en blijven proberen tot oplossing gevonden wordt
• Soms error proberen (bv covid was heel nieuw => proberen met: liggingen, med, opname)::
dingen proberen want we hebben niks beter
Intuïtie • Kennis die losstaat van rede/instructies; een ‘aanvoelen’
• Niet over te dragen aan anderen
• Aanvoelen, impliciete kennis => moeilijk voor over te brengen in onderwijs
Logisch redeneren:
- Proces van logisch redeneren
- Combina>e van ervaring + intellect + formeel redeneringspatroon
Redenerings
patronen
Inductief Deductief
1
, KWAN O
Inductief = inductive reasoning Deductief = deductive reasoning
Ontwikkelen van algemeenheden gebaseerd op Ontwikkelen van specifieke voorspellingen vanuit
specifieke observaties algemene principes
Beide systemen zijn waardevol voor wetenschappelijk onderzoek Uitkomst vd redenatie alleen valide als
veronderstellingen waarop redeneringsproces is gebaseerd kloppen
Wetenschappelijk onderzoek
- Research (re-search)
- Planma>g en volgens vastgelegde methoden op zoek gaan naar kennis, volgens een vooropgesteld
plan
- Werkwijze dient rigoureus, diepgaand en systema>sch te zijn
Evidence-based practice
- Essen>e EBP = personaliseren vd ‘beste’ eviden>e
- Basis EBP = klinisch probleemoplossende strategie
- Focus EBP = zoeken naar de beste eviden>e én deze integreren met andere aspecten (waarden,
normen, voorkeuren)
Evidentie geeft aan dat buikligging voor baby schadelijk kan zijn en dat rugpositie de voorkeur geniet, maar
voorkeur baby wordt gerespecteerd: maar er zijn uitzonderingen: sommige draaien op de buik en draaien goed
en omdraaien en slapen ze niet goed geven verbaal een signaal=> baby respecteren => integreren aan kennis
aan standaard tenzij uitzonderingssituaties bijvoorbeeld
Process of EBP
Probleem vertalen naar een onderzoeksvraag: PICO:
P population/ patients
I interventie/zorgoptie/zorgcomponent
C controle/counter intervention
O outcomes (primair of secundair)
T timing
S setting
D design/specifieke studiemethodologie
Hoe onderzoek omzetten in de praktijk:
• Identificeer het klinisch probleem of vraagstuk dat ontstaat uit de zorg
ASSESS voor de patiënt
• Formuleer het vraagstuk als een onderzoekbare onderzoeksvraag
ASK conform PICO
• Zoek wetenschappelijke studies in de gepaste bronnen en databanken,
ACQUIRE selecteer relevante studies conform de selectiecriteria
• Lees de studies, analyseer hun wetenschappelijke en methodologische
APPRAISE kwaliteit, validiteit en toepasbaarheid in de klinische praktijk
• Integreer de evidentie met klinische expertise, de voorkeur van de
APPLY patiënt en pas dit alle toe op de praktijk
Zoeken naar relevante Beoordelen van Integra)e eviden>e Implementa)e eviden>e
eviden>e beschikbare eviden>e en evalua>e uitkomsten
Nagaan of er reeds • Is de studie van • Combina>e van • Eviden>e-gebaseerde
gesynthe>seerde goede kwaliteit? bronnen keuze/ klinische
eviden>e beschikbaar • Zijn de • Eviden>e beslissing
uitkomsten + klinische exper>se implementeren
2
, KWAN O
is (bestaande richtlijn, belangrijk voor de + kennis over klinische • Zijn de effect in de
systema>c review..?). prak>jk? seSng prak>jk zoals verwacht?
• Hoe groot/sterk + faciliterende/ • Eventueel aanzet tot
=> Nee? zijn de gevonden hinderende nieuwe
effecten? factoren onderzoeksvragen of
principes van een • Hoe nauwkeurig + pa>ëntenvoorkeur en nood aan verdieping of
systema>sche zijn de waarden nuancering?
literatuurstudie schaSngen? • integra>e QT / QL
toepassen • Hoe verhouden onderzoek
effecten zich tot
PICO = leiddraad kosten?
systema>sche
zoektocht
TensloPe: EBP is doorlopend proces: con>nue proces!
Paradigma’s en methoden in wetenschappelijk onderzoek
Paradigma
= een samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid beschreven wordt
- Overkoepelende visie, wereldbeeld, filosofie
- Algemeen perspec>ef op de complexiteiten vd wereld
- Manier om te kijken naar de ‘realiteit’
- Set assump>es, ideeën, overtuigingen, waarden die rich>ng geven aan onderzoek
- 3 paradigma’s van toepassing binnen vpk-vrdk
POSITIVISME CONSTRUCTIVISME PRAGMATISME
Posi>vis>sch paradigma:
Posi>visten geloven in een enkele werkelijkheid die gemeten en begrepen kan worden
- Gefundeerd in exacte wetenschappen (fysica, chemie, wiskunde..)
- Overtuiging dat feiten niet per toeval en ‘ad random’ optreden maar onderliggende causaliteit
kennen
- Objec>eve realiteit bestaat onanankelijk van gedragingen of interpreta>es van mensen
- Meetbare, objec>eve en generaliseerbare data
- Objec>viteit = sleutelwoord
- Kwan>ta>eve onderzoeksmethoden
- Reduc>onis>sche aanpak is noodzakelijk (reduceren: wereld is complex posi>vis>sch paradigma het
belangrijkste factor bekijken)
- Fenomeen wordt gereduceerd tot bevaPelijke elementen die objec>ef en meetbaar zijn (als iemand
anders het onderzoek doet moet ze ook dezelfde resultaat bekomen)
- Onderzoeker – neutrale posi>e, ontkoppeling >jdens het onderzoek- ‘outside’ research
Doel: vinden van causale verbanden met onderzoeksmethoden die gebruik maken van een gestructureerd,
fixed design
3
, KWAN O
Type vraag Assump>e Posi>visme Assump>e Construc>visme
Ontologie: Realiteit bestaat, aanname er is een realiteit, als we goed genoeg Realiteit is veelvoudig, mul>ple en subjec>ef; mentale construc>e
Wat is de aard vd realiteit? meten kunnen we dingen meten vast stellen dat werkelijk zijn van personen, simultaan onstaan, geen oorzaak-gevolg verband maar
(objec>eve werkelijkheid) betekenissen
Epistemiologie: wat is de Onderzoeker is onanankelijk van onderzoeksobject; resultaten Onderzoeker interageert met het onderzoeksobject; resultaten zijn het
rela>e tussen de worden niet beïnvloed door de onderzoeker, rela>e onderzoeker en resultaat van een interac>ef proces
onderzoeker en het object => moet onanankelijk want zelfde conclusie moet ook kome
onderzoeksobject? door een ander onderzoeker met dezelfde resultaat
Axiologie: wat is de rol van Waarden, meningen, vertekeningen, vooringenomenheid, ... worden Subjec>viteit is onvermijdelijk en gewenst
waarden in de gecontroleerd, buiten een studie gehouden; objec>viteit staat
systema>sche studie? voorop: wat we willen is objec>viteit dus dit erbuiten houden!
Methodologie: Op welke - Deduc>ef proces → hypothese tes>ng: deduc>ef beginnen - Induc>ef proces → hypothese genera>on → vanuit
manier wordt eviden>e dus met veronderstellingen en dit gaan toetsen door waarnemingen
het ‘best’ verzameld? me>ngen - Nadruk op rijke omschrijving van fenomeen, holisme
- Bekrach>gen van voorspellingen door onderzoekers - Focus op subjec>viteit en niet-kwan>ficeerbaarheid = kan je
- Nadruk op enkele specifieke concepten niet in getallen vangen
- Focus op objec>viteit en kwan>ficeerbaarheid - Ontstaan van kennis vanuit de ervaring van subjecten: juist uit
- Outsider knowledge – onderzoeker als externe figuur ervaringen uit personen
- Fixed, vooraqepaald studiedesign - Insider knowledge – onderzoeker is deel uit van het proces:
- Controleren vd studiecontext context gebonden ene seSng anders dan anders
- Grote representa>eve steekproeven: generaliseren - Flexibel, evoluerend studiedesign, contextgebonden
- Meetbare, kwan>ficeerbare informa>e - Kleine, informa>erijke steekproeven = zoeken naar rijke
- Sta>s>sche analysetechnieken gegevens
- Tracht te generaliseren - Narra>eve (ongestructureerde) informa>e
- Kwalita>eve analysetechnieken
- Tracht om een diepgaande kennis te vergaren
4
Introduc)e onderzoek en evidence-based prac)ce
Doelen toegepast kwan)ta)ef onderzoek
- Wegwijs in EBP
- Aanleren hoe onderzoek moet worden gelezen, geinterpreteerd en gesynthe>seerd
- Beoordelen van diverse aspecten van een kwan>ta>eve
- Studiemethodologie
- Weten hoe onderzoek te gebruiken in dagelijkse prak>jk en ter ontplooïng van eigen professionele rol
(disciplinary future self)
Direct of indirect leidt onderzoek tot:
- Hoogkwalita>eve zorg (veilig, effec>ef etc.)
- Transparan>e en verantwoording kunnen afleggen voor (niet) gegeven zorg
- Randvoorwaarden voor geïnformeerde beslissingen van pa>ënten (informed consent)
- Het bevorderen van client- en pa>ënPevredenheid
- Het bevorderen van vernieuwing in de gezondheidszorg
- Mogelijkheden tot benchmarking = centra vergelijken bv wachSjden, kosten,..)
- Professionalisering van beroepen in de zorg
Bronnen van kennis in de prak>jk van de zorgverlening: klinische besluitvorming kan gebaseerd zijn op: studie/
wetenschappelijk onderzoek, klinische ervaring, boeken, trail and error, exper>se, afdelingsgewoonten en
tradi>es
→ hiërarchie in bronnen van informa0e of eviden0e
Tradi)es, gewoonten & authoriteit (hierarchie: laagste tradi)e)
- Beslissingen gebaseerd op gewoonten en tradi>es
- Vertrouwen geplaatst in experten = autoriteit: waarheden gebasseerd op personen zoals
- leidinggevende? Autoriteit
- “waarheden” geaccepteerd als standaard
- Validiteit?
Klinische ervaring, trial & error, intuïtie
Klinische • Is een functionele bron van kennis
ervaring: • Laat toe om te generaliseren, regelmatigheden te herkennen, voorspellingen te doen
• Maar: ervaring is persoonlijk, dus hoog variabel, de een is niet hetzelfde als het ander ookal
zelfde jaar ervaring..
Trial & error • Proberen en blijven proberen tot oplossing gevonden wordt
• Soms error proberen (bv covid was heel nieuw => proberen met: liggingen, med, opname)::
dingen proberen want we hebben niks beter
Intuïtie • Kennis die losstaat van rede/instructies; een ‘aanvoelen’
• Niet over te dragen aan anderen
• Aanvoelen, impliciete kennis => moeilijk voor over te brengen in onderwijs
Logisch redeneren:
- Proces van logisch redeneren
- Combina>e van ervaring + intellect + formeel redeneringspatroon
Redenerings
patronen
Inductief Deductief
1
, KWAN O
Inductief = inductive reasoning Deductief = deductive reasoning
Ontwikkelen van algemeenheden gebaseerd op Ontwikkelen van specifieke voorspellingen vanuit
specifieke observaties algemene principes
Beide systemen zijn waardevol voor wetenschappelijk onderzoek Uitkomst vd redenatie alleen valide als
veronderstellingen waarop redeneringsproces is gebaseerd kloppen
Wetenschappelijk onderzoek
- Research (re-search)
- Planma>g en volgens vastgelegde methoden op zoek gaan naar kennis, volgens een vooropgesteld
plan
- Werkwijze dient rigoureus, diepgaand en systema>sch te zijn
Evidence-based practice
- Essen>e EBP = personaliseren vd ‘beste’ eviden>e
- Basis EBP = klinisch probleemoplossende strategie
- Focus EBP = zoeken naar de beste eviden>e én deze integreren met andere aspecten (waarden,
normen, voorkeuren)
Evidentie geeft aan dat buikligging voor baby schadelijk kan zijn en dat rugpositie de voorkeur geniet, maar
voorkeur baby wordt gerespecteerd: maar er zijn uitzonderingen: sommige draaien op de buik en draaien goed
en omdraaien en slapen ze niet goed geven verbaal een signaal=> baby respecteren => integreren aan kennis
aan standaard tenzij uitzonderingssituaties bijvoorbeeld
Process of EBP
Probleem vertalen naar een onderzoeksvraag: PICO:
P population/ patients
I interventie/zorgoptie/zorgcomponent
C controle/counter intervention
O outcomes (primair of secundair)
T timing
S setting
D design/specifieke studiemethodologie
Hoe onderzoek omzetten in de praktijk:
• Identificeer het klinisch probleem of vraagstuk dat ontstaat uit de zorg
ASSESS voor de patiënt
• Formuleer het vraagstuk als een onderzoekbare onderzoeksvraag
ASK conform PICO
• Zoek wetenschappelijke studies in de gepaste bronnen en databanken,
ACQUIRE selecteer relevante studies conform de selectiecriteria
• Lees de studies, analyseer hun wetenschappelijke en methodologische
APPRAISE kwaliteit, validiteit en toepasbaarheid in de klinische praktijk
• Integreer de evidentie met klinische expertise, de voorkeur van de
APPLY patiënt en pas dit alle toe op de praktijk
Zoeken naar relevante Beoordelen van Integra)e eviden>e Implementa)e eviden>e
eviden>e beschikbare eviden>e en evalua>e uitkomsten
Nagaan of er reeds • Is de studie van • Combina>e van • Eviden>e-gebaseerde
gesynthe>seerde goede kwaliteit? bronnen keuze/ klinische
eviden>e beschikbaar • Zijn de • Eviden>e beslissing
uitkomsten + klinische exper>se implementeren
2
, KWAN O
is (bestaande richtlijn, belangrijk voor de + kennis over klinische • Zijn de effect in de
systema>c review..?). prak>jk? seSng prak>jk zoals verwacht?
• Hoe groot/sterk + faciliterende/ • Eventueel aanzet tot
=> Nee? zijn de gevonden hinderende nieuwe
effecten? factoren onderzoeksvragen of
principes van een • Hoe nauwkeurig + pa>ëntenvoorkeur en nood aan verdieping of
systema>sche zijn de waarden nuancering?
literatuurstudie schaSngen? • integra>e QT / QL
toepassen • Hoe verhouden onderzoek
effecten zich tot
PICO = leiddraad kosten?
systema>sche
zoektocht
TensloPe: EBP is doorlopend proces: con>nue proces!
Paradigma’s en methoden in wetenschappelijk onderzoek
Paradigma
= een samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid beschreven wordt
- Overkoepelende visie, wereldbeeld, filosofie
- Algemeen perspec>ef op de complexiteiten vd wereld
- Manier om te kijken naar de ‘realiteit’
- Set assump>es, ideeën, overtuigingen, waarden die rich>ng geven aan onderzoek
- 3 paradigma’s van toepassing binnen vpk-vrdk
POSITIVISME CONSTRUCTIVISME PRAGMATISME
Posi>vis>sch paradigma:
Posi>visten geloven in een enkele werkelijkheid die gemeten en begrepen kan worden
- Gefundeerd in exacte wetenschappen (fysica, chemie, wiskunde..)
- Overtuiging dat feiten niet per toeval en ‘ad random’ optreden maar onderliggende causaliteit
kennen
- Objec>eve realiteit bestaat onanankelijk van gedragingen of interpreta>es van mensen
- Meetbare, objec>eve en generaliseerbare data
- Objec>viteit = sleutelwoord
- Kwan>ta>eve onderzoeksmethoden
- Reduc>onis>sche aanpak is noodzakelijk (reduceren: wereld is complex posi>vis>sch paradigma het
belangrijkste factor bekijken)
- Fenomeen wordt gereduceerd tot bevaPelijke elementen die objec>ef en meetbaar zijn (als iemand
anders het onderzoek doet moet ze ook dezelfde resultaat bekomen)
- Onderzoeker – neutrale posi>e, ontkoppeling >jdens het onderzoek- ‘outside’ research
Doel: vinden van causale verbanden met onderzoeksmethoden die gebruik maken van een gestructureerd,
fixed design
3
, KWAN O
Type vraag Assump>e Posi>visme Assump>e Construc>visme
Ontologie: Realiteit bestaat, aanname er is een realiteit, als we goed genoeg Realiteit is veelvoudig, mul>ple en subjec>ef; mentale construc>e
Wat is de aard vd realiteit? meten kunnen we dingen meten vast stellen dat werkelijk zijn van personen, simultaan onstaan, geen oorzaak-gevolg verband maar
(objec>eve werkelijkheid) betekenissen
Epistemiologie: wat is de Onderzoeker is onanankelijk van onderzoeksobject; resultaten Onderzoeker interageert met het onderzoeksobject; resultaten zijn het
rela>e tussen de worden niet beïnvloed door de onderzoeker, rela>e onderzoeker en resultaat van een interac>ef proces
onderzoeker en het object => moet onanankelijk want zelfde conclusie moet ook kome
onderzoeksobject? door een ander onderzoeker met dezelfde resultaat
Axiologie: wat is de rol van Waarden, meningen, vertekeningen, vooringenomenheid, ... worden Subjec>viteit is onvermijdelijk en gewenst
waarden in de gecontroleerd, buiten een studie gehouden; objec>viteit staat
systema>sche studie? voorop: wat we willen is objec>viteit dus dit erbuiten houden!
Methodologie: Op welke - Deduc>ef proces → hypothese tes>ng: deduc>ef beginnen - Induc>ef proces → hypothese genera>on → vanuit
manier wordt eviden>e dus met veronderstellingen en dit gaan toetsen door waarnemingen
het ‘best’ verzameld? me>ngen - Nadruk op rijke omschrijving van fenomeen, holisme
- Bekrach>gen van voorspellingen door onderzoekers - Focus op subjec>viteit en niet-kwan>ficeerbaarheid = kan je
- Nadruk op enkele specifieke concepten niet in getallen vangen
- Focus op objec>viteit en kwan>ficeerbaarheid - Ontstaan van kennis vanuit de ervaring van subjecten: juist uit
- Outsider knowledge – onderzoeker als externe figuur ervaringen uit personen
- Fixed, vooraqepaald studiedesign - Insider knowledge – onderzoeker is deel uit van het proces:
- Controleren vd studiecontext context gebonden ene seSng anders dan anders
- Grote representa>eve steekproeven: generaliseren - Flexibel, evoluerend studiedesign, contextgebonden
- Meetbare, kwan>ficeerbare informa>e - Kleine, informa>erijke steekproeven = zoeken naar rijke
- Sta>s>sche analysetechnieken gegevens
- Tracht te generaliseren - Narra>eve (ongestructureerde) informa>e
- Kwalita>eve analysetechnieken
- Tracht om een diepgaande kennis te vergaren
4